Register op de werken van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, 1847-1869. Tweede gedeelte.

 

PERSONEN-REGISTER

 

* Aardweg (H.P. van den). Wordt lid. N. 61/62: 99.

Abate (F.), Kunstmatig marmer van -. M. 57/58: 19.

Abbadie (A. Thomson d'), Proeven om de bewegingen der aardkorst na te gaan. N. 53/54: 71, 90.

Abbadie. Zie: Niguse.

Abbas-pacha. Onderkoning van Egypte. U. 51/52: 156.

Abbinet, Duikerwerkzaamheden van -. U. 56/57: 33.

Abbott (H.L.) Zie Humphreys (A. A.)

* Abcoude (J.C.T. Timmerhans van). Zie * Timmerhans.

Abel (F.A.), Over het beveiligen van hout tegen brand. U. 58/59: 122. Vgl. Sandham (H.)

Abernethy en M. Scott, Zeebrekers en hoofden met houten beschoeijingen van -. U. 66/67 : 57.

Ablay. (F.) Lid van Belgische Schelde-commissiën. N. 66/67: 160, 161.

Beschrijving van een hevelduiker van gegoten ijzer. U. 51/52:147.

* Ablaing van Giessenburg (J.D.C.W. baron d'). Wordt lid. N. 59/60: 71.

Achard (A.), Aanwending van de elektriciteit om ongelukken op spoorwegen te voorkomen. U. 55/56 : 90.

* Adam (J.) Wordt lid. N. 63/64: 266.

Adam, Stoel voor spoorstaven van -. U. 55/56: 124.

Adam, Proefnemingen ter beplanting van duinen. U. 60/61: 77, 79. N. 65/66: 218, 220. Vgl. Rendu.

Adam (Mac). Zie Mac.

Adams (W. Bridges),

Over verbeterde veeren en vetpotten voor spoorwagens. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 56/57: 117.

Over brandvrije gebouwen. U. 56/57: 151.

Over de nadeelige wrijving van de velgen der wielen op de spoorstaven en de middelen om die te verminderen. U. 64/65: 23.

Adcock, Gesmolten bazalt voor bouwwerken en versieringen, voorgesteld door -. U. 54/55: 74.

* Adriani (Dr. A.). Wordt lid. N. 49/50: 10. Bedankt. N. 54/55: 171, 186.

Aikema. Zie * Rose (W.N.)

Aymar-Bression (P.),

Actualités. Statistique. l'Exposition industrielle de Bordeaux etc. N. 65/66: 172, 186.

Clitographe van -. N. 65/66: 186.

Aymar-Bression,

Iets over de uitvinding van Ericsson. (Vertaling van W.F.A. Beijerinck.) U. 53/54: 3.

Massieve parquetvloeren en Zwitsersche landhuizen van Seiler Mühlemann en Comp. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 55/56: 32.

Ayres (Dr.), Over de jongste pogingen om den menschendrek als mest voor den landbouw dienstbaar te maken. U. 1849 VI: 77.

Aitchison, Evans en Fearon, Rookverterend fornuis van -. U. 53/54: 37.

* Akamats (D.) Nori Kats. Wordt lid. N. 65/66: 96.

Monsters van Japansche houtsoorten en nota daarover. N. 66/67: 72, 186.

* Aken (P.A. Van). Wordt lid. N. 50/51: 133.

Als officier-machinist gedetacheerd bij de dokwerken te Willemsoord. V. 65/66 I: 26.

Biedt namens den heer J. F. Koopman eene beschrijving van een ijzeren mast- of ketelbok aan. N. 67/68: 47, 68. 308.

Alberdingk Thijm (J.A.) Zie Thijm.

* Alderwereldt (J.K.H. de Roo van). Zie * Roo.

Alewijn (G.), Sluizen met gekoppelde deuren van -. V 63/64: 46, 47.

Alewijn (Jhr. P. Opperdoes), Open brief aan den ingenieur T.J. Stieltjes, betreffende de Proeve van een ontwerp tot afsluiten enz. van een gedeelte der Zuiderzee door J.A. Beijerinck. N. 66/67: 5, 58, 181.

Allan, Ontwerp van een Atlantischen telegraafkabel. M. 59/60:2.

Allen (E.E.), Over stoom- en zeilschepen voor het vervoer van steenkolen en over de verschillende wijzen van ballasten. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.). U. 55/56: 73.

Allen (Th.), Onderzeesche telegraafkabel van -. U. 53/54:49.

Allies. Zie Crutwell.

Alluys, Gemengde verw van -. M. 60/61: 3.

Alm, Algemeene schroefsleutel van -. U. 61/62: 80. N. 62/63: 122, 169. Vgl. 221 en * Verhagen (O.).

Alstein (Van),

Ontwerp van een kanaal tusschen Antwerpen en de zee. N. 66/67: 139, 169 174. Vgl. 208.

Mémoire sur la construction d'un canal maritime direct entre Anvers et la mer du Nord. N. 66/67: 170.

Alva, De hertog van - belast J. Jz. Beeldsnijder met het maken van eene naauwkeurige kaart van Noordholland. N. 62/63: 246.

* Amersfoordt (Mr. J.P.) Wordt lid. N. 66/67: 327.

Reliefkaart van den bodem der Zuiderzee en over het plan van indijking. N. 66/67: 262, 269, 270.

Amos en Anderson, Geoctroijeerde stoomketels van -. N. 66/67 : 271, 317. Vgl. * Waldorp (J.A.A.)

* Ampt (F.H.) Wordt lid. N. 53/54: 108.

Andalarre, Octrooi van - voor het gebruiken van gassen. U. 55/56: 126.

Anderson (J.), Over het gebruik van werktuigen bij het vervaardigen van oorlogsbehoeften. U. 57/58: 48.

Reglement voor de behandeling van verschillende stoomketels. U. 64/65: 25.

Instructions to be observed in the management of steam boilers in the royal gun factories. U. 67/68: 39.

Anderson, Plan van - tot uitbreiding der haven van Kopenhagen. N. 59/60: 64, 85. N. 62/63: 79, 83.

Anderson. Zie Amos.

Anderson. Zie Linant Bey.

* André de la Porte (A.E.) : Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. Verslag 59/60: 13.

* André de la Porte [Jr.] (A.E.) Wordt lid. N. 63/64: 85.

