Register op de werken van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, 1847-1869. Eerste gedeelte.

 

 

Zaak-register

 

Aanleg der hoofden bestemd voor aanlegplaatsen van stoombooten in het IJ te Amsterdam (Bijzonderheden aangaande den -). N. 63/64: 263.

Aanleg en onderhoud van grind- en steenslag wegen (Over -). N. 59/60: 41. Zie ook Wegen.

Aanleg van spoorwegen op Java (Over den -). N. 63/64: 262. N. 64/65: 120, 160. N. 65/66: 5, 37, 38, 40, 98, 119, 143. N. 67/68: 330.

Aanleg van drie drooge dokken in de haven te Toulon (Beschrijving van den -), U. 56/57: 163. Zie ook Dok van Castigneau. U. 62/63: 68 en V. 60/61: 178.

Aanleg van het steenen hoofd in de haven van Fiume (Mededeeling omtrent den -). U. 65/66: 67.

Aanleg van spoor- en waterwegen op Java (Nota over den -). N. 63/64: 82, 93.

Aanleg van spoorwegen in veengronden (Over den -) U 65/66: 12 (Spoorweg van Bremen naar GeestemŁnde.)

Aanleg van vlugtheuvels.

Prijsvraag, uitgeschreven namens Z. M. den Koning. N. 60/61: 139, 165.

Rapport der commissie, betrekkelijk de ingekomen antwoorden. N. 61/62: 65.

Bekroonde antwoorden. V. 61/62: 79.
Uitreiking dematerieel der militaire genie in BelgiŽ (Algemeene voorwaarden voor de levering van bouwstoffen en de uitvoering van werken, toepasselijk op alle -). U. 1850 VII: 118.

Aannemingen van werken en leveranciŽn, betrekkelijk het materieel der militaire genie in BelgiŽ (Algemeene voorwaarden, van orde en beheer voor alle -). U. 1850 VII: 94. Zie ook Tarieven.

Aanpunten van palen (Werktuig tot het -) van Gamuzat. U. 61/62: 123.

Aanslibbing van de Schelde (De -). U. 60/61: 44. Zie ook Afdamming.

Aanslibbingen aan den ingang van de straat van Dover en van het naauw van Calais, aan de kusten van Engeland en Frankrijk (Onderzoek naar de stroomen en den loop der-). U. 64/65: 51.

Aanslibbingen in den mond der stroomen, die zich in het Kanaal ontlasten.Memorie over den aard en oorsprong, door den ingenieur Marchal. U. 54/55: 27.

Opmerkingen, naar aanleiding; van genoemde memorie, door den ingenieur Darcel. U. 58/59: 181.

Antwoord op het voorgaande stuk door den ingenieur Marchal. U. 58/59: 184.

Aardbanen van spoorwegen (Drooglegging, aangewend tot verbetering der -). U. 51/52: 185.

Aardbeving van den 17den December 1857 (Afwijkingen van de magneetnaald, waargenomen aan den Helder tijdens de -). N. 57/58: 137, 147.

Aarde (Fabriek van gebakken -) van Twiss en Ce. te Arnhem. N. 53/54: 73. Aankondiging.

Aarde (Vervaardiging van voorwerpen van gebakken -). U.51/52: 111.

Aardewerk (Ovens tot bet bakken van -). U. 51/52: 111.

Aardewerk (Werktuig tot het vervaardigen van grof en fijn-). U. 54/55: 81.

Aardewerken (Over het gebruik van hellende vlakken bij -). U. 67/68 : 70. Zie ook Aardwerken

Aardkorst (Proeven van d'Abbadie om de bewegingen der -) na te gaan. N. 53/54: 71, 90.

Aardlagen (Werking van poreuse -) op water en organische stoffen. U. 1850 IX: 272.

Aardlagen, bij den aanleg van het drooge dok te Willemsoord, doorgraven. N. 59/60: 177, 200.

Aardleidingen op de pruissische telegraafkantoren (Mededeeling omtrent de -). U. 50/57: 29.

Aardpek en asphalt (Geplette -). U. 55/5G: 61.

Aardsoorten (Bepaling van het smeltpunt van metalen -) en hare verbindingen. V, 1849 III: 29.

Aardwerken (Zamendrukkende rollen voor -). U. 65/66: 68.

Aardwerken van het kanaal St. Martin te Parijs (Over de-). U. 61/62: 80. Zie ook Aardwerken.

Aberdeensch graniet ter vervanging van hardsteen. N. 52/53: 133, 154.

Achter- en onderloopsheid van het stoompompgebouw ęDe LijndenĽ (Beschrijving van de oorzaken der -) en van de in het werk gestelde middelen tot herstelling. N. 56/57: 82. V. 57/58: 3.

Acier de cuivre (Koper en silicium) - van Ste Claire Deville en Caron. M. 57/58: 11.

Adresboek voor fabrikanten, handelaars, leveranciers en depŰthouders van alle materialen, de burgerlijke- en de waterbouwkunde betreffende. N. 62/63: 122. Prospectus.

Acro-poste. Toestel om brieven te vervoeren met groote snelheid. U, 54/55: 14.

Acrotherm-ovens. U. 1840 IV: 6. Zie ook Ovens.

Aesthetica (Over de -)- N. 49/50: 197, 225

Afbakenen van de sporen op de stations der spoorwegen (Over het berekenen en -). U. 57/58: 62.

Afbeeldingen (Verbeteringen in het vervaardigen van photografische -) van Sarony. M. 58/59: 15.

Afbeeldingen der in aanleg zijnde groote spoorwegwerken in Nederland (Voorstel tot het verzamelen van photografische -). N. 65/66: 122, 145, 242, 251.

Afbeeldingen naar gedrukte en geteekende schetsen en plannen (Photografische -). N. 51/52: 170.

Afdamming en afleiding van rivieren. N. 51/52: 166.

Afdamming met naalden, toegepast op bruggen van aanmerkelijke spanning, en voor opstuwingen van groote hoogte. U. 1848 II: 100.

Afdamming van de Hondsbossche sluis te Zaandam (Wijze van -). N. 57/58: 57, 73, 74,

Afdamming van de hulpschutsluis te Vreeswijk (Wijze van-). N. 50/51 : 157, 165.

Afdamming van de Oosterschelde.

Kaart van de Schelde van 861. N. 66/67: 205.

Figurative kaart van de Schelde van 1550. N 66/67:225.

Geschiedkundige aanteekeningen en litteratuur. N 66/67:205,

Zie ook U. 60/61: 44.

Aanslibbing van de Schelde. U. 60/61 : 44.

Aanslibbing van de Westerschelde. Uittreksels uit eenige provinciale Zeeuwsche couranten van 1859. N. 66/67: 262, 313.

Artikelen overgenomen uit het ęJournal d'AnversĽ van 1861. N. 66/67: 137.

Artikelen overgenomen uit ęLe PrťcurseurĽ en ęLe Conservateur; revue de droit internationalĽ. N. 67/68: 82, 171, 192.

Onderzoek omtrent het maritieme gedeelte der Schelde. U. 66/67: 33.

Landaanwinst als gevolg der afdamming. N. 66/67: 208, 262, 313.

Rapport van de Belgische commissie, medegedeeld aan de Nederlandsche regering in December 1865. N. 66/67: 49, 77.

Advies over vorenstaand rapport aan de Nederlandsche regering van 6 Maart 1866. N. 66/67: 49, 82.

Antwoord der Belgische commissie op dat advies van 3 September 1866. N. 66/67: 49, 109.

Rapport van de internationale commissie van 12 September 1866. N. 66/67: 49, 126, 198.

Rapports des ingťnieurs ťtrangers, chargťs d'examiner les questions qui se rattachent au barrage de l'Escaut oriental etc. Considťrations sur les rapports des ingťnieurs ťtrangers etc. N. 67/68: 207, 225, 286.

Afbeeldingen, van den dam door de Oosterschelde. N. 67/68 : 219.

Invloed op den westelijken arm der rivier. U. 68/69 : 47.

Processen verbaal, betreffende den toestand van de Schelde bij Bath. N. 68/69: 23, 33, 75, 130, 162.

Afdamming en opstuwing van den Nijl.

Mťmoire sur les bateaux plongeurs par Mougel -Bey, N. 50/51 : 5. V. 1851 VII: 22.

Notice sur le barrage du Nil par Mougel Bey. N. 50/51 : 5. V. 1851 VII: 30.

Extrait d'une note sur le barrage du Nil par Clot Bey. N. 50/51: 33. V. 1851 VII: 34.

Deuren tot sluiting der stuwen. N. 55/56: 42, 52.

Aanteekeningen van den ingenieur Malezieux over besproeijing in Egypte en opstuwing van den Nijl. U. 51/52 : 154.

Aanmerkingen op het voorgaande stuk door den inspecteur generaal Devilliers. U. 51/52: 194.

Afdammingen, uitgevoerd in de domaniale steenkolenmijnen te Kerkrade. N. 62/63: 94, 156

Afdeeling Oostelijk Java. Zie Instituut van Ingenieurs.

Afdrukken van handteekeningen, teekeningen enz. door de elektriciteit, volgens Caselli. M. 57/58: 9. Zie ook Autografisch telegraferen. N. 64/65: 5.

Afdrukken van medailles (Getah-pertja, gebezigd tot het -). N. 47/48 : 69.

Afleiders. - Zie Bliksemafleiders.

Afleiding en afdamming van rivieren. N. 51/52: 166.

Afmetingen aan de zamenstellende deelen eener stuw te geven (Over de -) en over de bepalingen der krachten, welke op die deelen werken. N. 60/61 : 6. V. 61/62: 1.

Afmetingen der grootere ijzeren spoorwegbruggen. (Zamenstelling en hoofd-). U. 63/64: 105. Zie Bruggen.

Afmetingen der grootere ijzeren spoorwegbruggen in Beijeren (Zamenstelling en hoofd-). U. 63/64: 111. Zie Bruggen.

Afmetingen der liggers van eene plaatijzeren draaibrug over de voorhaven van de zeedoksluis te Willemsoord. (Berekening van de -). N. 61/62: 185, 207.

Afmetingen, die aan ketelwanden van ketels met vlakke wanden en aan hunne verankering moeten worden gegeven (Aanteekening over de -). U. 56/57: 221.

Afmetingen en gedaante van bekleedingsmuren, voorhavens, kaaijen en natte grachten. - N. 48/49: 192, 282. Zie ook U. 1848: I: 3. - Bepaling van eenige afmetingen door meting op de figuur. N. 60/61: 83.

Afmetingen van ijzeren rollen bij bruggen, bestemd om een gedeelte der belasting te dragen (Bepaling der -). N. 62/63: 223.

Afmetingen van schroeven en nagels. (Aanteekeningen omtrent de -) en over hetweÍrstandsvermogen van deze. U. 58/59: 62.

Afmetingen van traliebruggen (Over de berekening van de -). N. 59/60: 7. V. 59/60: 24.

Afneming der duinen en van het strand langs de kusten der Noordzee in Nederland, provinciŽn Zuidholland en Noordholland.

Algemeen overzigt. N. 55/56: 39, 45. V. 55/56: 138.

†† Kaart van het Noordhollandsche zeestrand. N. 54/55: 200.

Aanteekening der verrigte strandmetingen †††† 1860. N. 60/61: 50.

,, ††††††††† ,,††††††† ††††††††††††††††††† ††††††††† 1862. N. 62/63:92.

,, ††††††††† ,,††††††† ††††††††††††††††††† ††††††††† 1863-N. 63/64: 39.

Aanteekening der verrigte strandmetingen †††† 1864. N. 64/65:93.

,, ††††††††† ,, †††††† ††††††††††††††††††† ††††††††† 1865. N. 65/66: 122.

,,††††††††† ,, †††††† ††††††††††††††††††† ††††††††† 1866 N. 66/67: 60.

,,††††††††† ,,††††††† ††††††††††††††††††† ††††††††† 1867. N. 67/68:56.

††††††††† ,,†††††† ,,††††††† †††††††††††††††† †††††† 1868. N. 68/69:134.

Overzigt van de verplaatsing van de boog- en laagwaterlijnen en van den voet van het duin, van 1843-1859. N. 59/60: 68. V. 59/60: 53. Van 1843-1863. N. 63/64: 258. V. 64/65: 3.

†† Graphische voorstelling van de uitkomsten der strandmetingen. N. 63/64: 258. V. 64/65: 1.

Afschuiving (Mededeelingen nopens de oever-) den 10den Maart 1864 aan den Vlietepolder ontstaan. V. 65/66 II: 4.

Afschuivingen van kleiachtige gronden (Onderzoekingen over de -). U. 1849 V: 38.

Afslijting van straatkeijen N. 49/50: 18 Zie ook Bestrating.

Afsluitingen der spoorwegen. (Over de -) in 't bijzonder in Frankrijk door middel van latwerk of levende hagen. U. 51/52: 53. Zie ook N. 48/49: 309.

Afstand der steunpunten voor de metaaldraden bij elektrische telegrafen. (Over den -). N. 51/52: 169. V. 52/53: 47.

Afstand van pijlers in bruggen met verscheidene openingen (Onderzoek over den -). U. 53/54: 20.

Afwatering in ItaliŽ (Verslag over onderscheidene uitgevoerde werken van bevloeijing, besproeijing en -).

†† Verbetering van de uitmondingen der rivieren in zee. U. 53/54: 76.

†† Statistieke mededeelingen omtrent den Tiber. U. 53/54:77.

†† Werken van verbetering in de vallei van de Chiana in Toskane. U. 53/54: 78.

†† Droogmaking van de Maremmes en van de moerassen van Castiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

Afwatering van Bristol (Verbeteringen in de reiniging en -). U. 1848. I: 50. Handelingen van het Instituut van civiel Ingenieurs te Londen.

Afwatering van het Plattemeer (Verbetering der -). U. 68/69: 88.

Afwijkingen van de magneetnaald, waargenomen aan den Helder, tijdens de aardbeving van den 17den December 1857. N. 57/58: 137, 147.

Afwijkingen van het kompas in ijzeren schepen. U. 54/55:173

Afzagen van palen onder water.

Bij de fundering der bruggen in den Hollandschen spoorweg. N, 47/48: 53, V. 1848 I: 33.

Bij de betonfunderingen voor de stoomtuigen in den Bommelerwaard. N. 54/55; 164 V. 55/56; 17.

Bij de fundering van de brug over de Rupel. U. 54/55:37.

Ailanthus (De -) tot vastlegging van zandgronden. M. 61/62: 7. Zie ook Duinen.

Akademie (Inrigting der koninklijke Bouw-) te Berlijn. U. 1850 VIII: 9.

Akademie (Organisatie der technische-) in Oostenrijk U. 1850 VIII: 46.

Akademie van de algemeene Nijverheid, Wetenschappen en Kunsten (Britsche -) gesticht te Londen in 1851, Statuten. N. 51/52: 93, 102.

Stichting van een ondersteuningsfonds voor uitvinders. N51/52: 182.

Akademie van Wetenschappen (Prijsvragen van de physisch-mathematische klasse der Pruissische -). M. 57/58: 24.

Akoustiek (Aanteekeningen omtrent de -). U. 57/58: 36. M. 58/59: 15.

Aktinometer (Lichtstraalmeter) van Lipowitz. U. 59/60: 162.

Album van bouwkundige schetsen en ontwerpen. N. 65/66:241. Aanbevolen door den president.

AlexandriŽ en CaÔro. Reis van den ingenieur Malezieux. U. 51/52: 158.

Aanmerkingen op dit stuk door Devilliers en Lambert. U. 51/52: 194.

Algerie (Telegraaflijnen in -). Zie Telegraaflijnen.

Alizarininkt. M. 58/59. 15.

Alkohol (Bereiding van meekrap-). N. 52/53: 133, 150, 178, 191.

Alliage voor de bussen der locomotiefassen bij den franschen Noorderspoorweg. U, 52/53: 96.

Alliage voor tappannen. U. 55/56: 92.

Alliage voor zuigerringen in stoomschuiven van de locomotieven op den Keulen-Mindener-spoorweg. U. 52/53. 96.

Alpen-spoorweg (Zwitsersche -). U, 60/67: 36. Zie ook U 59/60: 158.

Aluminium (Over de eigenschappen van het -). U. 59/60 : 99.

Aluminium (Over de plaats van het -) in de elektrische spanningsreeks. U. 56/57 : 123.

Amarilvijlen ten gebruike op glas en metaal U. 53/54: 115.

Ameland (Beschrijving van den vroegeren en lateren staat van-).N. 52/53: 92, 101.

Amerika (Elektrische verschijnselen in de Vereenigde Staten van Noord-). M. 57/58 : 9.

Amerika (Het korps voor veldspoorwegen der Noordelijke Staten van -) in den Amerikaanschen oorlog. U. 68/69: 64.

Amerika (Over den staat der ijzer-manufactuur in de Vereenigde Staten van Noord-). U. 1850 IX: 51.

Amerika Zie Bruggen, Dokken, Openbare Werken, Spoorwegen, Staatspoorwegen en Telegrafen

Amsterdam (Brief aan den gemeenteraad van -) naar aanleiding van het gesprokene in zijne vergadering van den 29sten October 1856. N. 56/57: 80, 95.

Amsterdam (Het waaggebouw op de Westermarkt te -). N. 57/58: 62.

Amsterdam (Ontwerp van eene houten kokerbrug over het IJ te -). N. 48/19: 64. V. 1849 II: 97.

Amsterdam (Ontwerp van eene uitbreiding van de stad aan den IJkant, brug over het IJ, aanlegplaatsen van stoombooten, plannen van Galman. N. 57/58: 59, Vergelijk N. 63/64: 203.

Amsterdam (Over de middelen om -) van versch drinkwater te voorzien.

†† Voorgestelde putboringen. V. 1850 VI: 3.

†† Artesische putboring op de Nieuwemarkt in 1841. N. 48/49 : 94, 123. V. 1850 VI: 39.

†† Putboring op het Bikkerseiland. N. 49/50: 9, 19. V. 1850 VI: 39.

†† Rapport over de onderscheidene middelen, om de stad van versch drinkwater te voorzien, door den directeur van stads waterwerken. N. 50/51 : 4. V. 1850 VI: 42.

†† Opmerkingen over de stukken, betrekkelijk eenige putboringen in Nederland, en over het rapport van den directeur van stads waterwerken te Amsterdam. N. 50/51: 92, 100.

†† Eenige opgaven en bijzonderheden nopens de werken der duinwaterleiding. M. 57/58: 17

Amsterdam (Tentoonstelling van bouwmaterialen te -) in Augustus 1853. N. 53/54; 3, 11. Programma.

Amsterdam (Tentoonstelling van voortbrengselen van tuinbouw te -) in 1865. N. 64/65: 93, 156, 174, 182. Circulaire, programma enz.

Amsterdamsch peil (Overbrenging van het -).

Binnen Amsterdam. N. 51/52: 100, 161.

Van Amsterdam naar de Oude Willemsluis te Buiksloot. N. 63/64 : 28 , 46.

†† Naar het eiland Overflakkee over het Volkerak nabij Willemstad. N. 49/50: 197, 218.

†† Van Bergenopzoom naar Bath. N. 54/55: 38, 60. V. 55/56:1.

Over het Hollandsch Diep bij Willemsdorp en over de Brakman. N. 57/58: 90, 103.

Van Vlissingen naar Breskens en van Neuzen naar Ellewoutsdijk. N. 59/60: 176. V. 60/61: 22.

Anemometer van Morin (Over den -). U. 53/54: 107, 110.

AneroÔde-barometer (Het voordeel en het gebruik van den -) voor bet bepalen van hoogten. U. 55/56: 153.

Ankers (Verbeterde -) van Firmin. U. 54/55: 88.

Ankers (Verbeterde scheeps-). N. 49/50: 145, 196.

Anna-Paulownapolder (Verslag omtrent den toestand van den -) in 1855. N. 56/57: 6, 19.

Antifriction-metal. N. 48/49: 194.

Antwerpen (Dok- en sluiswerken te -). N. 59/60: 99.V. 60/61:47.

Over de fundering, het gebruik van beukenbout, de beplanking der sluisdeuren in den vorm van keuspot en prop. N. 56/57: 45, 77. N. 59/60: 99.

Arbeidersvereenigingen (Over -) in Engeland en Frankrijk. U. 59/60: 1.

Arbeidersvereenigingen (Over -) naar aanleiding van de te Amsterdam in het Paleis voor Volksvlijt gehouden openbare vergaderingen ter bespreking van dat onderwerp. N. 65/66, 188.

Arbeiderswoningen (Holle steenen voor ventilatie enz. in-). U. 56/57: 28. Zie ook N. 51/52: 7, 18.

Arbeiderswoningen (Inrigting van -).

Uitnoodiging namens Z. M. den Koning en zamenstelling eener commissie tot het instellen van een onderzoek omtrent de vereischten en de inrigting van arbeiderswoningen N. 53/54: 18-27.

Circulaire omtrent het oprigten van eene Vereeniging tot het opbouwen van arbeiderswoningen te 's Gravenhage. N. 53/54: 19, 28.

†† Verslag aan Z. M. den Koning over de vereischten en de inrigting van arbeiderswoningen. N. 53/54: 66, 109. N. 54/55: 7, 38, 72, 138. V. 54/55: 50.

Toestand van arbeiderswoningen te ††††††††† Amsterdam. V. 54/55. 68.

††††††††† ††††††††† ,,††††††† ††††††††† ,, ††††††††† Arnhem. V. 54/55: 64

††††††††† ††††††††† ,,††††††† ††††††††† ,,††††††††† Delft. V. 54/55: 71.

,,†††††††† ††††††††† ,,††††††††† 'sGravenhage.V.54/55;63.

,,†††††††† ††††††††† ,,††††††††† Rotterdam. V. 54/55. 70.

††††††††† †††††† ,,††††††† †††††† ,,†††††† Utrecht. V. 54/55: 67.

Litteratuur. V. 54/55: 72.

Ontwerpen van arbeiderswoningen. V. 54/55: 73.

Mededeelingen over de woningen voor minvermogenden te Schiedam. N. 54/55: 199. N. 55/56: 6 V. 55/56: 150.

Arbeiderswoningen (Prijsvraag over een ontwerp van -). Uitgegeven door de Vereeniging van Fabriek- en Handwerks- Nijverheid, afd. Utrecht. N. 67/68: 78.

Arbeiderswoningen in Engeland (Inrigting van -).

Arbeiderswoningen door Maatschappijen gesticht. U. 1850 IX: 116

Woningen voor de landbouwende klasse. U. 1850 IX: 123.

†† Modelwoning voor huisgezinnen, opgerigt bij gelegenheid der algemeene tentoonstelling in Hydepark. (Gebruik van holle steenen). N. 51/52: 7, 18.

Over de verbetering van den algemeenen gezondheidstoestand.U. 53/54: 121.

Arbeidersloonen en bouwstoffen (Voorstellen tot het zamenstellen van prijslijsten van -) in Nederland. N. -48/49, 144. N. 49/50: 94. N. 56/57: 44, 83

Tarief bij de werken van den Hollandschen spoorweg aangenomen. N. 48/49: 182, 247.

Prijslijsten. N. 57/58: 90.

Prijslijst van dagloonen, besteed bij de uitvoering van de dokwerken te Willemoord. N 59/60: 62, 84.

Verzameling van de tarieven, toepasselijk op de werken en leveringen voor de dienst der genie, aangenomen bij contracten, door den Minister van Oorlog goedgekeurd V, 65/66: 28. Zie ook Aannemingen.

Arbroath (Haven te -). U. 1850 IX: 141. Reis van Malezieux.

Archieven (Verzameling van uittreksels uit de gemeente-) belangrijk voor den waterstaat. Archief van Amsterdam. N. 66/67: 11, 24.

Architekt (Het diploma van -) en ingenieur wenschelijk geoordeeld. U. 51/52: 196.

Architekten- und Ingenieur-Verein fŁr das KŲnigreich Hannover. Programma der 13de algemeene vergadering van duitsche architekten en ingenieurs. N. 61/62: 186, 238.

Arehitektuur (Polygonaal-). U. 52/53: 32. Zie ook Bouwkunde.

Arnhem (Doorloopende tentoonstelling van nijverheid te -), uitgaande van het Departement der Maatschappij ter bevordering van nijverheid aldaar. N. 65/66 : 187. Programma.

Arnhem (Tentoonstelling van nijverheid en kunst te-) in 1868. Circulaire N. 67/68 : 56, 69, 213, 319. Programma. N. 67/68 : 84.Uit te geven catalogus. N. 67/68 : 329. Verslag omtrent hetgeen door den jury van beoordeeling in zijn officieel rapport over het door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs ingezondene is gezegd. N. 68/69: 134, 171.

Arsenaal te Weenen (Nieuw artillerie-). U. 1850 VII: 77. U 1850 IX: 125.

Artesische put op het eiland Onrust in Oostindie. N. 57/58: 91, 115.Wateropbrengst en warmtegraad van het water. N. 57/58: 115. N. 59/60: 177.

Artesisehe put te Passy bij Parijs. M. 61/62: 18.

Artesische putboring te Goes. N. 68/69: 23 Geaardheid van den bodem. N. 64/65: 157, 165.

Artesische putboringen (Verbetering in de inrigting van onderdeelen van de werktuigen in gebruik bij diepe of-). N. 67/68 : 208, 308.

Artesische putboringen (Vorderingen gedurende de laatste jaren in het vak der -) gemaakt. Beschrijving der verschillende in gebruik zijnde vrije-valstelsels. N. 67/68: 329, 353.

Artesische putboringen te Amsterdam.

Voorgestelde putboringen. V. 1850 VI: 3.

Boring op de Nieuwemarkt in 1841. N. 48/49: 94, 123, V. 1850 VI: 39.

†† Boring op het Bikkerseiland. N. 49/50: 9, 19. V. 1850 VI: 39.

Opmerkingen over de stukken, betrekkelijk eenige putboringen in Nederland. N. 50/51 : 92, 100.

Zie ook Amsterdam.

Artesische putboringen te Rembang en Grissee in OostindiŽ. N. 60/61: 137, 159, 162.

Artesische putten in BelgiŽ. U 1849 IV: 72.

Artesische putten in de Sahara. M. 57/58: 9.

Artesische putten in het algemeen. N. 48/49: 95, N. 49/50 : 19, 96. V. 1850 VI: 68.

Artillerie-arsenaal te Weenen (Nieuw -). U. 1850 VII: 77. U. 1850 IX: 125.

As van de schepraderen van den Leviathan. M. 58/59: 6 Zie ook Great Eastern.

As voor spoorwegwagens van French (Geoctroijeerde -) U. 53/54:65.

Asphalt (Kunst-). N. 51/52: 205.

Asphalt en aardpek (Geplette -). U. 55/56: 61.

Asphalt en Forsters compositie voor vloerbedekkingen binnenshuis (Proeven met Java-). N. 54/55: 16. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Asphalt en koolteerpek uit de fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam. N, 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Asphalt uit de fabriek van Baboneau en Cie. te Parijs. N. 57/58: 5. Prospectus.

Asphalte (Apercu sur les applications d' -) en Belgique, par le colonel du gťnie B. Basch. N. 57/58 : 5. Boekaankondiging.

Asphaltbuizen voor water- en gasleidingen en voor draineerbuizen van Jaloureau te Parijs. N. 61/62 : 185, 229.

Gebruik daarvan voor telegraafgeleidingen onder den grond. N. 65/66: 136, 165.

Asphaltlak ter wering der vochtigheid. N. 61/62: 185, 236. Prospectus.

Assen (Alliage voor de bussen der locomotief-) bij den franschen Noorder-spoorweg. U. 52/53: 96.

Assen (Holle -) van Newmann en Whittle. U. 56/57: 78.

Assen (Over de wrijving van -). U. 1850 IX: 11.

Assen (Smeren van -) door middel van water. Lubrification a l'eau, U. 62/63. 28. Zie ook M. 57/58: 25. M. 61/62: 5.

Assen van spoorwegwagens (Over het breken van -). U 1848 I: 33

Assen van spoorwegwagens (Proeven omtrent het draagvermogen van -). U. 55/56: 64. (Keulen-Mindener spoorweg.)

Assen van spoorwegwagens (Toepassing van wrijvingsrollen bij-). M. 61/62; 5. Zie ook U. 62/63: 28 en M. 57/58; 25.

Assen van spoorwegwagens (Toestel van den ingenieur Kaumann ter beproeving der -). U. 57/58: 176.

Assen voor spoorwegwagens (Over holle -). U. 53/54: 63.

Assen van wagens, stoomwerktuigen enz. (Circonverteur van Brussaut, ter vermindering van de wrijving van-). M. 57/58; 25. Zie ook U. 62/63: 28 en M. 61/62: 5.

Astronomie (Over den vooruitgang der -). U. 1850 IX: 259.

Astronomische lengtebepalingen (Berigt omtrent eenige tusschen Pillau en KŲnigsberg genomen proeven, betreffende het gebruik der telegrafen tot -). U. 56/57: 133.

Atlantische telegraafkabel. Zie Telegraafkabel.

Atlas van Nederland (De topographische-) aanbevolen. N. 68/69: 22. Zie ook Kaart.

Atlas van Nederland (Gemeente-) van J. Kuyper, N. 65/66: 4, 34. Aankondiging.

Atlas van Nederland (Provinciale -) van J. Kuyper. N. 65/66; 4, 34. Aankondiging.

Atmopyre van Edwards. [J. 51/52: 36. Zie ook Rookvertering.

Atmospherisch heiwerktuig. U. 1850 IX: 76.

Atmospherische elektriciteit (Verschijnselen, die zich voordoen in de telegraafdraden door den invloed van -) en van bet Noorderlicht. N. 63/64: 76. V. 64/65: 38. Zie ook U. 51/52: 189.

Waarnemingen omtrent de werking van het Noorderlicht op telegraaflijnen. U. 59/60: 176.

Atmospherische kraan van Claparide. U. 57/58: 184

Atmospherische spoorweg van St. Germain. Inrigting en exploitatie. U. 1849 VI: 25.

Onderzoek en verwerping van het, stelsel. .M. 61/62: 1.

Atmospherische spoorweg in Groot-BrittanniŽ. U. 1850 IX: 67. Reis van den ingenieur Malezieux.

AustraliŽ (Spoorwegen in -) en de koloniŽn. Zie Spoorwegen.

AustraliŽ (Telegraaflijnen in -). Zie Telegraaflijnen.

Autographisch telegraferen volgens Caselli (Over het stelsel van -). N. 64/65: 5. Zie ook M. 57/58 : 9.

Azijn (Bereiding van hout- en rozijn-). N. 51/52: 30, 65. N. 52/53: 4, 24.

Azijn (Stoom aanbevolen tot het trekken van hout-), U. 1849 VI: 6.

Baak en reddingboei (Geluidgevende ijzeren -) van Van der Loo. N. 60/61 : 89. Zie ook Bakens en Boeijen.

Baalbek (De bouwvallen van -). U. 58/59: 120.

BabyloniŽ (Twee merkwaardige bouwvallen in-). U. 52/53: 35.

Bad- en waschhuizen in Engeland (Korte beschrijving- der -). N. 48/49: 257. V. 1849 III: 15. Zie ook U. 56/57: 153.

Bad- en waschinrigtingen van den nieuweren tijd (Over de-). U. 56/57: 153.

Baden. Zie Spoorwegen.

Baggermolen van Fondes. U. 55/56: 18.

Baggermolens (Slede voor -) van Scott. U. 58/59; 95.

Baggermolens op de Clyde (De inrigting en de uitkomsten van de werking der groote stoom-). U. 66/67 : 63.

Baggervlot (Verbetering van een gedeelte der bermsloot van het kanaal van de Somme door middel van een -). U. 52/53: 60.

Baggervlot voor het schoonmaken der kanaalpanden van den zijtak van het kanaal van BourgondiŽ naar de Yonne. U. 54/55: 4.

Zie ook Uitbaggeren en Uitdiepen.

Baken (Drijvende boei of-) van Trajano de Carvalho. U. 57/58: 94. Zie ook U. 56/57: 16.

Bakens (Elektrische verlichting van zee-). M. 57/58: 9.

Bakens (Over de zamenstelling van zee-), boeijen, enz. U. 56/57: 16. Zie ook U. 57/58: 94. Zie ook Boeijen.

Baksteenen (Holle -) voor verwarmingstoestellen en vooral voor verwarmingsbuizen in broeikassen. U. 52/53: 36.

Baksteenen (Rapport, betrekkelijk den steenoven te Bemmel en de aldaar met een stoomwerktuig gevormde -). N. 59/60: 5, 12, 16.

Baksteenen (Vormen van -) door middel van stoomkracht. U. 51/52: 190.

Baksteenen (Werktuig van Wilson tot het vormen van -). M. 61/62: 14.

Baksteenen (Zamenstelling van metselwerken uit bolle -). N. 51/52; 7, 14.

Baksteenen voor ventilatie enz. in arbeiderswoningen (Holle-). N. 56/57 : 28. Zie ook Metselsteenen, Steen en Steenen.

Balance-dock van Gilbert. M. 57/58: 26.

Balanceergewigten voor de drijfwielen der locomotieven (Formulen van Redtenbacher, ter berekening van de -). U. 52/53 : 92.

Balans (Veer-) van Meggenhofen. U. 52/53: 74.

Balans (Wrijvings-) van Waltjen, ter bepaling van de hoedanigheden van olie voor het smeren van werktuigen. U- 61/62:118.

Balk (Onderzoek naar de verdeeling der spanningen over de verschillende wanden van een zamengestelden brug-)- N. 66/67: 226, 238

Balken (Handelwijze tot bet berekenen van de spanningen in de zamenstellende deelen van -). N. 67/68: 8. V, 67/68: 104.

Balken (Over de inwendige krachten der loodregt belaste-) en berekening van de ijzeren I-balken. U 61/62 : 39.

Balken (Over den voordeeligsten vorm van ijzeren -). U. 1849 V: 112. Handelingen der Koninklijke Schotsche Maatschappij van Kunsten.

Balken (Over gegoten en gesmeed ijzeren en houten -). U. 53/54: 8.

Balken (Over het draagvermogen van gesmeed ijzeren -) bij trillende belasting, U 66/67 : 45.

Balken (Over hetweÍrstandsvermogen van gegoten ijzeren -). U. 57/58: 171

Balken (Proeven omtrent het draagvermogen en de doorbuiging van gesmeed ijzeren -). U 56/57 : 205.

Balken (Theorie en berekening der ondersteunde en opgehangen scharnierbrug-). U. 68/69 : 6.

Balken (Verslag van proeven, genomen te Deventer, ter bepaling van den besten vorm van gegoten ijzeren -) met inachtneming van de grenzen der veerkracht. N. 56/57: 83, 118. V. 57/58: 20.

Ballasten van schepen (Over stoom- en zeilschepen voor het vervoer van steenkolen en over de verschillende wijzen van-). U. 55/56 : 73.

Banden voor kantoorboeken van Arnold. U. 55/56: 124.

Bank te Hannover (Het gebouw der Hannoversche -). U. 65/66: 11.

Banka (Beschrijving van het bouwen met Pisťcement op het eiland -). N. 53/54: 24, 56.

Banka en Bintang (Houtsoorten van de eilanden -). N. 53/54: 105, 111, 112.

Banken in de mondingen van rivieren en zeestranden (Over de -) U 58/59: 125.

Barometer .(Het voordeel en het gebruik van den aneroÔde-) voor het bepalen van hoogten. U- 56/67: 153.

Barometerbuizen (Vulling van glazen -) voor standaard- of observatiebarometers. N. 54/55: 72, 125, 126.

Barrage du Nil (Notice sur le -) par Mougel Bey. V. 1851 VII: 30. - Extrait d'une note sur le - par Clot Bey. N. 50/51: 33. V, 1850 VII: 34. Zie ook Afdamming en opstuwing van den Nijl en Bateaux plongeurs.

Barsten en voegen in houten voorwerpen vol te gieten en te herstellen (Lijm om -). M. 58/59: 14.

Bataafsch Genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte te Rotterdam.

†† Prijsvragen voor 1854. N. 54/55: 39, 62.

Prijsvragen voor 1861. M. 61/62: 10.

Prijsvragen voor 1863. N. 63/64: 28, 55.

Prijsvragen voor 1865. N. 65/66: 96, 111

Prijsvragen voor 1867. N. 67/68: 78, 162.

Bekroonde prijsvragen, door leden van het Instituut beantwoord. N. 48/49: 52. N. 50/51: 39.

Batavia (Gebouw voor de tentoonstelling te -). N. 52/53: 132, 149.

Bateaux plongeurs (Memoire sur les -) par Mougel Bey. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 22. Zie ook Afdamming en opstuwing van den Nijl.

Bathometer van Siemens, ter bepaling van de diepte der zee zonder gebruik van dieplijn. N. 61/62: 154.

Batterij van Bunsen (Over het ondoelmatige van het gebruik van koperen stiften in de koolcilinders der galvanische -) N. 55/56: 91. N. 57/58: 140.

Batterij van Daniell (Over de oorzaak van den nederslag van koper op de poreuse potten der galvanische -) en over de middelen om dien te voorkomen. U. 57/58: 156.

Batterijen (Proeven ter vergelijking van denweÍrstand van geplet en geslagen ijzeren platen, alsmede om denweÍrstand te bepalen van drijvende -). M. 56/57: 4.

Batterijen op de Pruissische staatstelegraafkantoren in gebruik. N. 52/53: 120.

Bazalt (Gesmolten -) voor bouwwerken en versieringen. U. 54/55: 74.

Bazaltmuren (Over het bouwen van ingegoten -) gemaakt bij de sluiswerken, tot afsluiting van den IJssel, boven Gouda. N. 56/57: 137, 164.

Bazismeting (Toestel van Porro, voor eene geodesische -). U. 1850 IX: 254.

Bedekken van vlakke daken met bordpapier uit de fabriek van Stalling en Ziems te Breslau. N. 57/58: 8, 38.

Bedekking met asphalt uit de fabriek van Baboneau en Cie te Parijs. N. 57/58: 5. Prospectus.

Bedekking van materialen, die aan de werking van het zeewater zijn blootgesteld. U. 53/54: 123.

Bederf en bewaring van werken in steen (Over-) U. 57/58: 47.

Bederf in hout, dat aan vocht is blootgesteld (Het voorkomen van -). U. 67/68: 88.

Bederf in steen te stuiten (Chemische middelen om den voortgang van het -). U. 59/60: 29.

Bedijking van de polders Waard en Groet (Aanteekeningen omtrent de -). N. 67/68: 78, 159.

Bedijkingen (Aanleggen van -) tot het droogmaken van landaan den zeekant of andere wateren. N. 48/49: 194, 209.

Beeldhouwkunst (Over de toepassing der -) in het gebruik van gebeeldhouwde versierselen in de bouwkunst. U. 1848 II: 40.

Beenzwart (Gas uit olie, verkregen bij de bereiding van -). N. 48/49: 181, 258.

Begrootingen van kosten bij 's Rijks en andere werken (Over de geheimhouding van -). N. 52/53: 62, 181.

Behangselpapier; carton cuir repoussť. N. 59/60: 104.

Beijeren (De vooruitgang in de werktuigelijke turfbereiding in -). U. 59/60: 53. Zie ook Turf.

Beijeren. Zie Bruggen en Spoorwegen.

Bekleeden van ijzeren schepen (Over den bouw en het -). U. 66/67: 69.

Bekleeding van gietijzer met koper of messing. U. 54/55: 165.

Bekleeding van ijzer met koper of messing. U. 54/55: 74.

Bekleeding van materialen, die aan de werking van zeewater zijn blootgesteld. U. 53/54: 123.

Bekleeding van telegraafdraden. Zie Telegraafdraden.

Bekleeding van stoompijpen (Over de). U. 61/62: 76.

Bekleedingen van zeedijken (Aanteekening over den bouw der -) en over den duindijk Sillon bij St. Malo. U. 61/62:22.

Bekleedingsmuren aan de haven en kaai van St. Laurent-les-Macon (Over de dikte der -). U. 1848 I: 3.

Bekleedingsmuren voor havens, kaaijen en natte grachten (Afmetingen en gedaante van -). N. 48/49: 192, 282.

Bekleedingsmuur (Bepaling der boven- en benedendikte van eenen -) door meting op de figuur. N, 60/61: 83.

Bekleedingsmuur van het fort Kijkduin aan den Helder in 1854 uit puin en mortel zamengesteld (Beschrijving van een-). V. 57/58: 80. Zie ook Kijkduin.

Bekleedingswerken der Westminster brug, te Londen (De ijzeren pijlers of-) U. 57/58: 97.

Belasting (Proef-) voor hangbruggen. U, 52/53: 96.

Belasting van het ijzer bij bruggen (Verslag omtrent de uiterste -). U. 66/67: 107.

Belastingsproeven (Mededeeling omtrent de wijze, waarop -) op een behoorlijk zamengesteld model moeten genomen worden, om uit hare uitkomsten eene beoordeeling van hetweÍrstandsvermogen van het voorwerp in zijne natuurlijke grootte te kunnen afleiden. U, 63/64: 89, 92.

BelgiŽ (Aanteekeningen, betreffende eenige belangrijke sluis- en havenwerken in -), Nederland, Frankrijk, Engeland en Duitschland. V. 60/61: 163.

BelgiŽ (Aanteekeningen betreffende sommige drooge dokken in-). Nederland, Frankrijk, Engeland en Duitschland. V. 60/61:176.

BelgiŽ (Administratieve bescheiden, betrekkelijk het ministerie van openbare werken in -). U. 1850 IX: 285,

BelgiŽ (Afschaffing van de tolgelden op de rijkswegen in -), U. 67/68: 45. Vergelijk N. 54/55: 193, 208.

BelgiŽ (Algemeene voorwaarden van orde en beheer voor alle aannemingen van werken en leveranciŽn betrekkelijk het materieel der militaire genie in -). U. 1850 VII: 94. Zie ook Tarief.

BelgiŽ (Algemeene voorwaarden voor de levering van bouw-stoffen en de uitvoering van werken, toepasselijk op alle aan-nemingen betrekkelijk de dienst van het materieel der militaire genie -) U 1850 VII: 118

BelgiŽ (Artesische putten in -). U. 1849 IV: 72.

BelgiŽ (Besproeijing in -). Memorie betrekkelijk een plan van ontginning der heide benoorden Antwerpen door middel van het water uit de Schelde. U. 51/52: 8.

BelgiŽ (Over de drainage in -), Frankrijk en Engeland U. 54/55: 58.

BelgiŽ(Over de getijstroomen op de kuststreek van-). U. 67/68: 83.

BelgiŽ. Zie Openbare Werken, Spoorwegen, Telegraaflijnen, Telegraafpalen, Wegen.

Bemaling door stoom in Engeland. U. 1849 IV: 95.

Bemaling door stoom van polders in uitgeveende gronden. N. 49/50: 9, 22, 28, 53.

Bemaling door wind en stoom (Nieuwe inrigting voor water-) N. 66/67: 258. Zie ook Pompmolen.

Bemaling van de polders Gooi, Schoonderloo en Beukelsdijk.

Het stoomwerktuig voor de bemaling der polders N. 47/48 :53. V. 1848 I: 37.

†† Tabellen van gedane waarnemingen omtrent de wateropbrengst van het stoomtuig van 16 Julij tot 18 December 1847. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 41.

Aanteekeningen omtrent de wateropbrengst van het werktuig van 23 Februarij tot 14 Maart 1850. N. 49/50:194, 203.

Beschouwingen omtrent de meer of min belangrijke wateropbrengst van de stoommachine. N. 48/49: 53. N. 50/51: 5, 20, 24, 37, 66, 127, 140, 158, 174. N. 51/52: 6.

Vergelijking van het theoretisch en het werkelijk vermogen van het stoomtuig. N. 50/51: 6, 24.

Sluiting van het scheprad tegen den opleider en tusschen de krimpmuren. N. 50/51: 127.

Benzine om papier doorschijnend te maken. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15.

Benzol voor het schoonmaken van vijlen. M.. 57/58: 29

Beproeving van stoomketels (Rapport aan de centrale commissie voor de stoomtuigen, over de antwoorden, die van verschillende commissiŽn van toezigt over de stoomvaart zijn ingekomen op de vragen, vervat in de ministeriŽle circulaire, dd. 15 Junij 1853, betrekkelijk de -). U. 56/57: 216.

Beproeving van stoomketels (De behandelingen -). U. 64/65: 25

Berekenen en afbakenen van de sporen op de stations der spoorwegen (Over het -). U 57/58: 62.

Bereiding en bewaring van hout tegen bederf.

†† Gebruik van terresin volgens Busse voor spoorwegdwarsliggers. U. 1848 I: 20, 30.

†† Gebruik van looistof en traan volgens Bourdon U. 1848 II: 17.

†† Bewaring door hermetische afsluiting der uiteinden volgens Hutin en Boutigny. U. 1849 V: 85.

Gebruik van parafline-vernis. N. 50/51: 34.

Verslag van proeven te Muiden in 1853, 1854 en 1855 genomen. N. 56/57: 35, 49.

†† Proeven, genomen met metaalverw van Claassen te Amsterdam. N. 56/57: 35, 87, 106

Algemeene beschouwingen. U. 54/55; 86.

†† Geschiedkundige en theoretische beschouwingen over de bewaring van hout. U. 55/56: 1.

Over de middelen ter bereiding van het hout tegen bederf. N. 52/53: G. V. 52/53: 20, 40. (IJzervitriool, kopervitriool, chloorzink, sublimaat, versteening door kunstmiddelen, creosoot.)

†† Iets over het met vocht (oplossingen van metaalzouten) doordringen van spoorwegdwarsliggers. U. 55/56: 123.

Verslag van de uitkomsten van door dr. Boucherie genomen proeven. U. 51/52: 50.

†† Het bereiden van hout tegen bederf volgens het stelsel van dr. Boucherie. V. 57/58: 65. U. 55/56: 7.

†† Verlenging van het octrooi van dr. Boucherie. M. 57/58 :11.

†† De bereiding voor spoorwegdwarsliggers volgens dr. Boucherie aanbevolen. N. 65/66: 130, 151.

Bereiding van telegraafpalen met kopervitriool volgens het patent van dr. Boucherie, in de werkplaatsen te. Hasselt en te Leuven in BelgiŽ 1850. V. 52/53: 33.

†† Bereiding van telegraafpalen met kopervitriool in Nederland en in BelgiŽ van 1850-1857. N. 56/57: 3, 10, 115 V. 57/58: 65.

†† Verslag omtrent de bereiding van palen voor de telegraaflijnen in BelgiŽ. U. 60/61 : 62.

†† Proefnemingen ter bewaring van telegraafpalen met koper-vitriool in Noorwegen. U. 59/60: 174

Ongunstige uitkomsten verkregen door met inpersing van kopervitriool bereid (beuken)hout bij bruggen in Frankrijk. U. 62/63: 11.

Gunstige uitkomsten verkregen met door sulphas cupri behandeld beukenhout. N. 65/66; 141.

†† Gebruik van ijzervitriool volgens prof. Apelt. M. 57/58: 1.

†† Bereiding van de palen voor de rijkstelegrafen in Pruissen met ijzervitriool en zwavelbarium in 1852. V. 52/53:40.

Gebruik van zwavelbarium en ijzervitriool en van chloorzink voor de telegraafpalen in Pruissen. U. 57/58: 153.

†† Gebruik van zwavelbarium en ijzervitriool en van creosoot bij den Keulen-Mindener spoorweg. V. 52/53: 28.

†† Gebruik van chloorzink bij de Hannoversche spoorwegen. V. 52/53 : 22.

†† Gebruik van chloorzink bij den Wittenberg-Maagdenburger spoorweg. V. 52/53: 27.

†† Gebruik van sublimaat te Londen. U. 54/55: 86.

Gebruik van waterglas volgens Bertram. M. 57/58: 5. Zie ook U. 54/55: 87.

†† Gebruik van creosoot volgens Bethell's patent. V. 52/53: 22.

Bereiding met creosoot. N. 51/52: 206. N. 52/53: 178, 189. U. 55/56: 9.

Gunstige uitkomsten in Engeland verkregen door creosotering van dwarsliggers. V. 52/53: 24, 26.

Gebruik van creosoot en brandighoutzuurijzer bij den Nederlandschen Rijnspoorweg. V. 52/53: 29, 31. Verkregen uitkomsten. N. 57/58: 56. V. 52/53: 32.

Bereiding van hout voor sluisdeuren met creosoot. Sluis te Zaandam. N. 58/59: 99, 108. Sluis te Monnikendam. N. 59/60: 42.

†† Over de hoedanigheden, welke de creosoothoudende oliŽn moeten bezitten om geschikt te zijn tot wering van bederf in hout. U. 64/65: 16.

Het voorkomen van bederf in hout, dat aan de vocht is blootgesteld, U. 67/68 : 88.

Gebruik van naphtaline. U. 51/52: 183.

Bewaring van hout door verkoling volgens Lapparent. U. 63/64: 17.

Model werkplaats te Parijs tot het bereiden van hout. U. 51/52: 190.

†† Fabriek te Feijenoord bij Rotterdam. N. 56/57: 114.

Fabriek van Hilliar tot het bereiden van hout met creosoot te Amsterdam. N. 56/57: 6, 20.

†† Fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam tot bereiding van hout. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Bergspoorweg in VirginiŽ. U. 59/60: 22.

Bergstroomen (Bevaarbaarmaken van diep ingesneden -). U. 65/66: 121.

Berlijn (Inrigting der koninklijke bouwakademie te -). U. 1850 VIII: 9.

Bermsloot van het kanaal van de Somme (Verbetering van een gedeelte der -) door middel van een baggervlot. U.52/53:60.

Besproeijing in BelgiŽ. Memorie betrekkelijk een plan van ontginning der heide benoorden Antwerpen door middel van het water uit de Schelde. U. 51/52: 8.

Besproeijing in ItaliŽ. (Uitgevoerde werken van bevloeijing, afwatering en -). Verbetering van de uitmondingen der rivieren in zee. U. 53/54: 77.

Statistieke mededeelingen omtrent den Tiber. U. 53/54: 77.

Werken van verbetering in de vallei van de Chiana in Toskane. U. 53/54: 78.

Droogmaking van de Maremmes en van de moerassen van Castiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

Besproeijing in ItaliŽ en Frankrijk (Over het tekeer gaan van overstroomingen en de wijze van -) in toepassing op Oost-IndiŽ. Reis van den hoofdingenieur de Bruyn, N. 61/62: 184, 206. V. 62/63; 60.

Besproeijing van openbare wegen en wandelingen te Parijs (Over de -). U. 59/60: 152.

Besproeijing van straten (Chemische -). M. 60/61: 2.

Besproeijingen in Egypte. U. 51/52: 144. Reis van Malezieux.

Aanmerkingen op de aanteekeningen van den ingenieur Malezieux door den inspecteur-generaal Devillers. U. 51/52: 194. Zie ook Bevloeijing en Irrigatie.

Besproeijingskanalen (Over de voordeeligste wijze om droogleggings- en -). aan te leggen. U. 66/67: 27.

Bestraten van publieke wegen (Het -). M. 57/58: 18.

Bestrating in Engeland. U. 1850 IX: 143. Reis van Malezieux.

Bestrating in Londen. U. 52)53: 28.

Bestrating in Londen en in Parijs (Berigt over de kei- en mac-adam-). 51/52: 58.

Bestrating in Londen met graniet, in verschillende rigting op de as van den weg. U. 51/52: 198.

Bestrating met gegoten ijzeren blokken. U. 55/56: 154.

Bestrating te Amsterdam (Over de hoofdoorzaak der knippen en kuilen in de -) N. 49/50: 8, 18, 40, 149, 170.