* André de la Porte (J.) Wordt lid. N. 61/62: 99,

*Andreae (D.G.) Wordt lid. N.63/64: 42.

Andries (Ch.) Zie Sweep (van der).

* Andringa de Kempenaer (Jhr. W. van). Zie * Kempenaer.

Aniel, Parquetvloeren van -. U. 55/56: 33. Vgl. Four (Masson-).

Ansted (D. T.), Over het opslorpend vermogen van krijt, enz. (Vertaling van H. F. G. N. Camp) U. 1850 IX: 213.

Anthony (A.), Kaart van de Texelsche zeegaten, 1571. N. 62/63: 109.

Apelt, Middel om hout tegen bederf te bewaren van. -. M. 57/58: 1.

Appold, Centrifugaalpomp van -. N. 51/52: 167. Vgl. 5.

* Aquassi Boachi. Wordt lid. N. 51/52: 171. Bedankt. Verslag 59/60: 13.

Arago (D.F.J.),

Observatoria in elektrische verbinding.U.51/52:176.

Over de gevolgen van het kappen van bosschen. U. 57/58: 30. Vgl. Gay-Lussac (N.F.)

Oordeelvellingen van - over spoorwegen in 1836 en 1838. U. 62/63, 47, 48. Vgl. Matteucci (C.)

*Arend (J. E. van den). Wordt lid. N. 52/53: 180.

Over de riolen van portland-cement van Ph. Lindo & Cie. N. 65/66: 136, 160.

Aribert (V.), Ovens van -. U. 1849 IV: 28, 61, 64, 66. N. 49/50: 108.

Aristoteles vermoedt het verband tusschen warmte en mechanischen arbeid. U. 64/65: 31.

Arman (L), Nieuwe wijze van constructie voor schepen.U.52/53: 67.

Armstrong (R.), Stoomscheepvaart en scheepbouwkunst. U.58/59: 23.

Armstrong (W.G.), Verbeterd geschut van -. U. 57/58:75.

Hydraulische toestel in de dokken te Sunderland. M. 59/60 : 2.

Water als beweegkracht. U. 61/62: 70.

First report on the use of the steam coals of the Hartley district of Northumberland in marine boilers. N. 57/58: 58.

* Arnaud Gerkens (J.H.H. d'). Zie * Gerkens.

Arndt en Traun, Onderzoek van petroleum. U. 63/64: 52.

Arnold, Geoctroijeerde banden voor kantoorboeken van -.U. 55/56: 124.

Arnold, Uurwerkmaker. U. 61/62: 121.

Arnott (Dr. N.), Luchtklep van -. U. 50/51: 17. N. 51/52: 30, 63.

Waterbed van -. N. 51/52: 5.

Over verkwisting van brandstof. U. 51/52: 36.

Verbeteringen in vuurhaarden. U. 56/57: 193, 196.

Over verwarming en ventilatie. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 57/58: 149. Over schoorsteenen. U. 64/65: 49.

Arnoux, Locomotieven van -. U. 66/67: 37.

* Arriëns (N.A.T.) Wordt lid. N. 54/55: 171.

* Arriëns (P.) Benoemd tot honorair lid. N. 47/48: 145. N. 48/49:13. Overlijdt. Verslag 59/60: 13.

Ashforth, Verbeterde schroefsleutel van -. U. 1850 VIII: 132.

Asmus (J.P.) Zie Blanken Jz. (J.)

* Asperen (J. van). Wordt lid. N. 64/65: 96.

* Assendelft de Coningh (H. van). Zie * Coningh.

Astley (P.H) en J.F. Stevens, Geoctroijeerde wijze van booten te bouwen van . U. 53/54: 65.

Aston (E. Onslow) en G. Germaine, Geoctroijeerde bedekking van metalen, die aan zeewater zijn blootgesteld. U. 53/54:123.

Aswhorth, Middel tegen ketelsteen. U. 51/52: 189.

Atherton (Ch.), Over besparing in het vervoer van koopgoederen door middel van stoom-schepen. U. 56/57: 209.

Invloed van verschillen in de dynamische gesteldheid van stoomschepen op de vrachtprijzen. M. 61/62: 15.

Verbetert de Clyde en de haven van Glasgow. U. 63/64:22.

Attwood (H.) Zie Bristow (J.)

Aubuisson (d'), Proeven van - omtrent waterstralen. N. 58/59: 61.

Audiganne, Les chemins de fer aujourd'hui et dans cent ans. U. 65/66: 106.

*Augier (J.F.) Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Raadslid. N. 55/56: 69, 110. N. 58/59: 104. N. 61/62: 201. N. 65/66: 248.

Penningmeester. Verslag 66/67: 11; 67/68: 12; 68/69: 12.

Gedetacheerd bij de Overijsselsche spoorwegmaatschappij. N. 63/64: 159.

Over de jaarlijksche strandmetingen langs de Noordzee, van den Helder tot den Hoek van Holland. N. 59/60: 68. V. 59/60: 53. Vgl. N. 60/61: 50.

Nota met graphische voorstellingen over de jaarlijksche strandmetingen als voren. N. 63/64: 258. V. 64/65: 1

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 57/58: 92. N. 63/64: 206. N. 66/67: 53. N. 67/68: 215.

Austin (H.), Over het reukeloos maken en nuttig verbruik van de rioolstoffen in steden, U. 58/59: 156, 158.

Austin (W.), Onderaardsche weg van -. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 54/55: 171.

Plan van tunnels onder langs de beide oevers van de Theems. U. 56/57: 76.

Autenheimer, Over de stijfheid van lederen riemen. U. 61/62: 121.

Aveling en Porter, Locomotief voor gewone wegen van -.U. 62/63: 64.

* Avril (C.) Benoemd tot honorair lid. N. 66/67: 326.

Avril. Zie Boucherie (Dr. A.)

* Baak (P. van). Wordt lid. N. 50/51: 93.

Over den werkkring van den ingenieur en over het steenfabrikaat in Indië. N. 54/55: 22.

* Baart de la Faille (P.) . . -Zie * Faille.

Babbage (Ch.), Statistieke mededeelingen omtrent vuurtorens. U. 54/55: 19.

Rekenwerktuig van-, 1821. U. 62/63: 14. Vgl. Scheutz (N.J). Notes on lighthouses. U. 56/57: 18.