Bestrating van de Koningsbrug te Rotterdam. N. 60/61; 46, 91.

Bestratingen (Geraaswerende -). Van hout en steen. U. 1848 II: 99. U. 1848 III: 40.

Met beton en asphalt te Parijs. M 58/59. 11.

Beton (Gebruik van -) bij den vestingbouw. N. 68/69: 82.

Beton (Gebruik van ijzer en ijzerslakken bij de bereiding van-). N. 68/69: 209, 211. Vergelijk U. 54/55: 48, 70, 71.

Beton (Over de menging van metselspecie en -). N. 52/53: 92.

Beton (Over het gebruik van gegoten en zamengeperste -). U. 56/57: 191.

Beton agglomerť van Coignet. N. 65/66: 25. U. 67/68: 94. M. 56/57: 6. Zie ook N. 68/69: 82.

Genomen proeven. N. 65/66: 88.

Onderzoek naar de betrekkelijke sterkte. N. 65/66: 132.

Onderzoek naar de waterdigtheid. N. 65/66: 187.

Betonmenger, concrete-mixer, van Messaut. N. 68/69: 208, 211.

Betonstorting met cement van Goenong Saharie. N. 53/54: 4, 66. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Betonstortingen (Werktuig van SesquiŤres voor-). U. 54/55: 36.

Beukelsdijk (Stoombemaling van de polders Gooi, Schoonderloo en -).

†† Het stoomtuig voor de bemaling der polders. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 37.

†† Tabellen van gedane waarnemingen omtrent de wateropbrengst van het stoomtuig van 16 Julij tot 18 December 1847. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 41.

Aanteekeningen omtrent de wateropbrengst van het werktuig van 23 Februari) tot 14 Maart 1850. N. 49/50: 194, 203.

†† Beschouwingen omtrent de meer of min belangrijke wateropbrengst van de stoommachine. N. 48/49: 53. N. 50/51: 5, 20, 24, 37, 66, 127, 140, 158, 174. N. 51/52: 6.

Vergelijking; van het theoretisch en het werkelijk vermogen van het stoomtuig. N. 50/51: 6, 24.

Sluiting van het scheprad tegen den opleider en tusschen de krimpmuren. N. 50/51: 127

Beukenhout in funderingen (Bederf van -).

De Hanepraaisluis te Gouda en de toren te Dordrecht. N. 57/58: 61. V. 58/59: 26.

Brug over de Epte te Gisors en kaai van Carthago in Frankrijk. M. 58/59: 9.

Beukenhout in funderingen van de dok- en sluiswerken te Antwerpen gebezigd. N. 59/60: 99.

Beukenhout. Zie Bereiding en bewaring van hout tegen bederf.

Bevaarbaarmaken van diep ingesneden bergstroomen. U. 65/66: 121.

Beveiliging van hout, touw en lijnwaad tegen verrotting. U. 1848 II: 17.

Beveiliging van hout voor brand. U. 58/59: 121.

Beveiliging van ijzeren schepen tegen gevaar op zee. U. 67/68: 96.

Beveiliging van schilderijen tegen vocht. U. 55/56: 93.

Bevestigen van ijzer in metselwerk (Nadeel van het -) door middel van zwavel. M. 57/58: 9.

Bevloeijing in BelgiŽ (Memorie betrekkelijk een plan van ontginning der heide benoorden Antwerpen door middel van het water uit de Schelde.) U. 51/52: 8.

Bevloeijing in Frankrijk en Noord-ItaliŽ (Over het te keer gaan van overstroomingen en de wijze van -) in toepassing op Oost-IndiŽ. Reis van den hoofdingenieur de Bruyn. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60

Bevloeijing in ItaliŽ (Uitgevoerde werken van afwatering, be-sproeijing en -). Verbetering van de uitmondingen der rivieren in zee. U. 53/54: 76.

†† Statistieke mededeelingen omtrent den Tiber. U. 53/54: 77.

Werken van verbetering in de vallei van de Chiana in Toskane. U. 53/54, 78.

Droogmaking van de Maremmes en van de moerassen van Gastiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

†† Bevloeijingen in Egypte. U. 51/52: 154. Reis van Malezieux.

Aanmerkingen op de aanteekeningen van den ingenieur Male-zieux door den inspecteur-generaal Devilliers. U. 51/52:194.

Bevloeijingen in, ItaliŽ (Waterwerken. Droogmakingen, ophoogingen of grondaanspoelingen en -). U. 67/68: 25. Zie ook Besproeijing en Irrigatie.

Bevolking en straatlengte van Londen in 4849. U. 1850 VIII: 136.

Bewaring van hout tegen den paalworm. Zie Hout.

Bewaring van ijzer tegen roest door cyankalium, chloorkalium en asphalt. U. 64/65: 24.

Bewaring van ijzer tegen roest door lood en tin. U 54/55: 63. Bewaring van ijzer tegen roest door was en benzine. M 61/62 :16. Bewaring van werken in steen (Over het bederf en de -). U. 57/58: 47. Zie ook Steen.

Beweegkracht (Dynamisch equivalent van stroomende elektriciteit en vaste schaal van -). U. 1850 IX: 277. Zie ook U 1850 IX: 275.

Beweegkracht (Proeven omtrent het gebruik van het elektromagnetismus tot overbrenging van -). U. 51/52: 488. Zie ook U. 4850 IX: 275, 277.

Beweegkracht door stoomwagens (Stelsel van -), toepasselijk op hellende vlakken. U. 52/53: 23.

Bewegen van groote lasten (over de aanwending van waterdruk tot het -). U. 57/58: 95.

Beweging van het water in rivieren (Over de -). U. 68/69: 83, 93.

Beweging (De warmte als eene soort van -). U. 64/65: 29.

Beweging (Elektriciteit en warmte als middelen van -) U. 1850 IX: 275.

Beweging (Over eene toepassing van de eigenschappen der wig, ten einde het overbrengen der -) in werktuigen te verbeteren.U. 54/55: 49.

Beweging (Overbrenging van -) op groote afstanden door middel van kabels van ijzerdraad, volgens Hirn. 11.59/60:403.M. 61/62 : 4 , 7.

Over den invloed, welke de grootte van de snelheid der beweging op de spanning van het koord en op den vorm, dien het aanneemt, uitoefent. N. 61/62: 159.

Proefnemingen omtrent het arbeidsverlies. U. 61/62 : 114. Zie ook U 61/62: 121.

Beweging van schepen (Uittreksel uit een onderzoek aangaande denweÍrstand van het water tegen de -). U. 64/62: 89.

Beweging van stroomend water (De nieuwe theorie der -). U. 67/68 : 59.

Beweging van water (Over nieuwe formulen ter oplossing van vraagstukken, betrekkelijk de -). U. 1850 IX: 252.

Beweging van water in opene kanalen). Verslag aan de Fran-sche akademie van wetenschappen van eene verhandeling van Bazin omtrent de -). U. 66/67: 92.

Vergelijking der formulen van Darcy en Bazin en van Prony, met eenige waarnemingen in de maanden Februarij en Maart 1867 gedaan in de Cothergrift. N. 66/67: 259, 307.

Beweging van water in poreuze gronden (Over de -). U. 59/60: 77.

Beweging van water in rivieren (Over de -). U. 68/69 : 83 , 93.

Bewegingen der aardkorst (Proeven van d'Abbadie om de -) na te gaan. N 53/54: 71, 90.

Bewerking (De draaijers-kunst en werktuigelijke -). U. 51/52:138.

Bewoonbaarheid van nieuwe gebouwen (Middel ter beoordeling van de -). U. 66/67: 21.

Bintang en Banka (Houtsoorten van de eilanden -). N. 53/54: 105, 111, 112.

Birkenhead (Haven te -). U. 1850 IX: 159. Reis van Malezieux.

Blackhill-kanaal (Hellend vlak op het -). U. 52/53: 25.

Blik (Onderzoek naar de dikte van eenige soorten van -), zooals zij in den handel voorkomen. N. 66/67: 73, 190

Bliksemafleider (Stroo als -). N. 58/59: 84.

Bliksemafleiders (Over de inrigting van -). N. 58/59: 26 34, 51.

Bliksemafleiders (Over de zamenstelling van-). U, 63/64: 51.

Bliksemafleiders (Over de zamenstelling en de werking van-). U. 61/62: 110.

Bliksemafleiders voor telegraaflijnen (Over -). U. 54/55:42.

Bliksemafleiders voor de Oostenrijksche telegraaflijnen (Zamenstelling der -). U. 54/55; 99. Zie ook Telegraaflijnen.

Blinden (Shepherd's zelfsluitende -). U. 1850 IX: 74.

Blockland (De droogmaking van het -) in het gebied der vrije Hansestadt Bremen. U. 67/68:48. Zie ook N. 67/68: 76,149 ,216.

Blokstoelen voor spoorstaven van Reed. N. 52/53: 94.

Bluschkardoezen van Spruyt en Comp. te Rotterdam (Brand-). N. 63/64: 206, 248. N. 64/65: 5.

Bodem van het Nieuwe Diep (Over den -). N. 59/60: 177,200.

Bodem van Nederland (De kennis van den -) voor den ingenieur en bouwkundige aanbevolen. N. 59/60: 7.

Boei (Geluidgevende ijzeren baak en redding-) van van der Loo. N. 60/61: 89.

Boei of zeebaken (Over eene verbeterde drijvende-).van Trajano de Carvalho. U. 58/59: 94. Zie ook U. 56/57: 16.

Boeijen (Over de zamenstelling van zeebakens,-) enz. LI. 56/57 ; 16. Zie ook U. 58/59: 94.

Boeijen van Peacock. M. 57/58: 19, 25.

Boeken (Banden voor kantoor-) van Arnold. U. 55/56: ,124.

Boekwerken (Naamlijst van -) uitgegeven in 1847. U, 1848 I: 65.

Boekwerken (Nieuw uitgekomene -) in Duitschland in 1849 en 1850. U. 1849 V: 133. U. 1849 VI: 109. U. 1850 VII: 190. U. 1850 VIII: 150.

Boekwerken (Nieuw uitgekomene -) in Engeland van 1848 tot 1850. U. 1848 II: 152. U. 1848 III: 125. U. 1849 IV: 119. U. 1849 V: 128. U. 1849 VI: 108. U. 1850 VII: 187. U. 1850 VIII: 145.

Boekwerken (Nieuw uitgekomene -) in Frankrijk in 1849 en 1850. U. 1849 VI: 96. U. 1850 VII; 182. U. 1850 VIII: 140.

Boekwerken (Nieuw uitgekomene -) in Nederland van 1848 tot 1850. U. 1848 I: 62. U. .1848 II: 150. U. 1848 III: 122. U. 1849 IV: 118. U 1849 V: 124. U. 1849 VI: 95. U. 1850 VII: 180.U 1850 VIII: 137.

Boekwerken (Lijst van Amerikaansche -) van D. Appleton & Ce. en John Wiley te New-York. N. 54/55: 10, 26.

Boekwerken (Lijst van Amerikaansche -) van F. Muller te Amsterdam. N. 54/55: 40. Zie ook Catalogus.

Boezem- en poldersluizen (Ontwerp tot verdediging van -). N. 56/57: 83, 103.

Bogen (Iets over de scheve -). U. 53/54: 115. Zie ook U. 52/53; 19. U. 54/55: 147.

Bogen van gegoten, ijzeren bruggen (Opmerkingen omtrent de verdeeling der drukking in de dwarsdoorsnede der-). U.54/55: 156.

Bogten in spoorwegen (Iets over de hellingen en over den straal der -). U. 54/55: 38.

Bogten met kleinen straal in spoorwegen (Iets over -). U. 57/58: 124

Bok (Mededeeling betrekkelijk eenen ijzeren mast- of ketel-) door stoom gedreven. N. 67/68: 47, 68, 75

Boog (Nota omtrent den bouw van een zeer platten proef-). U. 68/69: 42.

Boog (Over den wrijvings-)- U. 1849 VI: 53.

Boogbrug over de Begaloe, afdeeling Ledok, residentie Bagelen (Verslag van den bouw eener steenen -). V. 67/68: 13. N. 66/67: 324.

Boomen (Gebruik van levende -) ter bevestiging van telegraafdraden. U. 56/57 : 197.

†† In Oost-IndiŽ. N. 56/57: 102. N. 57/58: 177, 188. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

In Pruissen. U. 59/60: 165.

Boomen (Linden, de voordeeligste -) op Hollandsehen bodem. N. 48/49: 58.

Boomen (Over den juisten tijd om -) te vellen. U. 64/65: 23 Zie ook Veltijd.

Boormachine van Harvey te Glasgow. U. 54/55: 84.

Boormachine (Cilinder-). U. 1848 I: 39.

Boormachine (Cilinder-) in de werkplaatsen van den Hollandschen spoorweg te Haarlem in gebruik. V. 1849 III: 25.

Boorwerktuig om rotsen te doorboren. U. 52/53: 76.

Boorwerktuigen (Proefnemingen omtrent -), U. 61/62: 23.

Booten (Bouwen van -) volgens Astley en Stevens. U. 53/54: 65. Zie ook Scheepsbouw,

Booten (Rader- en schroef-), U 55/56: 81.

Booten te water te laten (Toestel van Ball om scheeps-). U. 52/53: 51.

Booten van getah-pertja. U. 1848 III: 99.

Bordeaux (Peristyle van het theater te -). N. 48/49: 10. 35.

Bordpapier voor dakbedekking (Gecementeerd -) van Wiggert. N. 55/56: 108, 126.

Bordpapier voor dakbedekking van Moll, Prospectus. N. 61/62: 185, 236.

Bordpapier voor dakbedekking van Stalling en Ziem te Breslau. N. 57/58: 8, 38.

Boren van gaten in palen voor rijswerken (Werktuig tot het-). U. 55/56: 49.

Boring (Over de put-) te Goes. N. 68/69: 23.

Geaardheid van den bodem. N. 64/65: 157, 165

Boringen (Artesische put-) te Rembang en Grissťe in Oost-IndiŽ. N. 60/61: 137, 159, 162.

Boringen (Over eenige put-) in Nederland. V. 1850 VI: 3.

Opmerkingen over de stukken, betrekkelijk eenige putboringen in Nederland. N. 50/51: 92, 100, 162.

Boringen (Toestel ter bewaring van de resultaten van grond-). N. 67/68: 329.

Boringen (Toestel van Kind voor grond-). U. 54/55: 153.

Boringen (Verbetering in de inrigting van onderdeden van de werktuigen in gebruik bij diepe of artesische put-). N. 67/68: 208, 308.

Boringen (Vorderingen gedurende de laatste jaren in het vak der grond-) gemaakt. Beschrijving der in gebruik zijnde vrije-valstelsels. N. 67/68: 329, 353. Zie ook Artesische putboring.

Borneo (Bruinkool van -). N. 59/60: 65.

Borneo (Productie der steenkolenmijnen op -) in 1854. M. 57/58: 15.

Borneo (Steenkolen van -). N. 52/53: 95. 124.

Boschwegen op Java in 1854. M. 57/58: 15.

Botsingen op spoorwegen (Toestel van Caly Cazalat om -) te voorkomen. U, 54/55. 14.

Botsingen van spoortreinen (Toestel van Curtis om -) te voorkomen. M. 57/58: 2. Zie ook Spoortreinen en Spoorwegen.

Bouten (Over de klink-). U. 51/52: 152.

Bouten, dienende tot bevestiging van scheepskoper (Over de-). N. 64/65: 94. Zie ook Scheepskoper.

Bouw (Vuurproef-) en vuurproefbouwstoffen. U. 67/68: 40.

Bouw der bekleedingen van zeedijken (Aanteekening over den-) en over den duindijk Sillon bij St. Malo. U. 61/62: 22.

Bouw der pijlers en bijbehoorende werken voor de twee draai-bruggen met vast gedeelte over het Noord-Hollandsch Kanaal in den spoorweg van Nieuwediep naar Amsterdam. (Beschrijving van den -). N. 68/69: 70, 114. V. 68/69: 24.

Bouw der pijlers van de ijzeren spoorwegbrug over de Maas nabij Dordrecht (Mededeeling omtrent den -). N. 68/69: 244, 277.

Bouw des oostelijken oevermuurs van het kanaal ęDella MadonnaĽ te VenetiŽ met Santorinaarde. U. 52/53: 36.

Bouw eener steenen boogbrug over de Begaloe (Verslag over den -), afd. Ledok, residentie Bagelen. N. 66/67: 324. V. 67/68: 13.

Bouw van bruggen (Snelle -). U. 62/63: 24.

Bouw van de plaatijzeren draaibrug over het Papenburger Kanaal in den spoorweg van OsnabrŁck naar Embden (Aanteekeningen over den -). U. 59/60: 20.

Bouw van een zeer platten proefboog (Nota omtrent den -). U. 68/69: 42.

Bouw van ijzeren schepen (Over het bekleeden on den -). U. 66/67: 69. Zie ook Scheepsbouw.

Bouw van ijzeren spoorwegbruggen (Mededeeling van theorien en beschouwingen over den -). N. 60/61: 8, 37, 42. V. 60/61: 59. Bijvoegsel tot de theorien en beschouwingen. N. 61/62: 46. V. 62/63: 1.

Bouw van oorlogschepen (Over de vereeniging van hout en metaal, toegepast in den -). U. 66/67: 68. Zie ook Scheepsbouw.

Bouw van schoollokalen (Prijsvraag van het -Nederlandsen Onderwijzersgenootschap, betreffende de inrigting en den-). N. 64/65: 212, 230.

Bouwakademie te Berlijn (Ônrigting der Koninklijke -). U. 1850 VIII: 9.

Bouwen in Londen (De nieuwe verordeningen omtrent het -). U. 56/57: 34.

Bouwen in Oost-IndiŽ. N. 56/57: 135, 145. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Bouwen in zee (Over het gebruik van verschillende mortels bij het -). U. 52/53: 57.

Bouwen met Pisť-cement op het eiland Banka (Beschrijving van het -). N. 53/54: 24, 56.

Bouwen met Santorin-mortel (Iets omtrent het -). U. 1848 II: 85. Zie ook U. 52/53: 36.

Bouwen onder water met holle massaas baksteen volgens Moffat. U. 66/67: 25.

Bouwen van booten volgens Astley en Stevens. U. 53/54-: 64. Zie ook Scheepsbouw.

Bouwen van bruggen op steenen cilinders in Britsch-IndiŽ (Het -). U. 58/59: 155.

Bouwen van eenen keermuur aan zee in de nabijheid van Algiers (Aanteekening betrekkelijk het -). U. 62/63: 101.

Bouwen van ijzeren schepen (Over het -) en over de duurzaamheid van ijzer. U. 52/53: 66. Zie ook Scheepsbouw.

Bouwen van ingegoten bazaltmuren (Over het -), gemaakt bij de sluiswerken, tot afsluiting van den IJssel, boven Gouda. N. 56/57: 137, 164.

Bouwen van kazernen, beschouwd in betrekking tot de gezondheidsleer (Over het -). U. 58/59: 110.

Bouwen van onderzeesche funderingen volgens Pontez. U. 53/54: 34. Zie ook Fundering.

Bouwen van woonhuizen in Zweden (Over het-). U 51/52:160.

Bouwkunde (Over de toepassing der beeldhouwkunst en het gebruik van gebeeldhouwde versierselen in de -). U, 1848 II: 40.

Bouwkunde (Over het natuurlijk stelsel van -). U. 1848 I: 55. Handelingen der Maatschappij van Kunsten te Londen.

Bouwkundige kennis noodzakelijk voor iedereen. U. 56/57: 200.

Bouwkundige schetsen en ontwerpen (Album van-). N. 65/66: 241. Aanbevolen door den President.

Bouwkundigen (Koninklijk Instituut van Britsche -). Prijsvragen. U 1848 II: 140. Handelingen van het Instituut.

Bouwkundigen (Over het honorarium van de -) voor hunne werken. U. 59/60: 74 Zie ook Architekt.

Bouwkunst (Bepaling van de schoone -), N. 49/50: 197,225.

Bouwkunst (Maatschappij tot bevordering der -),

Prijsvragen voor 1848. N. 48/49: 115.

Prijsvragen voor 1849. N. 49/50: 93.

Prijsvragen voor 1850. N. 50/51: 4, 13.

Prijsvragen voor 1851. N. 51/52: 25, 41.

Prijsvragen voor 1854, N. 54/55: 39, 67

Prijsvragen voor 1855. N. 55/56: 42, 56.

Prijsvragen voor 1857, N. 57/58: 58. M. 57/58: 23.

Prijsvragen voor 1859. N. 59/60: 9.

Prijsvragen voor 1860. N. 60/61: 91, 107.

Prijsvragen voor 1861. N. 61/62: 9.

Prijsvragen voor 1863. N. 63/64: 7, 18, 84, 123.

Buitengewone prijsvraag. N. 63/64: 84, 126.

Prijsvragen voor 1864. N, 64/65: 6, 74.

Prijsvragen voor 1865. N. 65/66: 25, 62.

Ter behandeling voorgestelde wetenschappelijke vragen in de algemeene bijeenkomst van Junij 1854. N. 53/54: 74, 101.

Junij 1855. N. 54/55: 78.

Junij 1857. N. 56/57: 88, 108.

Junij 1858. N. 57/58: 28.

Junij 1868. N. 67/68: 78. 160.

Adres aan den minister van binnenlandsche zaken betrekkelijk het wetsontwerp tot regeling van het onderwijs in de Beeldende Kunsten N. 68/69: 243. 262.

Bouwkunst (Over het mythische en conventionele in de schoone -), bij het verschil tusschen klassische en romantische stijlen. N. 55/56: 41, 96, 106. V. 56/57; 49.

Bouwkunst (Verdeeling van druk. Bijdrage tot de statica der -. N. 50/51: 157. U 51/52: 41, 127.

Bouwkunst in IndiŽ (Buddhistische -). U. 1848 II: 138. Handelingen van het Instituut van Britsche bouwkundigen.

Bouwkunst in Nederland (Bewaring en beschrijving van gedenkstukken der -). N. 49/50: 243, 258, N. 51/52: 6, 12, 93. N. 56/57: 37. zie ook Kunst (Vaderlandsche).

Bouwkunst op het eiland Banka (Iets over de -). N. 53/54: 24, 56.

Bouwmaterialen (Tentoonstelling van -) te Amsterdam in Augustus 1858. N. 53/54, 3, 11. Programma.

Bouwmaterialen (Werktuig tot het ophijschen van -), dat tevens tot redding bij brand kan aangewend worden. U 1848 I: 61.

Bouwmaterialen, bij de zamenstelling van gegoten en geslagen ijzeren bruggen in gebruik (Sterkte van -). U. 1848 II: 142. U. 1848 III: 110. U 1849 V: 107. Handelingen van de koninklijk Schotsche maatschappij van Kunsten.

Bouwmaterialen, die aan de werking van zeewater zijn blootgesteld (Bekleeding of bedekking van -), U. 53/54: 423. Zie ook Bouwstoffen.

Bouwmiddelen en wijze van uitvoering bij de genie-werken op Java; met eene beschrijving van de zamenstelling en inrigting der gebouwen binnen de vesting Willem I. N, 51/52; 98,150. V. 51/53: 54.

Bouwornamenten (Fabriek van baksteenen -) van Westerouen van Meeteren en van Vloten te Utrecht, N. 60/61: 137, 159.Berigt.

Bouwsteen (Roode -) van den Main. N. 51/52: 166, 172.

Bouwsteen van den Main en van den Neckar. N. 48/49: 806, 347.

Bouwsteenen (Proeven omtrent de uitzetting en zamentrekking van -), door afwisseling van temperatuur veroorzaakt. U. 48/49 VI: 47. Zie ook Baksteen, Hardsteen, Metselsteen , Steen en Steenen

Bouwstijlen welke men onder de romantische rangschikt en redenen, welke tot die rangschikking aanleiding geven. N. 55/56 : 41, 96, 106, V. 50/57: 49.

Bouwstoffen (Algemeene voorwaarden voor de levering van-) en de uitvoering van werken, toepasselijk op alle aannemingen betrekkelijk de dienst van het materieel der militaire genie in BelgiŽ. U. 1850. VII: 118.

Bouwstoffen (Etablissement van D. Kirkaldy te Londen om denweÍrstand van metalen en andere -) te beproeven. U. 63/64: 74. N. 68/69: 240

Bouwstoffen (Voorstellen tot het zamenstellen eener prijslijst van -) en werkloonen in Nederland. N. 48/49: 144. N. 49/50: 94. N. 56/57: 44, 83. Zie ook Arbeidsloonen en Tarief.

Bouwstoffen (Vuurproefbouw en vuurproef-). U. 67/68. 40.

Bouwstoffen in Limburg. (Nota betrekkelijk de -). N. 50/51: 37, 80, 160, 186, 187. N. 51/52: 180.

Bouwstoffen op Java. N. 50/51: 33, 41. Zie ook Bouwmaterialen.

Bouwvallen in Babylonie (Twee merkwaardige -). (U. 52/53. 35.

Bouwvallen van Baalbek (De -). U, 58/59: 120

Bouwwerken (Gesmolten bazalt voor -) in versieringen. U. 54/55: 74.

Bouwwerken in spoorwegen (Aanwending van ijzer voor -). U. 1850 VIII: 95. U. 1850 IX: 1.

Bovenkerkerpolder (Beschrijving van den -) N. 52/53:92. V. 53/54: 54.

Brand (Middelen om onderaardschen -) te bestrijden. U. 54/55: 60.

Brand (Werktuig tot redding bij -). U. 1848 I: 61.

Brand door glazen dakpannen (Gevaar van -). M, 58/59: 22.

Brand en brandvrije gebouwen. U. 53/54: 38. U. 56/57: 147. Zie ook Vuurproefbouw,

Brandbluschkardoezen van Spruyt & Co. te Rotterdam. N. 63/64: 206, 248. N. 64/65: 5.

Brandemmers van getah-pertja. N. 47/48: 40.

Branden in Londen in 1855. U. 56/57: 141.

Brandsignaal van Userman. N. 60/61: 88.

Brandspuiten (Proeven met stoom-) te Rotterdam genomen. N. 64/65. 94.

Brandstof (Over de besparing van -), of vertoog over de voornaamste gebruikelijke of voorgestelde middelen om op eene zuinige wijze den tot beweegkracht dienenden stoom over te brengen en te bezigen. U. 58/59: 10.

Brandstof (Turfkool als -). M. 56/57: 6. Zie ook Turf.

Brandstof-fabrikaadje (Machinale -) N. 49/50: 9. 23.

Brandstoffen (Geperste -). Blokkolen, Briquettes. M. 61/62: 13. Zie ook Kolentegels.

Brandstoffen voor locomotieven. M. 61/62: 13. Zie ook Locomotieven.

Brandvrije gebouwen (Zamenstelling van -). U. 53/54: 38. U. 56/57: 147. Zie ook Vuurproefbouw.

Brandwaarborgmaatschappij ęArchimedesĽ te Delft (Oprigting der -). N. 48/49: 256. Kennisgeving.

Breekwater van Portland-eiland. U. 1850 VIII: 87. Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. Zie ook U. 53/54: 48.

Breekwaters (Voorgestelde constructie van -) volgens Ch. Burn. N. 58/59: 87.

Breekwaters met loodregte zijden (Over -). U. 1850 IX: 18. Zie ook Golfbreker en Zeebreker.

Bremen (De droogmaking van het Blockland in het gebied der vrije Hansestad -). U. 67/68: 48. Zie ook N. 67/68: 76,149, 216.

Bremerhaven en GeestemŁnde (Haven te -). Technische mededeelingen. U. 56/57: 45, 113. IJzeren sluisdeuren. U. 66/67: 80 Sluiswerken. N. 50/51: 94. V. 51/52; 1.

Brieven (Toestel om -) met groote snelheid te vervoeren. Luchtpost. U. 54/55: 14.

Bristol (Haven te -). U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Bristol (Verbetering in de afwatering en reiniging van U. 1848 I: 50. Handelingen van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen.

Britsch-Indie. Zie Indie.

Britannia-kokerbrug. Zie Brug.

Broeikassen (Holle baksteenen voor verwarmingsbuizen in-). U 52/53: 36.

Brood (Stoom gebezigd tot het bakken van -). U. 1849 VI: 6.

Broodbakovens, die met steenkolen gestookt worden (Voorschrift in BelgiŽ, betrekkelijk het gebruik van -). N. 49/50: 18,31.

Broodbakovens in Frankrijk. Verschillende stelsels, die onderzocht zijn. N. 49/50: 93, 105. Nieuwste inrigtingen. U. 1849 IV: 3.

Broodbakovens in het kasteel van Antwerpen. N. 55/56: 62, 71, 96.

Brug (Bascule-) te Utrecht. N. 63/64: 82.

Brug (Beweegbare spoorweg-) over de Leven. U. 55/56: 52.

Brug (De schip-) over den Liimfjord bij Aalborg in Denemarken. N. 66/67: 10: 23. V. 67/68: 78.

Brug (Draai-) over het Noord-Hollandsch kanaal te Alkmaar, Vernieuwing der brug. N. 54/55. 11, 31. V. 54/55: 79.

Brug (Hang-) de l'hŰtel Dieu over de RhŰne te Lyon. Herstellingswerken. U. 53/54: 44.

Brug (Hang-) over de Dnieper te Kieff. N. 49/50: 197, 211. N 50/51: 5. U. 1850 IX: 68.

Brug (Hang-) over den Donau te Pesth. Werktuig tot het opbrengen van den hoofdketting gebezigd. N. 57/58: 56, 72.

Brug (Hang-) over de Saone te Lyon, U. 52/53: 47.

Brug (Houten spoorweg-) over de Elbe bij Wittenberg, volgens het stelsel van Howe. U. 51/52: 189. Zie ook U. 51/52: 146.

Brug (Houten spoorweg-) over de Genessee in Noord-Amerika. U. 52/53: 76.

Brug (IJzeren -) over de Murg te Rastatt. U. 62/63: 1.

Brug (IJzeren boog-) over de Newa te St. Petersburg. N: 50/51. 93, 116.

Brug (lJzeren boog-) St. Louis, over de Seine te Parijs. U. 66/67: 69.

Brug (IJzeren draai-) over de Oude Haven te Rotterdam. De Koningsbrug. Beschrijving van de brug. N. 60/61: 5, 46. V. 61/62: 20. Bestrating der brug. N. 60/61: 46, 91.

Brug (IJzeren draai-) over de Penfeld te Brest. U. 65/66: 131. M. 56/57: 8. M. 61/62: 6.

Brug (IJzeren draai-) over de Rupel, volgens het stelsel van Neville. N. 53/54: 5. U. 53/54: 17.

Zaag, gebezigd bij het afzagen onder water van de koppen der funderingspalen. U. 54/55: 37.

Brug (IJzeren draai-) over de voorhaven van de zeedoksluis te Willemsoord. V. 66/67 I: 38. Berekening van de afmetingen van de liggers der dubbele draaibrug. N. 61/62: 185, 207.

Brug (IJzeren ophaal-) over bet kanaal van Luik naar Maastricht, te Maastricht. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 17.

Brug (IJzeren spoorweg-) en viaduct over de Saane, bij Freiburg. U. 62/63: 43.

Brug (IJzeren spoorweg-) over den IJssel bij Westervoort. N. 55/56: 17, 18. V. 56/57: 4. Invloed van de brug op den afvoer van het ijs. N. 55/56. 4, 16, 61, 71. V. 56/57: 1.

Brug (IJzeren spoorweg-) over den Rijn te Coblenz. N. 61/62: 87.

Brug (IJzeren spoorweg-) over den Rijn te Kehl. Stelsel van fundering der pijlers. N. 59/60: 44. Bouw der pijlers. M. 58/59: 18.

Brug (IJzeren spoorweg-) over den Rijn te Keulen. Uitnoodiging tot het inzenden van ontwerpen. U. 1850 IX: 83. Ontwerpen voor de brug. N. 50/51. 132. U. 1850 IX: 215.

Brug (IJzeren spoorweg-) over den Rijn te Maintz volgens het stelsel van von Pauli. Subsidie voor den bouw verleend. M. 57/58: 23. Beschouwingen over het stelsel van von Pauli. N. 61/62: 83, 89, 108, 126. Beproeving der brug. N. 62/63:212. U. 62/63: 49.

Brug (IJzeren spoorweg-) over de Soane in den East Indian-spoorweg. M. 57/58: 6.

Brug (IJzeren spoorweg-) over de Theems te Londen. Charing-Crossbrug. U. 65/66: 30.

Brug (Uzeren spoorweg-) over de Trent. U. 64/65: 24.

Brug (IJzeren spoorweg-) over de Tyne te Newcastle. U. 1848 II:147. Handelingen van do Koninklijk Schotsche maatschappij van Kunsten. U. 1849 VI: 63.

Brug (IJzeren spoorweg-) te Crumlin in den spoorweg van New-Port naar Hereford U. 59/60: 70.

Brug (IJzeren spoorweg-) te Malahide in Ierland U. 62/63: 46.

Brug (IJzeren spoorweg-draai-) over de Mark. N. 55/56: 40,51. V. 55/56: 200

Brug (IJzeren spoorweg-draai-) over het Papenburger kanaal in den spoorweg van Osnabruck naar Embden, Aanteekeningen over den bouw. U, 59/60: 20.

Brug (IJzeren spoorweg-koker -) in den Grand Trunck spoorweg over St- Lawrence bij Montreal in Noord-Amerika. De Victoria-brug. U. 58/59: 192. M. 57/58: 6.

Brug (IJzeren spoorweg-koker-) over de Conway. U. 1848 III: 97, 115. U. 1849 V: 107.

Handelingen der koninklijk Schotsche maatschappij van kunsten. U. 1850 VIII: 84.

Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. Beproeving der brug. U. 1848 I: 13.

Vlotten der brug, U. 1848 II: 11,

Jacquardís doorslagmachine ten dienste van de zamenstelling van den bovenbouw. U. 1848 I: 40.

Brug (IJzeren spoorweg-koker-) over de straat van Menai. De Britanniabrug. U. 1848 III: 97. U. 1849 VI: 37. U. 1848 III: 115 en U. 1849 V: 107.

Handelingen der koninklijk Schot-sche maatschappij van kunsten. U. 1850 VIII: 84.

Verslag van W. Cubitt bij de opening van bet Instituut van ingenieurs te Londen. Ongeval bij het ligten van den koker. U. 1849 VI: 48.

Ligting van den koker. U. 1850 VII: 92.

Opening van de brug. U. 1850 IX: 81, 216.

Gedenkpenning. N. 52/53: 134.

Brug (IJzeren spoorweg-koker-hang-) over de Wye bij Chepstow den spoorweg van Zuid-Wales. U 51/52: 208. U. 52/53: 2, 17. U. 53/54. 17.

Brug (IJzeren spoorweg-kraan-) over de Mark te Breda. Springen van liggers. N. 63/64: 9.

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) over de Maas te Maastricht. V. 58/59: 1.

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) over de Neitze. U. 1848 II: 3.

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) over de Nogat bij Marienburg. V. 56/57: 29. U. 51/52: 32: 176.

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) over de Weichsel bij Dirschau. V. 56/57: 29. U. 51/52: 32/176,

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) over de Weichsel bij Warschau. M. 59/60: 9.

Brug (IJzeren spoorweg-tralie-) van BŲrsig. U. 1848 II: 10. Afbeelding.

Brug (Ketting-) de l'hŰtel Dieu over de RhŲne te Lyon. Herstellingswerken. U. 53/54: 44.

Brug (Ketting-) over de Dnieper te Kieff. N. 49/50: 197, 211, N.50/51: 5. U. 1850 IX: 68.

Brug (Ketting-) over de SaŰne te Lyon. U. 52/53: 47.

Brug (Ketting-) over den Donau te Pesth. Werktuig tot het opbrengen van den hoofdketting gebezigd. N. 57/58: 56, 72.

Brug (Kraan-) in den spoorweg door de Zaanstreek. N. 68/69: 70, 114. Afbeelding.

Brug (Loop-). U. 54/55: 12.

Brug (Militaire vervoerbare -) van Polignac, ter vervanging van spoorwegbruggen. U. 61/62: 61.

Brug (Militaire vervoerbare -) van Thierry. N. 49/50: 244.

Brug (Ophaal-) over de koopvaarders binnenhaven aan het Niťuwe-diep. N. 53/54. 4. V. 53/54: 43.

Brug (Scheeve gegoten ijzeren spoorweg-) van Villeneuve St. Georges in den spoorweg van Parijs naar Lyon. U. 54/55:147. Zie ook U. 52/53: 19.

Brug (Spoorweg-) met ijzeren kokerliggers over het kanaal van Leeds naar Liverpool. U. 1848 I: 17.

Brug (Spoorweg-) over de Heubach in Beijeren. Afschuiving van grond bij den aanleg der funderingen. U. 56/57: 94.

Brug (Spoorweg- over den Mississippi. U. 56/57: 75.

Brug (Spoorweg-) van gegoten ijzer in den zuid-oostelijken spoorweg in Engeland. U. 51/52: 206.

Brug (Spoorweg-hang-) bij den Niagara-waterval in Noord-Amerika. N. 56/57: 87. U. 53/54: 1.

†† Verslag omtrent de voltooijing. U. 57/58: 79, 193.

Onderzoek omtrent de sterkte van de brug. U. 61/62: 36.

De opening van de brug. U. 55/56: 86.

Brug (Spoorweg-rol-). N. 56/57: 82.

Brug (Spoorweg-rol-) over de Arun in den spoorweg van Brighton naar Chichester. U. 1848 III: 33.

Brug (Steenen boog-) over de Gave te St. Sauveur. Napoleonsbrug. M. 61/62: 13.

Brug (Steenen spoorweg-) over de Tweed. U. 1848 III: 110. Handelingen van de koninklijk Schotsche maatschappij van kunsten.

Brug (Steenen spoorweg-) over de Warthe bij Wronke. U. 52/53: 76.

Brug in den spoorweg door de Zaanstreek (Vaste-). N. 68/69:70. 114. Afbeelding.

Brug ęLegrandĽ te Cette (Herstelling van de fundering onder water van de -) door middel van den skaphander. U. 59/60: 79.

Brug met ijzeren kokerliggers over het kanaal van Luik naar Maastricht te Maastricht. N. 51/52: 97, 111.

Brug over de Allegheny te Pittsburg in Noord-Amerika (Fundering van de spoorweg-). U. 56/57: 28.

Brug over de Begaloe, afd. Ledok, residentie Bagelen (Verslag van den bouw eener steenen boog-). N. 66/67: 324. V. 67/68:13.

Brug over de Leine bij Herrenhausen (Houten dek der spoorweg-). U. 52/53: 46.

Brug over de Lek te Kuilenburg (Mededeeling aangaande de steigerwerken van de ijzeren spoorweg-). N. 67/68: 56.

Verslag van den uitslag der beproeving. N. 68/69: 135.

Gedenkpenningop den bouw der brug. N. 68/69: 242.

Brug over de Loire te Nevers (Proefnemingen aan de gegoten ijzeren spoorweg-). U. 55/56: 11.

Brug over de Maas nabij Dordrecht (Mededeeling omtrent den bouw der pijlers van de ijzeren spoorweg-). N. 68/69: 244, 277.

Brug over de Marne bij Rachecourt (Fundering met schroefpalen van de -). M. 58/59: 17

Brug over de Medway bij Rochester (Funderingswerken van de -). U. 51/52: 161. U. 52/53: 16.

Brug over de Narew bij Modlin bij Warschau (Ontwerp van eene ijzeren -). met steenen landhoofden en pijlers. N. 48/49: 190. V. 1849 III: 3.

Brug over de RhŰne (Verslag omtrent de proeven, genomen bij gelegenheid van het in ontvang nemen van de gegoten ijzeren spoorweg-) tusschen Tarascon en Beaucaire. U. 54/55 : 110. Zie ook U. 56/57: 11.

Brug over de St. Lawrence bij Quebec in Noord-Amerika (Ontwerp van eene spoorweg-hang-). U. 53/54: 125.

Brug over de Theems bij Westminster. Ontwerp. U. 53/54: 8. IJzeren pijlers en bekleedingswerken. U. 56/57 : 77. U. 57/58 : 97.

Brug over de Thur bij Andelfingen in den Zwitserschen Rijn-watervalspoorweg (Het oprigten van de ijzeren tralie-). U. 58/59: 61.

Brug over de Towy in den spoorweg van Carmarthen en Cardigan (Gebruik van het getij voor het plaatsen der liggers van de -) M. 58/59: 22. Vergelijk Britannia- en Conway-bruggen.

Brug over den IJssel bij het Katerveer (Prijsvraag voor het ontwerp van eene vaste -). N. 51/52: 170.

Brug over den mond der spoorweghaven onder Dubbeldam nabij Dordrecht (Beschrijving van de dubbele draai-). N. 68/69: 71, 115.

Brug over den Shannon. Fundering volgens het stelsel van dr. Potts. U. 51/52: 130.

Brug over den spoorweg van Meppel naar Heerenveen. N. 68/69: 242, 256.

Brug over het Hollandsch Diep bij Moerdijk (Beknopte beschrijving van de spoorweg-). N. 68/69: 244, 281.

Brug over het IJ te Amsterdam (Ontwerp van eene -), plannen tot uitbreiding der stad aan den IJkant. N. 57/58: 59.

Brug over het IJ te Amsterdam (Ontwerp van eene houten koker-). N. 48/49: 64. V. 1849 II: 97.

Brug over het kanaal door Zuid-Beveland in den spoorweg van Roosendaal naar Vlissingen (Beschrijving van den opzettoestel van de draai-). N. 67/68: 82, 170.

Brug St. Esprit over de RhŰne (Moeijelijkheden bij het doorvaren van de -). U. 60/61: 4.

Brug te Neuville-sur-Sarthe (Mededeeling omtrent de fundering van de -). U. 55/56: 59.

Brug te Weenen (Prijsontwerpen tot het bouwen van eene -). U. 1850 IX: 186.

Brug van Saltash (Mededeeling omtrent de fundering der -). U. 55/56: 61. Gesmeed ijzeren cilinder, gebezigd tot onderzoek van den grondslag voor de fundering. U. 1849 V: 94.

Brug volgens bet stelsel van Howe (Proeven over de stabiliteit eener -). U. 51/62: 146. Zie ook U. 51/52: 189.

Brug voor het huis te Eerde in Overijssel (Steenen -). N. 57/58: .57, 75.

Brugbalk (Onderzoek naar de verdeeling der spanningen over de verschillende wanden van eenen zamengestelden -). N. 66/67: 226, 238.

Brugbalken (Handelwijze tot het berekenen van de spanningen in de zamenstellende deelen van -). N. 67/68: 8. V. 67/68:104.

Brugbalken (Onderzoek naar het verband tusschen de doorbuigingen van de spanningen in de -), dwarsdragers en boven-koppelingen van spoorwegbruggen voor dubbel spoor. N. 68/69: 140, 187.

Brugbalken (Theorie en berekening der ondersteunde en opgehangen scharnier-). U. 68/69: 6.

Bruggen (Afdamming met naalden, toegepast op -) van aanmerkelijke spanning en voor opstuwing van groote hoogte. U. 1848 II: 100.

Bruggen (Bepaling der afmetingen van ijzeren rollen bij -), bestemd om een gedeelte der belasting te dragen. N. 62/63: 223.

Bruggen (Discussie over de beweegbare -), welke in spoorwegen de voorkeur zouden verdienen. N. 60/61: 170.

Bruggen (Draai-) ingerigt voor het passeren in schuine rigting van spoortreinen over kanalen. N. 61/62: 144.

Bruggen (Draai-) over het kanaal van Luik naar Maastricht. N. 48/49: 55. V. 1849 II: 3.

Bruggen (Draai-) over het verlengde der Lutker hoofdwijk, zijtak nį. 8 der Dedemsvaart in het Anerveen, gemeente Gramsbergen. N. 60/61: 7. V. 61/62, 15.

Bruggen (Elektrische veiligheidstelegraaf voor draai-) en spoor-verzettingen. U. 54/55: 10.

Bruggen (Hang-) in Amerika. M. 61/62: 6.

Bruggen (Het bouwen van -) op steenen cilinders in Britsch-IndiŽ. U. 58/59: 155.

Bruggen (Iets over landings-). U. 56/57: 157.

Bruggen (IJzeren of houten balk- en boogvormige dragers voor -), overdekkingen enz. in Oostenrijk en Pruissen in gebruik. U. 53/54: 72, 118.

Bruggen (Kraan-) in den Hollandschen spoorweg. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 29. Zie ook N. 60/61 : 170.

Bruggen (Kromme lijn om het gewigt en den prijs van ijzeren-) te berekenen. U. 63/64: 38.

Bruggen (Mededeeling van theorien en beschouwingen over den bouw van ijzeren spoorweg-). N. 60/61: 8, 37, 42. V. 60/61:59. Bijvoegsel tot de theorien en beschouwingen. N. 61/62: 46. V. 62/63: 1

Bruggen (Memorie over het beproeven van -) van geslagen ijzer, door middel van de elektriciteit. U. 61/62: 17.

Bruggen (Nieuw werk over spoorweg-). Aankondiging. M. 60/61: 1.

Bruggen (Nota omtrent eene nieuwe wijze om formeelen uit-) en viaducten weg te ruimen. U. 54/55: 99.

Bruggen (Onderzoek naar den invloed van de beweging van den last op denweÍrstand van ijzeren -) met regte liggers. U. 62/63: 72.

Bruggen (Onderzoek naar het verband tusschen de doorbuigingen van en de spanningen in de brugbalken, dwarsdragers en boven-koppelingen van spoorweg-) voor dubbel spoor. N. 68/69:140,187.

Bruggen (Onderzoek over den afstand van pijlers in -) met verscheidene openingen. U. 53/54: 20.

Bruggen (Opmerkingen omtrent de verdeeling der drukking in de dwarsdoorsnede der bogen van gegoten ijzeren-). U. 54/55: 156.

Bruggen (Over -) met kokervormige liggers. U. 52/53: 2. Zie ook U. 1848 1: 17.

Bruggen (Over beweegbare militaire -) van Demanet. U. 53/54:1. Zie ook Brug.

Bruggen (Over de berekening van de afmetingen van tralie-). N. 59/60: 7. V. 59/60: 24.

Bruggen (Over de berekening van de dikte der sluitsteen en voor steenen -). N. 56/57: 135, 144. Bijdragen van de afdeeling Oostelijk Java.

Bruggen (Over de houten -) naar het stelsel van Town en Remington. U. 51/52: 167.

Bruggen (Over de meest doeltreffende inrigtingen van -). U. 51/52: 177.

Bruggen (Over de spil en de keuspot bij draai-). N. 48/49: 55.

Bruggen (Over de sterkte van materialen, die bij de zamen-stelling van gegoten en geslagen ijzeren -) gebruikt worden. U. 1848 II: 142. U. 1848 III: 110. U. 1849 V: 107. Handelingen der koninklijk schotsche maatschappij van kunsten.

Bruggen (Over ijzeren ophaal-) N. 57/58: 67. V. 58/59: 22.

Bruggen (Over tralie-). U. 1849 V: 117. Handelingen der koninklijk schotsche maatschappij van kunsten.

Bruggen (Proefbelasting voor hang-). U. 52/53: 96.

Bruggen (Slingerende pijlers voor hang-). U. 1849 VI: 74.

Bruggen (Snelle bouw van -). U. 62/63: 24.

Bruggen (Stelsel van draai- en spoorrol-) van de Geus, voor groote openingen. N. 56/57: 82. N. 57/58: 182. N. 58/59: 31.

Bruggen (Twee nieuwe stelsels van val-) U. 64/65: 35.

Bruggen (Uitvinding van de hang-) door de Chinezen in de derde eeuw van onze jaartelling. M. 58/59: 16.

Bruggen (Vergankelijkheid van houten -). M. 61/62: 18.

Bruggen (Verslag omtrent de bepaling van de uiterste belasting van het ijzer bij -). U. 66/67: 107.

Bruggen (Wijdten van eenige groote -) M. 56/57: 8.

Bruggen (Wijze van T. en S. Champion om -) te bouwen en te vervoeren. U. 54/55: 44.

Bruggen (Zamenstelling en hoofdafmetingen der grootere ijzeren spoorweg-). U. 63/64: 105. Brug over de Niagara. De Britannia-brug. Brug bij Saltash. Brug over de Conway. Brug bij Dirschau. Brug bij Marienburg. Brug bij Mainz. Brug bij Keulen. Hangbrug over het Donau-kanaal te Weenen. Brug van Chepstow over de Wye. De Victoria-brug. Brug over de Trent. De Boyne-brug. Brug bij Langon over de Garonne. Brug over het Newark-kanaal. Brug over de Aar bij Bern. Brug bij Windsor over de Theems. Brug bij Offenburg over de Kinzig. Brug over de RhŰne bij Tarascon. Eypel- en Granbruggen in Hongarije. Brug bij Kehl. Brug over de Mersey. Brug over den IJssel bij Westervoort. Brug over de Theems bij Pimlico. Viaduct te Crumlin. Brug over het Royalkanaal bij Dublin. Brug over de Wye in den weg van Pontypool naar Hereford.

Bruggen (Zamenstelling en afmetingen der grootere ijzeren spoorweg-) in Beijeren. U. 63/64: 111. Brug over de Isar bij Gross-hesselohe. Achenbrug bij Uebersee. Mangfall- en Kaltenbach-brug bij Rosenheim. Brug over de Lech. Brug over den Donau bij Regensburg. Brug over de Inn bij Passau. Brug over de Isar bij Plattling.

Bruggen en viaducten van den tegenwoordigen tijd. U. 56/57 : 69.

Bruggen in de Hannoversche spoorwegen. Voorschriften voor het opmaken van ontwerpen. U. 53/54: 26. Overzigt van de uitgevoerde bruggen met ijzeren bovenbouw. U. 58/59 : 187.

Bruggen in den spoorweg door de Zaanstreek. Kraanbrug. Vaste brug. N. 68/69: 70, 114. Afbeeldingen.

 

Bruggen in den spoorweg van Charleroi naar de Fransche grenzen (Beschrijving van de zamenstelling der scheeve -). U. 52/53 : 19. Zie ook U. 53/54: 115. U. 54/55: 147.

Bruggen in Engeland en Amerika (Inrigting van eenige -). U. 59/60: 135.

Bruggen met holle ijzeren draagliggers. U. 1848 I: 17, Zie ook U. 52/53: 2.

Bruggen met vast gedeelte over het Noordhollandsch Kanaal in den spoorweg van Nieuwediep naar Amsterdam. (Beschrijving van den bouw der pijlers en bijbehoorende werken voor de twee draai-). N. 68/69: 70, 114. V. 68/69: 24.

Bruggen van gietstaal. M. 61/62: 6.Zie ook Viaduct.

Bruggenbouw (Aanteekeningen over den Amerikaanschen -). U. 51/52: 168.

Bruggenbouw (Theorie van den -). Zie Brug. Brugbalken. Bruggen en Brugliggers.

Bruggewelven (Theorie der zamenstelling van steenen -). U. 51/52: 135.

Brugligger (Over de berekening van het gewigt, gelijkstaande met een stoot, wat aangaat denweÍrstand van een -). U. 59/60: 155.

Brugliggers (Berekening van de afmetingen der -) van eene plaatijzeren draaibrug over de voorhaven van de zeedoksluis te Willemsoord. N. 61/62: 185, 207. U. 66/67 I: 38.

Brugliggers (Gebruik van het getij voor het plaatsen der -) van de brug over de Towy in den spoorweg van Carmarthen en Cardigan. M. 58/59: 22. Vergelijk Britannia- en Conwaybruggen.