Babinet (J.); Over waterpassingen. U. 64/65: 151.

Bache (H.), Over den lichttoren bij Nantucket in de Vereenigde Staten. U. 55/56: 36.

* Backer (Jhr. F.) Wordt lid. N. 63/64: 42.

* Backer (W. J.) Wordt lid. N. 51/52: 32.

Bacon (R.), Uitvinder van een duikertoestel. U. 56/57: 31.

Verwerpt het denkbeeld van warmte als stoffelijke zelfstandigheid. U. 64/65: 31.

Baddeley (W.), Over de oorzaken, die invloed uitoefenen op den aard der waterstralen en over de zamenstelling van luchtketels in het bijzonder. (Vertaling van F. W. van Gendt JGz.). U. 54/55: 149.

Branden in Londen in 1855. Vijf-en-twintigste jaarlijksch verslag door -. U. 56/57: 141.

Badois (E.), Over mechanische toestellen bij het graven van het Suez-kanaal. U. 68/69: 44.

* Badon Ghijben (W.) Oprigter. N. 47/48: 116.

* Badon Ghijben [Jr] (W.) Wordt lid. N. 65/66: 248. Bedankt. Verslag 67/68: 12.

Baensch (von), Theorie van - voor liggers, in drie punten ondersteund. N. 61/62: 46. V. 62/63: 1.

* Bayer Jr. (F. J. H.) Wordt lid. N. 68/69: 245.

* Bayer (J.) Wordt lid. N. 61/62: 63. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Bailey, IJzersmelterij van -. U. 61/62: 96.

* Baily (A.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121. Bedankt. Verslag 49/50: 15.

Bain (A.), Chemische telegrafen van -. U. 1850 VIII: 121. U. 51/52: 165. U. 59/60: 177.

* Bake (F.C.) Wordt lid. N. 58/59: 62.

* Bake (J.W.) Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Over de rolbrug over de Arun in den spoorweg tusschen Brighton en Chichester. U. 1848 III: 37.

Over het draagvermogen van plaatijzeren kokers. N. 48/49: 145, 157.

Nota over de spoorwegen met verschillende spoorwijdten. N. 49/50: 97, 133.

Voorstel, namens het landhuishoudkundig congres, betrekkelijk het drooghouden van polders, enz. N. 49/50: 149,243, 261.

Over fonte malléable. N. 50/51: 4, 17.

Vgl. Nagelmaekers. Teekeningen van de brug over den IJssel, te Westervoort. N. 55/56: 4, 18.

Kleine opmerkingen en mededeelingen N. 49/50: 149,151.

Bake (W.A.), Spoorwegplan van -. N. 63/64: 151.

* Bake (H.A. van den Wall.) Oprigter. N. 47/48: 116.

Bezoekt met L J. A. van der Kun spoorwegwerken in Engeland. V. 52/53: 29;

-        in Duitschland N. 63/64: 154. O

-        vereenkomst met J. Bethell voor het creosoteren van hout voor den Rijnspoorweg. V. 52/53: 29.

* Bake (R.W.J.G. van den Wall). Wordt lid. N. 63/64: 206.

Bakewell (F.C.), Elektro-chemische druktelegraaf van -, U. 51/52: 166.

Over eene telegrafische verbinding tusschen Engeland en Amerika. U. 54/55: 172.

Bakker (M. Mz.), Uitvinder van de scheepskameelen in 1691. V. 1849 II: 18. U. 63/64: 2.

* Bakker Korff (P. R.) Oprigter. N. 47/48: 123.

Medewerker aan het Nederlandsch woordenboek. N. 55/56: 125. Verslag 55/56: 12.

Balard, Over mortels. U. 66/67: 50.

Balestrini (P. A.), Vergunning voor eene telegrafische lijn tusschen Marseille en Constantinopel. M. 57/58: 26.

Ball (J.J.), Toestel om scheepsbooten te water te laten U. 52/53: 51.

* Ballot (Dr. G.H.D. Buys) Oprigter. N. 47/48: 121.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 59/60 43.

Bedankt. Verslag 67/68: 12.

Over het nut van een meteorologisch observatorium. N. 49/50 : 243, 253.

Over meteorologische waarnemingen. N. 49/50: 244..N. 50/51: 28. N. 51/52: 26.

Memorie betrekkelijk de waterstanden op de Nederlandsche rivieren. N. 68/69: 130, 166. Vgl. * Diesen (G. van).

Bannister (J.), Nieuwe buizen voor locomotieven. U. 51/52: 152.

Barberot, Bevestiging van spoorstaven volgens-. U 54/55:16.

Barfoed (F.N), Over steenkolen uit de Hibernia-mijnen in Westfalen. N. 61/62: 10, 22, 23.

Bargum (L.), Mededeeling omtrent een stoomzuiger van nieuwe zamenstelling. U. 59/60: 23.

Barilari, Over de bedding van den Reno (Italië). U.61/62:60.

Barlow (J.), Over den vlamdoover van Phillips. U. 1849 V: 87. Over wijzigingen in houtvezels en hare toepassing. M. 57/58:12, 315

Barlow (P.) Levensberigt. M. 61/62: 18.

Proeven omtrent de aan de spoorregels te geven gedaante. U. 52/53: 69.

Geoctroijeerde onderliggers van -. U. 52/53, 69, 70.

Over aansluiting der spoorstaven. U. 52/53: 69.

IJzeren sporen zonder dwars- of strekhouten. U. 53/54: 13.

Over metaal, aan spanning blootgesteld. U. 59/60: 123.

Ondersteuning van spoorstaven. U. 62/63. 61.

Barlow (P.W.), IJzeren brug in den South-Eastern spoorweg. U. 51/52: 206. Vgl. * Piepers (M. C. J.) Proefnemingen omtrent de buiging van balken. U. 62/63: 90.

Octrooi van - voor beveiliging van hout. U. 67/68: 90.

Barlow (W.), IJzeren bovenbouw voor spoorwegen van -.U. 62/63: 61, 63, 64.

Barlow (W.H.), Boogvormige, breedvoetige spoorregel van -.U. 52/53: 69, 70.

Over wederstand tegen buiging. U 56/57: 80. Vgl. * Delprat (Dr. I.P.)

Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 177.

Proefnemingen omtrent gepuddeld staal, gelijkslachtig ijzer en staal-ijzer. U. 62/63: 55.

Barnum, Voedingspomp van -. U. 51/52: 145.

Barre de Saint-Venant, Nieuwe formulen ter oplossing van vraagstukken betrekkelijk de stroomende wateren. (Vertaling van G. G van der Hoeven.) U. 1850 IX: 252.

De formulen van - betreffende de snelheid van water minder naauwkeurig dan die van H. Darcy. N. 66/67: 260. U. 66/67: 95.

Barrett (B.), Octrooi voor het duurzaammaken van steen. U. 57/58: 144.

Barrett (J.), Zamenstelling van brandvrije gebouwen. U. 53/54: 38.

Bartelett (W.H.C.), Proeven omtrent de uitzetting en zamentrekking van bouwsteenen. U. 1849 VI: 17.

Barton (J.), Over spoorstaven, U. 52/53: 68. Zie Mac Neill (J,)

* Bas (W.B.C. de). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Bassi (G.B.) Zie Rieter (H.)

Battig, Lid eener Oostenrijksche commissie ter bepaling van de uiterste belasting van ijzer bij bruggen. U. 66/67: 107.

* Baud (A.) Wordt lid N. 49/50; 246.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 64/65: 88.

De metalen holophtale reflectors voor vuurtorens van A. Stevenson. Naar het engelsch U. 51/52: 211.

Zie Chatterton (J.), Malécot (L.), Pré (M. du), Séguin (P).

Baude (E.), Over sporen op gewone wegen. U. 65/66: 103.

Baudemoulin en Croizette-Desnoyers, Stelsel van - tot wégneming van formeelen. U. 54/55 : 99.

Baudouin, Onderliggers van gietijzer van -. U. 62/63: 60.

* Bauer (F.C.D). Wordt lid. N. 61/62: 200. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Bauer (G.), Over het berekenen en afbakenen van de sporen op de stations der spoorwegen. (Vertaling van A. van Egmond.) U. 57/58: 62.

Baumgarten, Verslag over onderscheidene in Italië uitgevoerde werken van bevloeijing, afwatering en besproeijing. U 53/54: 76.

Over den coëfficiënt van veerkracht van gegoten ijzer, ter bevestigen van het verslag van Collet-Meygret en Desplaces omtrent den viaduct van Tarascon.U. 56/57: 11.

Over het molentje van Woltman. U. 61/62: 25, 28, 31.

Medewerker van H. Bazin. U. 66/67: 92.

* Baumhauer (Dr. E.H. von). Oprigter. N. 47/48: 121.

Baux (von), Niniveh und Persepolis. U. 52/53: 35.

Baxter. Zie Worthington.

Bazaine, Over de afsluitingen der spoorwegen. U. 51/52: 53.

Bazin (H.). Zie Baumgarten, Darcy (H.)

Beale, Fabriek van pantserplaten van -. U. 64/65: 19.

Beattie, Stelsel van locomotiefwielen van -. U. 61/62: 86.

Beproeving van ketels volgens -. U. 67/68: 39.

Beaulieu (E.), Twee nieuwe stelsels van valbruggen. (Vertaling van F. Ermerins.) U. 64/65: 35.

Beaumont (E. de), Lid eener commissie tot onderzoek der memorie van * F. de Lesseps over het ontworpen Suez-kanaal. U. 56/57: 177. N. 59/60: 119.

Beauregard, Geoctroijeerd stoomwerktuig van -. U. 1849 IV: 103.

Becker (L.), Inrigting van spoorwegwagens tot vervoer van zware gekwetsten. U. 68/69: 35

Becker (M.), Uiterste grens der hellingen op de Duitsche spoor- wegen. U. 55/56: 156.

Over het brugstelsel van von Pauli. N. 61/62: 89, 126.

IJzeren brug over de Murg in Rastatt. (Vertaling van J. J. Roelants.) U. 62/63: 1.

Der Brückenbau in seinen ganzen Umfange. N. 61/62: 89.

Der Wasserbau in seinen ganzen Umfange. N. 61/62: 89.

Handbuch der Ingenieur-Wissenschaft. U. 62/63: 1

Beckh en Gerwig, Spoorweg-ontwerp van - voor den Mont-Cénis. U. 66/67: 40, 41.

* Becking (H.F.W.). Wordt lid. N. 68/69: 29.

Becquerel (E.), Over de kosten van elektrisch licht. U. 59/60: 88.

Elektro-magnetische toestel van -. U. 59/60; 162.

Proeven omtrent de bescherming van metaal. N. 64/65: 7.

Bede (E.), Over besparing van brandstof. U. 58/59: 10.

Bedford Pim. Zie Pim.

Beechy, Onderzoekingen omtrent het zuidelijk gedeelte der Noordzee. U. 67/68: 84, 85.

Beek (A. van), Proefnemingen over de beveiliging van het scheepskoper door galvanische elektriciteit. N. 63/64: 209.

Beek (W.S. van der Hart), Verslag omtrent proeven met paraffine-vernis uit de fabriek van Haages en Cie. N. 56/57: 35, 49.

* Beekman (H.E.) Wordt lid. N. 59/60: 106. Afgevoerd. Verslag 63/64: 15.

Beele (Sloet van de) Zie Sloet.

Beeldsnijder (J.Jz.),

Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 96, 242, 245, 246.

Kaart van Noordholland, op last van den hertog van Alva vervaardigd. N. 62/63: 246.

Grondighe Beschrijvinghe van Noort-Hollant ende West-Vrieslant, 1575. N. 62/63: 246.

Beer Poortugael (D.J. den), Over den lekkenzoeker van Maccaud. N. 60/61: 141, 194.

Beetz (Dr. W.), De wet van Ohm en haar gebruik bij de telegrafie. U. 56/57: 1.

* Begeman (H.).Wordt lid. N. 68/69: 249.

Behn (Dr. E.), Geographisches Jahrbuch N. 66/67: 71.

Behse, Berechnung der Festigkeit von Holz- und Eisenconstructionen. N. 66/67: 281.

* Beijen (J.F.).Wordt lid. N. 52/53: 96. Bedankt. N. 52/53:136. Wordt weder lid. N. 54/55: 75.

Beijer (C), Cilinder-boormachine van -. U. 1848 I: 39.

* Beijerinck (J.A.).Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Bekroond door het Bataafsch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte N. 48/49: 53.