Brugliggers (Gesmeed ijzeren boogpees-). U. 1848 III: 90.

Brugliggers (Onderzoek omtrent het verkieselijke van afzonderlijke -) voor elke opening boven over meer dan ťťne opening doorloopende liggers. N. 62/63: 174, 200. N. 65/66: 28.

Brugliggers (Over de vermeerdering van het draagvermogen van -) door eene geschikte bepaling der hoogte en van den afstand tusschen de steunpunten. U. 58/59: 128.

Brugliggers (Over de werking der belasting op de diagonalen van ijzeren -) uit traliewerk bestaande. U. 53/54: 13. Zie ook U. 1848 II: 3.

Brugliggers (Over denweÍrstand van afzonderlijk liggende en zamenverbondene -). U. 53/54: 20.

Brugliggers (Over holle ijzeren -). U. 1848 I: 17. Zie ook U. 51/53: 2.

Brugliggers (Over kokervormige-). U. 52/53: 2. Zie ook U. 1848 I: 17.

Brugliggers (Proeven omtrent het draagvermogen van -) uit gesmeed ijzer, naar het traliewerk-stelsel vervaardigd. U. 1848 II: 3. Zie ook U. 53/54: 13.

Brugliggers volgens het stelsel van von Pauli (Beschouwingen over de theorie der -). N. 61/62: 83, 89, 108, 126.

Bruinkool van Borneo. N. 59/60: 65.

Buddhistische bouwkunst in IndiŽ. U. 1848 II: 138. Handelingen van het Instituut van Britsche bouwkundigen.

Buigen van hout (Werktuig tot het -). U. 57/58: 98.

Buiging (Over denweÍrstand van staven tegen). U. 56/57: 80.

Buisduikerklok (Mededeeling betreffende eene plaatijzeren -), bestemd voor de dienst in Oost-IndiŽ. N. 63/64 : 28. V. 63/64 : 77.

Buizen (Asphalt-) van Jaloureau voor water- en gasleidingen: draineerbuizen en telegraafgeleidingen onder den grond. N. 61/62, 185, 229. N. 65/66: 136, 165.

Buizen (Holle baksteenen voor verwarmings-) in broeikassen. U. 52/53: 36.

Buizen (Togt-) van Servaas en Pels te Amsterdam. Bourrelets ťlastiques. N. 66/67: 60, 185.

Buizen van getah-pertja (Proeven over de sterkte van-). U. 1849 VI: 64

Buizen van getah-pertja (Spreek-). U. 1848 III: 84.

Buizen uit de Nederlandsche cementsteenfabriek te Delfshaven (Proefnemingen met holle steenen en -). N. 66/67: 258, 302.

Buizen van portland cement van Lindo en Comp. te Rotterdam voor riolen. N. 65/66: 136, 159, 160, 161, 162.

Buizen voor gas- en, waterleidingen. N. 48/49: 63, 104, 106.

Buizen van Chameroy. N. 51/52: 97, 117, 168, 203.

Glazen buizen te Maastricht. N. 48/49: 63, 114, 195, 236.

Gebruik van aarden buizen. U. 58/59: 175.

Beproeving van buizen. N. 48/49: 107, 114. Zie ook Lekkenzoeker en Gas.

Verbinding van buizen. N. 48/49: 108, 145, 172. N. 51/52: 119, 190, 201.

†† Verbinding volgens het stelsel van Delperdange. U. 63/64: 36.

Verbinding volgens het stelsel van H. Petit te Parijs. N. 57/58: 8.

Buizen voor warmwaterleidingen. Verbindingen. N. 48/49: 309, 320. Verbinding volgens het stelsel van Perkins. N. 48/49: 257. N. 51/52: 202, 203.

Buizen voor waterleidingen. (Over het wegnemen der korst, van ijzeroxyde-hydraat in ijzeren -). U. 55/56: 1.

Buskruid (Over de bewaring van het -). U. 51/52: 44.

Buskruidmagazijnen (Over de inrigting van -) U51/52:46.

Bussen (Alliage voor de -) der locomotief-assen bij den Franschen Noorder-spoorweg. U. 52/53: 96.

Buurtspoorwegen (Mededeeling over -). N. 68/69: 207, 228. Zie ook U. 55/56: 104.

CaÔro (Gedenkteekenen en bijzonderheden van -). N. 50/51: 33, 59.

CaÔro en AlexandriŽ. Reis van den ingenieur Malezieux. U. 51/52: 158. Aanmerkingen op dit stuk door den hoofdinspecteur Lainbert. U 51/52: 195.

Calefateren met caoutchouc. U, 54/55: 74.

CaliforniŽ (Goudbevattend kwarts van -). U. 1850 IX: 192.

Calqueer-katoen. N. 48/49: 66.

Calqueer-papier N. 66/67: 5. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15. Zie ook Teekenpapier.

Caoutchouckleppen (Over het gebruik van -) in pompen. U. 52/53: 94. Zie ook N. 58/59: 29. U. 58/59: 128.

Cartes (Rťpertoire de -) N. 50/51: 3, 32, 40, 124. N. 51/52: 176. N. 56/57: 115. N. 64/65: 212. Beoordeeling in het buitenland. N. 55/56: 4, 12, 68. N. 56/57: 40, 75. N. 57/58: 178, 189.

Catalogus (Beredeneerde -) van kaarten. Zie Rťpertoire de cartes.

Catalogus der verzameling van kaarten van wijlen den hoog-leeraar Moll. N. 49/50: 8. Bijlage tot de verhandelingen. 1850 V.

Catalogus van werken over den waterstaat en andere wetenschappelijke boeken, ingezonden door Dunod te Parijs. N. 67/68. 206. Vermelding.

Catalogus van werken over den waterstaat van Nederland van F. Muller. N. 55/56: 10.

Cement (Beschrijving van het bouwen met Pisť-) op het eiland Banka. (N. 53/54: 24, 56.

Cement (Hydraulisch-). Zinkmortel van Spencer. U. 53/54: 48. M. 61/62: 15.

Cement (Mastiek of chemisch -) van Sorel. U. 55/56: 115.

Cement (Portland-) van de firma Knight, Bevan en Sturge te Londen. N. 68/69: 76, 121. Monsters.

Cement (Portland-) van Dyckerhoff und SŲhne te Mannheim en AmŲneburg bij Bieberich. N. 68/69: 154. Berigt.

Cement (Portland-) van Ph. Lindo & Cie. N. 65/66: 136, 159-164.

Cement (Portland- en Medina-). Proeven met Portland-cement. U. 1848 III: 86.

†† Analyse in het laboratorium te Amsterdam. N. 57/58:68-92. M. 57/58: 10.

†† Analyse in het laboratorium te Delft. N. 57/58:139,150, 152.

Analyse in het laboratorium te Utrecht. N. 58/59, 58, 67.

Cement (Prijsvraag wegens inlandsche, fabriekmatige vervaardiging van hydraulisch -) in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 113.

Cement (Proeven met kalkmergelsteen van Goenong Saharie voor hydraulisch -). N. 51/52: 178. N. 52/53: 436. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. Zie ook Betonstorting.

Cement (Proeven met kalksteen van Kebraon voor hydraulisch -). N. 53/54: 4, 66, 76. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Cement (Vast -) van Francis. M. 58/59: 15.

Cement (Verslag van de vervaardiging van vuurvast -) in de residentie Soerabaia. N. 59/60: 61. V. 60/61: 1. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Cement en kunstwaterkalk uit Limburg (Scheikundig en technisch onderzoek van -). N. 51/52: 180.

Cement uit kalk en zwavel van Scott. M. 58/59: 16.

Cement van Vassy (Gebruik van-) in metselwerken. U. 54/55: 76.

Cementen (Beschouwingen over het onderzoek der kalkstoffen, welke geschikt zijn tot het maken van -) en van waterkalk. U. 51/52: 105.

Cementen (Portland-en Romeinsche-) in Frankrijk vervaardigd. N. 61/62: 95, 136. Aankondiging.

Cementen (Uitkomsten van een onderzoek, betreffende de werking van het zeewater op watermortels in -). U. 54/55: 15.

Cementen ( WeÍrstand van watermortels en -) tegen zeewater. U. 54/55: 15, 35. U. 55/56: 25, 26, 29. Invloed van ijzer-oxyde in cement aanwezig. U. 54/55: 48, 70. 71. Zie ook Kalk, Mortels en Waterkalk.

Cement fabriek van de gebr. Leube te Ulm. N. 67/68: 328, 341. Berigt.

Cementsteenfabriek te Delfshaven (Proefnemingen met holle steenen en buizen uit de Nederlandsche -) N. 66/67: 258, 302.

CentrifŤre, nieuw voertuig ter besparing van trekkracht. N. 65/66: 174. N. 66/67: 6, 20, 42, 63.

Centrifugaal-pomp van Appold. N. 51/52: 5, 167.

Centrifugaal-pomp van Gwynne. N. 57/58: 63, 142, 159.

Centrifugaal-pomp van Papinus. N. 63/64: 7.

Ceramische kunst U. 51/52: 111.

Chameroy-pijpen voor gas- en waterleidingen. N. 51/52: 97,117, 168, 203. Zie ook Buizen.

Cherbourg (Dijk voor de reede te -). U. 62/63: 69.

Cherche-fuites. Zie Lekkenzoeker

Chronometers (Paltoestel zonder spiraalveren voor -) U. 1850 IX: 102.

Chronometers van Vorauer. U. 51/52: 135.

Chronoskoop van Hipp, tot meting van den valtijd der ligchamen, van de snelheid der geweerkogels, enz. U. 1850 IX: 72.Zie ook Snelheidsmeter.

Cilinder, gebezigd tot onderzoek van den grondslag eener fundering (Gesmeed ijzeren -). U. 1849 V: 94. Spoorwegbrug bij Saltash.

Cilinder-boormachine. U. 1848 I: 39.

Cilinder-boormachine, in de werkplaatsen van den Hollandschen spoorweg te Haarlem in gebruik, V. 1849 III: 25.

Cilinder-watermeter van Hartin. U. 54/55: 44.

Cilinders (Over het berekenen der wanddikte van -) aan uitwendige loodregte drukkingen onderworpen. N. 66/67:271, 314.

Cilinders voor locomotieven (Beschrijving van een werktuig tot het uitboren van -) in de werkplaatsen van den Hollandschen spoorweg te Haarlem in gebruik. V. 1849 III: 25.

Cilinders voor locomotieven (Over het afwerken van -). U. 1848 I: 39.

Cilinderwanden (Over het berekenen der dikte van -) aan uitwendige loodregte drukkingen onderworpen. N. 66/67: 271, 314.

Circonverteur van Brussaut. M. 57/58: 25. Zie ook Wrijving.

Cirkels (Werktuigen lot het onmiddelijk vinden van de middellijn van groote -), waarvan slechts een kleine boog kan worden opgenomen. U. 59/60: 26.

Clitographe LefŤbvre. N. 60/61: 8. Van P. Aymar-Bression. N. 65/66: 186. Zie Waterpasinstrument.

Clyde (De tegenwoordige toestand van de -) en van de haven van Glasgow. U. 63/64: 21. Zie ook U. 66/67: 63.

Coke van turf (Fabriek van -) van Haages en Cie te Amsterdam. N. 49/50: 146. N. 50/51: 53.

Coke van turf uit Engeland. U. 1849 V: 97.

Commissie voor de internationale ruiling van voorwerpen van wetenschap en kunst. Programma. N. 52/53: 5. Rapporten. N. 53/54: 4, 105. N. 57/58: 175.

Commissie voor overblijfsels der vaderlandsche kunst te Amsterdam. N. 60/61: 48, 62, 63. N. 66/67: 14, 34. Circulaires. Kerk te Renkum en toren te Oudorp. N. 65/66: 139. Zie ook Bouwkunst in Nederland.

Compensatie-slinger van Bourdin. U. 51/52: 6.

Compteur tot het controleren van wachters. U. 61/62: 120.

Concertzaal (Prijsvraag voor het ontwerpen van eene -) van de sociŽteit ęde HarmonieĽ te Groningen. N. 51/52: 25.

Condensatie-toestel van Kirchweger voor locomotieven. U. 52/53: 18.

Condensors van Cuthill voor scheeps- en andere stoomtuigen.M. 57/58: 19.

Contractie der waterstralen (Proeven omtrent de gedeeltelijke en onvolkomene -). U. 51/52: 39. Zie ook Waterstralen.

Controleren van wachters (Compteur tot het -). U. 61/62.120.

Cool (Stoombemaling van de polders -), Schoonderloo en Beukelsdijk.

Het stoomwerktuig voor de bemaling der polders. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 37.

Tabellen van gedane waarnemingen omtrent de wateropbrengst van het stoomtuig van 16 Julij tot 18 December 1847. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 41.

Aanteekeningen omtrent de wateropbrengst van het werktuig van 23 Februarij tot 14 Maart 1850. N. 49/50: 194, 203.

Beschouwingen omtrent de meer of min belangrijke wateropbrengst van de stoommachine. N. 48/49: 53. N. 50/51: 5, 20, 24, 37, 66, 127, 140, 158, 174. N. 51/52: 6.

Vergelijking van het theoretisch en het werkelijk vermogen van het stoomtuig. N. 50/51: 6, 24.

Sluiting van het scheprad tegen den opleider en tusschen de krimpmuren. N. 50/51: 127.

Copieerlamp tot het maken van vergroote kopijen van ornament- of andere teekeningen. N. 55/56: 90.

Creosoot (Bereiding en bewaring van .hout tegen bederf door middel van -). Zie Bereiding en bewaring van hout.

Creosoot (Beveiliging van hout tegen den paalworm door middel van -). Zie Paalworm.

Creosoothoudende oliŽn (Over de hoedanigheden, welke de -) moeten bezitten om geschikt te zijn tot wering van bederf in hout, U. 64/65: 16.

Creosoteren.

Hoedanigheid der te bezigen oliŽn. N. 61/62: 48. N. 65/66: 126. U. 64/65: 16.

Diepte van indringing. N. 61/62: 6.

Geverwd gecreosoteerd hout. N. 61/62: 5, 18, 47, 70. N. 63/64: 27, 76.

Croton-waterleiding van New-York. V. 51/52: 85.

Cruquius (De verdiensten van Nikolaas -), in het aanraden van het opmaken eener algemeene statistiek van den waterstaat van Nederland. N. 48/49: 195, 212. Zie ook Statistiek.

Dagloonen en bouwstoffen (Voorstellen tot het zamenstellen van prijslijsten van -) in Nederland. N. 48/49: 144. N. 49/50: 94. N. 56/57: 44, 83.

Tarief bij de werken van den Hollandschen spoorweg aangenomen. N. 48/49: 247.

Prijslijsten. N. 57/58: 90.

Prijslijst van dagloonen, besteed bij de uitvoering van de dokwerken te Willemsoord. N. 59/60: 62, 84.

Verzameling van de tarieven, toepasselijk op de werken en leveringen voor de dienst der genie, aangenomen bij contracten, door den minister van Oorlog goedgekeurd. V. 55/56: 28.

Zie ook Aannemingen.

Dak (IJzeren -) voor de Smithfield-markt te Manchester, U. 53/54: 121.

Dakbedekking (Bordpapier van Moll voor -). N. 61/62:185, 236. Prospectus.

Dakbedekking met zink en voegen van caoutchouc volgens Gutton. M. 61/62: 8.

Dakbedekkingen (Gecementeerd bordpapier van Wiggert voor -), kroonlijsten, waterleidingen, enz. N. 55/56:108, 126.

Dakbedekkingen (Mededeelingen over het stelsel van metalen -) volgens Ratabel. U. 53/54: 82.

Dakbordpapier (Gecementeerd -) van Wiggert voor dakbedekkingen, kroonlijsten, waterleidingen enz. N. 55/56: 108, 126.

Dakbordpapier van Moll voor dakbedekking. N. 61/62: 185, 236. Prospectus

Dakbordpapier van Stalling en Ziem te Breslau tot het bedekken van vlakke daken. N. 57/58: 8, 38.

Daken (Bedekken van vlakke -) met bordpapier van Stalling en Ziem te Breslau. N. 57/58: 8, 38.

Daken (Gebruik van verglaasde vloertegels voor platte waterdigte -). N. 49/50: 96, 124.

Daken (Gebruik van zink voor platte en gewone-). U. 51/52:161,

Daken (Mededeelingen over plaatijzeren -). U. 53/54: 82.

Dakgebindte (IJzeren -) van het tolhuis aux Marais te Parijs. U. 55/56: 46. Zie ook Kap.

Dakglas van St. Gobain. U. 61/62: 102.

Dakleijen (Over de -). U. 51/52: 57.

Dakpannen (Gevaar van brand door glazen -). M. 58/59: 22.

Dakpannen (Ringovens van Fr. Hoffmann te Berlijn tot het bakken van -), steenen, enz. N, 67/68: 8, 40. Prospectus.

Dakpannen (Verbod van uitvoer van -), tras en deelen gedurende drie maanden, uitgevaardigd door de Algemeene Staten in 1666. M. 57/58: 10.

Dakpannen en metselsteenen door het personeel der machinekamer van het stoomschip Japan, op Decima, vervaardigd. N. 60/61: 7, 28.

Dakpannen van van de Laar. N. 51/52: 98, 149.

Dam aan den Hoek van Holland. Plattegrond van den zuidelijken dam. N. 67/68: 83. Afbeelding.

Dam in den spoorweg door het meer van Constanz bij Lindau. U. 56/57: 43.

Dam voor eene sluisfundering in het kanaal van Steenenhoek (Mededeeling betrekkelijk het maken van eenen aarden -). N. 63/64: 28, 51.

Dammen (Aarden -) door ravijnen. Een voorstel tot het overtrekken van ravijnen voor de spoorwegen in het binnenland van Java. N. 66/67: 63. V. 67/68: 1.

Dammen (Haven-) van Marseille. U. 62/63: 67.

Dampkring van woonvertrekken in keerkring-landen. (Het verkoelen van den -). U. 1850 IX: 268.

Dampkringswater (De verandering van den waterstand der vloeden en stroomen in het jaarlijksch tijdvak, als juist overeenkomende met de jaarlijksche periodieke toe- en afname van het -) en van de verdamping, volgens waarnemingen aangetoond. U. 65/66: 25.

Damplanken (Over het gebruik van -). N. 60/61: 177, 197.

Deelen (Verbod van uitvoer van pannen, tras en -) gedurende drie maanden, uitgevaardigd door de Algemeene Staten in 1666. M. 57/58: 10.

Dek (Houten -) der spoorwegbrug over de Leine bij Herren-hausen. U. 52/53: 46.

Delflands waterstaat (Memorie over de verbetering van -). V. 52/53: 41. Zie ook N. 48/49, 198.

Delft (Tentoonstelling van voortbrengselen van inlandsche Nijverheid te -) in 1849. Verslag. N. 48/49: 310. N. 49/50: 5, 23. V. 1849 IV: 3.

Deur- en vensterbeslag (Metaal van Mourrier en Vallent, oreÔd, voor -). M. 58/59: 10.

Deuren (Schuif- en zelfsluitende -), blinden, enz. van Shepherd. U. 1850 IX: 74.

Deuren en vensters togtvrij te maken (Middelen om -). N. 66/67: 60, 185. Zie ook N. 48/49: 13, 44 en Vensters en Deuren.

Diathermaan vermogen van Hartley's patentglas. N. 53/54: 71, 86.

Diefstal op spoorwegen te voorkomen (Middel om -). M. 56/57: 3.

Dieplood (Zee-) van Bonnici. U. 56/57: 52.

Dieplood (Zee-) van Siemens. Bathometer ter bepaling van de diepte der zee zonder gebruik van dieplijn. N. 61/62: 154. Zie ook Peilwerktuig.

Differentiaal-galvanometer tot het bepalen der plaats van storing in telegraaflijnen. N. 57/58: 140, 154.

Differentiaal-schroeftoestel van Howson. U. 51/52: 35.

Dijk (Stutpalen en uithouders langs den haven-) aan het Nieuwe-Diep. N. 48/49: 258, 272.

Dijk in zee, aangelegd door Nederlandsche werklieden te Kings Lynn in Norfolk. N. 60/61: 85. Vergelijk N. 65/66: 186.

Dijk ęSillonĽ bij St. Malo (Aanteekening over den bouw der bekleedingen van zeedijken en over den duin-). U. 61/62: 22.

Dijk voor de reede te Cherbourg. U. 62/63: 69.

Dijkbreuken en overstroomingen in Nederland. N. 61/62:162, 176, 200. N. 62/63: 50, 93, 125, 150, 219, 228. N. 63/64: 5, 14, 206, 262, 273. N. 66/67: 225, 231, 232. Zie ook de lijst, voorkomende achter de prijsverhandeling van dr. Staring, over de vlugtheuvels. V. 61/62: 95.

Dijken (Aanleg van -) tot het droogmaken van land aan den zeekant of andere wateren. N. 48/49: 194, 209

Dijken (Aanteekening over den bouw der bekleedingen van zee-) en over den duindijk ęSillonĽ bij St. Malo. U. 61/62: 22.

Dijken (Rapport, wegens eene inspectie en gedeeltelijke reparatiŽn van de beschadigde rivier-), en daaropvolgende losbreking en ijsgang op de Nederlandsche rivieren in Februarij 1795. V. 1850 V: 3.

Dijken langs de hoofdrivieren in Nederland (Uittreksel uit de berigten over de zamenstelling en de materialen der kistingen op de -) in Januarij en Februarij 1861. N. 61/62: 82, 102. V. 62/63: 4.

Dijksverdediging bij den hoogen waterstand der Elbe in Februarij 1862 (Aanteekeningen aangaande de -). U. 64/65: 46. Zie ook U. 64/65: 43.

Dijkval in het district Flaauwers aan den calamiteusen polder Schouwen (Verslag nopens den -). N. 60/61: 6, 27. V. 61/62: 7.

Dikte der sluitsteenen voor steenen bruggen (Over de berekening van de -). N. 56/57: 135, 144. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Dikte eener verzinking op ijzer te schatten (Over eene eenvoudige wijze om door middel van kopervitriool de -). U. 57/58: 19.

Dikte van cilinderwanden (Over het berekenen der -), aan uitwendige, loodregte drukkingen onderworpen. N. 66/67: 271, 314.

Dikte van eenige soorten van blik, zooals zij in den handel voorkomen. (Onderzoek naar de -). N. 66/67: 73, 190.

Dikte van gegoten ijzeren pijpen (Praktische regel om de -) te vinden. U. 53/54: 15.

Diktemeter van Schmitz. N. 50/51: 131. N. 51/52: 4.

Distillatie van zeewater. U. 1849 VI: 8

Dock (Balance-) van Gilbert. M. 57/58: 26.

Dok (IJzeren drijvend -) voor de dienst der Marine in Oost-IndiŽ. V. 65/66 II: 10.

Dok in BraziliŽ (Het eerste drooge -). M. 57/58: 2.

Dok te Glasgow (Herstellings-) U. 51/52: 173.

Dok te Great Grimsby. U. 1850 IX: 103.

Kistdam voor den bouw van het dok. U. 1850 IX: 105.

Dok te Soerabaia (Gezonken drijvend ijzeren -). N. 63/64: 8.

Dok te Vlissingen (Uittreksel uit het geschiedkundig overzigt van den aanleg van en de gemaakte veranderingen aan het -). N. 49/50: 244, 269. V. 1851 VII: 1.

Dok van Ca stigneau in de militaire haven van Toulon. U. 62/63: 68. Zie ook Dokken.

Dok- en sluiswerken op het maritime ťtablissement Willemsoord, aan het Nieuwediep. V. 60/61, 176. V. 65/66 I: 1. V. 66/67 I: 38.

Geschiedenis van het oude drooge dok en van zijn herbouw. V. 65/66 1: 2.

Geschiedenis van den bouw der keersluis in het dokkanaal. V. 65/66 I: 18.

Verdieping en verruiming van het natte dok en van het dokkanaal, uitdieping van de maritime binnenhaven, en spoor- en straatwegen. V. 65/66 1: 25.

Stoomtuig tot het ledigpompen der beide drooge dokken. V. 65/66 I: 30.

Geschiedenis van de zeedoksluis en van de draaibrug over de voorhaven. V. 66/67 I: 38.

Geschiedenis van het nieuwe drooge dok. V. 66/67 I: 43.

Plaatsing van het linieschip Willem I in het drooge dok aan het Nieuwediep, in Julij 1822. N. 51/52: 32, 76.

Over den bodem van het Nieuwediep. N. 59/60: 177. 200.

Mortelbereiding bij de uitvoering der metsel-werken. N. 59/60: 62. V. 60/61: 6.

Over het indrukken van heipalen in kespen en over damplanken naar aanleiding van het afbreken van de keersluis en van de zeedoksluis. N. 60/61: 177, 197.

Berekening van de afmetingen van de liggers der ijzeren dubbele draaibrug over de voorhaven. N. 61/62: 185, 207.

Prijslijst van dagloonen, besteed bij de uitvoering van de dokwerken. N. 59/60: 62, 84.

Zie ook Haven aan het Nieuwediep.

Dok- en sluiswerken te GeestemŁnde en Bremerhaven. Technische mededeelingen. U. 56/57: 45, 113. IJzeren sluisdeuren. U. 66/67: 80. Sluiswerken N. 50/51: 94. V. 51/52: 1. Drooge dokken. V. 60/61: 184.

Dok- en sluiswerken te Antwerpen. N. 59/60: 99. V. 60/61: 147. Over de fundering, het gebruik van beukenhout, de beplanking der sluisdeuren en den vorm van keuspot en prop. N. 56/57: 45, 77. N. 59/60: 99.

Dokken (Aanteekeningen, betreffende eenige drooge -) in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk, Engeland en Duitschland V.60/61:176.

Dokken (Beschrijving van den aanleg van drie drooge -) in de haven te Toulon. U. 56/57 : 163. Zie ook Dok van Castigneau. U. 62/63: 68 en V. 60/61: 178.

Dokken (Denkbeelden, betrekkelijk het aanleggen van -). N. 62/63: 121.

Dokken (Drijvende drooge-). Over hunne zamenstelling. N. 48/49: 182. V. 1849 II: 15.

Dokken (Drijvende drooge -) zijn van Hollandsche vinding. N. 48/49: 199.

Dokken (Drooge -) in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. U. 1850 IX: 214.

Dokken (Drooge -) te GeestemŁnde en Bremerhaven. U. 56/57: 45, 113. Zie ook Bremerhaven.

Dokken (Hydraulische -) van Clark nabij Londen tot het herstellen van schepen. U. 58/59: 29. U. 61/62: 70.

Dokken (IJzeren herstellings-) van Wild. U. 51/52: 160.

Dokken (Ontwerp van sluiting voor sluizen en-) door middel van trommeldeuren van den hoofd-inspecteur Conrad. N. 49/50:195, 208. K 53/54: 6, 14, 73, 97.

Dokken (Over de rigting aan de ingangen van -) te geven. U. 1848 II: 133. Handelingen van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen.

Dokken (Verslag aangaande de inrigting van eenige drooge -) buiten 's lands. N. 56/57: 116, 130. Voorwaardelijk voor het publiek verkrijgbaar gesteld.

Dokken te Arbroath. U. 1850 IX: 141. Reis van Malezieux.

Dokken te Birkenhead. U. 1850 IX: 139. Reis van Malezieux. U. 1850 IX: 189.

Dokken te Chatham. V. 60/61: 180.

Dokken te Cherbourg. V. 60/61:. 180.

Dokken te Dundee. U. 1850 IX, 140. Reis van Malezieux.

Dokken te Leith. U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Dokken te Liverpool. U. 1850 IX: 136. Reis van Malezieux.

Dokken te Londen. U. 1850 IX: 132.

Londondocks. U. 1850 IX: 134.

West-india docks. U. 1850 IX: 134.

Saint-Catherine docks. U. 1850. IX: 135.

Dokken te Plymouth.

Devonport. V. 60/61: 180.

Keyhamdocks V. 60/61: 182.

Schipdeur voor de Keyhamdokken. U. 54/55: 57, 89.

Dokken te Portsmouth. V. 60/61: 182.

Dokken te Southampton. V. 60/61: 182.

Dokken te Sunderland. (Nieuwe -) M. 59/60: 2. Zie ook Sluis- en havenwerken.

Dokmuren (Funderingen, kaai- en -) en andere zeewerken zonder kistdammen. U. 66/67: 48.

Dommekracht (Hydraulische -) U. 1848 1: 36. U. 1848 II: 38.

Dommekracht (Hydraulische -) van Robertson en Tweedale. U. 61/62: 93.

Dompelingstoestel tot opvoering van water uit de mijnen te Kerkrade. N. 58/49: 148.

Doodwaaijen van de zee. N. 55/56: 90, 99.

Doorboren van rotsen (Werktuig tot het -). U. 52/53: 76. Zie ook Rotsen.

Doorbraak van den grooten Zuid-Hollandschen waard op den 18den November 1421. N. 64/65: 4, 61.

Doorbraken en overstroomingen in Nederland. N. 61/62: 162, 176, 200. N. 62/63: 50, 93, 125, 150, 219, 228. N. 63/64: 5, U, 206, 262, 273.

Zie ook de lijst, voorkomende achter de prijsverhandeling van dr. Staring over de vlugtheuvels. V. 61/62: 95.

Doorbuiging van gesmeed ijzeren balken (Proeven omtrent het draagvermogen en de -). U. 56/57: 205.

Doorbuigingen (Onderzoek naar het verband tusschen de -) van en de spanningen en de brugbalken, dwarsdragers en bovenkoppelingen van spoorwegbruggen voor dubbel spoor. N. 68/69: 140, 187.

Doorgang onder den Nederlandschen Rijnspoorweg te Utrecht. N. 68/69: 243, 261.

Doorgraving van de landengte van Panama. U. 53/54: 126. M. 57/58: 30. Zie ook Kanaal van Nicaragua.

Doorgraving van de landengte van Suez.

Het kanaal van Suez door F. de Lesseps. N. 59/60: 103, 110.

Natuur- en staatkundige gesteldheid van Egypte. N. 59/60: 103, 144.

Belang van Turkije bij de doorgraving. N. 59/60: 103, 155.

Bijzonderheden betreffende de vroegere geschiedenis van het kanaal tusschen de twee zeeŽen. N. 59/60: 103, 161.

Voorschriften omtrent het kanaal, dat de beide zeeŽn moet verbinden. U. 55/56: 56.

Mededeelingen, betrekkelijk de verschillende ontwerpen voor de doorgraving. N. 55/56: 91.

Verslag van de internationale commissie aan zijne hoogheid Mohamed SaÔd Pacha, onderkoning van Egypte. N. 55/56: 68,86.

Verslag omtrent de doorgraving, ingediend aan de keizerlijke akademie van wetenschappen te Parijs. N. 56/57: 113. U. 56/57: 177.

Verslag der commissie, benoemd tot het onderzoek van de voor Nederland te wachten gevolgen van de doorgraving. N. 60/61: 48.

Beoordeeling van de uitspraak van Stephenson ter ondersteuning van de redevoering van lord Palmerston, gehouden in het engelsche parlement. N. 57/58, 5, 20.

Antwoord van F. de Lesseps aan lord Palmerston naar aanleiding van zijne redevoering. M. 57/58: 3. Onderzoek der gemaakte bedenkingen tegen het voorloopig ontwerp. U. 60/61: 69.

Inschrijvingen voor het benoodigde kapitaal. M. 58/59: 6.

Vaart op de Roode zee. U. 56/57: 54. U. 62/63: 54.

Tafel van de verschillende hoogten van de waterstanden in de Roode- en in de Middellandsche zee. N. 57/58: 5, 19.

Reede van Pelusium en haven van SaÔd. N. 57/58: 59. U. 57/58: 197. (Rapport der internationale commissie en van den kapitein Philigret.)

Memorie over de verzanding der kusten, en in het bijzonder van de kust van Bayonne, vergeleken met den toestand van het strand te Peluse door Mougel Bey. U. 60/61. 65.

Stroomsnelheid in het kanaal. N. 64/65: 4, 46, 81.

Uitspraak in de geschillen tusschen den onderkoning IsmaŽl Pacha en de kanaal-maatschappij gerezen, N. 64/65. 79.

Opening der gemeenschap tusschen de beide zeeŽn. N. 64/65: 157.

Overeenkomst gesloten tusschen de regering en F. de Lesseps goedgekeurd door den Sultan den 20sten Februarij 1866. N. 65/66: 184.

Vervaardigen en in zee brengen der kunstmatige steen-blokken voor het havenhoofd te Port SaÔd. N. 66/67: 328, 333.

Over mechanische toestellen bij het graven van het kanaal tusschen de meren Menzaleh en Ballah. U. 68/69: 44.

Onderzoek betreffende de voorwaarden voor de exploitatie van het kanaal. N. 68/69: 70, 90.

Rapport der commissie van onderzoek. N. 68/69: 137, 181.

Uittreksel uit de rapporten van Maart, April en Mei 1859, omtrent den stand der werkzaamheden. N. 59/60: 7, 33.

Idem tot Februarij 1860. N. 59/60: 100, 108.

Idem tot l Mei. N. 60/61: 6, 43, 49.

Idem tot 19 Maart 1861. N. 60/61: 123.

Idem tot 18 Maart 1866. N. 65/66: 183, 231.

Idem tot einde December 1867. N. 67/68: 81,167.

Idem tot 15 Januarij 1868. N. 67/68: 169.

Idem tot 15 Februarij. N. 67/68: 212, 317.

Idem tot 15 April. N. 67/68: 328, 351.

Idem tot 15 Julij. N. 68/69: 27, 57.

Idem tot 15 September. N. 68/69: 70, 88.

Idem tot 15 December 1868. N. 68/69: 137, 178.

Idem tot 15 Februarij 1869. N. 68/69: 207, 236.

Idem tot 15 April 1869: N. 68/69: 242, 257.

Algemeen verslag over den stand der werken in Augustus 1867. N. 67/68: 4, 18.

Doorgraving van den Mont-Cenis. U. 52/53: 37. U. 62/63: 6. M. 57/58: 3, 25.

Doorgraving van Holland op het Smalst.

Prijsvraag voor een kanaal van Amsterdam naar de Noordzee.N. 52/53: 91, 131, 183. N. 53/54: 3. Ingekomen antwoorden N. 53/54: 64, 130.

Verslag van den raad van bestuur van het koninklijk Instituut van ingenieurs aangaande de ingekomen antwoorden. N. 54/55: 36, 42.

Bezwaren tegen het openbaarmaken der ingekomen antwoorden. N. 54/55: 76.

Bedenkingen tegen het verslag van den raad van bestuur. N. 54/55: 37, 47, 58, 70,166, 179.

Wat leert theorie en praktijk, omtrent de noodzakelijkheid om eene haven aan eene vlakke kust met een zeebreker te beschermen? N. 54/55: 194, 217. N. 55/56: l, 62, 72.

Ontwerp voor den aanleg van eene haven aan de Noordzeekust van Nederland. N. 54/55: 199. N. 55/56: 7, 30, 41, 63, 67, 83.

DiscussiŽn over het raadzame van den aanleg van een kanaal door sluizen afgesloten, over het verkieselijke van de verbetering van het Noordhollandsch kanaal en over den aanleg en den invloed van en de bezwaren tegen eene opene doorgraving. N. 61/62: 97, 137, 187, 242. N. 62/63: 5, 51. N. 66/67: 329, 343.

Onderzoek aangaande de vereischten van eenen daar te stellen verkorten waterweg van Amsterdam naar zee. Rapport van den majoor-ingenieur Duyvenť. N. 67/68: 65, 87.

Stand van de werkzaamheden der Amsterdamsche Kanaal-maatschappij, einde Mei 1867. N. 66/67: 329. Zie ook Texelsche zeegaten.

Over het wenschelijke van de inrigting der haven te Wijk aan Zee tot vlugthaven. N. 68/69: 143, 145.

Doorniksche steenen (Rapport, wegens een gedaan plaatselijk onderzoek, omtrent het gebruik van sommige in Duitschland voorhanden steensoorten, tot vervanging van de Escosijnsche, Vilvoordsche en -). V. 1849 II: 109.

Doorprikken van teekeningen (Werktuig tot het -). U. 1848 III: 38.

Doorschijnend maken van papier door middel van benzine. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15.

Doorslagmachine van Jacquard, gebruikt bij de zamenstelling van den bovenbouw der Conwaybrug. U. 1848 I: 40.

Doortrekken van teekeningen (Wijze voor het -) volgens dr. Hinzel. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15.

Dordrecht (Bouwkunstige tentoonstelling te -) in Junij en Julij 1861. Programma. N. 60/61: 137, 154.

Dover (Haven te -). U. 1850 IX: 142.

Reis van Malezieux. Noodhaven. U. 1849 V: 95. U. 1850 VIII: 87.

Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel-ingenieurs te Londen. U. 1850 VIII: 136.

Draadkabels (Proeven, ter bepaling van het draagvermogen van ijzeren koorden en -) in vergelijking met hennepkabels van gelijk vermogen. N. 49/50: 27, 73, 120.

Draagveren (Verbeterde -) en vetpotten voor spoorwagens van Adams. U. 56/57: 117.

Draagvermogen van assen van spoorwegwagens. U. 55/56: 64. (Keulen-Mindenerspoorweg.)

Draagvermogen van brugliggers (Over de vermeerdering van het -) door eene geschikte bepaling der hoogte van den afstand tusschen de steunpunten. U. 58/59; 128.

Draagvermogen van brugliggers uit gesmeed ijzer naar het traliewerk-stelsel vervaardigd (Proeven omtrent het -). U. 1848 II: 3. Zie ook U. 53/54: 13.

Draagvermogen van djatie- en ander inlandsch hout. Proeven te Soerabaia genomen. N. 51/52: 178. N. 54/55: 6, 13, 19, 84, 87, 163. V. 54/55: 30, 88. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Draagvermogen van draadkabels en ijzeren koorden in vergelijking met hennepkabels van gelijk vermogen (Proeven ter bepaling van het -) 49/50: 27, 73, 120.

Draagvermogen van gesmeed ijzeren balken (Proeven omtrent de doorbuiging en het -). U. 56/57: 205.

Draagvermogen van gesmeed ijzeren balken bij trillende belasting (Over het -). U. 66/67: 45. Zie ook Balken en Brugliggers.

Draagvermogen van hout met sulphas cupri en met creosoot bereid. N. 65/66: 128.

Draagvermogen van ingeheide palen. Berekening van het draagvermogen volgens Saunders. N. 54/55: 88. U. 53/54: 32. Proeven te Rotterdam genomen. N. 49/50: 28, 81. Zie ook N. 59/60: 6, 29, 31, 43.

Draagvermogen van materialen (Werktuig tot het meten van de rekking en het -). Dynamometer van Perreaux. N. 58/59: 29.

Draagvermogen van plaatijzeren kokers. N. 48/49:145, 157. Zie ook U. 1848 I: 17. U. 52/53: 2.

Draaibrug over de Mark (IJzeren spoorweg-). N. 55/56: 40, 51. V. 55/56: 200.

Draaibrug over de Oude Haven te Rotterdam (IJzeren -). De Koningsbrug. Beschrijving van de brug. N. 60/61: 5, 46. V. 61/62: 20. Bestrating der brug. N. 60/61: 46, 91.

Draaibrug over de Penfeld te Brest (IJzeren-). U. 65/66:131. M. 56/57: 8. M. 61/62: 6.

Draaibrug over de Rupel, volgens het stelsel van Neville (IJzeren -). N. 53/54: 5, U. 53/54: 17. Zaag, gebezigd bij het afzagen onder water van de koppen der funderingspalen. U. 54/55: 37.

Draaibrug over de voorhaven van de zeedoksluis te Willemsoord (IJzeren -). V. 66/67 I: 38. Berekening van de afmetingen van de liggers der dubbele draaibrug. N. 61/62: 185, 207.

Draaibrug over den IJssel bij Westervoort (IJzeren spoorweg-). N. 55/56: 17, 18. V. 56/57: 4. Invloed van de brug op den afvoer van het ijs. N. 55/56: 4,16, 61, 71 V. 56/57: 1.

Draaibrug over den mond der spoorweghaven onder Dubbeldam nabij Dordrecht (Beschrijving van de dubbele -) N. 68/69: 71, 115.

Draaibrug over het kanaal door Zuid-Beveland in den spoorweg van Roosendaal naar Vlissingen. Beschrijving van den opzet-toestel van de -). N. 67/68: 82, 170.

Draaibrug over het Noordhollandsch kanaal te Alkmaar. Vernieuwing der brug. N. 54/55: 11, 31. V. 54/55: 79.

Draaibrug over het Papenburger kanaal in den spoorweg van OsnabrŁck naar Emden. Aanteekening over den bouw. U. 59/60: 20.

Draaibruggen (Elektrische veiligheidstelegraaf voor -) en spoorverzettingen. U. 54/55: 10.

Draaibruggen (Over de spil en de keuspot bij -). N. 48/49: 55.

Draaibruggen, ingerigt voor het passeren van spoortreinen in schuine rigting over kanalen, volgens den hoofdinspecteur Conrad. N. 61/62: 144.

Draaibruggen met vast gedeelte over het Noord-Hollandsch kanaal in den spoorweg van Nieuwediep naar Amsterdam. (Beschrijving van den bouw der pijlers en bijbehoorende werken voor de twee -) N. 68/69: 70, 114. V. 68/69: 24.

Draaibruggen over het kanaal van Luik naar Maastricht.N. 48/49: 55. V. 1849 II: 3.

Draaibruggen over het verlengde der Lutkerhoofdtwijk, zijtak nį. 8 der Dedemsvaart in het Anerveen , gemeente Gramsbergen. N. 60/61: 7. V. 61/62: 15.

Draaibruggen voor groote openingen (Stelsel van de Geus van spoorrol- en -). N. 56/57: 82. N. 57/58: 182. N. 58/59: 31.

Draaijerskunst (De-) en werktuigelijke bewerking. U 51/52 :138.

Draaischijven (Locomobile voor -). U. 65/66: 129.

Draaischijven (Zelfbewegende -) U. 53/54: 85.

Draaischijven van plaatijzer op den hertogelijk Brunswijkschen Zuiderspoorweg. U. 58/59 : 20.

Drainage (Over de -) in Frankrijk, Engeland en BelgiŽ. U. 54/55. 58.

Drainage (Waterkracht door -). U. 51/52: 35.

Drainage van lage landen. N. 49/50: 150. Zie ook Drooglegging.

Draineerbuizen (Asphaltbuizen van Jaloureau te Parijs voor water- en gasleiding en voor-). N. 61/62: 185, 229. N.65/66: 163, 165.

Draineren. Vergelijk Drooglegging.

Drijfassen (Wijze om riemschijven op -) te bevestigen, volgens Ch. Clarine. U. 55/56: 53.

Drijfrad (Monster-) in de smederij Mersey-forge. U. 55/56: 13.

Drijfriemen van getah-pertja. N. 47/48: 40, 69, '105, 109.

Drijfwerktuig door paarden van Pinet. U. 57/58: 81.

Drijfwielen der locomotieven (Formulen van dr. Redtenbacher ter berekening van de balanceergewigten voor de -). U. 52/53: 92.

Droogbuizen uit de fabriek van den heer Rose te Utrecht. N. 51/52: 7.

Droogen van planken (Het -). M. 56/57: 4.

Drooghouden van funderingsputten door stoomtuigen (Kosten van droogmaken en -) in vergelijking met die door tonmolens, N. 48/49: 195, 238. N. 52/53. 68, 86.

Drooghouden van muren. U. 1848 III: 3.

Drooghouden van polders (Advies van het vierde landhuishoudkundig congres, betrekkelijk het droogmaken van plassen en het -). N. 49/50: 149, 243, 261.

Drooglegging (Over de maatregelen, in het departement du Loiret genomen, ter bevordering van de -). U. 58/59: 177.

Drooglegging (Over de toepassing van -) op de openbare werken. U. 56/57: 160.

Drooglegging (Verstoppingen der werken tot -). M. 57/58:18.

Drooglegging, aangewend tot verbetering der aardbanen van spoorwegen. U. 51/52: 185.

Drooglegging en vruchtbaarmaking der Landes van Gascogne. U. 64/65: 1.

Drooglegging met groote tusschenruimten en op groote diepte.U. 58/59: 93. Aanmerking op dit stuk. N. 58/59: 102, 119. Zie ook Drainage.

Droogleggingskanalen (Over de voordeeligste wijze om besproeijings- en -) aan te leggen. U. 66/67: 27.

Droogmaken en drooghouden van funderingsputten door stoomtuigen (Kosten van -) in vergelijking met die door tonmolens. N 48/49: 195, 238. N. 52/53: 68, 86.

Droogmaken van land aan den zeekant of andere wateren (Aanleggen van bedijkingen tot het -). N. 48/49: 194, 209.

Droogmaken van plassen en drooghouden van polders (Advies van het vierde landhuishoudkundig congres, betrekkelijk het -). N. 49/50: 149, 243, 261.

Droogmaking der Legmeerplassen (Memorie, betreffende de -). N. 51/52: 98. V. 51/52: 43.

Droogmaking van de Maremmes en van de moerassen van Castiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

Droogmaking van de Zuiderzee. Algemeene beschouwingen. N. 66/67: 58, 75, 181, 262.

Droogmaking van den Zuidplaspolder in Schieland. Geschied- en waterbouwkundige beschrijving. N. 50/51: 93, 115. V. 51/52: 6.

Droogmaking van het Blockland in het gebied der vrije Hansestad Bremen. U. 67/68: 48. Zie ook N. 67/68: 76, 149, 216.

Droogmaking van het Haarlemmermeer. Invloed van de droogmaking op den toestand van Rijnland. N. 52/53: 69.

Proeve eener beschouwing, omtrent de verbetering van de Katwijksche uitwatering; ten dienste der droogmaking. N. 48/49: 299. V. 1850 V: 80.

Droogmaking van het meer van Fucino (De -). U. 55/56: 69.

Droogmaking van meren en plassen (Mededeeling over drijvende stoomgemalen tot -). N. 66/67: 12, 51, 175.

Droogmaking van moerassen en veenlanden (Aanwending van stoomkracht tot -) in Engeland. U. 1849 IV: 95.

Droogmakingen (Waterwerken, -), bevloeijingen en ophoogingen of grondaanspoelingen in ItaliŽ. U. 67/68: 25.

Druk (Verdeeling van -). Bijdrage tot de statica der bouwkunst. N. 50/51: 157. U. 51/52: 41, 127. Zie ook U. 54/55: 156.

Druk der golven (Proefnemingen omtrent den -). U. 1850 IX: 145. Reis van Malezieux. Zie ook N. 55/56: 78.

Druk der golven (Werktuig tot het meten van den -). N 68/69: 152. Vergelijk 205, 223. Zie ook Golven.

Druk, die eene belaste lijn op meer dan twee steunpunten uitoefent (Bepaling van den -). N, 52/53: 92.

Druk- en zuigpomp van Kirchweger. U. 55/56: 122.

Druk van den wind op groote kapconstructien. N 66/67: 256, 280, 328, 340.

Drukking (Opmerkingen omtrent de verdeeling der -) in de dwarsdoorsnede der bogen van gegoten ijzeren bruggen. U. 54/55: 156.

Drukking van grond (Proefnemingen omtrent de -). U. 66/67: 8.

Drukwerktuigen (Over -) en voornamelijk over die, welke in gebruik zijn in de drukkerij van het nieuwsblad ę The Times Ľ. U. 1850 IX: 211.

Duifsteen van den Rijn (De tuf- of -). N. 60/61: 134, 144, 145. N. 63/64: 76, 195, V. 63/64: 81. Zie ook Tufsteen.

Duiker (Hevel-) van gegoten ijzer. U. 51/52: 147.

Duikerklok (Mededeeling, betreffende eene plaatijzeren buis-) en toebehooren, bestemd voor de dienst in Oost-IndiŽ. N. 63/64: 28. V. 63/64: 77.

Duikers (Over verbeteringen in de kleeding der -), en in andere toestellen om onder water te werken. U. 56/57: 30. Zie ook Nautiluswerktuig van Sears. U. 57/58: 116. Skaphander. U. 56/57: 204 en U. 59/60: 79.

Duikerschip ęde Hollandsche duikerĽ, bestemd tot berging van de in het wrak ęde LutineĽ nog aanwezige edele metalen. M. 58/59: 21. Zie ook Lutine.

Duikerschepen, gebruikt bij de werken voor de opstuwing en afdamming van den Nijl. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 22. Zie ook Afdamming en opstuwing van den Nijl.

Duin en strand aan de noordwestzijde van het eiland Schouwen bij de zoogenaamde Oude Hoeve (Aanteekeningen nopens het -) N. 64/65: 5, 70. V. 64/65: 53.

Duindijk ęSillonĽ bij St. Malo (Aanteekening over den bouw der bekleedingen van zeedijken en over den -). U. 61/62: 22

Duinen (Afneming der -) en van het strand langs de kusten der Noordzee in Nederland. ProvinciŽn Noord- en Zuidholland. Algemeen overzigt. N. 55/56: 39, 45. V. 55/56: 138.

Kaart van het Noordhollandsch zeestrand. N. 54/55: 200.

Aanteekening der verrigte strandmetingen. 1860. N. 60/61: 50.

1862. N. 62/63: 92.

1863. N. 63/64: 39.

1864. N. 64/65: 93.

1865. N. 65/66:122.

1866. N. 66/67: 60.

1867. N. 67/68: 56.

1868. N. 68/69:134.

Overzigt van de verplaatsing van de hoog- en laagwaterlijnen en van den voet van het duin. Van 1843-1859. N. 59/60: 68. V. 59/60: 53. Van 1843-1863. N. 63/64: 258. V. 64/65: 3.

Graphische voorstelling van de uitkomsten der strandmetingen. N. 63/64: 268. V. 64/65: 1.

Duinen (Onderzoek naar hetgeen reeds gedaan is en vooral in Frankrijk nog gedaan wordt, om, door middel van bezaaijing met dennen, de -) tegen verstuiving te vrijwaren. Verslag door Gedeputeerde Staten van Noordholland uitgebragt. N. 65/66: 173, 199.

Verslag van dr. Staring aan den Minister van Binnenlandsche Zaken. N.65/66: 173, 224.

Zie ook M. 61/62: 7.

Duinen (Over het vruchtbaarmaken van de -). U. 60/61: 72.

Zie ook Ontginning.

Duinkerken (De haven van -). U. 68/69: 76.

Duinwaterleiding te Amsterdam. Bezoek aan de werken bij den Vogelsang. N. 52/53: 179. Eenige opgaven en bijzonderheden nopens de werken. M. 57/58: 17.

Duinzand om kunststeen te vervaardigen. N. 55/66: 108. Zie ook Kunststeen.

Duitschland (Aanteekeningen, betreffende eenige belangrijke sluis- en havenwerken in -), Nederland, Frankrijk, Engeland en BelgiŽ. V. 60/61: 163.

Duitschland (Aanteekeningen, betreffende sommige drooge dokken in -), Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Engeland. V. 60/61: 176.

Duitschland (Grondregelen voor de ontwikkeling der spoorwegen in -). Algemeene vergadering van Besturen der Duitsche spoorwegen te Weenen 1849. U. 1850 IX: 208. U. 50/51: 25. Vergadering te Triest 1858. U. 58/59: 1. U. 59/60: 10.

Duitschland. Zie Dokken, Spoorwegen en Telegrafen.

Dundee (Haven te -). U. 1850 IX: 140. Reis van Malezieux.

Dwarsliggers (Bereiding en bewaring van-). Zie Bereiding en bewaring van hout tegen bederf.

Dwarsliggers (Strekhouten ter vervanging der -) op den Franschen Noorder-spoorweg. U. 54/55: 60.