Lid eener oommissie ter beoordeeling van de antwoorden op de prijsvraag omtrent de vlugt-heuvels. V. 61/62: 79.

Bezoekt met L. J. A. van der Kun fransche en belgische havens, N. 63/64: 171.

Lid der internationale commissie over de afdamming der Oosterschelde. Rapport. N. 66/67: 126.

Lid eener commissie ter beoordeeling van het ontwerp van wet tot herstel van het dok te Willemsoord. V. 66/67 I: 77 Rapport, 116.

Ontwerp tot regelmatige vergrooting der stad Rotterdam, enz.N. 48/49: 53.

Over het stoomwerktuig voor de bemaling der polders Cool, Schoonderloo en Beukelsdijk. N. 48/49: 53.

Over de droogmaking van den Zuidpias. N. 50/51: 93, 115, 162.

Geschied- en waterbouwkundige beschrijving der droogmaking van den Zuidplaspolder in Schieland. V. 51/52: 6.

Aanteekening omtrent de meting van het strand langs de kust van de Noordzee. N. 60/61 : 50.

Opstellingen van kistingen. N. 61/62: 103. V. 62/63: 8.

Proeve van een ontwerp tot afsluiten, indijken, droogmaken en in cultuur brengen van een gedeelte der Zuiderzee. N. 66/67: 5, 58-60. Vgl. Alewijn (Jhr. P. Opperdoes), * Amersfoordt (Mr. J.P.), * Diggelen (B.P.G. van), Faddegon (P.), * Linse (H.), Meulen (IJ. van der) .Zie * Conrad (F.W.), Petersen.

* Beijerinck (L.W.) Wordt lid. N. 52/53: 73. Overlijdt. Verslag 54/55: 22 . Zie *Diggelen (B. P. G. van).

* Beijerinck (M.G.) Oprigter. N. 47/48: 116.

Bekroond door het Bataafsch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte. N. 48/49: 53.

Bedankt. N. 52/53: 7, 136.

Statistieke beschrijving van Delfland en van den Krimpener-waard. N. 48/49: 53.

Verhandeling over het vermogen van het Pannerdensch kanaal. N. 67/68: 199, 200, 201.

Onderzoek in hoeverre eenige der tot hiertoe voorgedragen theoriën omtrent de beweging des waters in kanalen op het vermogen der rivieren, welke het noordelijk gedeelte van Nederland doorstroomen, toepasselijk zijn. V. 63/64: 5. Zie Petersen.

* Beijerinck [Jr.] (M.G.) Wordt lid. N. 56/57: 141.

* Beijerinck (P.I G.) Wordt lid. N. 53/54: 25. Iets over het berekenen van de dikte der sluitsteenen voor steenen bruggen. N. 56/57: 135, 144.

* Beijerinck (W.F.A.) Wordt lid. N. 47/48: 154. N. 48/49: 15. Zie Aymar-Bression, Trautwine (J.C.)

* Bekaar (A.A.) Wordt lid. N. 67/68: 329.

Belford (A.E. Loradoux), Geoctroijeerde ijzeren tunnels onder water van -. U. 54/55: 8.

Belgrand legt de waterleiding van de Dhuis aan. U. 68/69: 95-98.

Service hydrométrique du bassin de la Seine. M. 58/59: 6.

Bell (J.), Zamengestelde dubbele stoel voor spoorstaven van -. 53/54: 65.

Bell. Zie Miller (D.)

Bellegarde, Over de drooglegging met groote tusschenruimte en op groote diepte. U. 58/59: 93. Vgl. * Evers (J.D.)

Bellhouse en Comp. (E.T.), IJzeren gebouwen van -. U. 54/55: 47.

Bellinger, Over den aan zeewerken te geven vorm. U. '1850 IX: 28.

Over den bouw der bekleedingen van zeedijken, enz. U. 61/62:22.

Belpaire (Ant. en Alph.), De la plaine maritime depuis Boulogne jusq'au Danemark;. N. 66/67: 100, 106. 111

Belpaire, Vuurhaard voor locomotieven, gestookt met geperste blokkolen. M. 61/62: 13.

* Bemmel (W. van) Oprigter. N. 47/48: 121. Bedankt. N. 53/54: 109.

Bender (W.), Verbeterde spoorverzetting van -. U. 53/54: 82.

Excentriek-schijf van -. U. 56/57: 22.

Benkiser (Gebr.) Zie Etzel (C. von), Varignier.

* Bennet (S.) Wordt lid. N. 49/50: 246. N. 50/51: 39. Overlijdt. N. 56/57:14

* Bennett Hays (W.) Zie Hays.

* Benoit (E.) Wordt lid. N. 49/50: 246. Afgevoerd. Verslag 55/56: 15.

Benoit-Duportail (A.G.), Over elektrische telegrafen. U. 51/52 : 163.

* Bentinck tot Nijenhuis (W. baron). Oprigter. N. 47/48: 16, 116. Overlijdt. Verslag 60/61: 14.

Berckel (H.E. van). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Berg,

Over de met bemalings-werktuigen in het Blockland (Bremen) verkregen uitkomsten. U. 67/68: 48.

Die Entwässerung des Blocklandes im Gebiete der freien Hansestadt Bremen. U. 67/68: 48.

* Berg (F.J.) van den. Wordt lid. N. 53/54: 8. Raadslid. N. 64/65: 214.

Medewerker aan het Nederlandsch woordenboek. N. 55/56: 125. Verslag 55/56: 12.

Over het afnemen der duinen en het verlagen van het strand aan de Noordzee. N. 55/56: 29. V. 55/56: 142.

* Berg Jz. (J.P. van den). Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Berger (L. den).

Kaart van de Texelsche zeegaten, 1774. N. 62/63: 107, 110, 243, 245, 267.

Kaart van het Nieuwediep aan den Helder, 1785. N. 55/56: 85.

Berger (M. den), Verbaal omtrent de verandering der Texelsche zeegaten, 1755. N. 62/63: 265. Zie Harga (J.), Muller (J. Wonder).

Bergeron,

Over de funderingen der bruggen van Neuville-sur-Sarthe en van Saltash. U. 55/56: 59.

Over spoorwegen in Schotland. U. 65/66: 70.

* Bergh (J.G. van den).Wordt lid. N. 47/48: 154. N. 48/49: 14.

Mededeeling omtrent een ongeval aan de brug over de Mark. N. 63/64: 9.

Over den Concrete-mixer van P.J. Messant. N. 68/69:208.

Over D. Kirkaldy's inrigting tot het beproeven van den wederstand van bouwstoffen. N. 68/69: 210.

Beknopte beschrijving der overbrugging van het Hollandsch Diep bij Moerdijk. N. 68/69: 244, 281.

Bergon, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 184.

* Bergsma (E.H.) Wordt lid. N. 53/54: 7.

* Berkhout (B.) Wordt lid. N. 61/62: 64. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

* Berkhout (J.D.) Wordt lid. N. 60/61: 191.

* Berkhout (Mr. J.J. Teding van). Wordt lid. N. 53/54: 25.

Over de vestiging van eene nieuwe sterrewacht te Leiden. N. 54/55: 71, 81.

Over den aanleg der hoofden, bestemd voor aanlegplaatsen van stoombooten in het IJ vóór Amsterdam. N. 63/64: 263.

* Berkhout (Jhr. W.H. Teding van).Wordt lid. N. 60/61: 190.

Bernard (C.), Proefnemingen van omtrent den invloed van bedorven lucht. U. 61/62: 78.

Bernard (V), Over het gebruik van cement in metselwerk; pont-aux-doubles en petit-pont te Parijs. U. 54/55: 76.

Bernard, Dokwerken van te Toulon. U. 56/57: 166, 170.

* Bernet (G.E.) Wordt lid. N 60/61: 55. Overlijdt. Verslag 67/68: 12.

Bernet en zoon (C.), Spijkers van -. N. 55/56: 110.

* Bernhard, hertog van Saksen-Weimar.Benoemd tot honorair lid. N. 49/50: 11. Overlijdt. N. 62/63: 4.

Bernheim en Labouriau, Geperst leder van -. N. 49/50: 92.

Berrien, Over verkeerde verwing van eene brug. U. 67/68:93.

Berthelot, Vloeibaarmaking van gassen. U. 51/52: 34.

Berthier, Ontleding van tras. U. 52/53: 59.

Berthoud (F.), Uurwerkmaker. U. 61/62: 21.

Bertram, Bederfwerend middel voor dwarsliggers. M. 57/58:5.

* Besier (C.A.) Wordt lid. N. 66/67: 327.

* Besier (J.A.) Wordt lid. N. 59/60: 197. Raadslid. N. 67/68: 339.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 61/62: 62. Zie * Conrad (P.W.)

Bessas-Lamégie en Henry, Proef met een stelsel van gegoten ijzeren liggers. U. 62/63: 59.

Bessemer (H.), Verbeteringen in het vervaardigen van smeedbaar ijzer en staal. U. 56/57: 57, 91. U. 57/58, 78, 177. U. 68/69: 27

* Beth (C.) Wordt lid. N. 58/59: 8.

Bethell (J.), Bereiding van hout. U. 51/52: 183. V. 52/53: 22, 24-32. U. 55/56:9, 10,11. N. 56/57: 20,114. N. 57/58: 57. U. 60/61: 63. U. 67/68: 92, 94.

Verbetert de duikerkleeding. U. 56/57: 32, 33.

Marine-teleskoop van -. U. 56/57: 33.

Ontsteking van buskruid onder water. U. 56/57: 33: 34. Zie * Bake (H.A. van den Wall).

* Bétrancourt (de Lannée de). Zie * Lannée.

Betts versus Menzies, Octrooi voor het vervaardigen van tin. U. 64/65: 41.

Betts. Zie Brassey.

* Beukman van der Wijck (F.J.T.N.) Zie * Wijck,

* Beusekom (A.J.H. van). Wordt lid. N. 54/55: 171. Overlijdt. Verslag 64/65: 10.

* Beusekom (H.A.J.W. van). Wordt lid. N. 49/50: 246. Overlijdt. Verslag 68/69: 12.

* Beusekom (J.G. van). Wordt lid. N. 56/57: 47. Bedankt. Verslag 61/62: 13.

Bevan. Zie Knight.

Bianchi (B.), Bliksemafleider van -. U. 54/55: 42.

Bianchi (E.), Italiaansch ingenieur, V. 62/63: 107, 141. Beschrijving der landgoederen van graaf C. Borromeo in noordelijk Italië. (Vertaling van H. de Bruyn.) V. 62/63: 142.

Bickford, Zunders van -. U. 56/57: 33.

Bidaut (E.),

Rapport sur l'analyse du limon de l'Escaut N. 66/67: 208.

Mémoire relatif à un projet de fertilisation des bruyères à l'aîde de l'eau de l'Escaut. N. 66/67: 212. Vertaald medegedeeld in U. 51/52: 8.

Bidder,

Onderzoek der havenpalen te Lowestoft. V. 52/53: 25.

Legt de Victoria-dokken aan. U. 66/67: 49.

* Bye (Jhr. S.H. van der Does de). Wordt lid. N. 55/56: 111.

* Bienfait (J.J.) Wordt lid. N. 56/57: 47. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Bienfait (L.A.). Zie * Boelen JRzn. (J.), Santhagens (J.J.A.).

* Bik (J.H.) Wordt lid. N. 68/69: 154.

* Bik (P. Vreede). Zie * Vreede.

Bindom Blood (W.) Zie Blood.

Bineau, Iets over bogten met kleinen straal in spoorwegen. U. 57/58: 124.

Birch (J.B. en E.), Gebruik van gegoten ijzer in zeewater, U. 63/64: 19.

Birkenshaw in 1820 geoctroijeerd voor getrokken ijzeren spoorregels U. 52/53: 69.

* Bischoff van Heemskerck (W.F.K.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Overlijdt. Verslag 51/52: 15.

* Blaauw JHz. (.4.) : Oprigter. N. 47/48: 116. Bedankt. Verslag. 66/67: 12.

* Blaauw (G.J.) Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Blackett,

Locomotief van -, in 1813. U. 59/60: 109.

Ontdekking van omtrent zoogenaamde gladde ligchamen U. 62/63: 48.

Blackwell (S.H.), Verbeterde toestel voor grondboringen van Kind. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 54/55: 153.

Blackwell, Behandeling van rioolstoffen van -.U.58/59:161.