Dwarsliggers en stoelen bij den Great-Northern-spoorweg in gebruik. N. 52/53: 94. Zie ook Strekhouten.

Dynamisch equivalent van stroomende elektriciteit en vaste schaal van elektro-beweegkracht. U. 1850 IX: 277. Zie ook U. 1850 IX: 275.

Dynamometer van Bourdon. U. 61/62: 52.

Dynamometer van Perreaux. N. 58/59: 29.

Eb en vloed in de beneden-rivieren in Nederland (Over -) N. 59/60: 176. V. 60/61: 29.

Eb en vloed in de Nederlandsche rivieren (Over -). N 62/63: 221, 234. V. 63/64: 6.

Eb en vloed in de Oostzee. M. 60/61: 1.

Eb en vloed langs de kusten der Zuiderzee (Over -). N. 63/64: 262. V. 64/65: 51.

Eb en vloed op de kuststreek van BelgiŽ (Over -). U. 67/68: 83.

Eb en vloed te Wijk aan zee. (Nota over -). N. 66/67: 225 , 233, 234.

Ecole impťriale des Ponts et Chaussťes te Parijs (Bepalingen, betrekkelijk hot opnemen van vreemdelingen aan de -) N. 58/59: 25, 33.

Egypte. Zie Besproeijing, Kanaal van Suez, Nijl, Openbare werken, Spoorwegen.

Elbe (Aanteekeningen aangaande de ijsbezetting en de dijksver-dediging bij den hoogen waterstand in de Beneden-) in Fobruarij 1862. U. 64/65: 43, 46.

Elbe (Middelen, aangewend tot het bevaarbaarhouden van den mond der -). N. 57/58: 90, 99.

Elektriciteit (Dynamisch equivalent van stroomende -) en vaste schaal van elektro-beweegkracht. (U 1850 IX: 277. Zie ook 275.

Elektriciteit (Gebruik van de -) tot het afdrukken van teeke-ningen, handteekeningen enz. volgens Caselli. N. 64/65: 5. M. 57/58: 9.

Elektriciteit (Gebruik van de -) tot het ontdekken van onderwater liggende metaalmassa's. U. 51/52: 147.

Elektriciteit (Gebruik van de -) tot het opsporen van erts-lagen. U. 51/52: 147.

Elektriciteit (Memorie over de -). N. 48/49: 66.

Elektriciteit (Memorie over het beproeven van bruggen van geslagen ijzer door middel van de -). U. 61/62: 17.

Elektriciteit (Over de geschiktheid van in den handel voorkomende koperdraden van verschillende herkomst om de -) te geleiden. U. 59/60: 163.

Elektriciteit (Over de ontsteking van mijnovens door middel van de -) Toestel van Ruhmkorff en Verdu. U. 52/53: 87. U. 54/55: 75.

Elektriciteit (Over de toepassing der -) tot verbetering eener onvolmaakte leiding van telegraafkabels. U. 57/58: 100. Zie ook M. 58/59: 11.

Elektriciteit (Snelheid der -). U. 1850 IX: 197.

Elektriciteit (Toepassing der -) tot verzekering van het verkeer op spoorwegen. U. 53/54: 85. U. 62/63: 65. Zie ook Spoorwegen.

Elektriciteit (Verschijnselen, die zich voordoen in de telegraafdraden door den invloed van atmospherische -) en van het Noorderlicht. N. 63/64: 76. V. 64/65: 38. Zie ook U. 51/52:

189.

Elektriciteit en warmte als middelen van beweging. U. 1850 IX: 275. Zie ook 277.

Elektrisch klokwerk op den Hertogelijk Brunswijkschen spoorweg. U. 58/59: 35.

Elektrisch licht. U. 1849 IV: 116. Toestel van Le Motte.

Elektrisch licht (Gebruik van -). Bij de uitvoering van sluiswerken aan de Zuidwillemsvaart bij Maastricht. N. 64/65: 93, 111.

Bij het stellen van de brug over de Mark in den spoorweg van Antwerpen naar Rotterdam N. 55/56: 40, 51. V. 55/56: 205.

Bij de Napoleonsdokken te Parijs. U. 53/54: 125.

Bij verbouwingen te Parijs. U. 54/55: 73.

Elektrisch licht (Magneto) voor vuurtorens. M. 61/62: 2.

Elektrisch licht (Over de kosten van -). U. 59/60: 88.

Elektrisch licht (Proefnemingen van Lacassagne en Thiers tot het gebruiken van -) voor verlichting. N. 56/57:46.U.58/59: 34, 118.

Elektrisch licht (Toestel van Harrison voor standvastig -). U. 58/59: 120.

Elektrisch licht (Verlichting van het veld van Mars te Parijs door -) M. 57/58: 9.

Elektrisch licht (Verlichting van zeebrekers in Frankrijk door-). M. 57/58: 9.

Elektrisch weefgetouw van Bonelli. M. 59/60: 3.

Elektrische lamp (Eene verbeterde -) van Lacassagne en Thiers. N. 56/57: 46 U. 58/59: 34, 118.

Elektrische lamp van Jaspar. U. 53/54: 60. Zie ook N. 64/65: 111 en V. 55/56: 205,

Elektrische lamp van dr. Overduyn. N. 55/56: 40.

Elektrische lamp van Roberts. U. 53/54: 36.

Elektrische spanningsreeks (Over de plaats van het aluminium in de -). U. 56/57: 123.

Elektrische stroomen (Over een werktuig ter bepaling der waarde van afwisselende -), voor gebruik bij telegrafen, door Wildman Whitehouse. U. 56/57: 198.

Elektrische stroomen (Over verscheidenheid der werking van even sterke -) op elektro-magneten. U. 57/58: 155. Zie ook Galvanische stroom.

Elektrische tijdbol in het Strand te Londen. U. 52/53: 52.

Elektrische verbinding der observatoria (Gewigt van de -). U. 51/52: 176.

Elektrische verschijnselen in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. M. 57/58: 9.

Elektro-beweegkracht (Dynamisch equivalent van stroomende elektriciteit en vaste schaal van -). U. 1850 IX: 277. Zie ook U. 1850 IX: 275 en U. 51/52: 188.

Elektro-magneten (Over verscheidenheid der werking van even sterke elektrische stroomen op -). U. 57/58: 155

Elektro-magnetische graveermachine van Handsen. U 54/55:19.

Elektro-magnetische locomotief van Page. U. 51/52: 189.

Elektro-magnetische uurwerken te Berlijn. U. 51/52: 189.

Elektro-magnetismus (Proeven omtrent het gebruik van het -) tot overbrenging van beweegkracht. U. 51/52: 188. Zie ook Elektro-beweegkracht.

Ellipsen bij benadering te beschrijven. U. 61/62: 109.

Ellipspasser. N. 48/49: 261, 278.

Elliptisch snijwerktuig. N. 48/49: 56, 77.

Elodea Canadensis (Mededeelingen omtrent de waterpest, -). N. 67/68: 63, 80, 166, 207.

Elseneur (Aanleg van eene zeehaven te -). N. 65/66: 187.

Emmers van getah pertja (Brand-). N. 47/48: 40.

Engeland (Aanmerkingen omtrent de kazernen en den zedelijken toestand van den soldaat in -). U. 1850 IX: 38. Kazernen voor . de Koninklijke Marine te Woolwich. U. 1850 IX: 50.

Engeland (Aanteekeningen betreffende eenige belangrijke sluis- en havenwerken in -) Nederland, Frankrijk, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61: 163.

Engeland (Aanteekeningen, betreffende sommige dokken in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk, Duitschland en -). V. 60/61: 176.

Engeland (Arbeiderswoningen in -).

Arbeiderswoningen door Maatschappijen gesticht. U. 1850 IX: 116.

†† Woningen voor de landbouwende klasse. U. 1850 IX: 123.

Modelwoningen voor huisgezinnen, opgerigt bij gelegenheid der algemeene tentoonstelling in Hydepark. (Gebruik van holle steenen). N 51/52: 7, 18. Over de verbetering van den algemeenen gezondheidstoestand. U. 53/54: 121.

Engeland (De oostkust van -) tusschen de monden van de Theems en de Wash. U. 66/67: 7.

Engeland (Korte beschrijving der bad- en waschhuizen in -). N. 48/49: 257. V. 1849 III : 15. Zie ook U. 56/57: 153.

Engeland (Over de bestrating in -). U. 1850 IX: 143. Reis van Malezieux.

Engeland (Over de drainage in -), Frankrijk en BelgiŽ. U. 54/55: 58.

Engeland (Over de invoering van het tiendeelig stelsel in -). M. 58/59: 5.

Engeland (Over vereenigingen van handwerkslieden in -) en Frankrijk. U 59/60: 1. Zie ook Arbeidersverenigingen.

Engeland (Stoombemaling in -). U 1849 IV: 95.

Engeland (Verbetering van den gezondheidstoestand der steden in -). U. 55/56: 127.

Engeland (Verbeteringen, welke in den laatsten tijd, betrekkelijk den gevangenisbouw in -) en Schotland zijn ingevoerd. V. 1848 I: 45.

Engeland (Zeewerken in -).U 1850 IX : 136. Reis van Malezieux.

Engeland's physieke magt. M. 57/58: 3.Zie ook Dokken, Groot-BritanniŽ, Spoorwegen, Staatsspoorwegen en Telegrafen.

Engelsch-Indie. Zie Indie.

Engelsche Kanaal (Onderzoek naar de stroomen en den loop der aanslibbingen in het -). U. 64/65: 51.

Enkhuizen (Prijsvraag, betreffende de verbetering van de haven te -). N. 53/54: 3, 10. N. 55/56: 105, 121.

Equerre a miroirs van Huese te Alkmaar. N. 63/64: 82, 120, 204.

Equerre a miroirs van Lipkens (Gewijzigd -). N. 61/62: 89, 127, 128.

Equivalent van stroomende elektriciteit (Dynamisch -) en vaste schaal van elektro-beweegkracht U. 1850 IX: 277. Zie ook 275 en U. 51/52: 188.

Ericsson's luchtmachine. U. 53/54: 2, 3, 114. Togt met het kalorieke schip Ericsson. U. 53/54: 7. Zie ook Luchtmachine.

Erts (IJzer-) in Nederland. N. 58/59: 30, 98, 106.

Ertsen (Nieuwe wijze van behandeling der ijzer-). U. 1850 IX: 85.

Escozijnsche steenen (Gebruik van sommige in Duitschland voorhandene steensoorten, ter vervanging van de Doorniksche,Vilvoordsche en -). V. 1849 II: 109.

Etablissment van D. Kirkaldy te Londen om denweÍrstand van metalen en andere bouwstoffen te beproeven. N. 68/69: 210. Vergelijk U. 63/64: 74.

Etablissement van John Cockerill te Seraing. U 1848 III: 41. Toestand in 1856. M. 57/58: 29.

Excentriek-schijf van Wolf Bender voor spoorverzetting.U. 56/57: 22. Zie ook U. 54/55: 165.

Excrementen als mest voor den landbouw bruikbaar te maken (Over de jongste pogingen om menschelijke -). U. 18481: 52. Handelingen van het Instituut van civiel Ingenieurs te Londen. U. 1849 VI: 77. Zie ook Rioolstoffen.

Fabriek (Cement-) van de gebrs. Leube te Ulm. N. 67/68: 328, 341. Berigt.

Fabriek (Proefnemingen met holle steenen en buizen uit de Nederlandsche cementsteen-) van Ph. Lindo en Cie. te Delfshaven. N. 66/67: 258, 302.

Fabriek tot bereiding van hout tegen bederf door creosoot te Amsterdam. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Fabriek tot bereiding van hout tegen bederf door creosoot te Fijenoord bij Rotterdam. N. 56/57: 114. N. 63/64: 27, 76.

Fabriek tot het bereiden van asphalt en koolteerpek van van der Elst en Smits te Amsterdam. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Fabriek van asphalt van Baboneau en Go. te Parijs. N. 57/58: 5. Prospectus.

Fabriek van baksteenen bouwornamenten van Westerouen van Meeteren en van Vloten te Utrecht. N. 60/61: 137, 159. Aankondiging.

Fabriek van gebakken aarde van Twiss en Cį. te Arnhem. N. 53/54: 73. Aankondiging.

Fabriek van gebakken steenen voor bestrating van doorgangen, vestibulen, trottoirs enz. van H. Bosch te Maastricht. N. 67/68: 77, 158. Verslag der commissie van onderzoek. N. 68/69: 72, 116.

Fabriek van glas van Hartley and Cį. te Sunderland. N. 53/54: 21, 45, 46. Aankondiging.

Fabriek van Hilliar te Amsterdam tot bereiding van hout tegen bederf door creosoot. N. 56/57: 6, 20.

Fabriek van massieve parquetvloeren in Zwitsersche landhuizen van Seiler, MŁhlemann en Cį. te la Villette. U. 55/56: 32.

Fabriek van muurplaten en vloersteenen van Lambert en Cį. te Maastricht. N. 60/61: 6, 25. Rapport der commissie van onderzoek. N. 60/61: 43, 57.

Fabriek van portland-cement van de firma Knight, Bevan en Sturge te Londen. N. 68/69: 72, 121. Monsters.

Fabriek van portland-cement van Dyckerhoff und SŲhne te Mannheim in AmŲneburg bij Bieberich. N. 68/69: 154. Berigt.

Fabriek van stoomwerktuigen ęde Prins van OranjeĽ. Afbeeldingen van vervaardigde stoomtuigen. N. 68/69: 244.

Fabriek van stoomwerktuigen enz. van John Cockerill te Seraing. U. 1848 III: 41. Toestand in 1856. M. 57/58: 29.

Fabriek van stoom- en andere werktuigen van C. M. de Bruyn Kops te Breda. N. 62/63: 80, 87. Circulaire.

Fabriek van stoomwerktuigen enz. van Slotemaker, Lantinga en Cį. te Groningen. N. 54/55: 40. Kennisgeving.

Fabriek van turfcokes en paraffin-vernis van Haages en Cį. bij Amsterdam. N. 49/50: 146. N. 50/51: 34.

Fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam tot bereiding van hout en het bereiden van asphalt en koolteerpek. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Fabriek van werktuigen van Lecouteux te Parijs. U. 63/64: 58.

Fabriek van Ph. Lindo en Gį. te Delfshaven (Cement-). N. 66/67: 258, 302.

Fabriek van Mr. C. Mirandolle te Fijenoord tot bereiding van hout. N, 56/57: 114. N. 63/64: 27, 76.

Fabriek- en handwerksnijverheid (Vereeniging ter bevordering van -) in Nederland.

Prijsvraag omtrent de middelen om den ambachtsman, gedurende den winter, werk en daardoor brood te verschaffen. N. 62/63: 173, 214.

Prijsvraag voor een ontwerp van arbeiderswoningen. N. 67/68: 78.

Internationale tentoonstelling van voorwerpen voor de huishouding en het bedrijf van den handwerksman te Amsterdam in 1869. Reglement en programma. N. 68/69:135,172.

Fabriekaadje (Machinale brandstof-). N. 49/50: 9, 23.

Fabriekaadje (Over -) van gas uit plantaardige stoffen. U. 56/57: 156,

Fabriekaadje van het vlas. U. 51/52: 142.

Fabriekaadje van meekrapbloem en meekrapalcohol. N. 52/53: 133, 156, 178, 191.

Fabrieken van getah-pertja. U. 1848 III: 83.

Fabriekschoorsteenen (Opmerkingen omtrent -). U. 68/69:63.

Factory in Zuid-Rusland (Oprigting eener Nederlandsche -). N. 49/50: 214.

Fer mallťable. N. 67/68: 9. Monsters. Zie ook Fonte.

Filtreertoestel voor papierfabrieken van Caste. U. 59/60: 191.

Fiume (Mededeeling omtrent den aanleg van het steenen hoofd in de haven van -). U. 65/66: 67.

Flambouwen (Nieuwe, goedkoope -). U. 51/52: 190.

Flambouwen uit houtkrullen vervaardigd. N. 49/50: 26, 71.

Fonds voor uitvinders (Stichting van een ondersteunings-) door de Britsche Akademie van algemeene Nijverheid, Wetenschappen en Kunsten. N. 51/52: 182.

Fonte mallťable. 50/51: 4, 17, 130, 145. Zie ook N. 67/68: 9.

Formeelen (Over het wegnemen van). U. 52/53: 88.

Formeelen uit bruggen en viaducten weg te nemen (Nieuwe wijze om -). U. 54/55: 99.

Formulen betrekkelijk de werking der belasting op de diagonalen van ijzeren liggers uit traliewerk bestaande. U. 53/54: 13.

Formulen ter oplossing van vraagstukken betrekkelijk de hydro-dynamica. U. 1850 IX: 252.

Formulen van Darcy en Bazin en van Prony (Vergelijking der -), met eenige waarnemingen, in de maanden Februarij en Maart 1867 gedaan in de Cothergrift. N. 66/67: 259, 307. Vergelijk U.66/67:92.

Formulen van dr. Redtenbacher ter berekening van balanceer-gewigten voor drijfwielen van locomotieven. U. 52/53: 92.

Fornuis (Rookverterend -) van Aitchison, Evans en Fearon. U. 53/54: 37.

Fornuis (Rookverterend -) van Manley U. 54/55: 88.

Fornuis (Rookverterend -) van Parker. U. 54/55: 152.

Fornuis (Rookverterend -) van Sowell. U. 53/54: 37. Zie ook Atmopyre, Rookverbrandend, Rookver-

tering en Vuurhaard.

Fornuizen (Inrigting van -). U. 54/55: 166.

Fornuizen (Verbeteringen in -) en stoomketels van Green. U. 54/55: 76.

Forsters compositie voor vloerbedekkingen binnenshuis (Proeven met Java-asphalt en -). N. 54/55: 16. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Forten te Kopenhagen. N. 63/64: 39, 206. V. 64/65: 27. Zie ook N. 68/69: 182.

Frankrijk (Aanteekeningen, betreffende eenige belangrijke sluis- en havenwerken in Nederland, -), Engeland, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61: 163.

Frankrijk (Aanteekeningen, betreffende sommige drooge dokken in Nederland, -), Engeland, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61 : 176.

Frankrijk (Algemeene waterpassing van -). U. 55/56: 50.

Graad van naauwkeurigheid. N. 64/65: 147.

PantosymmŤtre van BourdalouŽ. N. 64/65: 152.

Frankrijk (Beweegbare stuwen in -). N. 52/53: 135. V. 52/53: 53.

Frankrijk (Kanalisatie van eenige rivieren in -). N. 52/53: 135. V. 52/53: 61.

Frankrijk (Onderzoek naar hetgeen reeds gedaan is en vooral in -) nog gedaan wordt, om, door middel van bezaaijing met dennen, de duinen tegen verstuiving te vrijwaren. Verslag door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland uitgebragt. N. 65/66: 173, 199. Verslag van dr. Staring aan den Minister van Binnenlandsche Zaken. N. 65/66: 173, 244. Zie ook M. 61/62: 7.

Frankrijk (Over de drainage in -), Engeland en BelgiŽ.U. 54/55: 58.

Frankrijk (Over het te keer gaan van overstroomingen en de wijze van bevloeijing in -) en in Noord-ItaliŽ in toepassing op Oost-IndiŽ. Reis van den hoofdingenieur de Bruyn. N. 61/62 : 184, 206. V. 62/63: 60.

Frankrijk (Over vereenigingen van handwerkslieden in Engeland en -). U. 59/60: 1. Zie ook Arbeidersvereenigingen. Zie ook Dokken, Sluizen, Spoorwegen en Telegrafen.

Frontwelfsteenen in het scheef gewelf eener poort, gelegen in den Maastricht-Hasseltschen spoorweg. Bewerking van hardsteenen -). N. 59/60: 69, 89.

Funderen onder water met den schroefpaal. U. 1848. II: 128. Handelingen van het Instituut van civiel Ingenieurs te Londen. U. 1849. V: 3.

Fundering (Sluis-) zonder doorgaanden vloer. N. 52/53: 6,56. N. 56/57: 114. N. 59/60: 62. Zie ook N. 57/58: 57, 73, 74.

Fundering (Vragen betrekkelijk de aan eene paal-) te geven soliditeit. N. 59/60: 6, 29, 43.

Fundering der gebouwen van het Thuringer spoorwegstation te Leipzig. (De -) U. 61/62: 62

Fundering der pijlers voor de spoorwegbrug over den Rijn te Kehl (Wijze van -) N. 59/60: 44. M. 58/59: 18.

Fundering onder het schoolgebouw en de onderwijzerswoning te Halfweg (Bijzonderheden omtrent eene paal-). N. 59/60: 6, 31.

Fundering op schroefpalen van eene brug over de Marne bij Rachecourt M. 58/59: 17.

Fundering van de brug te Neuville-sur-Sarthe (Mededeeling omtrent de -) U. 55/56: 59

Fundering van de hangbrug over de Dnieper te Kieff. N. 49/50: 197, 211. N. 50/51: 5. U. 1850 IX: 68.

Fundering van de spoorwegbrug over de Allegheny, te Pittsburg in Noord-Amerika. U. 56/57: 28.

Fundering van de spoorwegbrug van Saltash (Mededeeling omtrent de -). U. 1849. V: 94. U. 55/56: 61.

Funderingen (Gebruik en bederf van beukenhout in -).

De Hanepraaisluis te Gouda. N. 57/58: 61. V. 58/59: 26.

Toren te Dordrecht. N. 57/58: 61.

Brug over de Epte te Gisors en kaaimuur te Carthago in Frankrijk. M. 58/59: 9.

Dak- en sluiswerken te Antwerpen. N. 59/60: 99.

Funderingen (Gebruik van schroefpalen bij -). N. 52/53: 3, 8. Zie ook Funderen en Schroefpaal.

Funderingen (Herstelling van de -) onder water van de brug Legrand te Cette door middel van den Shaphander. U. 59/60: 79.

Funderingen (Mededeeling omtrent het in rekening brengen van denweÍrstand der palen onder sluis-) tegen het oppersen. N. 63/64: 186.

Funderingen (Memorie over den aanleg van -) in de slappe gronden van Bretagne. U. 65/66: 16, 38. - Aardewerken. - Funderingen op palen na zamenpersing van den grond. - Funderingen met besloten putten. - Funderingen met droogmaling. - Funderingen met betonstortingen onder water. - Funderingen door zamengeperste lucht.

Funderingen (Wijze van Pontez om onderzeesche-) te bouwen. U. 53/54: 34

Funderingen, dok- en kaaimuren en andere zeewerken zonder kistdammen. U. 66/67: 48.

Funderingen in de rivieren met bewegelijken bodem. U. 58/59: 180.

Funderingen met gemetselde blokken van gebakken steen (Over -). U. 57/58: 190.

Funderingen van hydraulische werken (Over het gebruik van plaatijzer in -). U. 57/58: 136.

Funderingspalen van de brug over den Shannon. U. 51/52:130.

Funderingsputten (Vergelijking van de kosten der stoomkracht, met die van tonmolens en andere beweegkrachten, in toepassing bij het droogmaken en drooghouden van -). N. 48/49: 195, 238. N. 52/53: 68, 86.

Funderingswerken aan de brug over de Medway bij Rochester. U. 51/52: 161. U. 52/53: 16. (Luchtdruk).

Funderingswerken van de drie drooge dokken in de haven te Toulon. U. 56/57: 163.

Galopperen van locomotieven voor te komen (Formulen van dr. Redtenbacher, ter berekening van balanceer-gewigten voor de drijfwielen, om het -) U. 52/53: 92

Galvanische batterij van Bunsen (Over het doelmatige van het gebruik van koperen stiften in de koolcilinders der -). N. 55/56: 91. N. 57/58: 140.

Galvanische batterij van DaniŽll (Over de oorzaak van den nederslag van koper op de poreuse potten der -) en over de middelen om dien te voorkomen. U. 57/58: 156.

Galvanische batterijen op de Pruissische Staatstelegraafkantoren in gebruik. N. 52/53: 120.

Galvanische stroom tot het beproeven van isolatoren (De -). N. 58/59: 30, 47.

Galvanische stroom tot het meten der snelheden van projectielen (De -) Werktuig van Navez. N. 58/59: 28.

Galvanische stroomen (Nieuw middel tot het voortbrengen van krachtige -) volgens Lamy. M. 57/58: 30.

Galvanische stroomen (Over verscheidenheid der werking van even sterke -) op elektro-magneten. U. 57/58: 155

Galvanische stroomen, die eene geleiding in tegenovergestelde rigtingen doorloopen (Over het gelijktijdig bestaan van twee -). U. 56/57: 203. Zie ook Elektrische stroomen.

Galvanometer (Differentiaal-) tot het bepalen van de plaats der storingen in telegraaflijnen. N. 57/58: 140, 154.

Galvanoplastie en gietwerk (Vereenigd gebruik van -). U. 54/55: 78.

Ganges-kanaal (Het groot -). U. 54/55: 92.

Garancine-bereiding. N. 52/53: 133, 156, 178, 191.

Gas (Berigt omtrent het gebruik van het gewone en het gemengde steenkolen-), gas ęLe PrinceĽ, voor eene gasverlichting te Batavia. N. 60/61: 7, 44, 75, 135, 140.

Gas (Bijdragen tot de geschiedenis der verwarming door middel van -). U. 55/56: 126.

Gas (Lichtsterkte en kosten van houtgas in vergelijking met die van steenkolen-). U. 56/57: 9,

Gas (Nadeelige invloed van -) op den plantengroei. N. 48/49: 57, 104, 110. N. 49/50: 247. N. 51/52: 100.

Verslag der commissie. N. 51/52: 179.

Verslag van den hoogleeraar F.A.W. Miquel. N. 51/52: 188, 196.

Gas (Over gastoestellen en de vervaardiging van-). U 1848 I: 46. Handelingen van het Koninklijk Instituut van Britsche Bouwkundigen.

Gas (Over hout-), U. 55/56: 65.

Gas (Overzigt van prijzen van licht-) in onderscheidene steden van Noord-Duitschland en Nederland. M. 57/58: 5.

Gas (Turf.). U. 55/56: 147.

Gas (Verlichting door water-). U. 54/55: 85. Te Narbonne, gas ęLe Prince.Ľ M. 56/57: 3.

Gas (Waterstofgas vergeleken met steenkool- en licht-), in zijne bruikbaarheid tot het verkrijgen van eenen moteur, in plaats van stoom. N. 60/61: 94, 111.

Gas (Zuiverheid van -). U. 1848 I: 46. Handelingen van het Koninklijk Instituut van Britsche Bouwkundigen.

Gas uit olie, verkregen bij de bereiding van beenzwart. N. 48/49: 181, 258.

Gas uit plantaardige stoffen (Over de bereiding van-). U. 56/57: 156.

Gasbek van Hart. Hart's Gaz-oeconomiser. N. 58/59: 84.

Gasbek van Leslie. N. 52/53: 93.

Gasbereiding (Maatschappij voor nieuwe geoctroijeerde -). N. 57/58: 5. Prospectus.

Gasbereiding uit plantaardige stoffen. U. 56/57: 156.

Gasbuizen (Beproeving van -). N. 48/49: 107, 114.

Gasbuizen (Dubbele -) van Kerckoirle. N. 48/49: 106.

Gasbuizen (Glazen -) te Maastricht. N. 48/49: 63, 114, 195, 236,

Gasbuizen (Verbinding van -). N. 48/49: 108, 145, 172. N. 51/52: 119, 190,201.

Gasbuizen (Verbinding van -) volgens Delperdange. U. 63/64: 36.

Gasbuizen (Verbinding van-) volgens Petit te Parijs, met tusschenvoeging van caoutchouc-banden. N. 57/58: 8.

Gasbuizen te Parijs. N. 51/52: 97, 117.

Gasbuizen van Chameroy. N. 51/52: 97, 117, 168, 203

Gasfabriek te Edinburg (Schoorsteen der-). U. 51/52: 131, 133.

Gasfabrieken te Hamburg (De nieuwe -). U. 52/53: 8.

Gasfabrieken te Londen (Opbrengst der -). M. 58/59: 13.

Gaskraan voor draagbaar gas. N. 49/50: 244, 265.

Gasleiding door glazen pijpen te Maastricht. N. 48/49: 63, 114, 195, 236.

Gasleidingen (Asphaltbuizen van Jalourean te Parijs voor water- en -). N. 61/62: 185, 229. N. 65/66: 136, 165.

Gasleidingen (Over het gebruik van aarden buizen voor water en -). U. 58/59: 175.

Gaslekken (Middel om -) te ontdekken.

Volgens Maccaud. U. 54/55: 72. U. 57/58: 174.

Volgens Fournier. U. 61/62: 33.

Compagnie du cherche-fuites systŤme Maccaud. N. 60/61: 121, 141.

Gaslekken (Nadeelige invloed van -) op den plantengroei N. 48/49: 57, 104, 110. N. 49/50: 247. N. 51/52: 100.

†† Verslag der commissie. N. 51/52: 179.

†† Verslag van den hoogleeraar F. A. W. Miquel. N. 51/52: 188, 196.

Gasmeter a niveau constant van Scholefield en Cį. te Parijs. V. 59/60: 64.

Gasregulators van Young U. 57/58: 76.

Gassen (Aanwending der -) ontwikkeld uit fornuizen met blaastoestellen tot verwarming van stoomketels. U. 1848 III: 81. U, 1850 IX: 273, 82

Gassen (Vloeibaarmaking van -). U. 51/52: 34.

Gassen (Waarde der -), welke uit de blaasovens ontsnappen. U. 1850 IX: 273.

Gastoestel van Lenoir (Beschrijving van eenige wijzigingen in de tegenwoordige stoomwerktuigen en van den -). U. 60/61: 1. Zie ook N. 60/61: 94, 111.

Gastoestellen (Over -) en de vervaardiging van gas. U. 1848 I: 46. Handelingen van het Koninklijk Instituut van Britsche Bouwkundigen.

Gasverlichting (Proef aangaande de -) der personen-wagens op spoorwegen door draagbaar gas. U. 59/60: 70.

Gasverlichting (Verslag omtrent de -) van spoorwegen. U. 59/60: 68.

Gasverlichting in kleine plaatsen. U. 59/60: 28.

Gasverlichting in onderscheidene steden van Noord-Duitschland en Nederland (Overzigt dor prijzen van -). M 57/58: 5.

Gasvlammen als verhittingsmiddel in werkplaatsen (Over -). U. 58/59: 89.

Gaszuivering. U. 54/55: 73.

Gebouw (Middelen ter beoordeeling der bewoonbaarheid van een -). U. 1848 III: 3. U. 56/57: 21.

Gebouw (Verrolling van een steenen -) te Halfweg. N. 49/50: 194, 201.

Gebouw der Hannoversche bank te Hannover. U. 65/66: 11.

Gebouw voor de tentoonstelling te Batavia. N. 52/53:132,149.

Gebouw voor de tentoonstelling te Madrid (Prijsuitschrijving voor een -). N. 62/63: 79.

Gebouwen (Brand en brandvrije -). U. 53/54: 38. U. 56/57 :147.

Gebouwen (Over het ijzer in -). U. 57/58: 56.

Gebouwen (Over het licht en zijnen invloed op de behoorlijke inrigting van ontwerpen van -). U. 60/61: 40.

Gebouwen binnen de vesting Willem I op Java (Beschrijving der zamenstelling en inrigting van.de -). N. 51/52: 98, 150. V. 51/52: 54.

Gebouwen op het stationsplein te Emden (Over de zandbedden, waarop eenige -) zijn gefundeerd. U. 66/67: 74.

Gebouwen van metaal te versterken (Geoctroijeerde methode van Pedder om -). U. 58/59: 133

Gedenkpenning op den bouw van de spoorwegbrug over de Lek te Kuilenburg. N. 68/69: 242.

Gedenkpenning met het borstbeeld van R. Stephenson, ter gedachtenis aan de stichting der Britanniabrug. N. 52/53: 134.

Gedenkstukken der bouwkunst in Nederland (Bewaring en beschrijving van -). N. 49/50: 243, 258. N. 51/52: 6, 12, 93. N. 56/57: 37. Zie ook Vaderlandsche Kunst.

Gedenkteeken voor het Metalen Kruis te Amsterdam. Prijsuitschrijving. N, 54/55: 70, 79, 200. Commissie van beoordeeling. N. 53/54: 106, 122. N. 54/55: 39.

GeestemŁnde en Bremerhaven (Technische mededeelingen over de havenplaatsen -). U. 56/57: 45, 113.

Sluiswerken N. 50/51: 94. V. 51/52: 1.

IJzeren sluisdeuren. U. 66/67: 80.

Gegalvaniseerd ijzer. N. 48/49: 11, 40, 190.

Geluid (Aanteekeningen omtrent het -). U. 57/58: 36.

Geluid (De theorie van het -). M. 58/59: 15.

Gemeente-archieven (Verzameling van uittreksels uit de -) belangrijk voor den waterstaat. N. 66/67: 11, 24, 48. Archief van Amsterdam. Vergelijk 194.

Gemeente-atlas van Nederland van J. Kuyper. N. 65/66: 4, 34. Aankondiging.

Gemeente-werken te Rotterdam. Zie Rotterdam.

Genie in BelgiŽ (Algemeene voorwaarden van orde en beheer voor alle aannemingen van werken en leveranciŽn, betrekkelijk het materieel der militaire -). U, 1850 VII: 94. Zie ook Tarief.

Genie in BelgiŽ (Algemeene voorwaarden voor de levering van bouwstoffen en de uitvoering van werken, toepasselijk op alle aannemingen betrekkelijk de dienst van het materieel der militaire -) U. 1850 VII: 118.

Genie in Nederland (Tarieven, toepasselijk op de leveringen voor de dienst der -), N. 54/55: 200, 230, 231. V. 55/56: 28. Zie ook Arbeidsloonen, Dagloon en, Prijslijsten en Werkloonen.

Genie in Nederland (Voorschriften, betreffende het doen van verwingen voor de dienst der -). N. 61/62: 96, 136.

Geniewerken in de vallei van Ambarawa op Java. N. 51/52: 98, 150. V. 51/52: 54.

Geodesisch instrument van Pistor en Martens. N. 55/56: 96.

Geodesische bazis (Toestel tot het meten van eene -) U. 1850 IX: 254.

Geodesische kaarten van Zwitserland. U. 51/52: 189.

Geographische Vereeniging (Keizerlijk Russische -). Inzending der verslagen van algemeene vergaderingen. N. 63/64: 85, 205, 262.

Geologisch onderzoek van Nederland. N. 53/54: 73, 99.

Geologische kaart van Nederland. N. 49/50: 243. N. 50/51: 4, 92.

Geschut (Het vervaardigen van -) op eene wijze, waarbij deweÍrstand van het metaal over de geheele massa gelijkelijk in werking komt. U. 59/60: 123.

Geschut (Paarden-). U. 52/53: 51.

Geschut van Armstrong (Verbeterd -). U. 57/58: 75.

Getah-pertja (Gevulcaniseerde -) niet dienstig tot het isoleren van onderaardsche telegraafleidingen. N. 54/55: 73.

Getah-pertja (Kenmerken en eigenschappen van de -). U. 1848 II: 74.

Getah-pertja (Oplossing van -). N. 48/49: 128.

Getah-pertja (Surinaamsche -), N. 57/58: 141.

Getah-pertja ( WeÍrstand van -) tegen warmte. N. 47/48:40.

Getah-pertja bij den scheepsbouw gebruikt. N. 48/49:103, 127.

Getah-pertja en india-rubber van Perry en Cį. te Amsterdam. N, 66/67: 14. Prijscourant.

Getah-pertja, gebezigd tot het afdrukken van medailles. N. 47/48: 69.

Getah-pertja, gebruikt om papier ondoordringbaar te maken. N. 47/48: 51.

Getah-pertja voor telegraafdraden (Gebruik van -). N, 49/50: 147. N. 50/51: 4. N. 54/55: 73.

Getah-pertja-brandemmers. N. 47/48 : 40.

Getah-pertja-buizen (Proeven over de sterkte van -). U. 1849 VI: 64.

Getah-pertja-drijfriemen. N. 47/48: 40, 69, 105, 109.

Getah-pertja-fabrieken. U. 1848 III: 83.

Getij (Gebruik van het -) voor het plaatsen van brugliggers. Brug over de Towy. M. 58/59: 22. Zie ook Brug.

Getij-meter bij de schutsluis Willem III aan den ingang van het Noord-Hollandsch Kanaal (Beschrijving van den zelfregistrerenden -) N. 67/68: 78. V. 67/68: 87.

Getij-meter, ingerigt ten behoeve van de opneming der kusten in de Vereenigde Staten (Zelfregistrerende -). U. 55/56: 117.

Getijen in de Nederlandsche rivieren (Over de -). N. 62/63: 221, 234. V. 63/64: 6. Aanvulling N. 67/68: 212, 318.

Getijen in de Oostzee (Over de -). M. 60/61: 1.

Getijen langs de kusten der Zuiderzee (Over de -). N. 63/64: 262. V. 64/65: 51.

Getijen op de Beneden-rivieren (Over de -). N. 59/60: 176. V. 60/61: 29.

Getijen te Wijk aan Zee (Nota over de -). N. 66/67: 225, 233, 234.

Getij-opwind-toestel van Roberts. U. 1850 VIII: 123.

Getij stroomen op de kuststreek van BelgiŽ (Over de -). U. 67/68: 83.

Gevangenis Mazas te Parijs (Ventilatie en verwarming van de -). U. 53/54: 96.

Gevangenis te Pentonville (Luchtverversching en verwarming van de model-). U. 1848 II: 55. Zie ook V. 1848 I: 45.

Gevangenis te Winschoten. Bestek, begrooting, nota en teekeningen. N. 49/50: 18.

Gevangenisbouw in Engeland en Schotland (Verbeteringen, welke in den laatsten tijd betrekkelijk den -) zijn ingevoerd. V. 1848 I: 45.

Gevangenisen in Oostenrijk (Grondslag voor het oprigten van nieuwe -). U. 1850 VIII: 55.

Geweer (Het Pruissische naald-). U. 1849 VI: 72.

Gewelf eener poort in den Maastricht-Hasseltschen spoorweg (Berekening van hardsteenen frontwelfsteenen in het scheef -). N. 59/60: 69, 89.

Gewelven (Bijzonderheden van Gothische -). N. 59/60: 70.

Gewelven (Over eenige koepel-). U. 55/56: 53.

Gewelven (Scheve- ).N. 54/55:199. N. 59/60:69. U. 53/54:115. U. 54/55: 45.

Gewelven (Theorie der zamenstelling van steenen brug-). U. 51/52: 135.

Gewigt (Invoering van een nieuw stelsel van -) in Hannover, 1 Julij 1858. M 57/58: 5.

Gewigt (Invoering van een algemeen -) in alle Pruissische staten, 1 Julij 1858. M. 57/58: 31.

Gewigt, maat en prijs van koper hier te lande (Bepaling van -). N, 63/64: 37, 75, 87.

Gewigt per gemeten ton van houten en ijzeren zeilschepen. M. 57/58: 10.

Gewigt van gegoten voorwerpen (Tafel ter bepaling van het -) uit het gewigt der modellen. M. 58/59: 10.

Gewigt van ijzeren bruggen (Kromme lijn om den prijs en het -) te berekenen. U. 63/64: 38.

Gezigt in het kleine (Over het vermogen van het -). U. 1850 IX: 271.

Gezondheidsleer (Over het bouwen van kazernen, beschouwd in betrekking tot de -). U. 58/59: 110.

Gezondheidstoestand (Verbetering van den algemeenen -). U. 53/54: 121.

Gezondheidstoestand der steden in Engeland (Verbetering van den -). U. 55/56: 127.

Gezondheidstoestand in de steden (Verbetering in den -). U. 66/67: 43.

Gezondheidstoestand te Londen (De Theems in verband beschouwd met het verkeer en den -). U. 57/58: 140.

Gieterij van ijzerwerken te North Woodside. U. 58/59: 152.

Gietijzer (Verkopering van -). U. 54/55: 165.

Gietijzer. Laatste verbeteringen, in Amerika aangebragt in de vervaardiging van gegoten ijzeren kanonnen. U. 67/68: 1.

Gietwerk en galvanoplastie (Vereenigd gebruik van -). U. 54/55: 73.

Gietzand (Verslag van het scheikundig onderzoek eener specie, genaamd -). N. 57/58: 152. Zie Portland-Cement.

Glas (Dak-) van St. Gobain. U. 61/62: 102.

Glas (Schilderen op -). Musivische transparant. U. 1850 IX: 185.

Glas (Venster-) van Schuch-Kohl te Amsterdam. N. 57/58: 94. Aankondiging.

Glas uit de fabriek van Hartley en Cį. te Sunderland. N. 53/54: 21, 45, 46. Diathermaan vermogen. N. 53/54: 71, 86.

Glasblazerstoestel. U. 1848 I: 60.

Glasgow (De tegenwoordige toestand van de Clyde en van de haven van -). U. 63/64: 21. Zie ook U. 66/67: 63.

Glasijking. N. 49/50: 25

Glasruiten (Middel om het rammelen der -) aan de wagens op de spoorwegen te beletten. U. 1850 VII: 88.

Glazen (Reiniging van -) en schalen volgens Brunner. M. 58/59: 22.

Glazuur op ijzer. N. 51/52: 192.

Glohulairstaat (Proeven over den -) door Boutigny. U. 1850: IX: 88

Globulairstaat als beginsel van het stoomwerktuig van Beauregard. U. 1849 IV: 103.

Glooijingen voor zeewerken (Vergelijking van steile met holle-). U. 1850 IX: 18.

Goedereede (Overzigt van de geschiedenis der zeewerken op-). N. 56/57: 136. V. 57/58: 41.

Nota over de verdediging van het Noorderstrand, tusschen het Flaauwe-werk en de 25 besteende rijzen dammen. N. 67/68: 48. V. 67/68: 82.

Golfbrekers volgens de voorgestelde constructie van Ch. Burn. N. 58/59: 87. Zie ook Breekwater en Zeebreker.

Golfslagen (Over het berekenen van de werking der -). N. 68/69: 205. 223. Vergelijk 152.

GŲltzschthal-viaduct in Saksen. N. 58/49: 259, 274. U. 1850 VIII: 135. U. 53/54: 67.

Golven (Beschouwingen over de werking der -) U. 57/58: 92.

Golven (Invloed van wind- en stroomrigting op de hoogte der -). N. 55/56: 90.

Golven (Proefnemingen omtrent de kracht der -). U. 1850 IX: 145. Reis van Malezieux.

Golven (Werking der -) tegen zeemuren. U. 1848 II: 134. Handelingen van het Instituut van civiel Ingenieurs te Londen.

Golven (Werktuig tot het meten van den druk der -) aan den Hoek van Holland. N. 68/69: 152. Vergelijk 205, 223. Zie ook Zeewerken en Zeeweringen.

Gom (GemetalloÔseerde of gevulcaniseerde veerkrachtige -) gebezigd om deuren en vensters togtvrij te maken. N. 47/48:40, 51, 97. N. 48/49:13, 44,109. Zie ook Deuren en Vensters.

Gomelastiek tot bekleeding van telegraafdraden. N. 61/62: 164. GŲtha-kanaal (Het -) in Zweden. N. 63/64: 29, 85, 130, 206. V. 64/65: 31.

Goud-bevattende kwarts van CaliforniŽ. U. 1850 IX: 192.

Goudverw voor ijzer. M. 58/59: 7.

Gouvernementsgebouw en te Londen. Uitnoodiging tot het indienen van daartoe betrekkelijke ontwerpen. N. 56/57: 39, 74, 81. Rapport der commissie van beoordeeling. M. 57,58: 7.

Graan magazijnen (Over den invloed van onderaardsche -), silos, in Saksen. U. 56/57: 47.

Grachten (Afmetingen en gedaante van bekleedingsmuren voor havens, kaaijen en natte -). N. 48/49: 192, 282. Zie ook U. 1848 1: 3 en N. 60/61, 83.

Graniet (Aberdeensch -) ter vervanging van hardsteen. N. 52/53: 133, 154.

Graniet (Kunst-) en marmer van Handley. M. 58/59: 9.

Graveermachine (Elektro-magnetische -). U. 54/55: 19.

's Gravenhage (Bijzonderheden omtrent de groote zaal op het Binnenhof te -). N. 60/61: 179.

's Gravenhage (Nationale tentoonstelling van metalen en daaruit vervaardigde voorwerpen te -) in 1863. N. 62/63: 122. Circulaire en programma.

Great Eastern (De -).U. 53/54: 62. U. 54/55:85.

As van de schepraderen. M. 58/59 : 6.

Herstelling aan het stoomschip. U. 63/64: 40.

Greenwich's tijdseinen (Wijze van werking van-). U. 52/53: 53.

Grindwegen (Over aanleg en onderhoud van steenslag- en-). N. 59/60: 41.

Grond (Inklinken van -). N. 60/61: 171.

Grond (Proefnemingen omtrent de drukking van -). U. 66/67: 8.

Grond aanspoeling en (Waterwerken. Droogmakingen, bevloeijingen en ophoogingen of -) in ItaliŽ. U. 67/68: 25.

Grondboringen (Kind's toestel voor -). U. 54/55: 153. Zie ook Putboringen.

Grondboringen (Toestel ter bewaring van de resultaten van-). N. 67/68: 329.

Grondboringen (Vorderingen gedurende de laatste jaren in het vak der -) gemaakt. Beschrijvingen der verschillende in gebruik zijnde vrije-val-stelsels. N. 67/68: 329, 353. Zie ook Artesische putten en Boringen

Gronden (Onderzoek over de afschuivingen van kleiachtige -). U. 1849. V: 38.

Grondstoffen (Stijging der waarde van -) door het verwerken. M. 58/59: 19.

Groningen (Mededeelingen, betreffende de waterpassing in de provincie -) N 61/62: 5, 15

Groot-BritanniŽ (De hervorming in het onderhoud en het beheer der straatwegen in -). U. 1850 VII: 51.

Groot-BritanniŽ (Militaire opneming van -). U. 1849 VI:10.

Groot-BritanniŽ. Zie Engeland, Schotland en Ierland, Spoorwegen en Telegrafen.

Gruiswegen (Aanteekeningen over de verandering van straatwegen in -). U. 59/60: 145.

Gutta-percha. Zie Getah-pertja.

Haagdoorn (Witte -) aanbevolen bij den aanleg van hagen langs spoorwegen. N. 48/49: 309. Zie ook U. 51/52: 53.

Haakbouten ( WeÍrstand der -) tegen uittrekking en ombuiging. M. 61/62: 5.

Haard (Rookverterende -), door A. George. U. 58/59: 60.

Haarden en kagchels (Over -) ter verwarming van vertrekken. U. 59/60: 73.

Haarlem (Algemeene nationale tentoonstelling van Nijverheid te -) in 1861, door de maatschappij ter bevordering van nijverheid. Programma. N. 60/61: 49.

Regeling der werkzaamheden van de jury. N. 60/61: 136, 147.

Circulaire betreffende de uitloving der gouden medaille. N. 60/61: 136, 153.

Haarlemmermeer (Invloed der droogmaking van het -) op den toestand van Rijnland. N. 52/53: 69.

Haarlemmermeer (Verbetering der Katwijksche uitwatering ten dienste der droogmaking van het -). N. 48/49: 299. V. 1850 V: 80.

Haarlemmermeerpolder (Herstelling van het stoompomp-gebouw de Lijnden in den -). N. 56/57: 82. V. 57/58: 3.

Haarlemmermeerpolder (Wegmaaijen van planten van den bodem der kanalen van den -) N. 60/61: 8, 37, 46, 59. Zie ook U. 52/53: 63.

Hagen langs spoorwegen (Witte haagdoorn, aanbevolen bij den aanleg van-) N. 48/49: 309. Zie ook U. 51/52: 53.

Haktijd van timmerhout. U. 53/54. 48. Zie ook Veltijd.

Hamburg (Nieuwe gaswerken te -). U. 52/53: 8.

Hamer (Stoom-) van Condie. N. 57/58: 93.

Hamer (Stoom-) van Krupp in Essen. U. 61/62: 102.

Hamer (Stoom-) van Morrisson. U. 61/62: 102.

Hamer (Stoom-) van Nasmyth U. 49/50: 94, 117. Vergelijk Hei (Stoom-).

Hamer (Stoom-) van TŁrck. U. 58/59: 98.

Hamer (Verbeterde wrijvings-) U. 55/56: 56.

Hamers (Stoom-) van Rigby. U. 54/55: 156.

Handel, Nijverheid en Openbare werken (Organisatie van het k.k. Oostenrijksche Ministerie voor -). U. 1850 VIII: 3.

Handelsscheepvaart (Algemeen seinboek voor de-) en seinposten of semaphores. N. 65/66: 137.

Handteekeningen, teekeningen enz. (Het afdrukken van -) door middel van de elektriciteit volgens Caselli. N. 64/65: 5. M. 57/58: 9.

Handveerponten (Nieuwe inrigting tot het bewegen van -). U. 56/57: 159.

Handwerkslieden (Over vereenigingen van -) in Engeland en Frankrijk. U. 59/60: 1. Zie ook Arbeiders-vereenigingen.

Handwerksnijverheid (Vereeniging ter bevordering van fabrieken -) in Nederland.

Prijsvraag omtrent de middelen om den ambachtsman gedurende den winter werk en daardoor brood te verschaffen. N. 62/63: 173, 214.

Prijsvraag voor een ontwerp van arbeiderswoningen. N. 67/68: 78.

Internationale tentoonstelling van voorwerpen voor de huishouding en het bedrijf van den handwerksman te Amsterdam in 1869. Reglement en programma. N. 68/69: 135, 172.

Hanepraaisluis te Gouda (De -). N. 57/58: 61. V. 58/59: 26.

Hangbrug in den spoorweg over de Niagara. N. 56/57: 87. U. 53/54: l. (Zie de volgende bladzijde.) Verslag omtrent de voltooijing. U. 57/58: 79, 193.

Onderzoek omtrent de sterkte van de brug. U. 61/62: 36.

Opening van de brug. U. 55/56: 86.

Hangbrug over de Dnieper te Kieff. N. 49/50: 197. 211. N. 50/51: 5. U. 1850 IX: 68.

Hangbrug over de RhŰne te Lyon (Herstellingswerken aan de -). U. 53/54: 44.

Hangbrug over de SaŰne te Lyon. U. 52/53: 47.

Hangbrug over de St. Lawrence bij Quebec in Noord-Amerika. Ontwerp. U. 53/54: 125.

Hangbrug over de Wye bij Chepstow in den spoorweg van Zuid-Wales. U. 51/52: 208. U. 52/53: 2, 17. U. 53/54: 17.

Hangbrug over den Donau te Pesth. Werktuig tot het opbrengen van den hoofdketting gebezigd. N. 57/58: 56, 72.

Hangbruggen (Proefbelasting voor -). U. 52/53: 96.

Hangbruggen (Slingerende pijlers voor -). U. 1849 VI: 74.

Hangbruggen (Uitvinding van de -) door de Chinezen in de derde eeuw van onze jaartelling. M. 58/59: 16.

Hangbruggen in Amerika. M. 61/62: 6.

Hannover (Invoering van een nieuw stelsel van gewigten in-), 1 Julij 1858. M. 57/58: 5.

Hannover (Overzigt der ijzeren spoorwegbruggen in -) U. 58/59: 187.

Hannover (Voorschriften voor het opmaken der ontwerpen van bruggen in de nieuwe spoorwegen in -) U. 53/54: 26.

Hannoversche bank (Het gebouw van de -) te Hannover. U. 65/66: 11.

Harderwijk (Ontwerp van eene haven te-). N. 65/66: 131,152.

Hardsteen (Aberdeensch graniet ter vervanging van -). N. 52/53:133, 154.

Hardsteen (Kunst-) van Ransome. N. 47/48: 41, 52, 101.

Hardsteen (Kunstzandsteen van Ransome en restauratie van verweerden -). Prospectus. N. 66/67: 13. Proeven. N. 66/67:225, 229. Zie ook Kunststeen.

Hardsteen (Mastiek van Dumoulin tot zamenvoeging van -). Proeven. N. 53/54: 128, 139, 140. N. 54/55: 19,22,23,25. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. Zie ook Steen en Steenen

Harlingen (Verruiming der haven van -). N. 50/51: 161. N. 51/52: 182, 215.

Haven (Wat leert theorie en praktijk, omtrent de noodzakelijkheid, om eene -) aan eene vlakke kust met een zeebreker te beschermen? N. 54/55: 194, 217. N 55/56: l, 62, 72.

Haven aan de Noordzeekust van Nederland. N. 54/55: 199. N. 55/56: 7, 30, 41, 63, 67, 83. Zie ook Doorgraving van Holland op het Smalst.

Haven aan het Nieuwediep.

Aanleg, geschied- en waterbouwkundige beschrijving, uitdieping, toestand enz. N. 52/53: 176. N. 55/56 : 68, 84.

Mededeelingen van den Minister van Binnenlandsche Zaken betreffende den toestand van de haven. N. 54/55: 6,12. N. 55/56: 38, 45. N. 56/57: 81. N. 57/58: 93. N. 66/67: 324. V. 54/55:13. V. 55/56:149. V. 56/57: 81. V. 58/59: 20. V. 67/68: 72.

Zie ook Sluis- en dokwerken aan het Nieuwediep.

Stutpalen en uithouders langs den havendijk. N. 48/49: 258, 272.

Dubbele ophaalbrug over de koopvaarders binnenhaven N. 53/54: 4. V. 53/54: 43.

Haven te Arbroath. U. 1850 IX: 141. Reis van Malezieux.

Haven te Birkenhead. U. 1850 IX: 139. Reis van Malezieux.

Haven te Bristol. U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Haven te Dover. U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Noodhavens. U. 1849 V: 95. U. 1850 VIII: 87. Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel Ingenieurs te Londen.

Haven te Dundee. U. 1850 IX: 140. Reis van Malezieux.

Haven te Elseneur (Aanleg van eene zee-). N. 65/66: '187.

Haven te GeestemŁnde en Bremerhaven. Technische mededeelingen. U. 56/57: 45,113.

Sluiswerken. N. 50/51: 94. V. 51/52:1.

IJzeren sluisdeuren U. 66/67: 80. Zie ook Dok- en sluiswerken.

Haven te Harderwijk (Ontwerp van eene-). N. 65/66:131, 152.

Haven te Leer (De sluis van de stations-). U. 65/66: 1.

Haven te Scheveningen (Aanleg van eene-). N. 58/59: 71. Advies van den Raad van bestuur van het koninklijk Instituut van ingenieurs. N. 59/60: 9, 44, 61. 74.

Haven te Toulon (Beschrijving van den aanleg van drie drooge dokken in de -) U. 56/57: 163. Zie ook V. 60/61: 178.

Dok van Castigneau in de militaire haven. U. 62/63: 68.

Haven te Wijk aan Zee (Over het wenschelijke van de inrigting der -) tot vlugthaven. N. 68/69: 143, 145

Haven van Antwerpen (Dok- en sluiswerken van de-). N. 59/60: 99. V. 60/61: 147. Zie ook Dok- en sluiswerken.

Haven van Duinkerken (De -). U. 68/69: 76.

Haven van Enkhuizen (Prijsvraag betreffende de verbetering van de -). N. 53/54: 3, 10. N. 55/56: 105, 121.

Haven van Fiume (Mededeeling omtrent den aanleg van het steenen hoofd in de -). U. 65/66: 67.

Haven van Glasgow (De tegenwoordige toestand van de Clyde en van de -). U. 63/64: 21.

Haven van Harlingen (Verruiming der -). N. 50/51: 161. N. 51/52: 182, 215.

Haven van Holyhead. U. 52/53: 1. Mijnontsteking aan de haven. U. 57/58: 147.

Haven van Kopenhagen (De voorgestelde vergrooting der -). N. 59/60: 63, 85. N. 62/63: 79, 83. Ontwerp tot verbetering. N. 65/66: 73, 102.

Haven van Leith. U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Haven van Liverpool. U. 1850 IX: 136. Reis van Malezieux.

Haven van Lorient (Verslag aan den Minister van Marine over de keuze eener bergplaats voor den modder, uit de reeden en de -) te baggeren. U. 57/58: 130.

Haven van Marseille. U. 1850 IX: 200. U. 62/63: 67.

Haven van Middelharnis. V. 54/55: 80.

Haven van SaÔd (De -) en de reede van Pelusium naar aanleiding van het rapport der internationale commissie voor de doorgraving van de landengte van Suez en het rapport van kapitein Philigret. N. 57/58: 59: U. 57/58: 197.

Nota over de vervaardiging en verwerking der kunstmatige steenblokken voor de havenhoofden. N. 66/67: 328, 333. Zie ook Kanaal van Suez

Haven van St. Nazaire (Berigt over het strijken van het tweede paar deuren der sluis van 25 meters opening in de -). U. 69/63: 29. Zie ook N. 56/57: 45.

Haven van Triest (Ontwerpen tot verbetering en vergrooting der -). N. 62/63: 111.

Havendammen van Marseille. U. 62/63: 67.

Havendijk aan het Nieuwediep (Stutpalen en uithouders langs den -). N. 48/49: 258, 272.

Havenhoofd en zeebreker te Glenelg in Zuid-Australie. U. 57/58: 92.

Havenhoofd van Fiume (Mededeeling omtrent den aanleg van het steenen -). U. 65/66: 67.

Havenhoofden (IJzeren zeebrekers en -). U. 63/64: 17.

Havenhoofden aan de haven te SaÔd (Nota over de vervaardiging en verwerking der kunstmatige steenblokken voor de -). N. 66/67: 328, 333.

Havenlicht te Neufahrwasser, bij Dantzig. U. 51/52: 211.

Havenmuur van St. Laurent-les-Macon. U. 1848 I: 3. Zie ook B e k l e e d i n g s m u u r.

Havens (Afmetingen en gedaante van bekleedingsmuren voor -), kaaijen en natte grachten. N. 48/49: 192, 282. U. 1848 1: 3. Zie ook Bekleedingsmuur.

Havens en daarmede in verband staande kanalen in het noordelijkst gedeelte van Jutland (Mededeelingen omtrent ontwerpen van vlugt-), N. 68/69: 75.

Havens volgens het grondbeginsel van veerkrachtigen tegenstand. U. 53/54: 11.

Havenwerken (Aanteekeningen betreffende eenige belangrijke sluis- en -) in Nederland, Frankrijk, Engeland, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61: 163.

Havenwerken (Verwoestingen door een schelpdier in den kalksteen van aan zee gelegen -). N. 54/55: 193, 204, 205. Zie ook Pholaden of Steenwormen.

Havenwerken te H‚vre (De nieuwe -). U. 61/62: 103.

Havenwerken te Stolpmunde. N. 67/68: 4. Afbeeldingen.

H‚vre (De nieuwe havenwerken te -). U. 61/62: 103.

Hefwerktuig (Draagbaar -). U. 52/53: 28.

Hefwerktuig van Peile. U 55/56: 84.

Hefwerktuigen. N. 47/48: 68 N. 56/57: 5, 18. U. 1848 1: 36, 61.

Hei (Stoom-) van Nasmyth. U. 1848 III: 25. U. 55/56: 151. Vergelijk Hamer (Stoom -).

Heijen van palen. N. 54/55: 20. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Heijen van palen (Praktische opmerkingen omtrent het -). U.55/56: 149. Zie ook Palen.

Heipalen (Over het indrukken van -) in kespen. N. 60/61: 177, 197.

Heiwerktuig (Atmospherisch -). U. 1850 IX: 76.

Helder (Beschrijving van het reduit in het fort Kijkduin, bij den -) en van de herstellingen aan het bomvrije gebouw in het fort. N. 52/53: 135. V. 53/54: 1

(Beschrijving van een bekleedingsmuur van het fort Kijkduin bij den -), uit puin en mortel zamengesteld. V. 57/58: 80.

Helder (Meteorologische waarnemingen aan den-).

Over de wijze van bekendmaking aan de leden. N. 48/49: 309. N. 49/50:149. N. 51/52: 26. Toelichting betrekkelijk de instrumenten waarmede de waarnemingen worden gedaan. N. 48/49: 8. V. 1850 V: 76.

Maandelijksche uitkomsten:

September 1845 tot October 1848. N. 48/49: 8, 64, 93, 146.

Februarij tot Julij 1849. N. 48/49: 299. N. 49/50: 9, 18.

Maart tot September 1850. N. 49/50: 244. N. 50/51: 3, 35.

Zonder opgave. N. 50/51: 92, 126.

Februarij en Maart 1861. N. 60/61 :177,196.

October tot December 1862. N. 62/63: 92.

1863. N. 62/63: 92,173,221. N. 63/64: 5, 81, tegenover 92.

1864. N. 63/64: 81, tegenover 92, 195, tegenover 210, 262, tegenover 274. N. 64/65: 5, tegenover 70, 93, tegenover 116, 147, tegenover 164.

1865. N. 64/65: 147, tegenover 164, -181, tegenover 206, 212, tegenover 226. N. 65/66:11, tegenover 42, 96, tegenover 110, 136, tegenover 158.

1866. N. 65/66: 136, tegenover 158, 174, tegenover 230, 244, tegenover 252. N. 66/67: 11, tegenover 24, 51, tegenover 174, 225, tegenover 232.

1867. N. 66/67: 258, tegenover 306, 328 , tegenover 342. N. 67/68: 8, tegenover 36, 56, tegenover 68, 77, tegenover 158.

1868. N. 67/68:213, tegenover 318, 328, tegenover 352. N. 68/69: 27, tegenover 60, 71, tegenover 116, 140, tegenover 188.

Januarij tot April 1869. N. 68/69: 207, tegenover 238, 243, tegenover 260.

Jaarlijksche gemiddelden:

1845, 1846, 1847. N. 48/49: 8. V. 1850 V: 76, tegenover 78.

1848,1849. V. 1850 V: tegenover 78.

1850. N. 50/51: 157. V. 51/52: tegenover 38.

1857. N. 57/58: 137. V. 58/59: 21.

1858. N. 58/59: 60. V. 58/59: 60.

1859. N. 59/00: 63. V. 59/60: 23.

1860. N. 60/6! : 91,110. V. 61 /62: 18.

1861. V. 63/64: 10.

1862. V. 63/64: 12.

1863. N. 63/64: 195, tegenover 210.

1864. N. 65/66: 11, tegenover 42.

1865. N. 65/66: 244, tegenover 252.

1866. N. 66/67. 258, tegenover 306.

1867. N. 68/69: 140, tegenover 188.

1868. N. 68/69: 207, tegenover 238.

Algemeene gemiddelden:

1845 tot 1850. N. 50/51: 157, V. 51/52: tegenover 38.

1851 tot 1857. N. 57/58 :137. V. 58/59: 21.

1851 tot 1858. N. 58/59:60. V. 58/59: 60.

1851 tot 1859. N. 59/60: 63. V. 59/60: 23.

1851 tot 1860. N. 60/61: 91, 110. V. 61/62: 18.

1851 tot 1861. V. 63/64:10.

1851 tot 1862. V. 63/64;. 12.

1851 tot 1863. N. 63/64: 195, tegenover 210.

1851 tot 1864. N. 65/66: 11, tegenover 42.

1851 tot 1865. N. 65/66: 244, tegenover 252.

1851 tot 1866. N. 66/67: 258, tegenover 306.

1851 tot 1867. N. 68/69:140, tegenover 188:

1851 tot 1868. N. 68/69: 207, tegenover 238.

Magnetische waarnemingen in verband met de aardbeving van 17 December 1857. N. 57/58: 137, 147.

Graphische voorstelling van de waterstanden, windrigting- en winddruk op 27 en 28 Februarij en 26, 27 en 28 Mei 1860. N. 60/61: 8, 36, 46.

Waarnemingen betreffende den storm en orkaan op 13 en 14 November 1861. N. 61/62: 164, 177. Beschrijving van de zelfregistrerende peilschaal aan den Helder. N. 52/53: 135. V. 52/53: 51. Beschrijving van den zelfregistrerenden windwijzer en wind--drukmeter aan den Helder. N. 53/54: 21, 44. V. 53/54: 19.

Beschrijving van den regen- en uitdampingsmeter aan den Helder. N. 55/46: 103. V. 57/58: 1

Over een buitengewoon vloedgetij bij een hevigen storm in 1863. N. 63/64: 92.

Hellend vlak op het Blackhill kanaal. U. 53/53: 25.

Hellende vlakken (Over het gebruik van -) bij aardewerken. U. 67/68: 70.

Hellende vlakken (Stelsel van beweegkracht door stoomwagens, toepasselijk op -). U. 52/53: 23.

Helling (Patent sleep-) van Morton. U. 1850 IX: 115.

Helling (Sleep-) op het maritieme etablissement te Soerabaya. N. 54/55: 17. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Hellingen op spoorwegen. M. 57/58: 23.

Hellingen op de spoorwegen (Over de kosten, die het gevolg zijn van -). U. 56/57: 51. Zie ook Trekvermogen.

Hellingen van spoorwegen (Verslag omtrent eene verhandeling over de minst kostbare -). U. 63/64: 94.

Hellingen in de spoorwegen (Iets over den straal der bogten en over de -). U. 54/55: 38.

Hellingen op de spoorwegen in Duitschland (Over de grens der -). U. 55/56: 456.

's Hertogenbosch (Leeghwater's aandeel in de verovering van -). N. 49/50: 154

Hevel (De onderzeesche -). U. 56/57: 203.

Hevelduiker (Siphon) van gegoten ijzer. U. 51/52: 147.

Hevels (Over het gebruik van groote -) bij uitwateringen. N. 65/66: 73, 105.

Hittegraden (Middelen ter bepaling van groote -). N. 48/49: 181

Hoek van Holland (Werken aan den -).

Plattegrond van den zuidelijken dam. N. 67/68: 83.

Werktuig tot het meten van den druk der golven. N. 68/69: 452. Zie ook 205, 223.

Holland op het Smalst. Zie Doorgraving van of Kanaal door Holland op het Smalst.

Holland's bijdrage tot de Londensche tentoonstelling in 1851. U. 51/52: 454.

Hollandsche duiker (Het schip de -) bestemd tot berging van de in het wrak der Lutine nog aanwezige edele metalen. M. 58/59: 24. Zie ook Lutine.

Hollandsche spoorweg.

Beweegbare bruggen. Kraanbruggen. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 29. Zie ook N. 60/61: 170.

Vaste spoorwisseling. N. 48/49: 182. V. 1849 II: 133.

Roosterwerk en daarbij gebezigde werktuigen, tarief bij de werken aangenomen, enz. N. 48,49: 182, 245.

Cilinderboormachine te Haarlem. V. 1849 III: 25.

Remtoestel. M. 59/60: 1.

Elektromagnetische telegraaf. V. 1850 V: 8.

Locomotiefweger aan het station te 's Gravenhage. N. 53/54: 72. Invloed van den Rijnspoorweg. M. 57/58: 8.

Holyhead (Haven van -). U. 52/53: 1. Mijnontsteking aan de haven. U. 57/58: 147.

Hondsbossche sluis te Zaandam (Wijze van afdamming der -). N. 57/58: 57, 73, 74.

Hondsbossche zeewering (De -). N. 56/57: 4, 79, 00.

Waarnemingen ter bepaling van de verhouding van het peil voor de zeewering tot AP. N. 61/62: 11.

Prijsvraag betreffende de zeewering. N. 64/65: 211. Vergelijk Hout,

Honorarium van de bouwkundigen voor hunne werken (Over het -). U. 59/60: 74.

Hoofd (Los- en laad-) te Makassar. N. 64/65: 79. V. 64/65: 57.

Hoofd en zeebreker te Glenelg (Haven-) in Zuid-AustraliŽ. U. 57/58: 92.

Hoofd in de haven van Fiume (Mededeeling omtrent den aanleg van het steenen haven-). U. 65/66: 67.

Hoofden (IJzeren zeebrekers en -). U. 63/64: 17.

Hoofden aan de haven te SaÔd (Nota over de vervaardiging en verwerking der kunstmatige steenblokken voor de haven-). N. 66/67: 328, 333.

Hoofden, bestemd voor aanlegplaatsen van stoombooten in het IJ voor Amsterdam (Bijzonderheden aangaande den aanleg der -). N. 63/64: 263.

Hoofden te Goedereede (Zamenstelling, breedte enz. der -) en van hoofden in 't algemeen N 56/57: 136. N. 67/68: 48. Zie ook Goedereede.

Hoogovens (Verbeteringen aan -). U. 57/58: 163.

Hoogtemeting door middel van den aneroÔde-barometer. U. 55/56: 153.

Horse power (Indicated -), U. 56/57: 211, 212. Vergelijk Paardekracht.

Hout (Bereiding van -) tegen inkrimping. U. 52/53: 32.

Hout (Bereiding en bewaring van -) tegen bederf.

Gebruik van terresin volgens Busse voor spoorwegdwarsliggers. U. 1848 I: 20, 30.

Gebruik van looistof en traan volgens Bourdon. U. 1848 II: 17.

†† Bewaring door hermetische afsluiting der uiteinden volgens Hutin en Boutigny. U. 1849 V: 85.

†† Gebruik van paraffine-vernis. N. 50/51: 34.

Verslag van proeven te Muiden in 1853, 1854 en 1855 genomen. N. 56/57: 35, 49.

†† Proeven, genomen met metaalverw van Claassen te Amsterdam. N. 56/57: 35, 87, 106.

†† Algemeene beschouwingen. U. 54/55: 86.

†† Geschiedkundige en theoretische beschouwingen over de bewaring van hout. U. 55/56: 1.

†† Over de middelen ter beveiliging van het hout tegen bederf. N. 52/53: 6. V. 52/53: 20, 40. (IJzervitriool, kopervitriool, chloorzink, sublimaat, versteening door kunstmiddelen, creosoot.)

†† Iets over het met vocht (oplossingen van metaalzouten) doordringen van spoorwegdwarsliggers. U. 55/56: 123.

Verslag van de uitkomsten van door dr. Boucherie genomen proeven. U. 51/52: 50.

Het bereiden van hout tegen bederf volgens het stelsel van dr. Boucherie. V. 57/58: 65. U. 55/56: 7.

Verlenging van het octrooi van dr. Boucherie. M. 57/58: 11.

De bereiding van spoorwegdwarsliggers volgens dr: Boucherie aanbevolen. N. 65/66: 130, 151.

Bereiding van telegraafpalen met kopervitriool volgens het patent van dr. Boucherie in de werkplaatsen te Hasselt en te Leuven in BelgiŽ in 1850. V. 52/53: 33.

Bereiding van telegraafpalen met kopervitriool in Nederland en in BelgiŽ van 1850-1857. N. 56/57: 3, 10, 115. V. 57/58: 65.

Verslag omtrent de bereiding van palen voor de telegraaf-lijnen in BelgiŽ. U. 60/61: 62.

Proefnemingen ter bewaring van telegraafpalen met kopervitriool in Noorwegen. U. 59/60: 174.

Ongunstige uitkomsten verkregen door met inpersing van kopervitriool bereid (beuken) hout bij bruggen in Frankrijk. U. 62/63: 11.

Gunstige uitkomsten verkregen met door sulphas cupri behandeld beukenhout. N. 65/66: 141.

Gebruik van ijzervitriool volgens prof. Apelt. M. 57/58: 1.

Bereiding van de palen voor de rijkstelegrafen in Pruissen met ijzervitriool en zwavelbarium in 1852. V. 52/53:40.

Gebruik van zwavelbarium en ijzervitriool en van chloorzink voor de telegraafpalen in Pruissen. U. 57/58: 153.

Gebruik van zwavelbarium en ijzervitriool en van creosoot bij den Keulen-Mindener spoorweg. V. 52/53: 28.

Gebruik van chloorzink bij de Hannoversche spoorwegen. V. 52/53: 22.

Gebruik van chloorzink bij den Wiltenberg-Maagdeburger spoorweg. V. 52/53: 27.

Gebruik van sublimaat te Londen. U. 54/55: 86.

Gebruik van waterglas volgens Bertram. M. 57/68: 5. Zie ook U. 54/55: 87.

Gebruik van creosoot volgens Bethell's patent. V. 52/53: 22.

Bereiding met creosoot. N. 51/52: 206. N. 52/53: 178, 189. U. 55/56: 9.

Gunstige uitkomsten in Engeland verkregen door creosotering van dwarsliggers. V. 52/53: 24, 26.

Gebruik van creosoot en brandighoutzuurijzer bij den nederlandschen Rijnspoorweg. V. 52/53: 29, 31.

Verkregenuitkomsten. N. 57/58: 56, V. 52/53: 32.

Bereiding van hout voor sluisdeuren met creosoot: Sluis te Zaandam. N. 58/59: 99, 108. Sluis te Monnikkendam. N. 59/60: 42.

Over de hoedanigheden, welke de creosoothoudende oliŽn moeten bezitten om geschikt te zijn tot wering van bederf in hout. U. 64/65: 16.

Het voorkomen van bederf in hout, dat aan de vocht is blootgesteld. U. 67/68: 88.

Gebruik van naphtaline. U 51/52: 183

Bewaring van hout door verkoling volgens de Lapparent. U. 63/64: 17.

Modelwerkplaats te Parijs, tot het bereiden van hout. U. 51/52: 190.

Fabriek te Feijenoord bij Rotterdam. N. 56/57: 114.

Fabriek van Hilliar tot het bereiden van hout met creosoot te Amsterdam. N. 56/57: 6, 20.

Fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam tot bereiding van hout. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Hout (Bereiding en bewaring van -) tegen den paalworm.

Invloed van den paalworm op eenige Europesche en uit-heemsche houtsoorten. U. 1850 IX: 144.

†† Gebruik van paraffine-vernis. N. 56/57: 43.

Gebruik van creosoot volgens Bethell's patent. N. 51/52: 206. N. 52/53: 6. V. 52/53: 22.

Gunstige uitkomsten in Engeland door creosotering verkregen in 1849. V. 52/53, 25. U. 51/52: 182.

Ongunstige uitkomsten verkregen met gecreosoteerd dennenhout in de haven te Saint-Jean de Luz Socoa. M. 61/62: 1.

Aanteekeningen omtrent het onvoldoende van het middel van dr. Boucherie, ter bewaring van hout in zee. U. 59/60: 101.

Uitkomst der vergelijkende proeven, met greenen- en beukenhout, tusschen de bereiding met sulphas cupri en creosoot in 1864 te Ostende genomen. N. 64/65: 183.

Uitkomsten verkregen met eiken- en dennenhout aan de Hondsbossche zeewering, met creosoot en met sulphas cupri bereid. N. 60/61: 50, 71. N. 61/62: 186, 241.

Uitkomsten verkregen met creosoot aan de Goesche haven. N. 59/60: 42, 48. N. 62/63: 80, 83.

Aan de schut-sluis te Zaandam. N. 60/61: 6, 26.

Aan de haven te Nieuwediep. N. 59/60: 42, 49. N. 64/65: 144, 162. N. 65/66: 126, 148. N. 66/67: 254, 276.

Proefnemingen met Surinaamsche houtsoorten. N. 64/65: 144, 164. N. 65/66: 126, 149.. N. 66/67: 254, 278.

Nieuwediep. N. 67/68: 75, 147.

Noordholland. N. 67/68: 75, 140. N. 68/69: 23, 37.

Zeeland. N. 67/68: 75, 145.

Friesland. Met Manbarklakhout. N. 53/54: 128, 144, 146.

Proefnemingen met te Ostende bereid hout. N. 65/66: 126, 145, 150. N. 66/67: 254, 276. N. 68/69: 23, 39.

Noordholland. N. 65/66: 126, 147. N. 66/67: 226, 235. N. 67/68: 328, 342. N. 68/69: 133,167. Zeeland. Proefnemingen met metaalverw van Claassen. N. 67/68: 328, 342, 345.

Noordholland. Proefnemingen met gecarboniseerd hout volgens de Lapparent. N. 68/69: 133, 167.

Hout uit Westelijk AustraliŽ, dat tegen den paalworm bestand is. U. 63/64: 20.

Hout (Beveiliging van -) voor brand. U. 58/59: 121.

Hout (Draagvermogen van met sulphas cupri en creosoot bereid -). N. 65/66: 128

Hout (Draagvermogen van djatie- en ander inlandsen -). Proeven te Soerabaia genomen. N. 51/52: 178. N. 54/55: 6, 13, 19, 84, 87, 163. V. 54/55: 30, 88. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Hout (Geverwd, gecreosoteerd -) uit de fabriek te Feijenoord., N. 61/62: 5, 18, 47, 70. N. 63/64: 27, 76.

Hout (Haktijd van timmer-). U. 53/54: 48. U. 64/65: 23.

Hout (Invloed van het tijdstip van het vellen op de eigenschappen van het -). U. 60/61: 3.

Hout (Over de vereeniging van -) en metaal toegepast in den bouw van oorlogschepen. U. 66/67: 68.

Hout (Verbeteringen in het versieren van -). U. 55/56: 83.

Hout (Verkolen van -) door stoom van hooge drukking. U. 1849 VI: 3.

Hout (Vormen van versieringen uit stukken -). U. 60/61 :9.

Hout, dat aan de vocht is blootgesteld (Het voorkomen van bederf in -). U. 67/68: 88.

Hout en ijzer, dat aan het zeewater is blootgesteld (Proefnemingen omtrent de duurzaamheid van -). U. 1850 IX: 144. Reis van Malezieux.

Hout in oude funderingen, die zich altijd onder water bevinden (Staat van behoud van vetten kalk, van ijzer en van -). U. 54/55: 35.

Hout onbrandbaar te maken (Proeven om -). N. 49/50: 155.

Hout te buigen (Werktuig om -). U. 57/58. 98.

Hout uit Westelijk AustraliŽ, tegen de witte mieren en den paalworm bestand (Over eene soort van timmer-). U. 63/64:20. (Zie ook Beukenhout.)

Houtazijn (Bereiding van rozijn- en -). N. 51/52: 30, 65. N. 52/53: 4, 24.

Houtazijn (Stoom, aanbevolen tot het trekken van -). U. 1849 VI: 6.

Houtgas (Over -). U. 55/56: 65.

Houtgas (Lichtsterkte en kosten van -) in vergelijking met die van steenkolengas. U. 56/57: 9.

Houtinsekten. N. 51/52: 167.

Houtkrullen om flambouwen en pikkransen te vervaardigen. N. 49/50: 25, 71.

Houtsoorten (Over denweÍrstand van verschillende -) tegen wringing. U. 61/62: 66.

Houtsoorten van Banca en Bintang. N. 53/54: 105, 111, 112.

Houtsoorten (Verzameling monsters van Japansche-). N. 65/66: 10, 42.

Houtsoorten (Surinaamsche -). N. 47/48: 42, 52, 103. N. 51/52: 5, 23. V. 1848: I: 1.

Afmetingen en geaardheid. V. 1848 I: 19.

†† Inventaris eener verzameling van Surinaamsche houtsoorten.N. 47/48: 42, 52. V. 1848 1: 23.

†† Genomen proeven te Rotterdam. N. 47/48: 42. V. 1848 1:13.

Proeven met bijlhout. N. 51/52: 97, 115.

Prijzen. N. 53/54: 72, 94.

Proefnemingen met Surinaamsche houtsoorten tegen den paalworm. Zie Hout.

Huisbouw in IndiŽ. N. 56/57: 145.

Huisbouw in Zweden. U. 51/52: 160.

Huiszwam (De -) en de middelen om die te voorkomen en te verdelgen. U. 61/62: 93.

Huizen en massieve parquetvloeren van Seiler MŁhlemann en Cie te la Villette (Fabriek van Zwitsersche land-). U. 55/56: 32.

Hulpfonds voor uitvinders (Stichting van een -) door de Britsche Akademie van algemeene Nijverheid. N. 51/52: 182.

Hydraulisch cement (Nieuw -). Zinkmortel van Spencer. U. 53/54: 48. M. 61/62. 15.

Hydraulisch cement (Prijsvraag wegens eene inlandsche fabriekmatige vervaardiging van -) in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 113. Zie ook Cement.

Hydraulisch cement (Proeven met kalkmergelsteen van Goenong Saharie voor -) N. 51/52: 178. N. 52/53: 4, 36. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Hydraulisch cement (Proeven met kalksteen van Kebraon voor -), N. 53/54: 4, 66, 76. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Hydraulische dokken, tot het herstellen van schepen nabij Londen (Clark's nieuwe -) U. 58/59: 29, U. 61/62: 70.

Hydraulische dommekracht. U. 1848 I: 36. U. 1848 II: 38.

Hydraulische dommekracht van Robertson en Tweedale. U. 61/62: 93.

Hydraulische kalk om kunststeen te vervaardigen. U. 1850 IX: 77.

Hydraulische kalk van van den Brink. N. 60/61: 83, 101. Aankondiging.

Hydraulische ligtingstoestellen op de stations te Ruhrort en Homberg voor den overgang over den Rijn. N. 56/57: 5, 18. V. 59/60: 1. N. 62/63: 221, 235.

Hydraulische mortel. M. 58/59; 1.

Hydraulische pers van Dudgeon. U. 53/54: 123.

Hydraulische spoorweg. M. 57/58: 8.

Hydraulische werken in zee. U. 66/67: 106.

Hydrodynamica (Formulen ter oplossing van vraagstukken betrekkelijk de -). U. 1850 IX: 252.

Hydrometer (Zee-), (J. 1848 I: 59.

Hydropneumatische lediging van de secreetputten in Turin en Milaan. U. 60/61: 7.

Hyperbolische wet der veerkracht van gegoten ijzer. U: 1850 IX: 266. Zie ook Veerkracht.

Ierland. Zie Spoorwegen. Vgl. Groot-BritanniŽ.

IJken van glaswerk (Toestel voor het -). N. 49/50: 25.

IJs in de rivier de Weichsel (Het opruimen van het -), door middel van buskruid in Februarij) en Maart 1860. U. 61/62: 63.

IJsbezetting in de Beneden-Elbe, in Februarij 1862 (Aanteekeningen, betrekkelijk den hoogen waterstand en de -). U. 64/65: 43. Zie ook 46.

IJsgang op de rivieren in Nederland (Uittreksel uit de rapporten omtrent het voorgevallene bij hoogwater en -)

in den winter van 1848-1849. N. 49/50: 24. V. 1849 III: 49.

in den winter van 1849-1850. V. 1851 VII: 36. V. 51/52:38.

in de winters van 1850-1852. N. 52/53:179. V. 52/53: 2.

in den winter van 1852-1853. V. 53/54: 6.

in den winter van 1853-1854. N. 53/54: 70, 81,105,120, 121. V. 54/55: 1.

in het voorjaar van 1855. N. 55/56: 10. V. 55/56: 151.

in December 1855. V. 56/57: 64.

in Februari) 1857. V. 57/58: 34.†††

in het voorjaar van 1858, vůůr en tijdens de ijsbezetting. V. 58/59: 28.

in den winter van 1858-1859, tijdens de ijsbezetting. V. 59/60: 20.

in December 1859. V. 60/61: 10.

in Maart en April 1860 op de Maas alleen. V. 60/61 : 10.

in December 1860, Januarij, Februarij) 1861. V. 61/62: 31.

in den winter van 1861 op 1862. N. 61/62: 184,204,205. V. 62/63: 32.

in den winter van 1863 op 1864. V. 67/68: 20.

in den winter van 1864 op 1865. V. 67/68: 40.

in den winter van 1866 op 1867. V. 67/68: 62.

in den winter van 1867 op 1868. N. 67/68: 327, 341. V. 68/69: 1.

IJsgang op de rivieren in 1795 (Rapport wegens eene inspectie en gedeeltelijke reparatiŽn van de beschadigde rivierdijken en daaropvolgende losbreking en -). V. 1850 V: 3. Zie ook Rivieren en Waterstanden.

IJskelders in Noord-Amerika (Goedkoope -). M. 58/59: 6.

IJssel (Nota, betrekkelijk het verhang van den waterspiegel van den Gelderschen -). N. 51/52: 169. V. 52/53: 18.

Verslag over het gebeurde bij de ijsstoppingen en ijsgang omstreeks de spoorwegbrug over den IJssel bij Westervoort in het voorjaar van 1855. N. 4,16, 61, 71. V. 56/57:1.

Waterstanden op den IJssel in 1799. N. 65/66: 95, 122.

IJsstopping in den Wezer tusschen Rekum en Elsfleth in het jaar 1841 (Over eene -). U. 57/58: 186.

IJswagen tot vervoer van bier in den zomer. U. 68/69: 34.

IJzer (Aaneenwelling van smeed-). M. 61/62:17. Zie ook U. 64/65: 40.

IJzer (Bekleeding van -) met koper of messing. U. 54/55: 74,165.

IJzer (Beschouwingen over de veerkracht en denweÍrstand van gegoten -). U. 54/55: 129.

IJzer (Beschouwingen over de wijze vanweÍrstand en het gebruik van gegoten -) in openbare werken. U. 54/55. 110. Zie ook U. 56/57: 11.

IJzer (Beschutting van het -) tegen roesting. U. 64/65: 26.

IJzer (Bewaring van -). U. 54/55: 18.

IJzer (Gebruik van -) bij den bouw van spoorwegen. U. 1850 VIII: 95. U. 1850 IX: 1.

IJzer (Gebruik van -) en ijzerslakken bij de bereiding van beton. N. 68/69: 209, 211. Vergelijk U. 54/55: 48, 70, 71.

IJzer (Gebruik van gegalvaniseerd en niet gegalvaniseerd -) voor telegraafdraden en kabels. N. 59/60: 105.

IJzer (Gegalvaniseerd -) N. 48/49: 11, 40, 190. U. 52/53: 13. Vergelijk N. 51/52: 98, 130.

IJzer (Giet-). Laatste verbeteringen in Amerika aangebragt in de vervaardiging van gegoten ijzeren kanonnen. U. 67/68: 1.

IJzer (Glazuur op -) N. 51/52: 168, 190, 192.

IJzer (Het ontstaan van kristalvormen in en het daardoor ontaarden van het -). U. 59/60: 71.

IJzer (Het verzinkte plaat-) en zijn gebruik. U. 64/65; 26.

IJzer (Hoedanigheden van het in Engeland voor den scheepsbouw gebezigde -). N. 66/67: 272,

IJzer (Hyperbolische wet dor voerkracht van gegoten-). U. 1850 IX: 266.

IJzer (Iets over het vervaardigen van smeedbaar -) en staal zonder brandstof. U. 56/57: 57, 91.

IJzer (Invloed van het magnetismus op het -). U. 59/60: 71.

IJzer (Mededeeling omtrent den coŽfficiŽnt van veerkracht van gegoten -). U 56/57: 11.

IJzer (Mededeelingen omtrent den staat van het behoud van vetten kalk, van -) en van hout in oude funderingen, die zich altijd onder water bevinden. U. 51/55: 35.

IJzer (Mededeelingen omtrent het roesten van het -) in de bouwwerken, omtrent het onvoldoende van verwen en vernissen en de beveiligende kracht der kalksoorten en mortels. U. 53/54: 117.

IJzer (Memorie over gegalvaniseerd of verzinkt -). N. 51/52: 98, 130. Vergelijk U 52/53: 13.

IJzer (Middelen tegen het roesten van -). U. 51/52: 176. M. 61/62: 16.

IJzer (Nadeelen van het bevestigen van -) in metselwerk door middel van zwavel. M. 58/59: 9.

IJzer (Onderzoek van monsters gegalvaniseerd -). N. 48/49:11, 40, 190.

IJzer (Over de aanwending van -) in den scheepsbouw. U. 66/67: 13.

IJzer (Over de aanwending van -) voor bouwwerken in spoorwegen, U. 1850 VIII: 95. U. 1850 IX: 1.

IJzer (Over de duurzaamheid van -). U. 52/53.: 66.

IJzer (Over de sterkte van gegoten en gesmeed -). U. 1848 II: 142. U. 1848 III: 112. U 1849 V: 107. Handelingen van de Koninklijk Schotsche Maatschappij van Kunsten.

IJzer (Over eene eenvoudige wijze, om de dikte eener verzinking op -) te schatten, door dr. Pettenkofer. U. 57/58: 19.

IJzer (Over het -) in gebouwen. U. 57/58: 56.

IJzer (Over het beproeven van staaf-). U. 55/56: 18.

IJzer (Over het verkoperen van voorwerpen van plaat- en van gesmeed -). U. 51/52: 37.

IJzer (Over het verstalen van staaf- en gegoten -) door middel van gegoten staal. U. 54/55: 49.

IJzer (Over lasschen van gegoten -). U. 61/62: 124. Zie ook U. 64/65: 40. M. 61/62: 17.

IJzer (Plaat-) van Ratabel voor dakbedekkingen, U. 53/54: 82.

IJzer (Proefnemingen omtrent de duurzaamheid van hout en -), dat aan het zeewater is blootgesteld. U. 1850 IX: 144. Reis van Malezieux.

IJzer (Proeven ter bepaling van de sterkte van gegoten -). N. 54/55: 72, 139.

IJzer (Smeedbaar gegoten -). N. 50/51: 4, 17, 130, 145. Zie ook N. 67/68: 9.

 

IJzer (Verbeteringen in het smaden van -). U. 1850 IX: 264.

IJzer (Verbeteringen in het vervaardigen van -) U. 1849 V: 92.

IJzer (Verkopering van giet-). U. 54/55: 74, 165.

IJzer (Vertinnen van -) langs den natten weg. M. 58/59: 11.

IJzer en staal (Uitkomsten van een proefondervindelijk onderzoek naar de betrekkelijke sterkte enz. van verschillende soorten van gesmeed -). U. 63/64 : 74.

IJzer en staal (Verbetering in het overtrekken van -) met zink. M. 57/58 : 1.

IJzer en staal (Vervaardiging van smeed-) volgens Bessemer, U. 56/57: 57, 91.

IJzer en staal (Verbeteringen in het vervaardigen van -) volgens Bessemer. N. 57/58: 177. U. 57/58: 78.

IJzer en staalijzer (Gepuddeld staal, gelijkslachtig -). U 62/63: 55.

IJzer en zijnweÍrstand tegen projectielen met groote snelheden (De eigenschappen van het -). U. 62/63: 50.

IJzer of wit koper van Sorel (Het niet roestende -). M. 57/58: 11.

IJzer voor stoomketels (Over de dikte en de bogten van het-). U. 1850 IX: 195.

IJzerbereiding in Nederland. N. 58/59: 30, 98, 106.

IJzerdraad (Over gegalvaniseerd of verzinkt -). N. 51/52: 98, 130, 138.

IJzerdraad (Vergelijking tussshen de goede eigenschappen van touwwerk van -) en van hennep. U. 57/58: 148.

IJzerdraad (Vergelijking van het draagvermogen van kabels en koorden van -) en van hennep. N. 49/50: 27, 73, 95, 120, 198.

IJzererts in Nederland (Over -). N. 58/59: 30, 98, 106.

IJzerertsen (Nieuwe wijze van behandeling der -). U. 1850 IX: 85.

IJzerlak van Grothe en van Maanen te Utrecht. N. 61/62:185, 231. Verslag eener proefneming met ijzerlak. N. 62/63: 80,85.

IJzermanufactuur in de Vereenigde Staten (Over den staat der -). U. 1850 IX: 51.

IJzermenie van Auderghem. N. 55/56: 38. N. 63/64: 205, 207. N. 65/66: 244. U. 54/55: 72. Gebruik daarvan voor het tentoonstellingsgebouw te Parijs in 1867. N. 67/68: 9.

IJzerproductie in Zweden. U. 55/56: 92.

IJzerslakken (Gebruik van ijzer en -) bij de bereiding van beton. N. 68/69: 209, 211. Vergelijk U. 54/55: 48, 70, 71.

IJzerslakken in Nederland (Over de -). N. 58/59: 30, 98, 106.

IJzerwerken te North Woodside (De gieterij van-). U.58/59: 152.

IJzerwerken te Seraing. U. 1848 III: 41. Toestand in 1856. M. 57/58: 29.

Index (Topographische -). N. 50/51: 3, 32, 40. N. 51/52: 176. Zie ook Rťpertoire de Cartes.

India-rubber en getah-pertja van Perry en Cį. N. 66/67: 14. Prijscourant.

Indicated horsepower. U. 56/57: 211.

IndiŽ (Bijdrage tot de kennis van den werkkring van den ingenieur in Oost-). N. 50/51: 33, 41. N. 54/55: 22, 87. N. 56/57: 135, 145. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. Zie ook U. 66/67: 58.

IndiŽ (De Buddhistische bouwkunst in -). U. 1848 II: 138. Handelingen van het Koninklijk Instituut van Britsche Bouwkundigen.

IndiŽ (De goedkoope spoorwegen van Noorwegen en Britsch-), voorgesteld als voorbeelden voor legerspoorwegen, zonder aarde-werken noch aankoop van gronden, voor den veldtogt in AbyssiniŽ. U. 68/69: 24.

IndiŽ (Eigenaardigheden van het ingenieursvak in Britsch-). U. 66/67: 58.

IndiŽ (Het bouwen van bruggen op steenen cilinders in Britsch-). U. 58/59: 155.

IndiŽ (Huisbouw in Oost-). N. 56/57: 145.

IndiŽ (Oost-) Zie Openbare Werken.

IndiŽ (Over het te keer gaan van overstroomingen en de wijze van bevloeijing in Frankrijk en in Noord-ItaliŽ in toepassing op Oost-). Reis van den hoofdingenieur de Bruyn. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60.

IndiŽ (West-). Zie Telegrafen.

Indrijven van palen (Nieuwe wijze van -) volgens Brunlees. N. 56/57: 117. U. 57/58: 77.

Indrijven van palen (Verbeterd werktuig tot het -) van Scott en Robertsen. U. 57/58: 157.

Indrijven van palen door luchtdruk. U. 51/52: 129, 130, 161.

Indrijven van palen met waterdruk (Mededeeling betreffende het -). N. 68/69: 243, 272. Zie ook U. 57/58: 77. Zie ook Palen.

Indrukken van heipalen in kespen. N. 60/61: 177, 197.

Inductie-seintoestel van Siemens en Halske. N.56/57:116, 122. Zie ook Telegrafen.

Industrie-school te Utrecht. N. 49/50: 242, 251. N. 50/51: 160, 180. N. 51/52: 4.

Ingenieur (Bijdrage tot de kennis van den werkkring van den-) in Oost-IndiŽ. N. 50/51: 33, 41. N. 54/55: 22, 87. N. 56/57: 135, 145. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. Zie ook U. 66/67: 58.

Ingenieur (Het diploma van -) en architekt wenschelijk geoordeeld, U. 51/52: 196.

Ingenieur-Verein (Oesterreichischer-), Statuten. U. 1849 VI: 86. Tijdschrift, U. 1849 VI: 81. Reglement van orde. U. 1850 VII: 3.

Ingenieur-Verein fŁr das KŲnigreich Hannover (Architecten- und -). Punten van beschrijving der 13de algemeene vergadering van Duitsche architekten en ingenieurs. N. 61/62: 186, 238.

Ingenieur-Verein fŁr das KŲnigreich Sachsen. Prijsvragen. M. 57/58: 24.

Ingenieurs (Koninklijk Instituut van). Zie Instituut van Ingenieurs.

Ingenieurs (Vereeniging van burgerlijke -) te Delft. Oprigting. N. 52/53: 179, 192. Doel der oprigting. N. 65/66: 244. N. 66/67: 2, 13, 31.

Ingenieursvak in Britsch-IndiŽ (Eigenaardigheden van het-). U. 56/57: 58. Zie ook Werkkring van den ingenieur in Oost-IndiŽ.

Injecteur van Giffard. N. 58/59: 87.

Inklinken van aardspecie. N. 60/61: 171.

Inkrimpen (Bereiding van hout tegen -). U. 52/53: 32.

Inkt (Vaste -). Alizarininkt. M. 58/59: 15.

Insekten (Hout-). N. 51/52: 167.

Institution of Civil Engineers, te Londen. N. 47/48: 49, 73. N, 61/62: 11.

Prijsvragen. M. 61/62: 4.

Ondersteuningsfonds. N. 65/66: 186, 243.

Afzonderlijke klasse van leden, students genaamd. N. 67/78: 4, 16.

Institution of Engineers in Schotland. Oprigting. M. 57/58: 7.

Institution (Smithsonian-) te Washington. Programma. N. 52/53: 5, 50.

Instituut van Ingenieurs (Koninklijk).

Oprigting. N. 47/48: 3, 13.

Circulaire daaromtrent. N. 47/48: 73.

Koninklijk besluit, houdende goedkeuring der oprigting en toekenning van den titel van ęKoninklijkĽ N. 47/48: 37, 93.

Beschermheerschap N. 47/48: 37, 95. N. 48/49: 297, 298.

Ontwerp-reglement. N. 47/48: 17-28.

Beraadslaging daarover. N. 47/48: 79-91.

Reglement, vastgesteld bij kon. besluit van 4 Februarij 1848,no. 81. N. 47/48: 25.

Wijzigingen. N. 49/50: 5, 242. N. 50/51: 3. N. 53/54: 131, 132, 147, 148. N. 54/55: 8, 25. N. 57/58: 182. N. 59/60: 178, 181. N. 63/64: 253.

Verordeningen. N. 48/49; 7, 25. N. 59/60: 192. N. 68/69: 193.

Voorstellen en mededeelingen van huishoudelijken aard. N. 47/48: 70. N. 48/49: 259. N.49/50: 193, 198. N. 50/51: 3, 37, 92, 124, 126, 155, 160, 162. N. 51/52: 8. N. 52/53: 136. N. 53/54: 24, 106. N. 54/55: 7. N. 56/57: 140, 142. N. 57/58: 5, 89. N. 58/59: 58, 102. N. 59/60: 43. N. 60/61: 55. N. 61/62: 11, 101, 166. N. 62/63: 46, 171, 173, 215, 226, 227, 244. N. 63/64; 175. N. 64/65: 9, 79, 93, 158. N. 65/66: 29, 67. N. 66/67: 272. N. 67/68: 64, 71, 203.

Stempel. N. 53/54: 3.

Rijkssubsidie. N. 59/60: 60, 74.

Verplaatsing van den zetel van Delft naar 's Gravenhage. N. 59/60: 178, 181, 208. N. 60/61: 39. Lokaal. N. 59/60: 60.

Openstelling van het lokaal en gebruik van de boekerij. N. 61/62: 45. N. 66/67: 48.

Over den aankoop van een eigen gebouw. N. 64/65: 209. N. 65/66: 29.

Geschenken:

Borstbeeld van Z. M. den Koning, geschonken door Z. K. H. prins Frederik der Nederlanden. N. 55/56:89, 99.

Portretten van F. W. Conrad, geschonken door hem zelven. N. 60/61: 53, 137. N. 67/68: 4.

Albums, bestemd voor de photographische afbeeldsels der leden van denzelfde. N. 60/61: 138. N. 62/63: 91, 218.

Model van eene trommeldeur van denzelfde. N. 62/63: 92.

Model van de groote stuw met irrigatiesluizen in de Porrong-rivier, geschenk van mr. A. J. Duymaer van Twist. N. 56/57 : 6, 23.

Modellen van verschillende soorten van telegraafkabels, geschenk van E. Wenckebach. N. 59/60: 41.

Werken van het koninklijk nederlandsch Instituut, geschonken door dr. A. Vrolik. N. 60/61: 81.

Boekverzameling van jhr. C. C. A. ridder van Rappard, N. 64/65: 10,12.

Legaat van L. Rijsterborgh. N. 64/65: 79,119.

Verzameling van teekeningen, kaarten enz. van J. H. Ferrand. N. 66/67: 45.

Zie voorts de Notulen der verschillende vergaderingen.

Algemeen verslag over ††††††††† 1848. N. 48/49: 5, 19.

,,††††††††† ,,††††††††† 1848-49. N.49/50:4.

,,††††††††† ,,††††††††† 1849-50. N.49/50:240,241.

,,††††††††† ,,††††††††† 1850-51. N. 50/51: 155, 158.

,,††††††††† ,,††††††††† 1851-52. N.51/52: 175,180.

,,††††††††† ,,††††††††† 1852-53. N. 52/53:176,179.

,,††††††††† ,,††††††††† 1853-54. N. 53/54: 125, 129.

,,††††††††† ,,††††††††† 1854-55. N. 54/55: 189, 194.

,,††††††††† ,,††††††††† 1855-56. N. 55/56: 101, 105.

,,††††††††† ,,††††††††† 1856-57. N. 56/57: 133, 139.

,,††††††††† ,,††††††††† 1857-58. N. 57/58: 171, 181.

Algemeen verslag over 1858-59. N. 58/59: 96,101.

,,††††††††† ,,††††††††† 1859--60.N.59/60:174,177.

,,††††††††† ,,††††††††† 1860-61.N.60/61: 167,168,179

,,††††††††† ,,††††††††† 1861-62. N. 61/62:181,182,186.

,,††††††††† ,,††††††††† 1862-63. N. 62/63:215, 216,222.

,,††††††††† ,,††††††††† 1863-64. N. 63/64:252, 265.

,,††††††††† ,,††††††††† 1864-65. N. 65/65: 208, 211.

,,††††††††† ,,††††††††† 1865-66.N.65/66:240,247

,,††††††††† ,,††††††††† 1866-67.N.66/67:322,325.

,,††††††††† ,,††††††††† 1867-68. N. 67/68: 325, 326, 338.

,,††††††††† ,,††††††††† 1868-69. N. 68/69:240, 245.

(*) Van den inhoud der verslagen is, voor zoo veel dit noodig bleek, tot aanvulling van deze registers gebruik gemaakt.

Jaarboekje voor de leden van het Instituut. N. 50/51: 161. N. 51/52: 97. 182. N. 57/58: 95. N. 59/60:43. N. 61/62: 62. N. 62/63: 44. N. 63,64: 40, 41. N. 64/65: 88. N. 65/66:18. N. 66/67: 67. N. 68/69: 75.

Opgaaf in de lijst der leden van de betrekkingen waarin zij zijn geplaatst. N. 58/59: 7. Opneming van hoogtecijfers voor Java. N. 66/67: 69, 193.

Verzoek tot het opnemen van tafels omtrent koper-afmetingen. N. 66/67: 227.

Voortdurende vermelding van de namen der drie leden-oprigters in het jaarboekje. N. 67/68: 65.

Verwijdering van de logarithmen, opgegeven bij de munten, maten en gewigten. N. 67/68: 66.

Drukfouten. N. 67/68: 84.

Behandeling van onderwerpen in de vergaderingen. N. 47/48: 70. N. 55/56: 8, 41. N. 56/57: 40.

Wetenschappelijke vragen aan de leden ter beantwoording voorgesteld. N. 48/49: 121. N. 49/50: 27, 79. N. 60/61:170,171.

Planchet met alhidade ter bezigtiging gesteld. N. 61/62: 89.

Verzameling van photographische portretten der leden van het Instituut. N. 60/61: 138. N. 61/62: 165. N. 62/63: 91, 218. N. 64/65: 96.

Voorstel van F. W. Conrad tot het stichten van een weldadig fonds. N. 65/66: 186, 243. N. 66/67: 2, 12, 31.