Blakely (T.A.), Het vervaardigen van geschut, zoodat de wederstand van het metaal over de geheele massa gelijkelijk in werking komt. U. 59/60: 123. Vgl. * Delprat (Dr. I.P.)

Blanchard, Werktuig om hout te buigen van-.U.57/58:98.

* Blanchemanche (P.S.) Wordt lid. N. 60/61: 9.

Blanken Jz. (J.)

Bijzonderheden omtrent -. N. 63/64: 143 volgg.

Rapport omtrent eene reis naar Brest en Toulon met J.P. Asmus, in 1797. V. 1849 II: 18.

Verbaal van het plaatsen van het linieschip Willem I in het drooge dok aan het Nieuwediep. N. 51/52: 32, 76.

Bouwt het dok te Willemsoord. V. 65/66 I: 2 volgg.

Plannen van - en D Mentz ter herstelling van het dok te Willemsoord. V. 65/66 I: 3-5. V. 66/67 I: 97.

Memorie over de tot dusver doelmatig uitgestelde versterkings-en voltooijingswerken van het drooge kieldok te Willemsoord, door J. Blanken Jz., N.A. de Vries, P. Schuyt en J. Landstraat. V. 65/66 I: 3. V. 66/67 I: 96.

* Blanken (J. van Lakerveld). Oprigter. N. 47/48: 118.

Blavier (E.E.), Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 184, 189, 190.

* Bleckmann (H.) Wordt lid. N. 50/51 : 93. Overlijdt. Verslag 60/61 : 14.

* Bleckmann (Th.) Wordt lid. N. 51/52: 183.

Medewerker aan het Nederlandsch woor-denboek. N. 55/56 : 126.

De inrigting met hydraulische heftoestellen te Homburg en Ruhrort voor den overgang over den Rijn, N. 56/57: 5, 18. V. 59/60: 1.

Nota omtrent verrigte waterpassingen over breede stroomen door - en *E. Steuerwald. N. 57/58: 90, 103.

Over een toestel van Giffard. N. 58/59: 87.

Onderzoekt den waterafvoer van het Pannerdensch kanaal.N. 67/68: 200.

* Bleekrode (Dr. S.) Oprigter. N. 47/48; 16, 121. Overlijdt. Verslag 61/62: 12.

Over artesische putten. N. 48/49: 95.

In hoeverre zijn andere vloeistoffen dan water geschikt tot het vormen van stoom? N. 48/49: 300.

Opmerkingen over stukken betrekkelijk eenige putboringen in Nederland, over mededeelingen van J. van Maurik, jhr. G.E.A. van Panhuys, enz. N. 50/51: 92, 100. Vgl. 162.

Over een in vermolmd hout gevonden insect. N. 51/52: 167.

Scheikundig en technisch onderzoek van waterkalk en cement uit Limburg. N. 51/52: 180.

Over getah-pertja. N. 57/58: 141.

Over ijzerslakken. N. 58/59: 30, 98.

Over bliksemafleiders. N. 58/59: 51.

Over de gaspit van Hart. N. 58/59: 84.

Over de bruinkool van Borneo. N. 59/60: 65.

Over het gas van H. Leprince, enz. N. 60/61: 75, 135.

Waterstofgas vergeleken met steenkool- en lichtgas, in zijne bruikbaarheid tot het verkrijgen van een moteur in plaats van stoom, naar aanleiding van eene verhandeling van B. J. Tideman over knalgaswerktuigen. N. 60/61: 94, 111.

Over geverwd gecreosoteerd hout. N. 61/62: 7, 47.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 48/49: 147,148. N. 57/58: 68, 139. N. 59/60: 104.

Blenkinsop, Getande raderen bij locomotieven in 1811, U. 59/60: 109. U. 62/63: 48.

Blenkinsop. Zie Fothergill (B.)

* Blijenburgh (A.A. van). Wordt lid. N. 62/63: 43. Overlijdt. Verslag 63/64: 14.

Blyth, Behandeling van rioolstoffen van -. U. 58/59: 163.

* Bloeme (W.A.C. de). Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12.

Blohm, Beschrijving van een werktuig tot het boren van gaten in palen voor rijswerken. U. 55/56: 49.

* Blom (W.J.S.J.) Wordt lid. N. 57/58: 7.

* Blommendal (A.R.) Wordt lid. N. 66/67: 327.

Kaart van de Texelsche Zeegaten. N. 62/63: 245.

Over den waterafvoer van de Schelde. N. 67/68: 235.

Processen-verbaal van - en A. Stessels betreffende den toestand van de Schelde bij Bath . N. 68/69: 23, 33, 130, 162. Vgl. 75.

Zie * Brunings (C.) Vgl. N. 67/68: 235.

Blood (W. Bindom). Zie Doyne (W. T.)

Blotnitzky, Voorstel van - tot overgang van den berg St.Gothard. U. 66/67: 40.

* Blume (Mr. N.A.) Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

Blussé (P.F.L.) Zie Donker Curtius (B.)

* Boachi. Zie * Aquassi.

Bobierre, Seheepsbouten van -. N. 63/64: 184. Vgl. N. 64/65: 8.

Bochet (H.), Proefnemingen met betrekking tot de slepende wrijving. U. 61/62: 99.

Bochkolz (A.)Lid eener Oostenrjjksche commissie voor de bepaling van de uiterste belasting van ijzer bij bruggen. U. 66/67: 107.

Bock (Dr. F.), Over de restauratie der 0.L.V. Munsterkerk te Roermond door P.J.H. Cuypers. N. 63/64 : 227, volgg.

Bodel Nyenhuis (Mr. J.T.), Kaartverzameling van -. N. 65/66: 36.

Bodman (J. J.), Over vervaardiging van spoorstaven. U. 61/62 : 95.

Boeck (Ch.), Mikroskopisch onderzoek van bereide palen, U. 59/60: 175.

* Boelen JRzn. (J.) Wordt lid. N. 62/63: 226.

Over Nederlandsch en Engelsch scheepskoper. N 63/64:34,178.

Over den standaard ten aanzien van gewigt, maat en prijs van koper hier te lande. N. 63/64: 37, 75, 87.

Over scheepsmeting. N. 63/64: 41.

Over kopervastmaking voor schepen. N. 63/64: 180. Vgl N. 64/65: 95.

Over arbeidersvereenigingen. N. 65/66: 188.