Vermelding van het verhandelde in de vergaderingen van het Instituut in de Annales du gťnie civil. N. 67/68: 219.

Bevordering van het uitsluitend gebruik van het Nederlandsche stelsel van maten en gewigten, door de leden. N. 64/65: 94 N. 65/66: 22.

Tentoonstelling van voorwepen tot het vak van den ingenieur behoorende, ter herinnering aan het twintigjarig bestaan van het Instituut. N. 67/68: 206.

Uitnoodiging tot deelneming. N. 67/68: 221.

Verslag omtrent hetgeen door den jury van beoordeeling in zijn officieel rapport over het door het Instituut ingezondene is gezegd. N. 68/69: 134, 171.

De verzameling teekeningen, op de tentoonstelling aanwezig en aan het Rijk behoorende, aan het Instituut afgestaan en aan de Polytechnische school te Delft ten gebruike gegeven. N. 68/69: 129, 156.

Verkrijgbaarstelling van de jaarboeken van het Koninklijk Nederlandsen meteorologisch Instituut voor de leden voor verminderden prijs. N. 57/58: 6.

Uitgave van de beschrijving der dokwerken te WÔllemsoord op kosten van het Instituut. N 65/66: 245.

Benoemingen van honoraire leden. N. 48/49: 13. N. 49/50:11. N. 51/52: 183. N. 54/55: 201. N. 56/57:138. N. 57/58:178 , 195. N. 66/67: 325.

Benoeming van de drie oprigters tot leden van den raad van bestuur voor hun leven. N. 57/58: 185.

Onderscheidingen aan verschillende leden ten deel gevallen:

Bekrooning voor beantwoording van prijsvragen, uitgeschreven door het Bataafsch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte, te Rotterdam, toegekend aan J. A.. Beijerinck, J. A. Scholten H.Kzn en M. Gr. Beijerinck. N. 48/49: 53; aan A. Greve. N. 50/51: 39.

J. G. W. Fijnje bekroond voor de beantwoording van eene prijsvraag, uitgeschreven door het hoogheemraadschap van Delfland. N. 48/49: 198.

F. W. Conrad en M. G. Tťtar van Elven eervol vermeld voor een ontwerp van een gebouw voor de Londensche tentoonstelling. N. 49/50: 245. N. 50/51: 4, 132. N. 51/52: 26. Vgl. V. 51/52: 39, 40, 41.

Bekrooningen voor de beantwoording der prijsvraag betreffende den aanleg van vlugtheuvels toegekend aan W. C. H. Staring en J. van der Toom. N. 61/62: 82, 101.

Bekrooningen voor de beantwoording der prijsvraag over de Hondsbossche zeewering toegekend aan J. F. W. Conrad en P. J. de Quartel. N. 64/65: 211.

J. van der Toorn bekroond voor de beantwoording der prijsvraag over de kwelders en aanslikkingen in Zeeland. N. 64/65: 212.

J. P. Delprat honoris causa benoemd tot doctor in de wis- en natuurkundige wetenschappen. N. 60/61: 189.

L. Cohen Stuart als zoodanig benoemd. Verslag 63/64:13.

Jhr. G.J.G. Klerck benoemd tot ridder der orde van den Nederlandschen leeuw. N. 68/69: 138.

P. J. Mouthaan benoemd tot officier van de orde der Eikenkroon. N. 68/69: 138.

Betrekkingen met andere genootschappen en instellingen:

The Institution of Civil Engineers, te Londen N. 47/48: 49, 73. Berigt van de instelling

eener bepaalde klasse van leden onder den naam vari students. N. 67/68: 4, 16

De Nederlandsche maatschappij ter bevordering van nijverheid en het departement Amsterdam. N. 48/49: 191.

Institut de l'industrie de Paris. N. 50/51: 131, 151, 152.

Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch IndiŽ. N. 55/56: 42.

Nederlandsch-Indische maatschappij van Nijverheid. N. 55/56: 42.

Architecten- und Ingenieur-Verein, te Hannover. N. 56/57: 80, 100.

Sociťtť gťographique impťriale de Russie. N. 60/61: 83, 98, 99.

Rotterdamsch leeskabinet. N. 60/61: 52, 72.

Handelsministerium, te Berlijn. N. 61/62: 184, 203.

Uitnoodiging tot bijwoning van het IXde Landhuishoudkundig Congres, te Assen. N. 53/54: 73, 96.

Uitnoodiging tot bijwoning van de vergadering der Vereeniging voor Volksvlijt, te Amsterdam. N. 56/57: 39.

Uitnoodiging tot bijwoning van de opening der algemeene tentoonstelling van voortbrengselen. van tuinbouw, te Amsterdam. N. 64/65: 174.

Voorgesteld bezoek aan de tentoonstelling te Londen in 1851. N. 50/51: 38, 91, 96.

Bezoek door leden van den Raad aan de werken der duinwaterleiding bij den Vogelsang. N. 52/53: 179.

Over het houden van vergaderingen buiten Delft. N. 53/54:106, 131. N. 55/56: 109.

Bezigtiging der seintoestellen in de oefenplaats van de leerling-telegrafisten van den Rijkstelegraaf te Delft. N. 52/53: 134.

Vergadering te Arnhem in September 1856. N. 56/57: 1.

Vergadering te Maastricht in September 1857. N. 56/57: 137, 170. N. 57/58, l, 8, 9. Verblijf aldaar en in de omstreken. N. 57/58: 11.

Vergadering te Amsterdam in September 1858: N. 57/58: 144, 181. N. 58/59: 1,9.

Vergadering te Utrecht in September 1859. N. 58/59: 102. N. 59/60: 1, 10.

Vergadering te Rotterdam in September 1860. N. 59/60: 197. N. 60/61: l, 2.

Vergadering te Breda. N. 60/61: 190. Voorstel.

Bezoek aan 's Rijksgeschutgieterij te 's Gravenhage. N. 61/62: 5.

Vergadering te Haarlem in September 1862. N. 61/62: 200. N. 62/63: 1.

Vergadering te Breda in September 1863. N. 62/63: 227. N. 63/64: 1.

Over het tijdstip der buiten 's Gravenhage te houden vergaderingen. N. 63/64: 177.

Vergadering te Amsterdam in Junij 1864. N. 65/66: 267.

Vergadering te Arnhem in Junij 1865. N. 64/65: 175, 207.

Vergadering te Utrecht in Junij 1866. N. 65/66: 187, 239.

Voorstel tot het houden eener vergadering te Breda of te Roosendaal in verband met een aan de tentoonstelling te Parijs te brengen bezoek. N. 66/67: 226, 245, 250, 274.

Vergadering te Velzen in Junij 1867. N. .66/67: 321.

Vergadering te Arnhem in September 1868, bij gelegenheid van de tentoonstelling van nijverheid en kunst aldaar. N. 68/69: 1.

Vergadering te Dordrecht in Junij 1869. N. 68/69: 239.

Werken:

Uitgave der werken. N. 47/48: 43, 50. N. 56/57: 113.

Verzoek om medewerking. N. 50/51: 162. N. 56/57:142,143.

Opheffing van de Mededeelingen en berigten, bijblad tot de Uittreksels. N. 62/63: 222.

Inhoudsopgaven van tijdschriften door het Instituut aangehouden. N. 62/63: 223.

Prijsvermindering van de werken van het Instituut voor de leden. N. 66/67: 253.

Uitgave van een Tijdschrift, waarin alle werken van het Instituut worden zamengevat. N. 68/69: 193.

Boekerij:

Ruiling van werken het vak van den ingenieur betreffende uit de boekerij der gemeente Amsterdam tegen een exemplaar van de afleveringen der Verhandelingen. N. 57/58 : 6, 32.

Voorstel tot aanschaffing van dr. A. Petermann's Geogra-phische Mittheilungen. N. 57/58: 69.

Aankoop van eene verzameling eigenhandige brieven van wis-en waterbouwkundigen. N. 61/62: 45.

Vervreemding van boekwerken uit de bibliotheek. N. 64/65: 210.

Voorstel tot het overnemen van eenige cartographische verzamelingen van den heer Fred. Muller te Amsterdam. N. 65/66: 5, 34.

Voorstel tot aanschaffing van werken over de Parijsche tentoonstelling van 1867. N. 67/68: 9, 74, 135.

Catalogus der boekerij. Aanvraag om een supplement na 1856. N. 61/62: 168.

Herhaald aanzoek om rangschikking der boekerij en uitgave van een volledigen catalogus. N. 65/66: 31, 242, 251.

Verslag 66/67: 13, N. 67/68: 85.

Alphabetische registers:

Op de notulen 1847/52. N. 51/52: 97.

†††† Op de werken van het Instituut. N. 51/52: 97. N. 55/56: 9, 35. N. 63/64: 41. N. 65/66: 31, 32.

†††† Op de werken van het Instituut, †††† 1847/57. N. 59/60: 41.

,,††† †††† ,,†† †††† 1857/67. N. 67/68: 85.

,,††† †††† ,,†† †††† 1857/69. N. 68/69: 204.

Afdeeling Oostelijk Java.

Eerste denkbeeld. N. 48/49: 266.

Betrekkingen tusschen de Oost-Indische en Nederlandsche leden. N. 47/48: 53. N. 48/49: 255, 265. N. 49/50: 8, 243, 262. N. 50/51: 33, 179. N. 53/54: 4.

Voorstel tot vestiging van eene afdeeling van het Instituut te Soerabaya. N. 50/51: 91, 95.

Oprigting der afdeeling Oostelijk Java. N. 51/52: 4, 9, 10.

Huishoudelijke verordeningen. N. 51/52: 97, 107.

Notulen van vergaderingen, gehouden in 1853. N. 54/55: 7,15.

Notulen van vergaderingen, gehouden in 1854. N. 54/55: 71, 83.

Verslag over 1855-1856. N. 56/57: 4, 10.

,,††††††††† 1856-1857. N. 57/58: 6, 28, 30.

Ą ††††††††† 1858-1859. N. 58/59: 100, 110.

,, ††††††††† 1859-1860. N. 60/61: 7, 29, 32, 34.

Ą ††††††††† 1862-1863. N. 63/64: 27, 44.

Ą ††††††††† 1863-1864. N. 64/65: 4, 44.

Ą ††††††††† 1865-1866. N. 65/66: 245, 252, 254.

Ą ††††††††† 1866-1867. N. 67/68: 4, 12.

,,††††††††† 1868-1869. N. 68/69: 242, 249 (*) De jaarlijksche verslagen van 1851/52 tot 1854/55, 1857/58, 1860/61, 1861/1862, 1864/65 zijn opgenomen in de Algemeene Verslagen enz. van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Het verslag over 1867/68 ontbreekt.

Overlijden van leden. N. 52/53: 136.

(De bijdragen van de leden der afdeeling zijn in dit register aangewezen door de bijvoeging: ęBijdrage van de Afdeeling Oostelijk Java Ľ.)

Instituut van Britsche Bouwkundigen (Koninklijk -). Prijsvragen. U. 1848 II: 140. Handelingen van bet Instituut.

Instrument (Geodesisch-) van Pistor en Marlens. N. 55/56 : 96.

Instrument (Meet-) van Dupuis: Le Mesureur. N. 51/52: 4.

Instrument (Nieuw klein waterpas-). N. 49/50: 246.

Instrument (Waterpas-). Clithographe Lefebvre. N. 60/61: 8.

Instrument (Waterpas-) van gebr. Caminada te Rotterdam en Dumpy-level van Gravatt. N. 57/58: 142. N. 63/64: 195,211.

Instrument (Zak-), geschikt voor horizontale hoekmeting, waterpassing en meting van hellingen voor ingenieurs en architekten. U. 59/60: 93.

Instrument tot het controleren van wachters in fabrieken, enz. U. 61/62: 120.

Instrumenten bij de meteorologische waarnemingen in gebruik (Over de -). U. 1850 IX: 175. Aan den Helder. N. 48/49, 8. V. 1850 V: 76.

Internationale ruiling (Rapporten van de commissie voor de -). N. 52/53: 5. N. 53/54: 4, 105. N. 57/58: 175.

Irrigatie (Over het te keer gaan van overstroomingen en de wijze van -) in Frankrijk en in Noord-ItaliŽ in toepassing op Oost-IndiŽ. Reis van den hoofdingenieur de Bruyn. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60.

Irrigatie-sluizen in de Porrongrivier. N. 56/57: 6, 23, 36, 41, 56. N. 57/58: 92, 121. Zie ook Besproeijing en Bevloeijing.

Isaac's-kerk (St.-) te St. Petersburg. V. 1849 V: 18.

Isolator voor telegrafen (Verbeterde -) van Wenckebach. N. 57/58: 69.

Isolatoren (Beproeving van -) langs den galvanischen weg. N. 58/59: 30, 47.

Isolatoren (Engelsche -). N. 58/59: 29, 47.

Isolatoren (Glazen -) van P. Regout te Maastricht. N. 60/61: .49. Rapport daarover. N. 60/61: 67.

Isolatoren (Porseleinen -) bij den Rijkstelegraaf in gebruik. N. 52/53: 6.

Isolatoren (Verbeterde -) voor telegraafdraden. U. 56/57:122.

Isolatoren en spaninrigtingen op de Pruissische telegraaflijnen. N. 52/53: 95, 117. U. 55/56: 114.

Isolatoren van gegoten ijzer (Over -). U. 57/58: 16.

Isoleerklokken van gegoten ijzer (Over -). U. 57/58: 16.

Isoleren van telegraafdraden op de steunpunten en onder den grond. N. 49/50: 147. N. 50/51: 4. N. 54/55: 73. Zie ook Telegraaf.

ItaliŽ (De verhooging der bedding van den Po, beneden Ostiglia, en van de andere rivieren van -), die in de Adriatische zee uitloopen. U. 61/62: 56.

ItaliŽ (Over het te keer gaan van overstroomingen en de wijze van besproeijing in -) en Frankrijk in toepassing op Oost-lndiŽ. Reis van den hoofdingenieur de Bruyn. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60.

ItaliŽ (Verslag over onderscheidene uitgevoerde werken van bevloeijing, afwatering en besproeijing in -).

Verbetering van de uitmondingen der rivieren in zee. U. 53/54: 76.

†† Statistieke mededeelingen omtrent den Tiber. U. 53/54:77.

Werken van verbetering in de vallei van de Chiana in Toskane. U. 53/54: 78.

Droogmaking van de Maremmes en van do moerassen van Castiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

ItaliŽ (Waterwerken. Droogmakingen, bevloeijingen en ophoogingen of grondaanspoelingen in -). U. 67/08: 25.

Ivoor (Voorwerpen van gegoten -). N. 49/50: 91, 92.

Yacht-clubhuis (Ontwerp van een -). N. 49/50: 93.

Yonne (Aanteekeningen omtrent de wassen van de -),deMarne en de Seine. U. 59/60: 95.

Jaag- en lijnpaden langs de Maas in BelgiŽ. N. 54/55: 71, 88, 89.

Jacquard's doorslagmachine gebezigd bij de zamenstelling van den bovenbouw der brug over de Conway. U. 1848 I: 40.

Japan (Photographische kaart van -). N. 66/67: 75.

Japansche houtsoorten (Verzameling monsters van-). N. 65/66: 10, 42.

Nota over die houtsoorten. N. 66/67: 186.

Java (Aarden dammen door ravijnen. Een voorstel tot het overtrekken van ravijnen voor de spoorwegen in het binnenland van -). N. 66/67: 63. V. 67/68: 1.

Java (Boschwezen op -) in 1854. M. 57/58: 15.

Java (Bouwstoffen op -). N. 50/51: 41.

Java (De Gouvernements telegrafen op -). N 57/58:177-188.

Aanleg. N. 56/57: 82, 101, 102, 116. M. 56/57: 4. M. 57/58: 3.

Toestand in 1857. M. 57/58: 22.

Toestand in 1858. N. 59/60: 105, 166.

Toestand in Maart 1859. M. 58/59: 21.

Java (Geniewerken in de vallei van Ambarawa op -). N. 51/52: 98, 150. V. 51/52: 54.

Java (Nota over den aanleg van spoor- en waterwegen op -). N, 63/64: 82, 93.

Java (Over den aanleg van de spoorwegen op-). N. 63/64: 262. N, 64/65: 120, 160. N. 65/66: 5, 37, 38, 40, 98, 119, 143. N. 67/68: 330.

Java (Steenfabrikaat op -). N. 54/55: 22, 84. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Java (Waterstaatswerken op -). N. 53/54: 68.

Java (Welirangsche tras van -). N. 56/57: 38, 62. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. Zie ook N. 58/59: 4, 11.

Java-asphalt en Forsters compositie voor vloerbedekkingen binnenshuis (Proeven met -). N. 54/55: 16. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Javaansche houtsoorten (Proeven genomen met djatie en andere -). N. 51/52: 178. N. 54/55: 6, 13, 19, 84, 87, 163. V. 54/55: 30, 88. Bijdragen van de afdeeling Oostelijk Java.

Kaai van St. Laurent-les-Macon (Over de dikte der bekleedingsmuren aan de haven en -). U. 1848 I: 3. Zie ook Bekleedingsmuren.

Kaaijen (Afmetingen en gedaante van bekleedingsmuren voor havens, -) en natte grachten. N. 48/49: 192, 282.

Kaaimuren (Funderingen, dok- en -) en andere zeewerken zonder kistdammen. U. 66/67: 48.

Kaapstander van Johnson en David. U. 62/63: 102.

Kaapstanden (Harman's geoctroijeerde windassen, -) enz. U. 55/56: 85.

Kaarsen (Paraffinebereiding uit turf voor -) en andere producten. U. 1850 VIII: 116.

Kaart van het Noord-Hollandsche zeestrand. N. 54/55: 200.

Strandkaart van Huisduinen, den Helder en het Nieuwediep. Toestand in 1571 en 1866. N. 66/67: 254. Zie ook Strand.

Kaart van Japan (Photographische -). N. 66/67: 75. 122

Kaart van Kraijenhoff met aanwijzing van doorbraken on overstroomingen. N. 63/64: 206.

Kaart van Nederland (Geologische -). N. 49/50: 243. N. 50/51: 4, 92.

Kaart van Nederland (Topographische -) N. 49/50: 242, 252. N. 58/59: 24, 54, 83. Zie ook N. 68/69: 23.

Kaart van Nederland (Waterstaats-). Voorstel tot bewerking daarvan. N. 62/63: 219, 230. Uitgave. N. 65/66: 136.

Kaarten (Beredeneerde catalogus van -). N. 50/51: 3, 32,40, 124. N. 51/52: 176. N. 56/57: 115. N. 64/65: 212. Beoordeeling in het buitenland. N. 55/56: 4, 12, 68. N. 56/57, 40, 75. N. 57/58: 178, 179.

Kaarten (Photographie, toegepast op militaire -). M. 57/58 : 19.

Kaarten (Voorschrift tot het vervaardigen van -) vastgesteld bij Kon. besl. van 21 Junij 1856 nį. 73. N. 56/57: 3, 9 Verkrijgbaarstelling. N. 56/57: 138.

Kaarten van Nederland (Provinciale -). M. 57/58: 15.

Kaarten van Zwitserland (Geodesische -). U. 51/52: 189. Zie ook Atlas.

Kaartenprojectien (Mededeeling over -). N. 58/59: 79.

Kabels en koorden (IJzeren en koperen -). N. 49/50: 95, 120, 198. Zie ook Telegraafkabels.

Kabels en koorden van ijzerdraad (Vergelijking van het draagvermogen van -) en van hennep. N. 49/50: 27, 73,120. Proeven.

Kagchels (Over haarden en -) ter verwarming van vertrekken. U. 59/60: 73.

Kaledonisch kanaal. U. 1850 IX: 143. Reis van Malezieux.

Kalk (Hydraulische -) om kunststeen te vervaardigen. U. 1850 IX: 77.

Kalk (Hydraulische -) van van den Brink. N. 60/61: 83, 101.

Aankondiging.

Kalk (Kunstwater-), zamengesteld uit in de residentie Soerabaya gevonden stoffen. N. 56/57: 135, 158. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Kalk (Mededeelingen omtrent den staat van behoud van vetten-), van ijzer en van hout in oude funderingen, die zich altijd onder water bevinden. U. 54/55: 35.

Kalk (Ratinger -). Proeven omtrent de deugdelijkheid. N. 58/59 : 100, 118. Nader onderzoek. N. 59/60: 44, 51.

Kalk (Verslagen over den schelp-) en de schelpkalkbranderijen in Nederland. N, 56/57: 114, 120. N. 58/59: 78, 89.

Kalk (Water-) van Goenong Saharie. N. 51/52: 178. N. 52/53: 4, 36. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Kalk ( WeÍrstand van -) en mortels tegen zeewater. U. 54/55: 15, 35, 48, 70, 71. U. 55/56: 25, 26, 29. Zie ook Cement, Mortels en Waterkalk.

Kalkbranderijen (Verslagen over den schelpkalk en de schelp-) in Nederland. N. 56/57: 114, 120. N. 58/59: 78, 89.

Kalkmergelsteenen van Goenong Saharie voor hydraulisch cement. N. 51/52: 178. N. 52/53: 4, 36. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Kalksoorten (Mededeelingen omtrent het roesten van het ijzer in de bouwwerken, omtrent het onvoldoende van verwen en vernissen en de beveiligende kracht der -) en mortels. U. 53/54 : 117.

Kalksteen van Kebraon voor hydraulische cement (Proeven met -). N. 53/54: 4, 66, 76. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Kalkstoffen (Beschouwingen over het onderzoek der -) welke geschikt zijn tot het maken van cementen en van waterkalk. U. 51/52: 105.

Kanaal (Hellend vlak op het Blackhill-). U. 52/53: 25.

Kanaal (Het GŲtha- en Trolhatta-). N. 63/64: 29, 85, 130, 206. V. 64/65: 31.

Kanaal (Het Groot Ganges-). U. 54/55: 92.

Kanaal (Het Rijn-Elbe-). U. 60/61: 60. U, 63/64: 83.

Kanaal (Het Rijn-Marne-). Verhandelingen over de werken van 1847 tot 1855- in het departement van de Maas uitgevoerd voor de waterdigte bekleeding van het kanaal. U. 57/58: l. Inrigting van eenige stuwen op de rivier de Marne. N. 68/69: 78. Bijzonderheden omtrent het kanaal. N. 68/69: 80.

Kanaal (Kaledonisch). U. 1850 IX: 143. Reis van Malezieux.

Kanaal (Onderzoek naar de stroomen en den loop der aan-slibbingen in het Engelsche -). U. 64/65: 51.

Kanaal (Verbetering van het Katwijksche -) ten dienste der droogmaking van het Haarlemmermeer. N. 48/49: 299. V. 1850 V: 80.

Kanaal della Madonna te VenetiŽ (Opbouw des oostelijken oevermuurs van het -) met Santorinaarde. U. 52/53: 36.

Kanaal door de landengte van Panama. U. 53/54: 126. M. 57/58: 30.

Zie ook Kanaal van Nicaragua.

Kanaal door Holland op het smalst.

Prijsvraag voor een kanaal van Amsterdam naar de Noordzee. N. 52/53: 91, 131, 183. N. 53/54: 3.

Ingekomen antwoorden. N. 53/54: 64, 130.

Verslag van den raad van bestuur van het koninklijk Instituut van ingenieurs, aangaande de ingekomen antwoorden. N. 54/55; 36, 42.

Bezwaren tegen hot openbaarmaken der ingekomen antwoorden. N. 54/55: 76.

Bedenkingen tegen het verslag van den raad van bestuur. N. 54/55: 37, 47, 58, 70, 76, 166, 179.

Wat leert theorie en praktijk, omtrent de noodzakelijkheid om eene haven aan eene vlakke kust met

een zeebreker te beschermen? N 54/55: 194, 217. N. 55/56: l, 62, 72.

Ontwerp voor den aanleg van eene haven aan de Noordzeekust van Nederland. N 54/55: 199. N. 55/56: 7, 30, 41, 63, 67, 83.

DiscussiŽn over het raadzame van den aanleg van een kanaal door sluizen afgesloten, over het verkieselijke van de verbetering van het Noordhollandsch kanaal en over den aanleg en den invloed van en de bezwaren tegen eene opene doorgraving. N. 61/62: 97, 137, 187, 242. N. 62/63: 5, 51. N. 66/67: 329, 343.

Onderzoek aangaande de vereischten van eenen daar te stellen verkorten waterweg van Amsterdam naar zee. Rapport van den majoor-ingenieur Duyvenť. N. 67/68: 65. 87.

Stand van de werkzaamheden der Amsterdamsche kanaalmaatschappij , einde Mei 1867. N. 66/67: 329.

Over het wenschelijke van de inrigting der haven te Wijk aan Zee tot vlugthaven. N. 68/69: 143, 145.

Zie ook: Texelsche Zeegaten.

Kanaal door Holstein (Ontwerpen van een -). U. 62/63: 54. N. 63/64: 20, 206 en V. 64/65: 4. N. 65/66: 76.

Kanaal Mahmoudieh in Egypte (Uitbaggeren van het -). U. 56/57: 53.

Zie ook Baggermolens en Baggervlot.

Kanaal Saint-Martin te Parijs (Over de aardwerken van het -). U. 61/62: 80.

Kanaal Saint Maurice (Sluisdeuren van plaatijzer in het -). U. 65/66: 118.

Kanaal ter vereeniging van de rivieren den Donau en de Theiss in Hongarije van Pesth naar Szegedin (Rapport over het ontwerp van een -) N. 48/49: 115, V. 1849 II: 37.

Kanaal tusschen Stokholm en Gothenburg N. 63/64: 29, 85, 130, 206. V. 64/65: 31.

Kanaal van Apeldoorn naar Dieren (Mededeelingen over het-). N. 64/65: 211, 218. N. 65/66: 11, 43.

Kanaal van BourgondiŽ (Verslag over het gebruik van het baggervlot voor het schoonmaken der kanaalpanden van den zijtak van het -) naar de Yonne. U. 54/55: 4.

Kanaal van de Marne naar den Rijn (Verhandelingen over de werken van 1847 tot 1855 in het departement van de Maas uitgevoerd voor de waterdigte bekleeding van het -). U. 57/58: 1.

Inrigting van eenige stuwen op de rivier de Marne. N. 68/69: 78.

Bijzonderheden omtrent het kanaal. N. 68/69: 80.

Kanaal van de Somme, verbetering der bermsloot tusschen Abbeville en Saint-Vallery, door middel van een baggervlot. U. 52/53: 60.

Kanaal van Luik naar Maastricht (Windwerken der sluisdeuren van het -). N. 49/50: 244, 265.

Kanaal van Marseille (Over het -). U. 55/56: 91.

Kanaal van Nicaragua. N. 61/62: 11, 28

Zie ook Kanaal door de landengte van Panama.

Kanaal van Steenenhoek (Mededeeling betrekkelijk het leggen van eene aarden dam in het -) voor eene sluisfundering. N. 63/64: 28, 51.

Kanaal van Steenenhoek (Over de werking van bet stoomgemaal aan het -) zoo uit een theoretisch als uit een praktisch oogpunt. N. 67/68: 76,149.

Zie ook N. 67/68: 216 en U. 67/68: 48.

Kanaal van Suez. -

Het kanaal van Suez door F. de Lesseps. N. 59/60: 103, 110.

Natuur- en staatkundige gesteldheid van Egypte. N. 59/60: 103, 144.

Belang van Turkije bij de doorgraving. N. 59/60: 103, 155.

Bijzonderheden, betreffende de vroegere geschiedenis van het kanaal tusschen de twee zeeŽn. N. 59/60: 103, 161.

Voorschriften omtrent het kanaal, dat de beide zeeŽn moet verbinden. U. 55/56: 56.

Mededeeling, betrekkelijk de verschillende ontwerpen voor de doorgraving. N. 55/56: 91.

Verslag van de internationale commissie, aan Zijne Hoogheid Mohammed SaÔd Pacha , onderkoning van Egypte. N. 55/56: 68, 86.

Verslag omtrent de doorgraving, ingediend aan de keizerlijke akademie van wetenschappen te Parijs. N. 56/57. 113. U. 56/57: 117.

Verslag der commissie, benoemd tot het onderzoek van de voor Nederland te verwachten gevolgen der doorgraving. N. 60/61: 48,

Beoordeeling van de uitspraak van Stephenson ter ondersteuning van de redevoering van lord Palmerston, gehouden in het Engelsche Parlement. N. 57/58: 5, 20.

Antwoord van F. de Lesseps aan lord Palmerston naar aanleiding van zijne redevoering. M. 57/58: 3.

Onderzoek der gemaakte bedenkingen tegen het voorloopig ontwerp. U. 60/61: 69.

Inschrijvingen voor het benoodigde kapitaal. M. 58/59: 6.

Vaart op de Roode zee. U. 56/57: 54. U. 62/63: 54.

Tafel van de verschillende hoogten van de waterstanden in de Roode- en in de Middellandsche zee. N. 57/58, 5, 19.

Reede van Pelusium en haven van SaÔd. N. 57/58: 59. U. 57/58: 197. (Rapport der internationale commissie en van den kapitein Philegret).

Memorie over de verzanding; der kusten, en in het bijzonder van de kusten van Bayonne, vergeleken met den toestand Aan het strand te Peluse, door Mougel Bey. U. 60/61: 65.

Stroomsnelheid in het kanaal. N. 64/65: 4, 46. 81.

Uitspraak in de geschillen tusschen den onderkoning IsmaŽl Pacha en de kanaal-maatschappij gerezen. N. 64/65: 79.

Opening der gemeenschap tusschen de beide zeeŽn. N. 64/65: 157.

Overeenkomst gesloten tusschen de regering en F. de Lesseps, goedgekeurd door den Sultan den 20sten Februarij 1866. N. 65/66:184.

Vervaardigen en in zee brengen der kunstmatige steenblokken voor de havenhoofden te Port-SaÔd. N. 66/67: 328, 333.

Over mechanische toestellen bij het graven van het kanaal tusschen de meren Menzaleh en Ballah. U. 68/69: 44.

Onderzoek, betreffende de voorwaarden voor de exploitatie van het kanaal. N. 68/69: 70, 90.

Rapport der commissie van onderzoek. N. 68/69: 137, 181.

†† Uittreksel uit de rapporten van Maart, April en Mei 1859 omtrent den stand der werkzaamheden. N. 59/60: 7, 33.

Idem tot Februarij 1860. N. 59/60: 100, 108.

Idem tot 1 Mei N. 60/61: 6, 43, 49.

Idem tot 19 Maart 1861. N. 60/61: 123.

Idem tot 18 Maart 1866. N. 65/66: 183, 231.

Idem tot einde December 1867. N. 67/68: 81, 167.

Idem tot 15 Januari) 1868. N. 67/68: 169.

Idem tot 15 Februarij. N. 67/68: 212, 317.

Idem tot 15 April. N. 67/68: 328, 351.

Idem tot 15 Julij. N. 68/69: 27, 57.

Idem tot 15 September. N. 68/69: 70, 88.

Idem tot 15 December 1868. N. 68/69: 137, 178.

Idem tot 15 Februarij 1869. N. 68/69: 207, 236.

Idem tot 15 April 1869. N. 68/69: 242, 257.

Algemeen verslag over den stand der v/erken in Augustus 1867. N. 67/68: 4, 18.

Kanaaldijken (Invloed van stoombooten op de -).N 47/48: 64,65

Kanaalpanden (Nota over het wegmaaijen der planten op den bodem der -). U 52/53: 63. Zie ook N. 60/61: 8, 37, 46 en 59.

Kanaalpanden (Verslag over het gebruik van het baggervlot voor het schoonmaken der -) van den zijtak van het kanaal van BourgondiŽ naar de Yonne. U. 54/55: 4.

Kanalen (Besparing van het schutwater bij het schutten van vaartuigen in -) volgens den inspecteur-generaal Goudriaan en volgens Caligny. N, 60/61: 187. N. 61/62: 45, 66. Zie ook U. 51/52: 206.

Kanalen (Over de voordeeligste wijze om besproeijings- en droogleggings-) aan te leggen. U. 66/67: 27.

Kanalen (Slepen van schepen in -). N. 47/48: 63.

Kanalen (Stoomsleepvaart op de -). U. 51/52: 185.

Kanalen (Uitdieping van -) door krabbelaar en schotploeg. N. 52/53: 93, 109.

Kanalen (Vergelijking tusschen de kosten van vervoer langs-) en langs spoorwegen. U. 51/52:185. U. 52/53: 93. Zie ook M. 58/59: 13.

Kanalen in het noordelijkst gedeelte van Jutland (Ontwerpen van vlugthavens en daarmede in verband staande -). Mededeelingen daaromtrent. N. 68/69: 75.

Kanalen in Overijssel (Kosten van aanleg der -). N. 55/56: 37.

Kanalen van den Haarlemmermeerpolder (Wegmaaijen van planten uit de -). N. 60/61: 8, 37, 46, 59. Zie ook U. 52/53: 63.

Kanalen van Sesostris, Darius I en Ptolemaeus II in Egypte. V. 63/64: 14. †††††† Zie Stoomsleepvaart.

Kanalisatie van de Porrongrivier. N 56/57: 6, 23, 36, 56.

Kanalisatie van eenige rivieren in Frankrijk. N. 52/53: 135. V. 52/53: 61. Zie ook Stuwen.

Kannen (De geoctroijeerde olie-) van Fenn. U. 57/58: 77.

Kanonneerbooten (Stoom-) voor de Engelsche Marine. U. 54/55: 68.

Kanonnen (Nota over eenige springingsproeven, genomen met gesmeed ijzeren -). U. 1850 IX: 281.

Kanonnen (Gietijzer. Laatste verbeteringen in Amerika aangebragt in de vervaardiging van gegoten ijzeren -) U. 67/68:1.

Kantoorboeken (Verbeterde banden voor -). U. 55/56: 124.

Kap (IJzeren -) over het spoorwegstation te Liverpool. U. 51/52: 180.

Kap (IJzeren -) van het tolhuis ęAux MaraisĽ te Parijs. U. 55/56: 46.

Kap van de groote zaal op het Binnenhof te 's Gravenhage (Bijzonderheden omtrent de -). N. 60/61: 179.

KapconstructiŽn (Over de werking van den wind op groote-) N. 66/67: 256, 280, 328, 340.

Kappen aan den Westerspoorweg te Parijs (Mededeeling omtrent de -). U. 56/57: 14

Kappen van Paxton. N. 50/51: 132, 152.

Kardoezen (Brandblusch-) van Spruyt en Comp. te Rotterdam. N. 63/64: 206, 248. N. 64/65: 5.

Katoen (Zelfontbranding van -). M. 56/57: 8.

Katwijksche kanaal (Verbetering van het -) ten dienste der droogmaking van het Haarlemmermeer. N. 48/49: 299. V 1850 V: 80.

Katwijksche sluizen (Waarnemingen en berekeningen wegens het vermogen der -). V. 53/54: 21.

Kazernen (Aanmerkingen omtrent de -) en den zedelijken toestand van den soldaat in Engeland. U. 1850 IX: 38.

Kazernen (Over het bouwen van -), beschouwd in betrekking tot de gezondheidsleer. U. 58/59:110.

Kazernen voor de Koninklijke Marine te Woolwich. U. 1850 IX: 50.

Keermuur aan zee (Aanteekening betrekkelijk het bouwen van eenen-) in de nabijheid van Algiers. U. 62/63: 101.

Kei- en Mac-Adam-bekleedingen door straten van Londen en van Parijs (Berigt over de -). U. 51/52: 58.

Keijen (Afslijting van straat-). N. 49/50: 18. Zie ook Bestrating.

Kerk te Padang op Sumatra's Westkust (Beschrijving van de nieuwe R. K. -). N. 59/60: 63. V. 59/60: 51.

Kerk te Renkum. N. 65/66: 139.

Kerk te Roermond (De herstelling aan 0.L.V. Munster-). N. 63/64: 205, 224.

Kerk te St. Petersburg (De St. Isaacs-). V. 1849 V: 18.

Kerkgebouwen (Verwarming van -). U. 55/56: 69. Zie ook Verwarming.

Ketelbok (Mededeeling betrekkelijk eenen mast- of -), door stoom gedreven. N. 67/68: 47, 68, 75.

Ketelpijpen in locomotieven (Gebruik van ijzeren en messingen -) M. 61/62: 14.

Ketelpijpen van locomotieven (Telegraafpalen van oude ijzeren -). M. 61/62: 15.

Ketels (Over de sterkte van locomotief-) en de oorzaken, die tot het springen dier ketels aanleiding geven. U. 54/55: 51.

Ketels (Over verschillende oorzaken, die invloed hebben op den aard der waterstralen en over de zamenstelling der lucht-) in het bijzonder. U. 54/55: 149.

Ketels (Veiligheidsklep met ťchappement voor locomotief-) van Lemonnier en Vallťe. U. 53/54: 33.

Ketels met vlakke wanden (Afmetingen, die aan ketelwanden van -) en aan hunne verankering moeten worden gegeven. U. 56/57: 221.

Ketels van gegoten staal. M. 61/62: 17. Zie ook Stoomketels.

Ketelsteen (Bestanddeelen van den -). U. 1849 VI: 57.

Ketelsteen (Inrigting om den bodem van stoomkels tegen het aanzetten van -) te beschutten. M. 61/62: 17.

Ketelsteen (Middel tot oplossing van den -). M. 58/59: 6.

Ketelsteen (Middelen tot wegneming van den-). N. 51/52: 30. U. 51/52: 189.

Ketelsteen (Over de aanwending van salammoniak tot wegneming van -). N. 48/49: 193, 203, 205

Zie ook U. 1849 VI: 57.

Ketelsteen (Over de vorming van -) in stoomketels. U. 55/56: 67.

Ketelsteen (Steenspiritus tot wegneming van den-). N. 54/55: 10, 27.

Ketelwanden (Afmetingen, die aan -) van ketels met vlakke wanden en aan hunne verankering moeten worden gegeven. U. 56/57: 221.

Kettingbrug in den spoorweg over de Niagara. U. 53/54: 1. N. 56/57: 87.

Verslag omtrent de voltooijing. U. 57/58: 79, 193.

Onderzoek omtrent de sterkte van de brug. U. 61/62: 36.

Opening van de brug. U. 55/56: 86.

Kettingbrug over de Dnieper te Kieff. N. 49/50: 197, 211. N. 50/51: 5. U. 1850 IX: 68.

Kettingbrug over de RhŰne te Lyon (Herstellingswerken aan de -) U. 53/54: 44.

Kettingbrug over de SaŰne te Lyon. U. 52/53: 47.

Kettingbrug over de St. Lawrence bij Quebec in Noord-Amerika. Ontwerp. U. 53/54: 125.

Kettingbrug over de Wye bij Chepstow in den spoorweg van Zuid-Wales. U. 51/52: 208. U. 52/53: 2, 17. U. 53/54: 17.

Kettingbrug over den Donau te Pesth. Werktuig tot het opbrengen van den hoofdketting gebezigd N. 57/58: 56, 72.

Kettingbruggen (Proefbelasting voor -). U. 52/53: 96.

Kettingbruggen (Slingerende pijlers voor -). U. 1849 VI: 74.

Kettingbruggen (Uitvinding van de -) door de Chinezen in de derde eeuw van onze jaartelling. M 58/59: 16.

Kettingbruggen in Amerika. M. 61/62: 6.

Kettingen (Nieuwe -). U. 51/52: 190.

Kettingsleepvaart op de Seine. U. 66/67: 87.

Keuspot (Over de spil en de -) bij draaibruggen. N. 48/49: 55.

Kijkduin (Beschrijving van een bekleedingsmuur van het fort-) bij den Helder, uit puin en mortel samengesteld. V. 57/58:80.

Kijkduin (Beschrijving van het reduit in het fort -) bij den Helder en van de herstellingen van het bomvrije gebouw in het fort. N. 52/53: 135. V. 53/54: 1.

Kijker (Nieuwe inrigting van teleskoop of spiegel-) door Nasmyth. U. 1850 IX: 277.

Kijker (Over de middelen om de vergrooting van eenen -) te bepalen. N 63/64: 83.

Kijker met orthoskopisch oculair van Kellner. N. 51/52: 25.

Kistdam in het ę Middle-level canal Ľ (Nota omtrent een -). N. 65/66: 73, 105.

Kistdam voor den bouw van het dok te Great Grimsby. U. 1850 IX: 105.

Kistingen op de dijken langs de hoofdrivieren in Nederland in Januarij en Februarij 1861. (Uittreksel uit de berigten over de zamenstelling en de materialen der -). N. 61/62: 82, 102. V. 62/63: 4.

Kleppen (Over het gebruik van caoutchouc-) in pompen. U. 52/53: 94.

Kleppen (Pomp met caoutchouc-) van Perreaux. N. 58/59: 29. U. 58/59: 128. Zie ook Veiligheidsklep.

Kleuren (Het vervaardigen en -) van kunststeen. U. 55/56: 155.

Klinkbouten (Over de -). U. 51/52: 152.

Klokken (Over het luiden van toren-). U. 55/56: 115.

Klokkenstoelen van gegoten ijzer. U. 51/52: 208.

Klokwerk (Elektrisch -) op den Hertogelijk Brunswijkschen spoorweg. U. 58/59: 35.

Kloppen der sluisdeuren te beletten (Nieuw stelsel voor het stempelen, dienende tevens om het -). N. 49/50: 24.

Knalseinen van Curtis. M. 57/58: 2.

Knippen en kuilen in de bestrating te Amsterdam (Over de hoofdoorzaak der -). N. 49/50: 8, 18, 40, 149, 170. Zie ook Bestrating.

Koepel op het graf van sultan Mohammed, te Beejapore. (Mededeelingen omtrent den grooten -) en eenige andere. U. 55/56: 53.

Kogels (Zich zelf verhittende -) voor oorlogsverbruik. U. 1849 VI: 67.

Kokerbrug (IJzeren spoorweg-) in den Grand Trunck spoorwegweg over de St. Lawrence bij Montreal in Noord-Amerika. De Victoria-brug. U. 58/59: 192. M. 57/58: 6.

Kokerbrug (IJzeren spoorweg-) over de Conway. U. 1848 III: 97, 115. U. 1849 V: 107.

Handelingen der Koninklijk Schotsche maatschappij van kunsten. U. 1850 VIII: 84.

Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. Beproeving der brug. U. 1848 I: 13.

Vlotten der brug. U. 1848 II: 11.

Jacquards doorslagmachine, gebezigd bij de zamenstelling van den bovenbouw der brug. U. 1848 I: 40.

Kokerbrug (IJzeren spoorweg-) over de straat van Menai. De Britanniabrug. U. 1848 III: 97. U. 1849 VI: 37. U. 1848 III: 115 en U. 1849 V: 107.

Handelingen der Koninklijk schotsche maatschappij van kunsten. U. 1850 VIII, 84.

Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. Ongeval bij het ligten van den koker. U. 1850 VII: 92.

Opening van de brug. U. 1850 IX: 81, 216.

Gedenkpenning. N. 52/53: 134.

Kokerbrug over het IJ te Amsterdam (Ontwerp van eene houten -). N. 48/49: 64. V. 1849 II: 97.

Kokerhangbrug (IJzeren spoorweg-) over de Wye bij Chepstow in den spoorweg van Zuid-Wales. U. 51/52: 208. U. 52/53: 2, 17. U. 53/54: 17.

Kokers (Iets over het draagvermogen van plaatijzeren -). N. 48/49: 145, 157. Zie ook Liggers.

Kolentegels en andere geperste brandstoffen voor locomotieven. M. 61/62: 13.

Kolentegels (Over het gebruik van -) en stukkolen op de Rijksspoorwegen in BelgiŽ. M. 58/59: 12. Zie ook Brandstoffen.

Kolenverbruik bij stoomtuigen met betrekking tot de hoogte van wateropbrengst. Aanmerkingen omtrent opgaven van kolen-verbruik, voorkomende in het werkje ęRivierpolders in Nederland.Ľ N. 56/57: 86.

Kolommen (Over den vorm van pijlers en -). V. 51/52: 84.

Kompas (Afwijkingen van het-) in ijzeren schepen. U. 54/55: 173,

Kompas (Geoctroijeerd zee-) van Walker. U. 52/53: 52.

Kompas (Zee-) van van den Bosch. N. 60/61: 50.

Koningsbrug (De -) te Rotterdam

Beschrijving van de brug. N. 60/61: 5, 46. V. 61/62: 20.

Bestrating der brug. N. 60/61: 46, 91.

Kooktoestel voor troepen. U. 56/57: 23.

Koolstof (De verbranding van -) en de inrigting van fornuizen. U. 54/55: 166.

Koolteer, pek en asphalt uit de fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Koolteerstokerij te Amsterdam (Nederlandsche -). N. 63/64: 263. Circulaire.

Koorden en kabels (IJzeren en koperen -). N 49/50: 95, 120, 198.

Koorden en kabels van ijzerdraad en van hennep (Vergelijking van het draagvermogen van -). N. 49/50: 27, 73, 120. Proeven

Kopenhagen (Forten te -). N 63/64: 39, 206. V. 64/65:27. Zie ook N. 68/69: 82.

Kopenhagen (Haven van -). Voorgestelde vergrooting. N. 59/60: 63, 85. N. 62/63: 79, 83.

Ontwerp van de verbetering. N. 65/66: 73, 102.

Koper (Bekleeding van ijzer met-) of messing. U. 54/55: 74, 165.

Koper (Invloed van het water in de baai van Vulcano bij Santorin op het scheeps-). M. 57/58: 8.

Koper (Over de soort en de duurzaamheid van het scheeps-). N. 63/64: 178, 208, 258, 272. N. 64/65: 7

Koper (Over den invloed van de wijze van bevestiging van het scheeps-). N. 63/64: 180. Zie ook N. 64/65: 94.

Koper (Over het aantasten van het scheeps-) door zeewater. N 63/64: 29.

Koper (Standaard van het scheeps-) hier te lande in gebruik F. 63/64: 37, 75, 87.

Koper (Wit) of niet roestend ijzer van Sorel. M. 57/58: 11.

Koper en silicium, acier de cuivre, van Sainte-Claire Deville en Caron. M. 57/58: 11.

Koperdraden (Over de geschiktheid om de elektriciteit te geleiden van in den handel voorkomende -) van verschillende herkomst. U. 59/60: 163.

Koppeling van wagens (Toestel tot aaneen-), U 61/62: 22.

Korenmolens (Opwindtoestel voor -). U. 62/63: 100.

Kosthuis voor ongehuwde ambachtslieden te Utrecht (Plan tot oprigting van een -). N. 67/68: 213, 320.

Kraan (Amerikaansche -). U. 53/54: 11.

Kraan (Atmospherische -) van Claparide. U. 57/58: 184.

Kraan (Boot -) van Grundy. U 53/54: 12.

Kraan (Gas-) voor draagbaar gas. N. 49/50: 244, 265.

Kraan (Geoctroijeerde weeg -) van K. Enthoven Lz. N. 48/49: 116, 132.

Kraan (IJzeren los-) te Rotterdam. N. 61/62: 51, 70.

Kraan (Tubulaire los-) van Fairbairn te Chatham, N. 61/62: 51.

Kraan tot het overbrengen van vaartuigen van den eenen waterstand tot den anderen (Evenwigtmakende -), zonder verlies van water of van kracht. U. 51/52: 206.

Kraanbrug (IJzeren spoorweg-) over de Mark te Breda. Springen van liggers. N. 63/64: 9.

Kraanbrug in den spoorweg door de Zaanstreek. Afbeelding. N. 68/69: 70, 114.

Kraanbruggen in den Hollandschen spoorweg. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 29. Zie ook N. 60/61: 170.

Kraanwagen (Beweegbare stoom-) van Fairbairn. U. 57/58:162.

Krabbelaar en schotploeg (Uitdiepingen van kanalen door -) N. 52/53: 93, 109. Zie ook Kanalen.

Kracht (De denkbeelden van den hoogleeraar Faraday, omtrent het voortbestaan van -). U. 57/58: 158.

Kracht (Water-) door drainage. U. 51/52: 35.

Krachten (Over het onderling verwisselen van physische -). U. 52/53: 73.

Kragen en moffen bij gasbuizen. N. 48/49: 108, 172.

Kranen (Nieuwe inrigtingen voor stoppen van -). U. 1849 VI: 53.

Kremlin (De nieuwe -) te Moscou. U. 1849. V. 106.

Krib (Vervoerbare ijzeren rivier-) ter vervanging van kribben uit rijshout. N. 61/62: 10, 20.

Krijt (Over het opslorpend vermogen van het -) en zijn watergehalte in verschillende geologische toestanden. U. 1850 IX: 213.

Kristalvormen (Het ontstaan van -) in en het daardoor ontaarden van het ijzer. U. 59/60: 71.

Kroonlijsten (Gebruik van het zink voor platte en gewone daken, waterleidingen,) enz. U. 51/52: 161.

Kruiwagen (Nieuwe -). U. 53/54: 63.

Kruiwagens (Iets over de -). U. 61/62: 37.

Kuilen en knippen in de bestrating te Amsterdam. (Over de hoofdoorzaak der -). N. 49/50: 8, 18, 40, 149, 170. Zie ook Bestrating.

Kuip van eenen vijzelmolen (Verslag omtrent proeven ter bepaling van de minste hoogte, die aan de -) kan worden gegeven. N. 51/52: 179, 185.

Kunst (Ceramische -). U. 51/52: 111.

Kunst (Commissie voor overblijfsels der vaderlandsche -) te Amsterdam. N. 60/61: 48, 62, 63. N. 66/67: 14, 34. Circulaires. Kerk te Renkum en toren te Oudorp. N. 65/66: 139. Zie ook Bouwkunst in Nederland.

Kunst (Draaijers -) en werktuigelijke bewerking. U. 51/52: 138.

Kunst (Pottebakkers -) U. 51/52: 111.

Kunst en Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Arnhem in 1868.

Circulaire. N. 67/68: 56, 69, 213, 319.

Programma. N. 67/68: 84.

Uit te geven catalogus. N. 67/68: 329.

Verslag omtrent hetgeen door den jury van beoordeeling in zijn officieel rapport over het door het Koninklijk Instituut van ingenieurs ingezondene is gezegd. N. 68/69: 134, 171.

Kunstasphalt. N. 51/52: 205.

Kunsten en wetenschappen (Provinciaal Utrechtsch genootschap van -). Prijsvragen voor 1851. N. 51/52: 25, 46. Prijsvragen voor 1852. N. 52/53: 179, 201. Prijsvragen voor 1863. N. 63/64: 7, 21.

Kunsten en wetenschappen (Statuten der Britsche Akademie van de algemeene Nijverheid, -) gesticht te Londen in 1851. N. 51/52: 93, 102. Stichting van een ondersteuningfonds voor uitvinders. N. 51/52: 182.

Kunsten en wetenschappen (Woordenboek van -). N. 56/57: 114. Aankondiging.

Kunsthardsteen van Randsome. N. 47/48: 44, 52, 101.

Kunstmarmer van Abate. M. 57/58: 19.

Kunstmarmer en graniet van Handley. M. 58/59: 9.

Kunststeen (Over de vervaardiging van -) met hydraulischen of waterkalk. U. 1850 IX: 77.

Kunststeen (Verbetering in de vervaardiging van -) van Randsome. N. 47/48: 41, 52, 101. U. 1848 I:48. Handelingen van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen.

Kunststeen (Vervaardigen en kleuren van -). U. 55/56: 155.

Kunststeen uit duinzand vervaardigd. N. 55/56: 108.

Kunststeen van Fehse te Berlijn. N. 56/57: 80, 97.

Kunststeen van Hutchison. U. 66/57: 55. Zie ook Steen en Steenen.

Kunstwaterkalk en cement uit Limburg (Scheikundig en technisch onderzoek van -). N. 51/52: 180.

Kunstwaterkalk, zamengesteld uit in de residentie Soerabaya gevonden stoffen. N. 56/57: 135, 158. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Kunstzandsteen van Randsome en restauratie van verweerden hardsteen. Prospectus. N. 66/67: 13. Proeven. N. 66/67: 225, 229. Zie ook Kunsthardsteen en Kunststeen.

Kussens (Over het slijten van metalen -) bij spoorweg-rijtuigen. N. 48/49: 193, 207.

Kust te Huisduinen, aan den Helder en het Nieuwediep (Toestand van de -) in 1571 en 1866. N. 66/67: 254. Zie ook Strand.

Kust van Bayonne (Memorie over de verzanding der kusten, en in het bijzonder van de -), vergeleken met den toestand van het strand te Peluse. U. 60/61: 65.

Kust van Engeland tusschen de monden van de Theems en de Wash (De oost-). U. 66/67: 7.

Kusten (Memorie over de verzanding der -) en in het bijzonder van de kust van Bayonne, vergeleken met den toestand van het strand te Peluse. U. 60/61: 65.

Kustlichten (Regels in acht te nemen, betrekkelijk de plaatsing van -). U. 1849 IV: 89.

Kustlichttoren (Ontwerp van een ijzeren -). N. 49/50: 18, 25. Zie ook Lichttoren en Vuurtoren.

Kustseinposten of semaphores (Algemein seinboek voor de handelsscheepvaart en -). N. 65/66: 137.

Kwarts van CaliforniŽ (Goud bevattend -). U. 1850 IX: 192.

Kwelwater (Wegnemen van den overlast van het-). N. 48/49: 90, 180.

Laad- en loshoofd te Makassar. N. 64/65: 79. V. 64/65: 57,

Lak (Asphalt-) ter wering der vochtigheid. N. 61/62: 185, 236. Prospectus.

Lak (IJzer-) van Grothe en van Maanen te Utrecht. N. 61/62: 185, 231. Verslag eener proefneming met ijzerlak. N. 62/63: 80, 85.

Lamp (Copieer-) tot het maken van vergroote kopijen van ornament- of andere teekeningen. N. 55/56: 90.

Lamp (Elektrische -) van Jaspar. U. 53/54: 60. Zie ook N. 64/65: 111 en V. 55/56: 205.

Lamp (Elektrische -) van Lacassagne en Thiers. N. 56/57: 46. U. 58/59: 34, 118.

Lamp (Elektrische -) van Roberts. U. 53/54: 36.

Lamp (Elektrische -) van dr. Overduyn, N. 55/56: 40. Zie ook Elektrisch licht.

Lamp (Onkostbare wijngeest-) met dubbele luchttrekking. U. 52/53: 93.

Lampen en lonten voor den mijnbouw (Veiligheids-). N. 49/50: 27.

Landbouw (Over de jongste pogingen, om menschelijke excrementen als mest voor den -) bruikbaar te maken. U. 1848 I: 52. Handelingen van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. U. 1849. VI: 77. Zie ook Rioolstoffen.

Landbouw en waterstaat van den Bovenkerkerpolder. N, 52/53: 92. V. 53/54: 54.

Landengte van Panama (Kanaal door de -). U. 53/54: 126. M. 57/58: 30. Zie ook Kanaal van Nicaragua.

Landengte van Panama (Spoorweg over de-). U 1849 VI: 68. U. 64/65: 8.

Landengte van Suez. (Doorgraving van de-).Zie Doorgraving.

Landes in Gascogne (Drooglegging en vruchtbaarmaking der-). U. 64/65: 1.

Landhuishoudkundig congres (Advies van het vierde -) betrekkelijk het drooghouden van polders, enz. N. 49/50: 149, 243, 261.

Landhuizen en massieve parquetvloeren van Seiler, MŁhlemann en Comp. (Fabriek van Zwitsersche -) te la Villette. U. 55/56: 32.

Landingsbruggen (Iets over -). U. 56/57: 157.

Lasschen of wellen (Over het -). U. 64/65: 40. M. 61/62: 17,

Lasschen van gegoten ijzer (Over -). U. 61/62: 124.

Leder (Voorwerpen van geperst -). N. 49/50: 91.

Leer (De sluis van de stationshaven te -). U. 65/66: 1.

Legeringen van Penn (De houten -). U. 56/57: 120.

Legerspoorwegen zonder aardewerken, noch aankoop van gronden, voor den veldtogt in AbyssiniŽ. (De goedkoope spoorwegen van Noorwegen en Britsch IndiŽ, voorgesteld als voorbeelden voor -). U. 68/69 : 24.

Legmeerplassen (Memorie, betreffende de droogmaking der-). N. 51/52: 98. V. 51/52: 43.

Leiden (Tentoonstelling van wis- en natuurkundige werktuigen te -) in 1865 door de maatschappij ter bevordering van nijverheid. N. 63/64: 84, 121. Circulaire.

Leiden (Vestiging van een nieuw observatorium te -). N. 53/54: 74. N. 54/55: 71, 81.

Leijen voor daken (Over de -). U. 51/52: 57. Zie ook Dakbedekking.

Leipzig (Tentoonstelling van werktuigen enz. voor molens te-) in 1869. N. 68/69: 69, 85. Programma.

Leith (Haven van -). U. 1850 IX: 142. Reis van Malezieux.

Lekken aan de Mallegat- en Donkere sluizen te Gouda (Middelen, aangewend tot het digt en onschadelijk maken van de -). N. 51/52: 30, 51.

Lekken in gasleidingen te ontdekken (Middel om -). U. 61/62: 33. Zie ook Gaslekken.

Lekkenzoeker van Fournier, U. 61/62: 33.

Lekkenzoeker van Maccaud. U. 54/55: 72. U. 57/58: 174.

Compagnie du cherche-fuites, systŤme Maccaud. N. 60/61:121,141.

Lengtebepalingen (Berigt omtrent eenige tusschen Pillau en KŲnigsberg genomen proeven, betreffende het gebruik der telegrafen tot astronomische -). U. 56/57: 133.

Leven van menschen en dieren (Invloed van het gebruik van water op het -). U. 53/54: 37.

Levensverzekeringen op de spoorwegen. U. 51/52: 166.

Leverancien betrekkelijk het materieel der militaire genie in BelgiŽ (Algemeene voorwaarden van orde en beheer voor alle aannemingen van werken en-). U. 1850 VII: 94 Zie ook Tarief.

LeveranciŽn van bouwstoffen (Algemeene voorwaarden voor de -) en de uitvoering van werken, toepasselijk op alle aannemingen betrekkelijk de dienst van het materieel der militaire genie in BelgiŽ. U. 1850 VII: 118.

Leveringen voor de dienst der genie in Nederland (Tarieven, toepasselijk op de -). N. 54/55: 200, 230, 231. V. 55/56: 28. Zie ook Arbeidsloonen, Dagloonen , Prijslijsten en Werkloonen.

Leviathan (De -). Zie Great Eastern.

Licht (Bereiding van steen, staal en zink om door de werking van het -) tot het maken van steen-, staal- en zinkdrukken te kunnen dienen. N. 55/56: 97, 106.

Licht (Elektrisch -). Zie Elektrisch licht.

Licht (Middelen van verlichting en methoden om -) voort te brengen. U. 56/57: 9.

Licht en zijnen invloed op de behoorlijke inrigting van ontwerpen van gebouwen (Over het -). U. 60/61: 40.

Licht voor vuurtorens (Magneto-elektrisch -). M. 61/62: 2.

Lichtgas (Overzigt van prijzen van -) in onderscheidene steden van Noord-Duitschland en Nederland. M. 57/58: 5.

Lichtgas (Waterstof-gas vergeleken met steenkool- en -) in zijne bruikbaarheid tot het verkrijgen van eenen moteur, in plaats van stoom. N. 60/61: 94, 111. Zie ook Gas.

Lichtmeting in Teylers laboratorium (Proeven van-). N. 63/64: 204, 219.

Lichtsterkte en kosten van houtgas in vergelijking met die van steenkolengas. U. 56/57: 9.

Lichtstraalmeter van Lipowitz. U. 59/60: 162.

Lichttoren (Ontwerp van een ijzeren -). N. 49/50: 18, 25.

Lichttoren in straat Sunda bij Anjer. N. 51/52: 167, 172.

Lichttoren op de Bisschops-rots. U. 1850 VIII: 88. Skerryvore U. 1850 VIII: 89. Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen.

Lichttoren op de Fastnett-rots. U. 1849 V: 89.

Lichttoren op de New-South-Shoal, bij Nantucket. U. 55/56: 36.

Lichttoren op den oostelijken havendam te Neufahrwasser bij Dantzig. U. 51/52:. 211.

Lichttorens (Over ijzeren -). N. 52/53: 83. U. 53/54: 34.

Sand-Key Lighthouse. N. 52/53: 68, 75.

Minot's Rock Lighthouse, N. 52/53: 79.

Lichttorens op het eiland Schiermonnikoog. N. 54/55: 10. V. 54/55: 41.

†† Zie ook Kustlichten en Vuurtorens.

Ligger (Over de berekening van het gewigt, gelijkstaande met een stoot, wat aangaat den wederstand van een brug-). U. 59/60: 155.

Liggers (Bewaring van dwars-) voor spoorwegen. Zie Bereiding en bewaring van hout tegen bederf.

Liggers (Brug-) van geslagen ijzer. U. 1848 III: 114. Handelingen van de Koninklijke Schotsche maatschappij van kunsten.

Liggers (Bruggen met holle ijzeren draag-). U. 1848 I: 17.

Liggers (Geslagen ijzeren koker-) voor de brug over het kanaal van Luik naar Maastricht. N. 51/52: 97, 111.

Liggers (Gesmeed ijzeren boogpees-) voor bruggen. U. 1848 111: 90.

Liggers (Proeven omtrent het draagvermogen van brug-) uit gesmeed ijzer, naar het traliewerkstelsel vervaardigd. U. 1848 II: 3.

Liggers (Proeven ter aanwijzing van het verschil in sterkte van gegoten ijzeren -) van onderscheidene gedaante. U. 1849 V: 77.

Liggers (Onderzoek omtrent het verkieselijke van afzonderlijke brugliggers voor elke opening boven over meer dan ťťne opening doorloopende -). N. 62/63: 174, 200.

Liggers (Over bruggen met kokervormige -). U. 52/53: 2.

Liggers (Over de vermeerdering van het draagvermogen van brug-) door eene geschikte bepaling der hoogte en van den afstand tusschen de steunpunten. U. 58/59: 128,

Liggers (Over de werking der belasting op de diagonalen van ijzeren brug-) uit traliewerk bestaande, benevens formulen daaruit afgeleid, U. 53/54: 13.

Liggers (Over den wederstand van afzonderlijk liggende en van zamen verhonden -). U. 53/54: 20.

†† Zie ook Brugliggers, Dwarsliggers en Spoorwegliggers.

Ligten der gezonken Russische vloot (Het -). M. 56/57: 7.

Ligtingstoestellen op de stations Ruhrort en Homberg voor den overgang over den Rijn (Hydraulische -). N. 56/57: 5, 18. V. 59/60: 1. Bijdrage. N. 62/63: 221, 235.

Lijm om voegen en barsten in houten voorwerpen vol te gieten en te herstellen. M. 58/59: 14.

Lijmerschen overlaat (Memorie over den -). N. 53/54: 5. V. 53/54: 11.

Lijnden (Beschrijving van de oorzaken der onder- en achterloopsheid van het stoompompgebouw de -) en van de in het werk gestelde middelen tot herstelling. N. 56/57: 82. V. 57/58 : 3.

Lijnpaden (Over de jaag- en -) langs de Maas in BelgiŽ. N. 54/55: 71, 88, 89.

Lijnwaad (Beveiliging van hout, touw en -) legen verrotting. U. 1848 II: 17.

Limburg (Nota, betrekkelijk de bouwstoffen in -). N. 50/51: 37, 80, 160, 186, 187. N. 51/52: 180.

Linden, de voordeeligste boomen op Hollandschen bodem. N. 48/49: 58.

Linialen van geharden caoutchouc. N. 63/64: 38.

Linzen (Water-) voor verlichting bij nacht. M. 58/59: 16.

Lithographie (Vragen omtrent de -). N. 48/49: 90, 119.

Lithographie-steenen, vervangen door een metaal-mengsel. N. 48/49: 149.

Liverpool (Haven van -). U. 1850 IX: 136. Reis van Malezieux.

Liverpool (Sluis van 30 M. wijdte te -). M. 61/62: 3,

Locomobile voor draaischijven. U. 65/66: 129.

Locomotief (Elektro-magnetische -) van Page. U. 51/52.189.

Locomotief (Expresse-) van Samuel. U. 1850 VII: 90.

Locomotief (Het springen van de -) no. 645 bij Laibach. U. 61/62: 74.

Locomotief (Over den wederstand, die tegen de zuigers eener-) wordt uitgeoefend door den ontwijkenden stoom. U.51/52:197.

Locomotief (Toestel om met een gedeelte van het gewigt van den tender het gewigt van de -) te versterken. U. 57/58:175.

Locomotief nį. 8 van de maatschappij tot Exploitatie van staatsspoorwegen (Verslag omtrent het springen van de -) te Harlingen. N. 68/69: 23, 41, 52.

Locomotief-assen (Alliage voor de bussen der -) bij den Franschen Noorderspoorweg. U. 52/53: 96.

Locomotiefketels (Over de sterkte van -) en oorzaken, die tot het springen daarvan aanleiding geven. U. 54/55: 51.

Locomotiefketels (Veiligheidsklep met ťchappement voor -) van Lemonnier en Vallťe. U. 53/54: 33.

Locomotief-telegraaf van Bonelli. U. 55/56: 62, 86.

Locomotief-weger aan het station van den Hollandschen spoorweg te 's Gravenhage in gebruik. N. 53/54: 72. Zie ook U. 54/55: 12.

Locomotieven (Aanteekeningen over het trekvermogen van -) op sterke hellingen. U. 51/52: 209.

Locomotieven (Alliage voor zuigerringen en stoomschuiven van de -) op den Keulen-Mindener spoorweg. U. 52/53: 96.

Locomotieven (Berigt van den ingenieur Fothergill aan de directeuren van den Londen- en Zuidwester-spoorweg over -), waarin steenkolen en waarin cokes worden gestookt. U. 58/59: 41.

Locomotieven (Brandstoffen voor -). M. 61/62: 13.

Locomotieven (Condensatie-toestel van Kirchweger voor -). U. 52/53: 18.

Locomotieven (De manometer van Schinz voor -). U. 1850 VIII: 125.

Locomotieven (Eenvoudige water- en stoomkraan voor -) op den spoorweg van Parijs naar Orleans. U. 51/52: 163.

Locomotieven (Formulen van dr. Redtenbacher ter berekening van balanceergewigten voor drijfwielen van -) om het galopperen te voorkomen. U. 52/53: 92,

Locomotieven (Ketelpijpen van ijzer of messing in-).M.61/62:14.

Locomotieven (Mededeelingen omtrent het stoken van steenkolen in -). U. 57/58: 177. U. 58/59: 40, 59. U. 61/62: 97.

Locomotieven (Nieuwe buizen voor -) U. 51/52: 152.

Locomotieven (Nieuwe stoomschuif zonder drukking, waaruit de stoom onmiddellijk wegstroomt, geschikt voor -) en gewone stoomtuigen. U. 52/53: 92.

Locomotieven (Over -). Grondregelen voor de ontwikkeling der spoorwegen in Duitschland. U. 51/52: 28.

Locomotieven (Over de middelen om den rook te verteren bij -), die met kolen gestookt worden. U. 62/63: 44.

Locomotieven (Over de ontlasting der stoomschuiven met betrekking tot -). U. 62/63: 94.

Locomotieven (Over de verdamping en het trekvermogen bij -) op verschillende spoorwegen. U. 51/52: 146.

Locomotieven (Over de vervaardiging en het gebruik van turf voor het stoken der -) op de Koninklijke staatsspoorwegen in Beijeren. U. 55/56: 140. U. 64/65: 21. Vgl. over het turfstoken: U. 1848 II: 27.

Locomotieven (Over de zamenstelling van -). U. 56/57: 62.

Locomotieven (Over het afwerken van cilinders voor -). U. 1848 1: 39.

Locomotieven (Over het gebruik van kolentegels en stukkolen in de -) op de Belgische spoorwegen. M. 58/59: 12.

Locomotieven (Reizigers-) voor zijtakken. U. 1849 IV: 114.

Locomotieven (Roosterstaven voor -). M. 61/62: 14.

Locomotieven (Trapvormige roosters voor -) en andere stoomketels. U. 57/58: 177.

Locomotieven (Weegbrug ter berekening der belasting van de raderen van -) ieder op zich zelf. U. 54/55: 12.

Locomotieven met schutdak. M. 61/62: 5.

Locomotieven voor den Semmeringspoorweg.

Uitgeschreven prijsvraag. N. 50/51: 6, 26.

Proefritten met vier locomotieven. U. 51/52: 152, 174.

Constructie en hoofdafmetingen der vier prijs-locomotieven U.51/52:175.

De bekrooning betwist. U. 51/52: 189.

Locomotieven voor gewone wegen van Aveling en Porter. U. 62/63: 64.

Log (Elektrische -) van Ch. Bright. U. 57/58: 207.

Londen. Tentoonstelling van Nijverheid in 1851.

Nederlandsche ontwerpen voor het gebouw. N. 49/50: 245. N, 50/51: 4. N. 51/52: 26. V. 51/52: 39.

Voorstel tot gemeenschappelijk bezoek der tentoonstelling. N. 50/51: 38, 91,96.

Nederland's bijdrage tot de tentoonstelling, U 51/52: 151.

Londen. Tentoonstelling van Nijverheid in 1862.

Circulaire der hoofdcommissie en reglement der Britsche commissie. N. 61/62: 12, 31.

Verslag omtrent de tentoonstelling. N. 63/64: 80.

Londen (Berigt over de kei- en Mac-Adam-bestratingen in -) en in Parijs. U. 51/52: 58.

Londen (Bestrating in -) U. 52/53: 28. Met graniet. U. 51/52: 189.

Londen (Bevolking en straatlengten van -). U. 1850 VIII: 136.

Londen (Branden in -) in 1855. U. 56/57: 141.

Londen (De elektrische tijdbol in het Strand te -). U. 52/53: 52.

Londen (De nieuwe verordeningen omtrent het bouwen te -). U. 56/57: 34.

Londen (De Theems in verband beschouwd met het verkeer en den gezondheidstoestand te -). U. 57/58: 140.

Londen (Dokken te -) U. 1850 IX: 132.

Londen (Gouvernementsgebouwen te -). Uitnoodiging tot het indienen van daartoe betrekkelijke ontwerpen. N. 56/57: 39, 74, 81. Rapport der commissie van beoordeeling M. 57/58: 7.

Londen (Opbrengst der gasfabrieken te -). M. 58/59: 13.

Londen (Spoorbanen in -). M. 58/59: 14. Zie ook Straatspoorwegen.

Lonten en lampen voor den mijnbouw (Veiligheids-) N.49/50:27.

Lood (Nieuwe wijze van solderen van -) van Rťmusat, als aangenomen op de Rijkswerven in Engeland. N. 57/58: 4, 16.

Loodwit (Over het gebruik van zinkwit in plaats van -).N. 49/50: 148, 158. N. 50/51: 130, 143. U. 1849 VI: 59.

Loodwit en zinkwit (Vergelijkende proeven met -). N. 50/51: 36, 61. N. 54/55: 11, 30, 72. V. 54/55: 75.

Loopbrug. U. 54/55: 12.

Lorient (Haven van -). Verslag aan den minister van Marine over de keuze eener bergplaats voor den modder, uit de reeden en de haven te baggeren. U. 57/58: 130.

Los- en laadhoofd te Makassar. N. 64/65: 79. V. 64/65: 57.

Loskraan te Rotterdam (IJzeren -). N. 61/62: 51, 70.

Loskraan van Fairbairn (Tubulaire -) te Chatham. N. 61/62: 51.

Lot (de). Bevaarbaar maken van diep ingesneden bergstroomen. U 65/66: 121.

Loterijzaal op het Binnenhof te 's Gravenhage (Bijzonderheden omtrent de -). N. 60/61: 179.

Lucht (Over de -) en het water in steden en de werking van poreuse lagen op water en organische stoffen. U. 1850 IX: 272.

Luchtdruk, aangewend om palen in te drijven. U. 51/52:129, 130, 161. Zie ook Indrijven van palen.

Luchtketels (Over verschillende oorzaken, die invloed hebben op den aard der waterstralen en over de zamenstelling der -) in het bijzonder, U. 54/55: 149.

Luchtklep, ventilating valve , van dr. Arnott. N. 51/52: 30, 63.

Luchtmachine van Ericsson. U. 53/54: 2, 3, 7, 114.

Lucht machine van Franchot. U. 53/54: 5.

Luchtpost. Toestel om brieven met groote snelheid te vervoeren. U. 54/55: 14.

Luchtreis met een wetenschappelijk doel. U. 62/63: 41.

Luchtstroomen (Snelheidsmeter van schepen, water- en -). N. 54/55: 8.

Luchtverversching (Over -) in gesloten ruimten. U. 61/62: 75.

Luchtverversching (Over de-) in hare toepassing op openbare gebouwen, op bijzondere woningen, fabrieken, geheime gemakken en openbare verzamelplaatsen van drekstoffen. U. 57/58: 216.

Luchtverversching (Toestel tot -) van dr. Arnott. U. 51/52: 17. Zie ook Luchtklep.

Luchtverversching en verwarming (Algemeene opmerkingen omtrent de verschillende stelsels van -). U. 53/54: 86.

Luchtverversching en verwarming (Het stelsel van -) in de model-gevangenis te Pentonville. U. 1848 II: 55. Zie ook V. 1848 I: 45.

Luchtverversching en verwarming (Mededeelingen betreffende hetgeen in de jaren 1843-1853 in Frankrijk ten opzigte van-) is gedaan. U. 53/54: 86. Vgl. Mazas.

Luchtverversching en verwarming (Over -). U. 57/58:149.

Luchtverversching en verwarming (Over -) volgens het stelsel van van Hecke. N. 57/58: 96.

Luchtverversching en verwarming (Over de -) van gebouwen.N. 60/61: 169. N. 61/62: 53.

Luchtverversching in betrekking tot de openbare gezondheid. U. 51/52: 133. Zie ook Ventilatie.

Luiden van torenklokken (Over het -). U. 55/56: 115.

Lutine (Berging van de lading van het wrak der). N.55/56:109,128.

Regt van eigendom op de goederen zich in het wrak bevindende. N. 58/59: 6, 16.

Het schip ęde Hollandsche DuikerĽ, bestemd om te worden gebezigd tot de verdere berging van de in het wrak aanwezige lading. M. 58/59: 21.

Maas (Nota betrekkelijk het verhang en het vermogen van de Boven-) N. 52/53: 178. V. 53/54: 8. Nadere nota daaromtrent. N. 56/57: 86. V. 57/58: 15.

Maas (Werken in de -) te Luik. N. 55/56: 9, 36. N. 57/58: 97.

Maas en Waal (Over den wederkeeringen invloed der rivieren -). N. 62/63: 5. V. 62/63: 16. Zie ook Rivieren.

Maatschappij (Brandwaarborg-) Archimedes te Delft. N. 48/49: 256. Aankondiging.

Maatschappij (De eerste nederlandsche veen-) te Amsterdam. N. 63/64: 263. Prospectus.

Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem (Hollandsche-).

Prijsvragen voor 1849. N. 49/50: 24, 66;

voor 1850. N. 50/51: 3, 10;

voor 1851. N. 51/52: 25, 34;

voor 1852. N. 52/53: 4, 25;

voor 1858. N. 58/59: 5. M. 58/59:3;

voor 1859; 1860, 1861. M 59/60: 4, 10;

voor 1861 en 1862. M. 61/62: 18;

voor 1863. N. 63/64: 7, 22;

voor 1865. N. 65/66: 24, 56;

voor 1867. N. 67/68:8, 37;

voor 1868. N. 68/69: 27, 61;

voor 1869. N. 68/69: 243, 274.

Maatschappij ter bevordering van Nijverheid (Nederlandsche -).

Prijsvragen voor 1848. N. 48/49: 64, 79;

voor 1849. N.49/50: 24, 62;

voor 1850. N. 50/51: 4, 14;

voor 1851. N. 51/52: 25, 43;

voor 1852. N. 52/53: 4, 31;

voor 1853. N, 53/54: 3, 9;

voor 1854. N. 54/55: 11, 31;

voor 1855. N. 55/56: 10, 31;

voor 1856. N. 56/57:39,71;

voor 1857. N. 57/58: 58. M. 57/58: 27;

voor 1858. M. 58/59: 2;

voor 1859. M. 59/60: 5;

voor 1860. M. 60/61: 3;

voor 1861. N. 61/62: 11. M. 61/62: 3;

voor 1863. N. 63/64: 28, 64;

voor 1864. N. 64/65: 6, 72;

voor 1865. N. 65/66: 24, 60;

voor 1866. N. 66/67: 57,179;

voor 1867. N. 67/68: 8, 39;

voor 1868. N. 68/69: 27, 62.

Tentoonstellingen door de Maatschappij gehouden:

Algemeene nationale tentoonstelling van Nijverheid in 1861 te Haarlem. Programma. N. 60/61: 49.

Regeling van de werkzaamheden van den jury. N. 60/61: 136, 147.

Uitloving der gouden medaille. N. 60/61: 136, 153.

Tentoonstelling van wis- en natuurkundige werktuigen in 1865 te Leiden. Circulaire. N. 63/64: 84, 121.

Doorloopende tentoonstelling van Nijverheid te Arnhem, uitgaande van het departement der Maatschappij aldaar. Programma. N. 65/66: 187.

Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst.

Prijsvragen voor 1848. N. 48/49:115;

voor 1849. N. 49/50: 93;

voor 1850. N. 50/51: 4, 13;

voor 1851. N. 51/52: 25, 41;

voor 1854. N. 54/55: 39, 67;

voor 1855. N. 55/56: 42, 56;

voor 1857. N. 57/58: 58. M. 57/58: 23;

voor 1859. M. 59/60: 9;

voor 1860. N. 60/61: 91,107;

voor 1861. M. 61/62: 9;

voor 1863. N 63/64: 7, 18, 84, 123;

buitengewone prijsvraag. N. 63/64: 84, 126;

prijsvragen voor 1864. N. 64/65: 6, 74;

voor 1865. N. 65/66: 25, 62.

Ter behandeling voorgestelde wetenschappelijke vragen in de algemeene bijeenkomst van Junij 1854. N. 53/54: 74, 101.

Junij 1855. N. 54/55: 78.

Junij 1857. N. 56/57: 88, 108.

Junij 1858. M. 57/58: 28.

Junij 1868. N. 67/68: 78, 160.

Adres aan den minister van Binnenlandsche Zaken betrekkelijk het wetsontwerp tot regeling van het onderwijs in de Beeldende Kunsten. N. 68/69: 243 , 262.

Maatschappij tot bevordering van wetenschap tot volksgeluk. Oprigting en reglement. N. 49/50: 196. N. 50/51: 126, 134.

Maatschappij tot houtbereiding tegen bederf te Amsterdam. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Maatschappij voor nieuwe geoctroijeerde gasbereiding. N. 57/58: 5. Prosprectus.

Machine (Boor-) van Harvey te Glasgow. U. 54/55: 84.

Machine (Cilinder-boor-). U. 1848 1: 39.

Machine (Cilinder-boor-) in de werkplaatsen van den Hollandschen spoorweg te Haarlem in gebruik. V. 1849. III: 25.

Machine (De Hessische of Papinische water-). N. 63/64: 7. Zie ook Centrifugaalpomp.

Machine (Doorslag-) van Jacquard, gebruikt bij de zamenstelling van den bovenbouw der Conwaybrug. U. 1848 I : 40.

Machine (Elektro-magnetische graveer-) van Handsen. U, 54/55 : 19.

Machine (Expresse-) van Samucl. U. 1850 VII: 90. Zie ook Locomotieven.

Machine (Lucht-) van Ericsson. U. 53/54: 2, 3, 114. Togt met het kalorieke schip Ericsson. U. 53/54: 7.

Machine (Lucht-) van Franchot. U. 53/54: 5.

Machine (Oscillerende -) van Davis en Ramsay. U. 54/55: 87.

Machine (Ploeg-) tot het uitdiepen van kanalen. N. 52/53: 93, 110. Zie ook Kanalen.

Machine (Pneumatische -) voor reukelooze lediging van sekreetputten volgens Liernur. N. 65/66: 186, 245.

Machine (Vuur-) tot het opvoeren van water te Rotterdam in 1776. N. 57/58: 61, 83.

Machine tot het vervaardigen van holle projectilen. U. 56/57: 25. Machine van Noyes voor het maken van spijkers. U. 54/55: 151. Machinen (De verbeteringen in zaag-). U. 58/59: 134. Zie ook Stoommachine, Stoomtuig, Stoomwerktuig en Werktuig.

Madrid (Prijsuitschrijving voor een tentoonstellingsbouw te -). N. 62/63: 79.

Magazijnen (Over de inrigting van buskruid-). U. 51/52: 46.

Magazijnen (Over den invloed van onderaardsche graan-), Silos, in Saksen. U. 56/57: 47.

Magneet (Staal-) van Logeman en Funkler. M. 57/58: 26.

Magnetismus (Invloed van het -) op het ijzer. U. 59/60:71.

Magnetismus (Werking van het -) in alle ligchamen. U. 1850 VIII: 101.

Magneto-elektrisch licht voor vuurtorens. M, 61/62: 2.

Magt (De physieke -) van Engeland. M. 57/58: 3.

Mahovos (De -) een toestel, strekkende tot vermindering van de kosten van aanleg en van exploitatie van spoorwegen. N. 67/68: 6, 24.

Malahide-viaduct (De -) in Ierland- U. 62/63: 46.

Manchester-maatschappij (De waterwerken en vergaderkommen der -). U. 52/53: 9.

Manometer (Metallieke -) voor locomotieven. N. 56/57: 46.

Manometer van Bourdon (Metallieke -). N. 57/58: 70.

Manometer van Couche (Maximum-). U. 60/61: 6.

Manometer van Rival. N. 58/59: 61, 84, 92. N. 59/60: 6, 28.

Manometer van Schaeffer en Budenberg. U. 54/55: 155.

Manometer voor locomotieven van Schinz. U. 1850 VIII: 125.

Maremmes (Droogmaking van de -) en van de moerassen van Castiglione nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

Maritieme werken te Soerabaya (Mededeeling over de -). N. 53/54: 19. V. 53/54: 58.

Marmer (Kunst-) van Abate. M. 57/58: 19.

Marmer en graniet (Kunst-) van Handley. M. 58/59: 9.

Marne (Aanteekeningen omtrent de wassen van de Yonne, de Seine en de -). U. 59/60: 95.

Marseille (Haven van -). U. 1850 IX: 200.

Marseille (Havendammen van -). U. 62/63: 67.

Mast (Mededeeling betreffende een volmaakt regten-). N. 62/63: 221, 242.

Mast- of ketelbok door stoom gedreven (Mededeeling betrekkelijk een ijzeren -) N 67/68: 47, 68,75

Masten en raa's van Gavin. U. 53/54: 121.

Masten en stengen voor schepen. U. 55/56: 156.

Mastiek of chemisch cement van Sorel. U. 55/56: 115.

Mastiek van Moll. N. 61/62: 185, 236. Prospectus.

Mastiek van Dumoulin tot zamenvoeging van hardsteen. Proeven. N. 53/54: 128, 139, 140. N. 54/55: 19, 22, 23, 25. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Maximum-manometer van Couche. U. 60/61: 6.

Mazas (Luchtverversching en verwarming in de gevangenis -) te Parijs. U. 53/54: 96.

Medailles (Getah pertja gebezigd tot het afdrukken van -).N. 47/48: 69.

Meekrap- bloem- en alkoholbereiding. N. 52/53:133,156,178,191.

Meer van Fucino (De droogmaking van het -). U. 55/56: 69

Meerpalen (Over schroef- en -) en over verankering. U. 1848 II: 128. Handelingen van het instituut van civiel ingenieurs te Londen. U. 1849 V: 3.

Meetinstrument van Dupuis, le mťsureur. N. 51/52: 4.

Menie van Auderghem (IJzer-). N. 55/56: 38. N, 63/64: 205, 207. N. 65/66: 244. U. 54/55: 72. Gebruik daarvan voor het tentoonstellingsgebouw te Parijs in 1867. N. 67/68: 9.

Meren en plassen (Mededeeling over drijvende stoomgemalen tot droogmaking van -). N. 66/67: 12, 51, 175.

Merwede (Denkbeeld van afleiding van rivierwater volgens den loop eener nieuwe rivier in 1808, thans de Nieuwe -). N. 67/68: 83, 197.

Messing (Bekleeding van ijzer met koper of -). U. 54/55: 47, 165.

Mest (Gebruik van rioolwater als -). U. 1848 I:52. Handelingen van het Instituut van civiel-ingenieurs te Londen.

Mest (Over de jongste pogingen om menschelijke excrementen als -) voor den landbouw bruikbaar te maken. U. 1849 VI: 77.

Mest (Verandering van het rioolwater uit steden in vasten -). M. 56/57: 7.

Meststoffen (Over het reukeloos maken van rioolstoffen en over de wijze om ze in vaste -) te veranderen. U. 58/59: 158.

Metaal (Over de vereeniging van hout en -) toegepast in den bouw van oorlogsschepen. U. 66/67: 68.

Metaal, oreÔd genaamd, geschikt voor deur- en vensterbeslag. M. 58/59: 10.

Metaaldraden (Over de sterkte van -). M. 61/62: 8.

Metaaldraden (Over de volstrekte vastheid van-). M. 61/62: 8.

Metaaldraden, die door galvanische stroomen worden doorloopen (Over de sterkte van -). U. 57/58: 14.

Metaalverw van Claassen (Proeven met-). N. 56/57: 35,87,106.

Als middel tegen den paalworm in Noordholland gebruikt. N. 67/68: 328, 342, 345.

Metaalverw van Moll. N. 61/62: 185, 236. Prospectus.

Metalen (Bepaling van het smeltpunt van -), aardsoorten en hunne verbindingen. V. 1849 III: 29.

Metalen (Etablissement van D. Kirkaldy te Londen om denweÍrstand van -) en andere bouwstoffen te beproeven. N. 68/69: 210. Vergelijk U. 63/64: 74.

Metalen (Proefnemingen van Kupffer omtrent de veerkracht der -). N 60/61: 171.

Metalen en daaruit vervaardigde voorwerpen (Nationale tentoonstelling van -) te 's Gravenhage. Circulaire en programma. N. 62/63: 122.

Metalen Kruis (Gedenkteeken voor het-). Prijsvraag. N. 53/54: 106, 122. N. 54/55: 70, 79. Beoordeeling der ingekomen ontwerpen. N. 54/55: 200.

Meten en leiden eener waterstroom of van andere vloeistoffen (Toestel tot het -). U. 51/56: 47.

Meten van de snelheid van schepen, lucht- en waterstroomen (Werktuig tot het -). N. 54/55: 8.

Meten van den druk der golven (Werktuig tot het -) aan den Hoek van Holland. N. 68/69: 152. Zie ook N. 68/69:305,223.

Meten van eene geodesische bazis (Toestel tot het -). U. 1850 IX: 254.

Meten van het draagvermogen en de rekking van materialen (Werktuig tot het -). Dynamometer van Ferreaux. N. 58/59: 29.

Meten van kromme lijnen (Werktuig tot het -), opisometer. N. 52/53: 3, 21.

Meten van snelheden met het molentje van Waltmann (Over het -) en over zijn gebruik bij het berekenen van den waterafvoer van rivieren. U. 61/62: 25. Zie ook U. 59/60: 18.

Meten van spoorwegwijdten. (De registerwagen, werktuig tot het -). N. 66/67: 11, 30. V. 66/65 II: 12.

Meten van uitstroomend water door driehoekige openingen (Proefnemingen omtrent het -). Y. 62/63: 25. V. 63/64: 88.

Meteorologisch genootschap (Werking van het Britsch -). V. 1850. XI: 171.

Meteorologisch observatorium te Utrecht. N. 49/50: 243, 253, 257. N. 50/51: 38.

Meteorologische waarnemingen (Over de werktuigen bij -) in gebruik. V. 1850. IX: 175.

Meteorologische waarnemingen (Over gevolgtrekkingen, uit -) af te leiden. V. 51/52: 1.

Meteorologische waarnemingen (Toepassing van -). U.54/55:1.

Meteorologische waarnemingen aan den Helder. Zie Helder.

Meteorologische waarnemingen te Utrecht. Verzoek om medewerking van het Instituut. N. 50/51: 28. N. 51/52: 26. Verzoek om subsidie. N. 49/50: 243, 253, 257.

Metselspecie (Hoedanigheid, menging en gebruik der -) en steenen bij waterdigte werken. N. 52/53: 6, 92, 132, 138.

Metselspecien (Proeven omtrent het verbindingsvermogen van onderscheidene -). N. 58/59: 4, 11.

Metselsteenen (Proeven omtrent het wateropzuigend vermogen van -). N. 57/58: 178, 194. N. 58/59: 6, 19, 100, 109.

Metselsteenen (Rapport, betrekkelijk den steenoven te Bemmel en de aldaar met een stoomwerktuig gevormde gebakken -). N. 59/00: 5, 12, 16.

Metselsteenen en dakpannen door het personeel der machinekamer van het stoomschip Japan op Decima vervaardigd. N. 60/61: 7, 28. Zie ook Steen en Steenen.

Metselwerk (Gebruik van cement van Vassy in-). U. 54/55: 76.

Metselwerk (Herstelling van -) beneden den waterspiegel aan de Willemsluis te Amsterdam. N. 54/55: 76, 156.

Metselwerk (Invloed van het metselen gedurende vorst en groote hitte op het -). N. 59/60: 72. .

Metselwerk (Proefnemingen omtrent de uitzetting van -). U. 63/64: 43.

Metselwerk van holle baksteenen. N. 51/52: 7, 14.

Middelharnis (Haven van -). V. 54/55: 80.

Middellandsche zee (Tafel van de verschillende hoogten van de waterstanden in de Roode- en in de -). N. 57/58:5, 19.

Middle-level-canal in Engeland (Nota omtrent een kistdam in het -). N. 65/66: 73, 105.

Mijnbouw (Veiligheidslampen en lonten voor den-).N.49/50:27.

Mijnen op Borneo (Steenkolen-). Productie 1854. M. 57/58: 15. Zie ook Borneo.

Mijnen te Kerkrade (Afdammingen, uitgevoerd in de domaniale steenkolen-). N. 62/63: 94, 156.

Mijnen te Kerkrade (Dompelingstoestel tot opvoering van water uit de -). N. 48/49: 148.

Mijngaten (Over het uitbijten van -) in rotsen door middel van zuren. U. 55/56: 146.

Mijnontstekingen aan de Holyheadhaven. U. 57/58: 147.

Mijnovens (Over de ontsteking van -) door middel van de elektriciteit. Toestel van Ruhmkorff en Verdu. U. 52/53: 87. U. 54/55: 75.

Mijnputten (Werktuig tot het. opvoeren van groote hoeveelheden water tot groote hoogten en tot vervoer van menschen in -) of schaften. N. 68/69: 71, 116. V. 68/69: 13.

Milaan (Hydropneumatische lediging van de secreetputten in Turin en -). U. 60/61: 7.

Militaire bruggen (Over beweegbare -) van Demanet. U. 53/54:1.

Militaire kaarten (Photographie, toegepast op -). M. 57/58 : 49.

Militaire spoorweg in het park te St. Cloud. M. 57/58: 29.

Militaire vervoerbare brug van Polignac ter vervanging van spoorwegbruggen. U. 61/62: 64.

Militaire vervoerbare brug van Thierry. N. 49/50: 244.

Ministerie van openbare werken in BelgiŽ (Administratieve bescheiden betrekkelijk het -). U. 1850 IX: 285.

Ministerie voor handel, nijverheid en openbare werken in Oostenrijk (Organisatie van het KK. -). U. 1850 VIII: 3.

Mississippi. Nieuw stelsel ter verbetering van rivieren. U. 53/54: 38.

Mississippi (Rapport over de plaatselijke gesteldheid en het vermogen van den -). N. 62/63: 50. N. 64/65: 87. N. 67/68: 218. Zie ook V. 64/65: 60.

Modellen en teekeningen (Ontwerp tot het houden eener tentoonstelling van -). N. 52/53: 5, 130.

Moerassen en veenlanden (Over de aanwending van stoomkracht tot droogmaking van -). U. (849 IV: 95.

Moerassen van Castiglione (Droogmaking van de Maremmes en van de -) nabij Grosseto. U. 53/54: 80.

Moezel (Over de waterstaatswerken van den Rijn en de -). U. 1848 III: 100. Handelingen van het Instituut van Civiel-Ingenjeurs te Londen.

Molen (Pomp-) volgens het stelsel van het lid Overmars Jr. N. 68/69: 205/215.

Molen (Pomp-) op den West-Merwedepolder. M. 68/69: 244, 283.

Molen (Verslag omtrent de proeven ter bepaling van de minste hoogte, die aan de kuip van eenen vijzel-) kan worden gegeven. N. 51/52: 179, 185.

Molen (Waterbezwaar door den Schiedamschen water-) voor Delfland veroorzaakt. N. 55/56: 103, 118

Molens (Opwindtoestel voor koren-). U. 62/63: 100.

Molens (Over de horizontale vleugelroeden, toepasselijk op schepen en -) N. 50/51: 159, 175.

Molens (Tentoonstelling van werktuigen voor -) te Leipzig in 1869. N. 68/69: 69, 85. Programma.

Molens (Verbeteringen in wind-). U. 52/53: 57.

Molens (Voorstel tot vergrooting van het vermogen van wind-) N. 51/52: 5. Zie ook Scheprad, Stoombemaling en Vijzelmolen.

Molentje van Woltman (Over het meten van snelheden met het -), en over zijn gebruik bij het berekenen van den waterafvoer van rivieren. U. 59/60: 18. U. 61/62: 25.

Molenwieken (Opmerkingen omtrent -). N. 50/51: 94,121,124.

Molenwieken (Over de horizontale -), toepasselijk op molens en schepen. N. 50/51: 159, 175.

Mortel (Over -). U. 57/58: 190.

Mortel (Hydraulische -). M. 58/59: 1.

Mortel (Iets omtrent het bouwen met Santorin-). U. 1848 II: 85. Zie ook U. 52/53: 36.

Mortel (Zink-), hydraulische cement van Spencer. U. 53/54: 48. M. 61/62: 15.

Mortelbereiding (De -) voor het metselwerk der dokwerken te Willemsoord. N. 59/60: 62. V. 60/61. 6.

Mortelbereiding (Vergelijking van de kosten van-) uit de hand en van die met stoommortelmolens. N. 60/61: 133, 142, 177.

Mortels (Mededeelingen omtrent de beveiligende kracht der kalksoorten en -) tegen het roesten van ijzer in de bouwwerken. U. 53/54: 117. Zie ook U. 54/55: 35.

Mortels (Over het gebruik van verschillende -) bij het bouwen in zee. U. 52/53: 57.

Mortels (Overzigt van de kennis der hoedanigheden, keuze en onderlinge geschiktheid der bestanddeelen van -). U. 51/52:105.

Mortels (Proeven en waarnemingen omtrent de -) te Algiers in zeewater gebezigd. U. 55/56: 94.

Mortels en kalken in zeewater. Uitkomsten van een onderzoek, betreffende de vernielende werking van zeewater op de silicaten, die bij de metselwerken bekend zijn onder de namen van watermortels en pouzzolaankalk of cement, door Vicat. U. 54/55: 15. Over den wederstand van water, kalk en cement tegen zeewater door Malaguti en Durocher. U. 54/55: 70. Over de mortels, die aan de werking van zeewater moeten blootgesteld worden, door Vicat. U. 54/55: 48. Antwoord op de bedenkingen van Vicat, over den wederstand der mortels, die aan de werking van bet zeewater moeten worden blootgesteld, door Malaguti en Durocher. U. 54/55: 71. Opmerkingen over eene memorie van den heer Minard door den heer Vicat. U. 55/56: 25. Nota omtrent de onderkoolzure mortels en de mortels in zeewater gebezigd, door den heer NoŽl. U. 55/56: 26. Antwoord aan de heeren Vicat en NoŽl door den heer Minard. U. 55/56: 29. Zie ook Cement, Kalk, Mortels te Algiers, en Waterkalk.

Moscou (De nieuwe Kremlin te -). U. 1849 V: 106.

MozaÔk vloerwerk, opgegraven te Londen. U. 1848 I: 45. Handelingen van het Koninklijk Instituut van Britsche bouwkundigen.

Munsterkerk te Roermond (De herstellingen van O.L.V.-). N. 63/64: 205, 224.

Munt (Werktuig om gouden -) te wegen. U. 1849 V: 69.

Muntstelsel in Oostenrijk (Nieuw -) van l November 1867. M. 57/58: 20.

Muntwezen in Nederland. (Verslag van al het verrigte tot herstel van het -) van 1842 tot en met 1851. N. 52/53: 176, 188.

Muren (Funderingen, dok- en kaai-) en andere zeewerken zonder kistdammen. U. 66/67: 48.

Muren (Over de middelen ter wering van vochtigheid in -). U. 1848 III: 3. Zie ook N. 59/60: 6

Muren (Over het bouwen van ingegoten bazalt- ), gemaakt bij de sluiswerken, tot afsluiting van den IJssel boven Gouda. N. 56/57: 137, 164.

Muren aan de haven en kaai van St. Laurent-les-Macon (Over de dikte der bekleedings-). U. 1848 I: 3.

Muren voor havens, kaaijen en natte grachten (Afmetingen en gedaante van bekleedings-). N. 48/49: 192, 282.

Musivischc transparant. U. 1850 IX: 185.

Muur (Aanteekening betrekkelijk het bouwen van eenen keer-) aan zee in de nabijheid van Algiers. U. 62/63: 101.

Muur (Bepaling der boven- en benedendikte van eenen bekleedings-) door meting op de figuur. N. 60/61: 83.

Muur (Opbouw van den oostelijken oever-) van het kanaal della Madonna te VenetiŽ met Santorin-aarde. U. 52/53: 36.

Muur of weg van tuf- of duifsteen, gevonden in den polder Waard en Groet. N. 48/49: 8.

Muur van het fort Kijkduin aan den Helder in 1854 uit puin en mortel zamengesteld (Beschrijving van eenen bekleedings-). V. 57/58: 80. Zie ook Kijkduin.

Muurplaten en vloersteenen uit de fabriek van G. Lambert en Comp. te Maastricht, N. 60/61: 6, 25, 43, 57.

Naaldgeweer (Het Pruissische -). U. 1849 VI: 72.

Nagels (Aanteekeningen omtrent de afmetingen van schroeven en -) en over hetweÍrstandsvermogen van deze. U. 58/59: 62.

Naphtaline (Bewaring van timmerhout door middel van -). U. 51/52: 183. Zie ook Bereiding en bewaring van hout tegen bederf.

Natuur- en wiskundige werktuigen (Tentoonstelling van -) te Leiden in 1865 door de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid. N. 63/64: 84, 121. Circulaire.

Nautilus-werktuig (Over het -) en over de middelen om onderzeesche werken, tot het vak van den ingenieur behoorende, gemakkelijk te maken. U. 57/58: 116. Zie ook Skaphander, U. 59/60: 79 en Duikerklok en Duikers.

Nederland (Aanteekeningen, betreffende eenige belangrijke sluis-en havenwerken in -), Frankrijk, Engeland, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61: 163.

Nederland (Aanteekeningen, betreffende sommige drooge dokken in -), Frankrijk, Engeland, Duitschland en BelgiŽ. V. 60/61:176.

Nederland (Bewaring en beschrijving van gedenkstukken der bouwkunst in -). N. 49/50: 243, 258. N. 51/52: 6, 12. 93.N. 56/57: 37. Zie ook Vaderlandsche kunst.

Nederland (De kennis van den bodem van -) voor den ingenieur en bouwkundige aanbevolen. N. 59/60: 7.

Nederland (Gemeente-atlas van -) van J. Kuyper. N. 65/66: 4, 34. Aankondiging.

Nederland (Geologisch onderzoek van -) N. 53/54, 73, 99.

Nederland (Geologische kaart van -). N. 49/50: 243. N. 50/51: 4, 92.

Nederland (IJzerbereiding in -). N. 58/59: 30, 98, 106.

Nederland (Opmaken eener algemeene statistiek van -). N. 48/49: 11, 42, 56, 71, 195, 310. N. 49/50: 248.

Nederland (Over oeververdediging in -). N. 67/68: 48. Zie ook Strand.

Nederland (Over putboringen in -). V. 1850 VI: 3. Opmerkingen daaromtrent. N. 50/51: 93, 100, 162.

Nederland (Overstroomingen en dijkbreuken in -). N. 61/62: 162, 176, 200. N. 62/63: 51, 93, 125, 150, 219, 228. N. 63/64: 5, 14, 206, 262, 273. N. 66/67: 225, 231, 232. Zie ook de lijst, voorkomende achter de prijsverhandeling van dr.Staring over de vlugtheuvels. V. 61/62: 95.

Nederland (Provinciale atlas van -) van J. Kuyper. N. 65/66: 4, 34. Aankondiging.

Nederland (Provinciale kaarten van -). M. 57/58: 15.

Nederland (Staat der telegrafie in -) in 1857. M. 57/58: 20.

Nederland (Tarieven, toepasselijk op de leveringen voor de dienst der genie in -). N. 54/55: 200, 230, 231. V. 55/56: 28. Zie ook Arbeidsloonen, Dagloonen, Prijslijsten, Tarief en Werkloonen.

Nederland (Topographische atlas van -) aanbevolen. N. 68/69: 23.

Nederland (Topographische kaart van -). N. 49/50:242,252. N. 58/59: 24, 54, 83.

Nederland (Verslag van al het verrigte tot herstel van het muntwezen in -). N. 52/53: 176, 188.

Nederland (Voorschriften betreffende bet doen van verwingen voor de dienst der genie in -). N. 61/62: 96, 136.

Nederland (Voorstel betreffende het bewerken van eene waterstaatskaart van -). N. 62/63: 219, 230.

Nederland (Waterstaatskaart van -). N 65/66: 136.

Nederland's bijdrage tot de Londensche tentoonstelling in 1851. U. 51/52: 151.

Nederland's waterstaat (Catalogus van werken over-) van F. Muller. N. 55/56: 10.

Nederland's waterstaat (Het opmaken eener algemeene statistiek van -) door Nikolaas Cruquius aanbevolen. N. 48/49: 195, 212.

Nederlandsch woordenboek. Uitnoodiging tot medewerking. N. 54/55: 75, 162, 173. Bijdragen, N. 5/56: 107, 124.

Nederlandsche factory in Zuid-Rusland (Oprigting eener -).N. 49/50: 214.

Nederlandsche werklieden, gebezigd tot het aanleggen van werken in den vreemde. N. 60/61: 85. Vergelijk N. 65/66:186.

Nederlandsche zeegaten (Voorstel tot het verzamelen van opgaven, betrekkelijk den diepgang der in de -) binnenvallende schepen. N. 66/67: 255. Zie ook Zeegaten.

New-York (Beschrijving van de Croton-waterleiding der stad-). V. 51/52: 85.

New-York (Tentoonstelling te -). N. 53/54: 73.

New-York. Zie Spoorwegen.

Nicaragua (Kanaal van -). N. 61/62: 11,28. Zie ook Kanaal door de landengte van Panama.

Nieuw-Zeelandsch vlas. M. 57/58: 11.

Nieuwediep (Haven aan het -).

Aanleg, geschied-en waterbouwkundige beschrijving, uitdieping, toestand enz. N. 52/53: 176. N. 55/56: 68, 84.

Mededeelingen van den minister van Binnenlandsche Zaken, betreffende den toestand van de haven. N. 54/55:6,12. N. 55/56: 38, 45. N. 56/57: 81. N. 57/58: 93. N. 66/67: 324. V. 54/55: 13. V. 55/56:149. V. 56/57: 81. V. 58/59: 20. V. 67/68: 72

Stutpalen en uithouders langs den havendijk. N. 48/49: 258, 272.

Nieuwediep (Sluis- en dokwerken op het maritime etablissement Willemsoord aan het -). V. 60/61: 176. V. 65/66: I: 1. V. 66/67 I: 38.

Geschiedenis van het oude drooge dok en van zijn herbouw. V. 65/66 I: 2.

Geschiedenis van den bouw der keersluis in het dokkanaal. V. 65/66 I: 18.

Verdieping en verruiming van het natte dok en van het dokkanaal, uitdieping van de maritieme binnenhaven en spoor- en straatwegen. V. 65/66 I: 25.

Stoomtuig tot het ledigpompen der beide drooge dokken. V. 65/66 I: 30.

Geschiedenis van de zeedoksluis en van de draaibrug over de voorhaven V. 66/67 I: 38.

Geschiedenis van het nieuwe drooge dok. V. 66/67 1: 43.

Plaatsing van het linieschip Willem I in het drooge dok aan het Nieuwediep in Julij 1822. N. 51/52: 32, 76.

Over den bodem van het Nieuwediep. N. 59/60: 177, 200.

Mortelbereiding bij de uitvoering der metselwerken. N. 59/60: 62. V. 60/61: 6.

Dubbele ophaalbrug over de koopvaarders binnenhaven. N. 53/54 : 4. V. 53/54: 43.

Berekening van de afmetingen van de liggers der ijzeren dubbele draaibrug over de voorhaven. N. 61/62: 185, 207.

Over het indrukken van heipalen in kespen en over damplanken naar aanleiding van het afbreken van de keersluis en van de zeedoksluis op het maritieme etablissement Willems- oord. N. 60/61: 177, 197.

Prijslijst van dagloonen, besteed bij de uitvoering van de dokwerken. N. 59/60: 62, 84.

Nieuwe Merwede (Denkbeeld van F.W. Conrad in 1808 om eene nieuwe rivier te vormen als thans de -). N. 67/68: 83, 197.

Nijl (Afdamming en opstuwing van den -).

Mťmoire sur les bateaux plongeurs par Mougel Bey. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 22.

Notice sur le barrage du Nil par Mougel Bey. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 30.

Extrait d'une note sur le barrage du Nil par Clot Bey. N. 50/51.- 33. V. 1851 VII: 34.

Deuren tot luiting der stuwen. N. 55/56: 42, 52.

Aanteekeningen van den ingenieur Malezieux over besproeijingen in Ygypte en opstuwing van den Nijl. U. 51/52: 154.

Aanmerkingen op het voorgaande stuk door den inspecteur-generaal Devilliers. U. 51/52: 194.

Nijl (Graphisch overzigt van de jaarlyksche waterhoogten van den -). N. 58/59: 59. V. 58/59, plaat 14.

Nijmegen (Verzakkingen van de kade langs de Waalzijde te-). N. 57/58: 58, 94.

Nijverheid (Algemeene nationale tentoonstelling van-) te Haarlem in 1861 door de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid. Programma. N. 60/61 : 49.

Regeling der werkzaamheden van den jury. N. 60/61: 136, 147.

Circulaire betreffende de uitloving der gouden medaille. N. 60/61: 136, 153.

Nijverheid (Britsche Akademie van de algemeene -), de wetenschappen en de kunsten, gesticht te Londen in 1851. Statuten N. 51/52: 93, 102.

Stichting van een ondersteuningsfonds voor uitvinders. N. 51/52: 182.

Nijverheid (Doorloopende tentoonstelling van -) te Arnhem, uitgaande van bet departement der maatschappij ter bevordering van nijverheid aldaar. Programma. N. 65/66: '187.

Nijverheid (Nederlandsche maatschappij ter bevordering van-).

Prijsvragen voor 1848. N. 48/49: 64, 79;

voor 1849. N. 49/50: 24, 62;

voor 1850. N. 50/51: 4, 14;

voor 1851. N. 51/52: 25, 43;

voor 1852. N. 52/53: 4, 31;

voor 1853. N. 53/54: 3, 9;

voor 1854. N. 54/55: 11, 31;

voor 1855. N. 55/56: 10, 31;

voor 1856. N, 56,57: 39, 71;

voor 1857. N. 57/58: 58. M. 57/58, 27;

voor 1858. M. 58/59: 2;

voor 1859. M. 59/60: 5;

voor 1860. M. 60/61: 3;

voor 1861. N. 61/62: 11 M. 61/62: 3;

voor 1863. N. 63/64: 28, 64;

voor 1864, N. 64/65: 6, 72;

voor 1865. N. 65/66: 24, 60;

voor 1866. N. 66/67: 57, 179;

voor 1867, N. 67/68: 8, 39

voor 1868. N. 68/69: 27, 62.

Tentoonstellingen door de maatschappij gehouden:

Algemeene nationale tentoonstelling van nijverheid in 1861 te Haarlem. Programma N 60/61: 49. Regeling van de werkzaamheden van den jury. N. 60/61: 136, 147.

Uitloving der gouden medaille N. 60/61: 136, 153.

Tentoonstelling van wis- en natuurkundige werktuigen in 1865 te Leiden. Circulaire. N. 63/64: 84, 121.

Doorloopende tentoonstelling van nijverheid te Arnhem, uitgaande van het departement der maatschappij aldaar. Programma. N. 65/66: 187.

Nijverheid (Nut der syndicaten voor de -). U. 1850 IX: 194.

Nijverheid (Onderzoek van eenige vraagstukken, betrekkelijk de kosten van het vervoer van voortbrengselen van -). U.60/61:10.

Nijverheid (Organisatie van het K. K. ministerie voor handel, -) en openbare werken in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 3.

Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Londen in 1851. Nederlandsche ontwerpen voor het gebouw. N. 49/50:245. N. 50/51: 4. N. 51/52: 26. V. 51/52: 39.

Voorstel tot gemeenschappelijk bezoek der tentoonstelling. N. 50/51 : 38, 91, 96. Nederland's bijdrage tot de tentoonstelling. U. 51/52: 151.

Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Londen in 1862. Circulaire der hoofdcommissie en reglement der Britsche commissie. N. 61/62: 12, 31. Verslag omtrent de tentoonstelling. N. 63/64:80.

Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Parijs in 1849. Verslag-betrekkelijk de elfde Fransche tentoonstelling. U. 1850 VIII: 64.

Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Parijs in 1855. Reglementen. N. 54/55: 7.

Nijverheid (Tentoonstelling van -) te Sydenham. Voorwaarden ter toelating, tentoonstelling en verkoop van goederen. N. 54/55: 39, 61.

Nijverheid (Tentoonstelling van voortbrengselen van inland-sche -) te Delft in 1849. Verslag. N. 48/49: 310. N. 49/50: 5, 23. V. 1849 IV: 3.

Nijverheid (Vereeniging ter bevordering van Fabriek- en Hand-werks-) in Nederland.

Prijsvraag omtrent de middelen om den ambachtsman gedurende den winter werk en daardoor brood te verschaffen. N. 62/63: 173, 214.

Prijsvraag voor een ontwerp van arbeiderswoningen. N 67/68 : 78.

Internationale tentoonstelling van voorwerpen voor de huishouding en het bedrijf van den handwerksman te Utrecht in 1869. Reglement en programma. N. 68/69: 135, 172.

Nijverheid en kunst (Tentoonstelling van -) te Arnhem in 1868.

Circulaire. N. 67/68: 56, 69, 213, 319.

Programma. N. 67/68: 84.

Uit te geven catalogus. N. 67/68: 329.

Verslag omtrent hetgeen door den jury van beoordeeling in zijn officieel rapport over het door het koninklijk Instituut van ingenieurs ingezondene is gezegd. N. 68/69: 134, 171.

Nijverheid en staatkunde. U. 1850 IX: 200.

Nijverheidscholen (Organisatie der hoogere -) in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 39.

Nomenclatuur (Technologische -). N. 63/64: 74. Verslag der commissie voor de woordenlijst over 1863- 1864 N. 63/64: 258, 269. Over 1864-1865. N. 64/65: 211, 216.

Noodhaven te Dover. U. 1849 V: 95. U. 1850 VIII: 87. Verslag van W. Cubitt bij de opening van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. U. 1850 VIII: 136. Zie ook Haven.

Noodseinen (Het gebruik van elektrische -) voor spoortreinen, die hulp noodig hebben. U. 62/63: 65.

Noord (Aanteekeningen omtrent de rivier de -). N. 68/69: 140, 188.

Noorderlicht (Verschijnselen, die zich voordoen in de telegraafdraden door den invloed van atmospherische elektriciteit en van het -). N. 63/64: 76. V. 64/65: 38. Zie ook U. 51/52: 189.

Noorderlicht (Waarnemingen omtrent de werking van het -) op telegraaflijnen. U. 59/60: 176.

Noorwegen (De goedkoope spoorwegen van -) en IndiŽ, voorgesteld als voorbeelden voor legerspoorwegen, zonder aarde-werken noch aankoop van gronden, voor den veldtogt in AbyssiniŽ .N 68/69: 24.

Noorwegen (Proefnemingen ter bewaring van telegraafpalen in -). U. 59/60: 174

Noord-Amerika. Zie Amerika

Observatie-barometers (Vulling van glazen buizen voor standaard- of -). N. 54/55: 72, 125, 126.

Observatoria (Elektrische verbinding der -). U. 51/52: 176.

Observatorium te Leiden (Vestiging van een nieuw -). N. 53/54: 74. N. 54/55: 71, 81.

Observatorium te Utrecht (Meteorologisch -). N. 49/50:243, 253, 257. N. 50/51: 28.

Octrooijen (Over de wetgeving op de -). U. 54/55: 64.

Oculair (Orthoskopisch -) van Kellner. N. 51/52: 25.

Oeverafschuiving, den 10den Maart 1864 aan den Vlietepolder ontstaan (Mededeeling nopens de -). V. 65/66 II: 4.

Oeververdediging in Nederland (Over -). N. 67/68: 48. Zie ook Hoofden en Strand.

Oise (Verbetering der vaart op de -). U. 1850 IX: 201

Olie (Gas uit -) verkregen bij de bereiding van beenzwart. N. 48/49: 181, 258.

Olie voor het smeren van werktuigen (Wrijvingsbalans van Wallen, ter bepaling van de hoedanigheid van -). U. 61/62: 118.

OliŽn (Over de hoedanigheden, welke de creosoothoudende -) moeten bezitten om geschikt te zijn tot wering van bederf in hout. U. 64/65: 16.

Oliebeproever van Mac Naught. U. 62/63: 100.

Oliekannen van Fenn (De geoctroijeerde -). U. 57/58: 77.

Olieverw (Proefnemingen omtrent het verwen met -).U.57/58:128.

Onderhoud der wegen op Zuid-Beveland zonder tolheffing. N. 54/55: 193, 208. Vergelijk U. 67/68: 45.

Onderhoud en beheer der straatwegen in Groot-Britannie (De hervorming in het -). U. 1850 VII: 51.

Onderhoud van grind- en steenslagwegen (Over aanleg en -). N. 59/60: 41.

Onderhoud van puinwegen (Opmerkingen omtrent het -). U. 59/60: 14.

Onderhoud van wegen en vaarten buiten de gemeente gelegen, door de gemeente Amsterdam. N. 57/58: 58, 82.

Onderloopsheid van het stoompompgebouw ęde LijndenĽ (Beschrijving van de oorzaken der achter- en -) en van de in het werk gestelde middelen tot herstelling. N. 56/57: 82. V. 57/58: 3.

Ondersteuningsfonds voor uitvinders (Stichting van een -) door de Britsche akademie van de algemeene nijverheid, de wetenschappen en de kunsten. N. 51/52: 182.

Onderwijs (Teeken-) volgens het stelsel der gebroeders Dupuis. N. 51/52: 181. - Aan de teeken- en industrieschool te Delft. N. 52/53: 69.

Onderwijs in Oostenrijk (Ontwerp van wet op het openbaar-). U. 1850 VIII: 27.

Onderwijzersgenootschap (Nederlandsch -). Prijsvraag, betreffende den bouw en de inrigting van schoollokalen. N. 64/65: 212, 230.

Ontginning der heide benoorden Antwerpen door middel van water uit de Schelde (Memorie betrekkelijk een plan tot -). U. 51/52: 8.

Ontginning der Landes in Gascogne. U. 64/65: 1.

Ontginning van de duinen (Over de -). U. 60/61: 72. Zie ook Duinen.

Ontginning van de Noordbrabantsche en Limburgsche Peul (Over de middelen tot -) N. 53/54: 70, 85. V. 53/54: 65.

Ontlasting der stoomschuiven met betrekking tot locomotieven (Over de -) U 62/63: 94.

Ontlastingsschuif voor stoomtuigen van Meijer. U. 62/63: 99.

Ontsteking van mijnovens door middel van de elektriciteit (Over de -). Toestel van Ruhmkorff en Verdu. U. 52/53: 87. U. 54/55: 75.

Ontvolking van Schokland (Korte aanteekeningen omtrent den voorgestelden maatregel tot -). N. 57/58: 181: 196.

Ontwerpen van gebouwen (Over het licht en zijnen invloed op de behoorlijke inrigting van -). U. 60/61: 40.

Onweder en storm van den 11den Augustus 1856. N. 56/57: 36.

Onweder te 's Gravenhage (Waargenomen verschijnselen bij een -). N. 48/49: 309, 325.

Oog (Over het vermogen van het -). U. 1850 IX: 271.

Oorlogsbehoeften (Over het gebruik van werktuigen bij het vervaardigen van -). U. 57/58: 48.

Oorlogsschepen (Over de vereeniging van hout en metaal, toegepast in den bouw van -). U. 66/67: 68.

Oorlogs-stoomschepen (De nieuwe Amerikaansche -). U. 56/57: 63. Zie ook Schepen.

Oostelijk Java (Afdeeling-). Zie INSTITUUT VAN INGENIEURS.

Oostenrijk (Bepalingen omtrent het zamenstellen van een technisch woordenboek in -). U. 1850 VIII: 59

Oostenrijk (Eenige opmerkingen over de vervaardiging van werktuigen in -). U. 59/60: 150. Oostenrijk (Grondslagen voor het oprigten van nieuwe gevangenissen in -). U.1850 VIII: 55.

Oostenrijk (Nieuw muntstelsel in -). M. 57/58: 20.

Oostenrijk (Ontwerp van organisatie voor inrigtingen van technischen aard in -). U. 1850 VIII: 27.

Ontwerp van wet op het openbaar onderwijs. U. 1850 VIII: 28.

Organisatie der hoogere nijverheidsscholen. U. 1850 VIII: 39.

Organisatie der technische akademie. U. 1850 VIII: 46.

Oostenrijk (Organisatie van het K. K. ministerie voor handel, nijverheid en openbare werken in -). U. 1850 VIII: 3.

Oostenrijk. Zie Openbare werken, Spoorwegen en Telegrafen.

Oosterkade en Koningsbrug te Rotterdam. N. 60/61: 5, 46. V. 61/62: 20.

Oosterschelde. (De afdamming van de -).

Kaart van de Schelde van 861. N. 66/67: 205.

Figuratieve kaart van de Schelde van 1550. N. 66/67: 225.

Geschiedkundige aanteekeningen en litteratuur. N. 66/67: 205. Zie ook U. 60/61: 44.

Aanslibbing van de Schelde. U. 60/61: 44.

Aanslibbing van de Westerschelde. Uittreksels uit eenige provinciale zeeuwsche couranten van 1859. N. 66/67: 262, 313.

Artikelen overgenomen uit het ęJournal d'AnversĽ van 1861. N. 66/67: 137.

Artikelen overgenomen uit ęle PrťcurseurĽ) en .ęle Conservateur; revue de droit internationalĽ. N. 67/68: 82, 71, 192.

Onderzoek omtrent het maritieme gedeelte der Schelde. U. 66/67: 33.

Landaanwinst als gevolg der afdamming. N. 66/67: 208, 262, 313.

Rapport van de Belgische commissie, medegedeeld aan de Nederlandsche regering in December 1865. N. 66/67: 49, 77.

Advies over vorenstaand rapport aan de Nederlandsche regering van 6 Maart '1866. N. 66/67: 49, 82.

Antwoord der Belgische commissie op voormeld advies van 3 September 1866. N. 66/67: 49, 109.

Rapport van de internationale commissie van 12 September 1866. N. 66/67: 49, 126, 198.

Rapports des ingťnieurs ťtrangers, chargťs d'examiner les questions, qui se rattachent au barrage de l'Escaut oriental etc. Considťrations sur les rapports des ingťnieurs ťtrangers etc. N. 67/68: 207, 225, 286.

Afbeeldingen van den dam door de Oosterschelde.N.67/68:219. Invloed op den westelijken arm der rivier. U. 68/69: 47.

Processenverbaal, betreffende den toestand van de Schelde bij Bath. N. 68/69: 23, 33, 75,130, 162.

Oost-Friesche eilanden (Opmerkingen omtrent de -) uit een geognostisch en hydrotechnisch oogpunt. U. 56/57: 135.

Oost-Indie. Zie IndiŽ.

Oostkust van Engeland tusschen de monden van de Theems en de Wash. U. 66/67: 7.

Oostzee (Eb en vloed in de -). M. 60/61: 1.

Opdelving van Grieksche vazen op de landengte van Corinthe. U. 1848 1: 53. Handelingen van de Maatschappij van kunsten te Londen.

Openbare werken (Administratieve bescheiden betrekkelijk het Ministerie van -) in BelgiŽ, U 1850 IX: 285.

Openbare werken (Beschouwingen over de wijze vanweÍrstand en het gebruik van gegoten ijzer in -). U. 54/55: 110. Zie ook U. 56/57: 11.

Openbare werken (Eerste beginselen van staathuishoudkunde toegepast op de-) U. 1850 IX: 146, 217.

Doel en nut. U. 1850 IX: 150.

Voordeelen en verliezen uit de openbare werken voortspruitende. U. 1850 IX: 153.

Openbare werken uit het oogpunt der kosten, U. 1850 IX: 217.

Openbare werken uit het oogpunt van hunnen duur en van de kosten. U. 1850 IX: 220.

Vereeniging van kapitalen, benoodigd voor de uitvoering, U. 1850 IX: 228.

Over het bevatten en bereiden van een ontwerp. U. 1850 IX: 238.

Openbare werken (Organisatie van het K. K. ministerie van handel, nijverheid en -) in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 3.

Openbare werken (Over de toepassing van drooglegging op de-). U. 56/57: 160.

Openbare werken in de Vereenigde Staten (De -). U. 59/60:104. Zie ook Amerika.

Openbare werken in Oostenrijk. U. 1850 VII: 70. Wetsontwerp omtrent het uitschrijven van prijzen voor plannen tot openbare werken. U. 1850 VII: 30, 31. Zie ook Oostenrijk.

Openbare werken in Oost-lndiŽ in 1854-1855. N. 57/58: 15.Zie ook IndiŽ.

Openbare werken van Egypte. U. 51/52: 154, 194. Reis van Malezieux. U. 56/57: 53. Zie ook Egypte.

Ophaalbrug (Dubbele -) over de koopvaarders binnenhaven aan het Nieuwediep. N. 53/54: 4. V. 53/54: 43.

Ophaalbrug (IJzeren -) over het kanaal van Luik naar Maastricht, te Maastricht. N. 50/51: 5. V. 1851 VII: 17.

Ophaalbruggen (Over ijzeren -). N. 57/58: 67. V. 58/59: 22. Bezwijken van de Damiatebrug te Dordrecht.

Opisometer, werktuig tot het meten van kromme lijnen. N. 52/53: 3, 21.

Opkistingen der rivierdijken in Nederland in Januarij en Februarij 1861 (Uittreksel uit de berigten over de -). N. 61/62: 82, 102. V. 62/63: 4.

Opmerker (De -), nieuw weekblad voor architekten, ingenieurs, fabriekanten en aannemers van publieke werken, N. 65/66:186.Aankondiging.

Opstuwing en afdamming van den Nijl.

Mťmoire sur les bateaux plongeurs par Mougel Bey. N. 50/51:5. V. 1851 VII: 22.

Notice sur le barrage du Nil par Mougel Bey. N. 50/51:5, V. 1851 VII: 30.

Extrait d'une note sur le barrage du Nil par Clot Bey. N. 50/51: 33. V. 1851 VII: 34.

Deuren tot sluiting der stuwen. N. 55/56: 42, 52.

Aanteekeningen van den ingenieur Malezieux over besproeijing in Egypte en opstuwing van den Nijl. U. 51/52: 154.

Aanmerkingen op het voorgaande stuk door den inspecteur-generaal Devilliers. U. 51/52: 194.

Opstuwingen (Afdamming met naalden, toegepast op bruggen van aanmerkelijke spanning en voor -) van groote hoogte. U. 1848 II: 100.

Opvoeren van groote hoeveelheden water tot groote hoogten (Beschrijving van een nieuw werktuig voor het -) en tot vervoer van men-schen in mijnputten of schaften. N. 68/69: 71, 116. V. 68/69: 13.

Opvoeren van water (Nieuw Engelsen pompwerktuig tot het-). N. 48/49: 147, 258.

Opvoeren van water (Werktuig tot het -). N. 58/59: 28.

Opwindtoestel (Getij-) van Roberts, U.1850 VIII: 123.

Opwindtoestel voor korenmolens. U. 62/63: 100.

Opzettoestel aan de draaibrug over het kanaal door Zuid-Beveland in den spoorweg van Roosendaal naar Vlissingen (Beschrijving van den -). N. 67/68: 82, 170.

Ordinatograaf van Frerk U. 58/59: 96.

OrŽid, nieuw metaal, geschikt voor deur- en vensterbeslag. M. 58/59: 10.

Orkaan op den 13den en 14den November 1861 (Meteorologische waarnemingen aan den Helder aangaande den storm en den geweldigen -). N. 61/62: 164, 177.

Ornamenten (Fabriek van baksteenen bouw-) van Westerouen van Meeteren en van Vloten te Utrecht. N. 60/61:137, 159 Aankondiging.

Ornamenten van geperst leder en gegoten ivoor. N. 49/50:91.

Orthoskopisch oculair van Kellner. N. 51/52: 25.

Oscillerende machine van Davis en Ramsay. U. 54/55: 87,

Oudorp (Toren te -) bij Alkmaar. N. 65/66: 139.

Oven te Bemmel (Rapport, betrekkelijk den steen-) en de aldaar met een stoomwerktuig gevormde gebakken steenen. N. 59/60: 5, 12, 16.

Ovens (AŽrotherm-). U. 1849 IV: 6.

Ovens (Broodbak-) in het kasteel van Antwerpen. N. 55/56: 62, 71, 96.

Ovens (Iets over de nieuwste inrigtingen van broodbak-) in Frankrijk. U. 1849 IV: 3. AŽrotherm-ovens. U. 1849 IV: 6.

Ovens (Verschillende stelsels van broodbak-) in Frankrijk onderzocht. N. 49/50: 93, 105.

Ovens (Voorschrift, betrekkelijk het gebruik van broodbak-), die met steenkolen gestookt worden in BelgiŽ. N. 49/50, 18, 31.

Ovens van Fr. Hoffmann te Berlijn tot het bakken van steenen, pannen enz. (Ring-). N. 67/68: 8, 40. Prospectus.

Ovens tot het bakken van aardewerk. U. 51/52: 111.

Ovens tot het vervaardigen van zinkwit, van Leclaire. U. 1850 VII: 80.

Overbrengen der beweging in werktuigen (Over eene toepassing van de eigenschappen der w:ig, ten einde het -) te verbeteren. U. 54/55: 49.

Overbrengen van uitgewerkte plans op eerte andere schaal (Eenvoudige handelwijze tot het -). U. 68/69: 62.

Overbrenging van beweegkracht (Proeven omtrent het gebruik van elektro-magnetismus tot -). U. 51/52: 188.

Overbrenging van beweging op groote afstanden door middel van kabels van ijzerdraad, volgens Hirn U. 59/60: 103. M. 61/62: 1, 7.

Over den invloed, welken de grootte van de snelheid der beweging op de spanning van het koord en op den vorm, dien het aanneemt, uitoefent. N. 61/62: 159.

Proefnemingen omtrent het arbeidsverlies. U. 61/62: 114, Zie ook U. 61/62: 121.

Overbrenging van het Amsterdamsch peil. Zie Peil. Overgang van den Rijn bij Elten. N. 65/66: 23, 48. Overgang van den Rijn te Ruhrort en Homberg (Hydraulische ligtingstoestellen voor den -). N. 56/57: 5, 18. V. 59/60: 1. Bijdrage. N. 62/63: 221, 235.

Overijsselsche kanalen (Kosten van aanleg der -). N 55/56: 37.

Overlaat (De Snippeling-). N. 55/56: 5, 19.

Overlaat (Memorie over den Lijmerschen -). N. 53/54: 5, V. 53/54: 11.

Overlaat (Schets van den Porrongschen -). N. 55/56: 7, 29, 40, 105, 122. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Overijssel (Stuwen in -). N. 55/56: 96. Zie ook N. 49/50:151.173.

Overijsselsche vereeniging tot ontwikkeling van provinciale welvaart. Prijsvraag. N. 51/52: 170.

Overlaten (Proeven, genomen te Honswijk tot bepaling van het vermogen van -). X. 54/55, 73, 152. V. 55/56. 5.

Overstroomingen van rivieren (Over -). U. 50/57: 56. U. 57/58:20.

Overstroomingen en dijkbreuken in Nederland. (Lijsten van-). N. 61/62: 162, 170, 200. N. 63/63: 51, 93, 125, 150,219, 228. N. 63/64: 5, 14, 206, 262, 273. N. 66/67: 225, 231 , 232. Zie ook de lijst, voorkomende achter de prijsverhandeling van dr. Staring over de vlugtheuvels. V. 61/62: 95.

Overstroomingen langs den regteroever van den IJssel in 1799. N. 65/66: 95, 122.

Overstroomingen (Over het tekeer gaan van -) en de wijze van bevloeijingen in Frankrijk en Noord-ItaliŽ in toepassing op Oost-IndiŽ. Reis van den hoofd-ingenieur de Bruyn. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60.

Overstroomingen (Nut der telegrafen bij -) M 57/58: 22. Zie ook U. 65/66: 114.

Paal (Funderen onder water met den schroef-) U. 1848 II: 128. Handelingen van het Instituut van civiel ingenieurs te Londen. U. 1849 V 3.

Paalfundering (Vragen, betrekkelijk de aan eene -) te geven soliditeit N. 50/60: 6, 29, 43.

Paalfundering onder het schoolgebouw en de onderwijzerswoning te Halfweg. (Bijzonderheden omtrent eene-). N. 59/60: 6, 31. Zie ook Fundering.

Paalschoen (Plaatijzeren -) en werktuig tot het aanpunten van palen van Camusat. U. 61/62: 123.

Paalworm (Bereiding en bewaring van hout tegen den -). Zie Hout (Bereiding en bewaring van -) tegen den paalworm. Vgl. Paraffine-vernis

Paardekracht (De -) volgens Watt. U. 56/57: 211; volgens het nieuwe Pruissische Rijksgewigt. M. 58/59: 19. Vgl. Horsepower.

Paardengeschut. U. 52/53: 51.

Paardenspoorweg tusschen 's Gravenhage en Scheveningen. N. 64/65: 87, 98.

Pakking (Spiraalvormige veerkrachtige zuiger-). U. 56/57: 119.

Paleis voor de vergaderingen der Staten-Generaal van het Koningrijk der Nederlanden (Prijsvraag voor een ontwerp van een -). N. 64/65: 120, 160.

Palen (Bereiding van -) tegen bederf, den paalworm enz. Zie Bereiding, Hout.

Palen (Berekening van het draagvermogen van ingeheide -) volgens den ingenieur Sanders. N. 54/55: 88. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java. U. 53/54: 32. Zie ook N. 49/50: 28, 81. N. 59/60: 6, 29, 31, 43.

Palen (Beschrijving van een toestel tot het uittrekken van -). U. 54/55: 100.

Palen (Gebruik van schroef-) bij de fundering van eene brug over de Marne bij Rachecourt volgens Oudry. M. 58/59: 17.

Palen (Gebruik van schroef-) bij funderingen. N. 52/53: 3, 8. Zie ook Paal.

Palen (Gebruik van schroef-) in Oost-lndiŽ. N. 53/54: 4, 68. N. 54/55: 17. N. 55/56: 7, 29. Bijdragen van de afdeeling Oostelijk Java.

Palen (Indrijven van -) door luchtdruk. U. 51/52 :129, 130,161.

Palen (Inheijen van -). N. 54/55: 20. Bijdrage van de afdeeling Oostelijk Java.

Palen (Inschroeven van -) omstreeks 1633 in Nederland bekend. N. 51/52: 26, 48.

Palen (Mededeeling betreffende het indrijven van -) met waterdruk. N. 68/69: 243, 272. Zie ook U. 57/58: 77.

Palen (Nieuwe wijzen om schroef-) in den grond te brengen. N. 56/57: 117. U. 57/58: 77: M. 57/58: 23.

Palen (Nota wegens het inschroeven van-) te Halfweg. N. 50/51: 33, 50. N. 51/52: 99, 158.

Palen (Over den vorm van het onderste gedeelte der -). U. 54/55: 14

Palen (Over het indrukken van hei-) in kespen, N. 60/61: 177, 197.

Palen (Praktische opmerkingen omtrent het heijen van -).U. 55/56: 149.

Palen (Proeven met schroef-). N.48/49. 65, 259; te Rotterdam. N. 43/49: 305, 315.

Palen (Proeven omtrent het draagvermogen van ingeheide -) te Rotterdam. N. 49/50: 28, 81.

Palen (Toestellen tot het afzagen van -) onder water, gebruikt bij de fundering der bruggen in den Hollandschen spoorweg. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 33.

Bij de betonfunderingen voor de stoomtuigen in den Bommelerwaard. N. 54/55: 164. V. 55/56: 17.

Bij de fundering van de brug over de Rupel. U. 54/55 : 37.

Palen (Verbeterd werktuig tot het indrijven van -) van Scott en Robertson. U. 57/58: 157.

Palen (Verbeterde schroef-) van Mitchell. U. 62/63: 32.

Palen (Werktuig tot het aanpunten van -) van Camuzat. U. 61/62: 123.

Palen onder sluisfunderingen (Mededeeling omtrent het in rekening brengen van den wederstand der -) tegen het oppersen. N. 63/64: 186.

Palen voor rijswerken (Beschrijving van een werktuig tot het boren van gaten in -). U. 55/56: 49.

Paltoestel zonder spiraalveren voor tijdmeters. U. 1850 IX: 102.

Panama (Doorgraving van de landengte van -). U. 53/54:126. M. 57/58: 30. Zie ook Kanaal van Nicaragua.

Panama (Spoorweg over de landengte van -). U. 1849 VI: 68.

Panamabaan (De -) en een nieuw ontworpen spoorweg door Centraal-Amerika. U. 64/65: 8.

Pannen (Dak-) en metselsteenen, door het personeel der machinekamer van het stoomschip ęJapanĽ op Decima vervaardigd. N. 60/61: 7, 28.

Pannen (Dak-) van van de Laar. N. 51/52: 98, 149.

Pannen (Gevaar van brand door glazen dak-). M. 58/59: 22.

Pannen (Ringovens van Fr. Hoffmann te Berlijn tot het bakken van -), steenen, enz. N. 67/68: 8, 40. Prospectus.

Pannen (Tap-) van Philippi. U. 64/65: 21.

Pannen (Verbod van uitvoer van -), tras en deelen gedurende drie maanden, uitgevaardigd door de Algemeene Staten in 1666. M. 57/58: 10.

PantosymmŤtre van BourdalouŽ. N. 64/65: 152.

Pantserplaten (De vervaardiging -) in Engeland. U. 64/65: 19 .

Pantserschepen (Over -). U. 63/64:. 25, 27.

Pantserschepen (Behoedmiddelen voor -) tegen oxydering en aangroeijing. U. 63/64: 41.

Pantserschip (Over eene nieuwe wijze van het doen van stapel loopen van een -) op 's Lands werf te Amsterdam. N. 68/69: 144. Verzoek om inlichting.

Papier (Calqueer-). N. 66/67: 5. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15. Zie ook N. 48/49: 66.

Papier (Getah-pertja om -) ondoordringbaar te maken. N.47/48:51.

Papier (Nieuwe soort van behangsel-). Carton-cuir repoussť. N. 59/60: 104.

Papier (Perkament-). N. 59/60: 104 M. 57/58: 12.

Papier (Verlakt teeken-). N. 52/53: 5. N. 56/57: 39, 73.

Papier door middel van benzine doorschijnend te maken. M. 57/58: 6. M. 61/62: 15.

Papierfabrieken (Filtreertoestel van Coste voor -).U.59/60:191 .

Parachoc of veiligheidstoestel op spoorwegen van Chauveau en d'Epinois. U. 55/56: 91. Zie ook Spoorwegen.

Paraffine-bereiding uit turf voor kaarsen en andere producten. U. 1850 VIII: 116.

Paraffine-vernis (Gebruik van -) tegen den zeeworm. N.56/57: 43.

Paraffine-vernis (Mededeelingen omtrent turfcokes en -) uit de fabriek van Haages en Co. bij Amsterdam. N. 49/50: 146. N. 50/51: 34.

Paraffine-vernis (Proeven genomen met-) tot bewaring van hout tegen bederf te Muiden in 1853, 1854 en 1855. N. 56/57: 35, 49

Parallelogram van Watt (Inrigting ter vervanging van het -) bij stoomtuigen. N. 58/59: 62, 86.

Parijs (Aanleg van de riolen onder den boulevard Sebastapol te-). N. 58/59: 58, 64.

Parijs (Berigt over de kei- en Mac-Adam bekleedingen der straten van Londen en van -). U. 51/52: 58. Zie ook Bestrating.

Parijs (De privaten te -) en hunne ruiming. U. 59/60: 136.

Parijs (Geraaswerende bestrating met beton en asphalt te -). M. 58/59: 11. Zie ook Bestrating.

Parijs (Ontwerp voor het leggen van een onderaardsch spoorwegnet onder -). U. 55/56: 64.

Parijs (Over de aardwerken van het kanaal St. Martin te -). U. 61/62: 80.

Parijs (Over de besproeijing van openbare wegen en wandelingen te -). U. 59/60: 152.

Parijs (Prijzen van het terrein te -) in 1856. M. 58/59: 13.

Parijs (Tentoonstelling van Nijverheid te -) in 1849. Verslag, betrekkelijk de elfde Fransche tentoonstelling. U. 1850 VIII: 64.

Parijs (Tentoonstelling van Nijverheid te -) in 1855. Reglement. N. 54/55: 7.

Parijs (Watervoorziening van de stad -). U. 68/69: 93.

Parquetvloeren en Zwitsersche landhuizen (Fabriek van massieve -) van Seiler Muhlemann en Co. te la Villette. U. 55/56: 32.

Passer (Ellips-). N. 48/49: 261, 278.

Passer met nonius tot het meten der dikte van kleine voorwerpen, van Schmitz. N. 50/51: 131. N. 51/52: 4.

Passer van Kneller (Nullenzirkel) U 48/49 V: 104. N. 49/50: 9.

Patentvilten van Mavor Still tot dekking van daken, tot wering van vochtige muren enz enz. N. 59/60: 6. Aankondiging.

Peel (Over de middelen tot ontginning van de Noordbrabantsche en Limburgsche -). N. 53/54: 70, 85. V. 53/54: 65.

Peil (Overbrenging van het Amsterdamsch -).

Binnen Amsterdam. N. 51/52: 100, 161.

Van Amsterdam naar de Oude Willemsluis te Buiksloot. N. 63/64: 28, 46.

Naar het eiland Overflakkee over het Volkerak nabij Willemstad. N. 49/50: 197, 218.

Van Bergen op Zoom naar Bath. N. 54/55: 38, 60. V. 55/56: 1.

Over het Hollandsch Diep bij Willemsdorp en over de Brakman.N. 57/58: 90, 103.

Van Vlissingen naar Breskens en van Neuzen naar Ellewoutsdijk. N. 59/60: 176. V. 60/61: 22.

Peilglas (Water-) met zelfwerkende afsluiting door Reuleaux. N. 57/58: 61 U. 57/58: 182.

Peilglas voor stoomketels. U. 1850 IX: 204. Zie ook Verklikker.

 

Peilingen der bovenrivieren (Aanmerkingen omtrent de methode, waarvan men zich bij de jaarlijksche-) heeft bediend. N. 51/52: 30, 59.

Peillood (Patent -). N. 50/51: 33, 52. N. 51/52: 26,29,49.

Peillood (Patent -) van Taye. U. 51/52: 160.

Peillood (Verbeterd -). U. 52/53: 57. Zie ook Peilwerktuig.

Peilschaal (Beschrijving van de zelfregistrerende -) aan den Helder. N. 52/53: 135.V. 52/53: 51.

Peilschaal, (Glazen -) N. 50/51: 92, 97. N. 51/52: 99, 159.

Peilschaal (Vorstvrije -) N. 56/57: 116, 126.

Peilschalen (Drijvende -). N. 51/52: 99, 159. N. 57/58: 6, 35.

Peilschalen van mica. U. 51/52: 209.

Peil toestel van Vouret. M. 61/62: 3.

Peilwerktuig Ie Samonor. N. 52/53: 4, 49. Zie ook Batho-meter.

Peilwerktuig van Ogden en Ericsson (Verbetering aan het-). U. 52/53: 50.Zie ook Zeedieplood.

Pek (Geplette aard-) en asphalt. U. 55/56: 61.

Pek (Koolteer-) en asphalt uit de fabriek van van der Elst en Smits te Amsterdam. N. 58/59: 6. N. 59/60: 5, 18, 23.

Pelusium (Memorie over de verzanding der kusten en in het bijzonder van de kust van Bayonne, vergeleken met den toestand van het strand te -). U. 60/61: 65.

Pelusium (De haven van SaÔd en de reede van -) naar aanleiding van het rapport der internationale commissie en het rapport van kapitein Philigret. N. 57/58: 59. U. 57/58: 197.

Pentonville (Luchtverversching en verwarming in de modelgevangenis te -). U. 1848 II: 55. Zie ook V. 1848 I: 45.

Peristyle van het theater te Bordeaux (Constructie, gevolgd bij den bouw van de -). N. 49/50: 10, 35.

Perkamentpapier. N 59/60: 104. M. 57/58: 12.

Pers (Hydraulische -) van Dudgeon. U. 53/54: 123.

Perspectief-teekenen (Bijdrage tot de kennis van het -). N. 52/53: 92.

Perspomp (Nieuwe zuiger- en -) van Kirchweger. U. 55/56: 122.

Petroleum (Chemisch-technisch onderzoek van het Amerikaansche -). U. 63/64: 52.

Pholaden of steenwormen. N. 54/55: 193, 205, 207.

Photographie, toegepast op militaire kaarten. M. 57/58: 19.

Photographische afbeeldingen (Verbetering in het vervaardigen van -) van Sarony. M. 58/59: 15.

Photographische afbeeldingen der in aanleg zijnde groote spoorwegwerken in Nederland (Voorstel tot het verzamelen van -). N. 65/66: 122, 145, 242, 251.

Photographische afbeeldingen naar gedrukte en geteekende schetsen en plannen. N. 51/52: 170.

Photographische kaart van Japan. N. 66/67: 75.

Photometrie (Proeven van -) in Teylers laboratorium. N. 63/64: 204, 219.

Physieke magt van Engeland. M. 57/58: 3,

Physische gesteldheid der ligchamen in spheroÔdalen toestand (Over oogenblikkelijke onverbrandbaarheid van levende organische weefsels en over de -). U. 1850 IX: 88.

Physische krachten (Over het onderling verwisselen van -). U. 52/53: 73.

Piemont (Elektrische telegraphie in -). U. 52/53: 16.

Pijlers (Over den vorm van -) en kolommen. V. 51/52: 84.

Pijlers en bijbehoorende werken voor de twee draaibruggen met vast gedeelte over het Noordhollandsch kanaal in den spoorweg van Nieuwediep naar Amsterdam (Beschrijving van den bouw der -). N. 68/69: 70, 114. V. 68/69: 24.

Pijlers in bruggen met verscheidene openingen (Onderzoek over den afstand van -). U. 53/54: 20.

Pijlers of bekleedingswerken der Westminster-brug over de Theems te Londen (De ijzeren -). U. 56/57: 77. U. 57/58: 97.

Pijlers van de brug over den Rijn te Kehl. Stelsel van fundering. . N. 59/60: 44. Bouw der pijlers. M. 58/59: 18.

Pijlers voor hangbruggen (Slingerende -). U. 1849 VI: 74.

Pijpen (Berigt omtrent eene nieuw wijze van zamenstelling en verbinding van -) of huizen. Stelsel van Delperdange. U. 63/64: 36.

Pijpen (Middel om lekken in gas-) te ontdekken. U. 54/55: 72. Zie ook Gaslekken.

Pijpen (Praktische regel om de dikte van gegoten ijzeren -) te vinden. U. 53/54: '15.

Pijpen (Proeven over waterontlasting door -) voor gas-en waterleidingen. U. 1850 IX: 106.

Pijpen van asphalt van Jaloureau voor water- en gasleidingen en voor draineerbuizen. N. 61/62: 185, 229.

Pijpen van Chameroy. N. 51/52: 97, 117, 168, 203. Zie ook Buizen en Gasbuizen.

Pikkransen uit houtkrullen vervaardigd. N. 49/50: 25, 71.

Pilaren (Proeven ter bepaling van denweÍrstand van stijlen en -) bij zamendrukkende krachten U. 1848 III: 112. Handelingen van de Koninklijk Schotsdie maatschappij van Kunsten.

Pise-cement (Beschrijving van het bouwen met -) op het eiland Banka. N. 53/54: 24, 56.

Plaat (Middel om een verhoogd relief te geven aan eene gegraveerde -) volgens Firmin Didot. M. 61/62: 8.

Plaatijzer (Het verzinkt -) en zijn gebruik. U. 64/65: 26.

Plaatijzer (Over het gebruik van -) in funderingen van hydraulische werken. U. 57/58: 136.

Plaatijzer (Over het verkoperen van voorwerpen van -). U. 51/52: 37.

Plaatijzer van Ratabel voor dakbekleedingen. U. 53/54: 82.

Planimeter van Horsky en Kraft. U. 51/52: 38, 39.

Planimeter van Wetli. U. 1850 IX: 91.

Planken (Droogen van -). M. 56/57: 4.

Plantengroei (Nadeelige invloed van loopend gas op den -). N. 48/49: 57, 104, 110. N. 49/50: 247. N. 51/52: 100.

Verslag der commissie. N. 51/52: 179.

Verslag van den hoogleeraar F. A. W. Miquel. N. 51/52: 188, 196.

Platen (De vervaardiging van pantser-) in Engeland. U. 64/65: 19.

Platen (Over het ponsen van ijzeren -). U. 64/65: 42.

Platen (Proeven ter vergelijking van denweÍrstand van geplet en geslagen ijzeren -) M. 56/57: 4.

Plattenmeer (De verbetering van het -). U. 68/69: 68.

Pletrollen (Vervaardiging van -). N. 51/52: 101, 162.

Ploeg (Stoom-). U. 1850 IX: 279.

Ploegmachine tot het uitdiepen van kanalen. N 52/53: 93, 109. Zie ook Kanalen.

Pneumatische machine voor reukelooze lediging van sekreetputten volgens Liernur. N. 65/66: 186, 245

Po (De verhooging der bedding van den -) beneden Ostiglia, en van de andere rivieren van ItaliŽ, die in de Adriatische zee uitloopen U. 61/62: 56.

Polders (Drooghouden van -) enz. Advies van het 4de Landhuishoudkundig Congres. N. 49/50: 149, 243, 261.

Polders (Stoomgemaal in -) en uitgeveende gronden. N. 49/50 : 9, 22, 28, 53. Zie ook Stoombemaling en Stoomgemaal.

Polders Waard en Groet (Aanteekeningen omtrent de bedijking van de -). N. 67/68: 78, 159.

Poldersluizen (Ontwerp tot verdediging van boezem- en -). N. 56/57: 83, 103.

Polygonaal-architectuur. U. 52/53: 32.

Polygonale versieringen (Over -) U, 1848 I: 58. Handelingen van de Maatschappij van kunsten te Londen.

Polytechnische school (Adres van den Raad van bestuur der -) te Delft aan den minister van Binnenlandsche Zaken betrekkelijk het wetsontwerp tot regeling van het onderwijs in de Beeldende Kunsten N. 68/69: 243, 269.

Pomp (Centrifugaal-) van Appold. N. 51/52: 5, 167.

Pomp (Centrifugaal-) van Gwynne. N. 57/58: 63, 142, 159.

Pomp (Centrifugaal-) van Papinus. N. 63/64: 7.

Pomp (De spuit-) van Thomson. U. 52/53: 68.

Pomp (Draaijende -) van RŁhlmann. U. 61/62: 94.

Pomp (Druk- en zuig-) van Kirchweger. U. 55/56: 122.

Pomp (Dubbelwerkende -) van Hammer. U. 61/62: 51.

Pomp (Engelsche scheeps-). U. 55/56: 48.

Pomp (Stoom-), injecteur, van Giffard. N. 58/59: 87.

Pomp van Perreaux met caoutchouc kleppen. N. 58/59: 29. U. 58/59: 128.

Pompen (Over het gebruik van caoutchouc kleppen in -). U, 52/53: 94.

Pompmolen in den West-Merwede-polder. N. 68/69: 244,283.

Pompmolen, volgens het stelsel van het lid Overmars. N. 68/69: 205, 215. Zie ook N. 68/69: 244, 283.

Pomprad of nieuw scheprad voor watermolens van het lid Overmars. N. 68/69: 205, 215. Zie ook N. 68/69: 244, 283.

Pompwerktuig (Nieuw Engelsch -) tot het opvoeren van water. N. 48/49: 147, 258.

Ponsen van ijzeren platen (Over het -) U. 64/65: 42.

Ponten (Nieuwe inrigting tot het bewegen van handveer-). U. 56/57: 159.

Porrong-rivier (Kanalisatie van de -). N. 56/57: 6,23,36, 41, 56. N. 57/58: 92, 121.

Porselein (Gekleurde teekeningen op -). N. 49/50: 91 , 101.

Portland-cement.

Proeven met Portland-cement. U. 1848 III: 86.

Analyse in het laboratorium te Amsterdam. N. 57/58: 68, 92. M. 57/58 : 10.

Analyse in het laboratorium te Delft. N. 57/58: 139, 150, 152.

Analyse in het laboratorium te Utrecht. N. 58/59:58, 67.

Portland-cement uit de fabriek van de firma Knight, Bevan en Sturge te Londen. N. 68/69: 72, 121. Monsters.

Portland-cement van Dijckerhoff u. SŲhne te Mannheim en AmŲneburg bij Biebrich. N. 68/69: 154. Berigt.

Portlandsche- en Romeinsche cementen in Frankrijk vervaardigd. N. 61/62: 95, 136. Aankondiging.

Potloodscherper. N. 51/52: 169.

Pottebakkers kunst. U. 51/52: 111.

Pouzzolaan van Santorin (Over de natuurlijke-). U. 62/63: 32.

Prijs van ijzeren bruggen (Kromme lijn om het gewigt en den-) te berekenen. U. 63/64: 38.

Prijscourant van spijkers. N. 48/49: 309, 323.

Prijslijst van dagloonen, besteed bij de uitvoering van de dokwerken te Willemsoord. N. 59/60: 62, 84.

Prijslijsten van bouwstoffen en werkloonen (Voorstellen tot het zamenstellen van -). N. 48/49: 144. N. 49/50: 94. N. 57/58: 90. Zie ook Arbeidsloonen, Dagloonen, Tarieven en Werkloonen.

Prijsontwerpen tot het bouwen van eene brug te Weenen. U. 1850 IX: 186.

Prijsuitschrijving voor een tentoonstellingsgebouw te Madrid. N. (62/63: 79.

Prijsvraag, betreffende de verbetering van de haven van Enk-huizen. N. 53/54: 3, 10. N. 55/56: 105, 121.

Prijsvraag voor een gedenkteeken voor het Metalen Kruis. N. 53/54: 106, 122. N. 54/55: 70, 79. Beoordeeling der ingekomen ontwerpen. N. 54/55: 200.

Prijsvraag, betreffende den aanleg van vlugtheuvels, uitgeschreven namens Z. M. den Koning. N. 60/61: 139, 165.

Rapport der commissie, betrekkelijk de ingekomen antwoorden. N. 61/62: 65.

Bekroonde antwoorden. V. 61/62: 79.

Uitreiking der eereblijken. N. 61/62: 82, 101. Zie ook Vlugtheuvels.

Prijsvraag voor een ontwerp van een paleis, bestemd voor do vergaderingen der Staten-Generaal van het Koningrijk der Nederlanden. N. 64/65: 120, 160.

Prijsvraag voor eene zeer krachtige locomotief voor den Sem-mering-spoorweg in Oostenrijk. N. 50/51: 6, 26. Zie ook Locomotief.

Prijsvraag voor het ontwerp van eene concertzaal, uitgeschreven door de eigenaren der localen van de sociŽteit ęde HarmonieĽ te Groningen. N. 51/52: 25..

Prijsvraag voor het ontwerp van eene vaste brug over den IJssel bij het Katerveer. N. 51/52: 170.

Prijsvraag voor inlandsche fabriekmatige vervaardiging van hy-draulisch cement in Oostenrijk. U. 1850 VIII: 113.

Prijsvraag van de Overijsselsche vereeniging tot ontwikkeling van provinciale welvaart. N. 51/52: 170.

Prijsvraag van de Vereeniging ter bevordering van fabriek- en handwerksnijverheid, omtrent de middelen om den ambachtsman gedurende den winter werk en daardoor brood te verschaffen. N. 62/63: 173, 214. Voor een ontwerp van arbeiderswoningen. N. 67/68: 78.

Prijsvraag van het Hoogheemraadschap van Delfland, betreffende de verbetering der uitlozing van Delflands boezemwater (Bekroonde -), beantwoord door een lid van het Instituut. N. 48/49: 198.

Prijsvraag van het Nederlandsche onderwijzersgenootschap , betreffende den bouw en de inrigting van schoollokalen N. 64/65 : 212, 230.

Prijsvragen uitgeschreven door den ęVerein fŁr Berg- und HŁttenmannerĽ te Weenen. N. 60/61: 49, 70.

Prijsvragen van de Hollandsche maatschappij der wetenschappen te Haarlem. Zie Maatschappij der wetenschappen.

Prijsvragen van de maatschappij tot bevordering der Bouwkunst. Zie Maatschappij tot bevordering der bouwkunst.

Prijsvragen van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid. Zie Maatschappij ter bevordering van Nijverheid.

Prijsvragen van de physisch-mathematische klasse der Pruissische Akademie van wetenschappen. M. 57/58: 24.

Prijsvragen van den ęIngenieur-Verein fŁr das KŲnigreich