Conferentie met B. Kooy Jz., L.A. Bienfait, J.A. de Haas, C.P. Kuyper en F.C. Jaski over het aanleggen van eene nieuwe haven bij Wijk aan Zee. N. 67/68: 132.

Over den maatstaf der loodspligtigheid op het kanaal van Suez. N. 68/69: 138.

Over het ontwerp van wet betreffende het gebruik van stoom-toestellen. N. 68/69: 141.

Over het stranden van schepen op de Nederlandsche kust. N. 68/69: 143, 145.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 63/64: 204,205. N. 64/65: 146. N. 65/66: 182, 189. N. 66/67: 217, 227, 255, 272. N. 67/68: 64, 203, 213. N. 68/69: 144 Zie Santhagens (J.J.A.)

* Boellaard (D.J.H.) Wordt lid. N. 60/61: 190. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

* Boerrigter (N.H.) Oprigter. N. 47/48: 16, 116. Overlijdt. Verslag 54/55: 22.

*Bogaard (J.J. van Tienhoven van den). Zie * Tienhoven.

* Bogaert (P.J.J.) Oprigter. N. 47/48: 116. Over de gasleiding door glazen buizen te Maastricht. N. 48/49: 195, 256.

* Bögel (J.L. Nering). Oprigter. N. 47/48: 121. Overlijdt. Verslag 65/66: 11.

Over moeras-ijzerertsen. N. 58/59: 98, 106.

Boydell, Geoctroijeerde eindelooze spoorweg van -. U. 56/57:15.

Boileau (L.A.), Over den beton van Coignet. U. 67/68: 94.

Boileau (P.), Molentje van -. U. 61/62: 32.

Traite de la mesure des eaux courantes. V. 64/65 : 62.

Boinvillers (Ed), Over tariefbepalingen van spoorwegmaatschappijen. U. 60/61: 13.

Bolenius, Over de zandbedden, waarop eenige gebouwen op het stationsplein te Emden zijn gefundeerd. (Vertaling met aanhangsel van A. J. Voorduin.) U. 66/67: 74, 76.

* Bolier (P.V.C.) Wordt lid. N. 61/62: 64.

* Boll van Buuren (C.) Wordt lid. N. 49/50: 10. Overlijdt. Verslag 59/60: 13.

Bolley (F.) en Schwarzenbach, Onderzoek van petroleum. U. 63/64: 52.

* Bolten (C.J.) Oprigter. N. 47/48: 116.

Bomme (L.), Over den steenworm. N. 54/55: 207.

Bonelli, Elektrische telegraaf voor spoorwegen van -.U.55/56: 62, 86, 90. Vgl. Gaillard.

Elektrisch weefgetouw van -, verbeterd door Froment. M. 59/60: 3.

Bonicci (C), Werktuig om diepzeeloodingen te doen van -.U. 56/57: 52.

Boninge (Ch. de) Zie Pycke (Chev. Ed.)

Bonnin (J.), Travaux d'achèvement de la digue de Cherbourg. U. 62/63: 71.

Boocks (F.) Over de ontwikkeling van gas uit water volgens-. U. 54/55: 85.

* Boogaard (J.F.) Wordt lid. N. 68/69: 29.

* Boonacker (J.F.H.) Wordt lid. N. 55/56: 69. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Boot. Zie Murphi.

*Bordes (J.P. de). Wordt lid. N. 60/61: 96.

Verslag van - en dr. J.W. Gunning over schelpkalk. N. 58/59: 78, 89. Vgl. Campo (W.F. del).

Brief over spoorwegen op Java. N. 64/65: 120, 160.

(Inlichtingen van T.J. Stieltjes daar-omtrent.) N. 64/65:120,141.

Mededeelingen van E.A. Haitink, daartoe betrekkelijk. N. 64/65 : 128.)

Nadere brief. N. 65/66: 5, 37.

De verdediging van Nederland in 1672 en 1673, door jhr. J.W. van Sypesteyn en -. N. 65/66: 194.

* Borel (H.H.) Wordt lid. N. 54/55: 171. Bedankt. Verslag 56/57: 19.

Borelli, Duikerkleeding van -, 1669. U. 56/57: 31.

Borggreve (F.),

Inrigting der aardleidingen op de Pruissische telegraafkantoren. U. 56/57: 29.

Raadt het gebruik van telegraafpalen van steen en ijzer aan. U. 59/60: 162.

Borromeo (Graaf C.), Beschrijving der bezitting van - in noordelijk Italië. V. 62/63: 142.

* Borski (D.) Wordt lid. N. 47/48: 123. N. 48/49: 14.

Bortier, Proefnemingen van - ter beplanting van de duinen. U. 60/61: 73. N. 65/66: 221.

* Bos (D.H.) Oprigter. N. 47/48: 116. Bedankt. N. 53/54: 109.

Bosch (B.), Apercu sur les applications d'asphalte en Belgique. N. 57/58: 5.

Bosch (H.), Brief ten geleide van monsters gebakken steen (grès artificiel). N. 67/68: 77, 158. Verslag daaromtrent. N. 68/69: 72, 116.

* Bosch (D. van den). Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125. Verslag 55/56: 12.

Vulling van glazen buizen voor standaard- en observatiebarometers. N. 54/55: 72, 125, 126.

Stuurkompas en roos, detector genaamd. N. 60/61: 50.

* Bosch (R.J.A. Kallenberg van den). Zie *Kallenberg.

*Bosch Reitz (Mr. Ch.) Wordt lid. N. 62/63: 212.

* Bosscha (H.G.) Wordt lid. N. 53/54: 74.

Proeven ter bepaling van den besten vorm van gegoten ijzeren balken, met inachtneming van de grenzen der veerkracht. N. 56/57: 83. V. 57/58: 20.

Over de centrifugaalpomp van Gwynne. N. 67/68: 142, 159.

Ontwerpt een stoomtuig voor de dokwerken te Willemsoord. V. 65/66 I.: 30.

* Bosscha (Dr. J.) Wordt lid. N. 64/65: 213. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Leerboek der natuurkunde. U. 67/68: 40.

* Bosse (M.J. van). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Bossey. Zie Kuhlmann (P.)

* Bosson (A.J.A. de). Wordt lid. N. 52/53: 136. Bedankt. Verslag 60/61: 14.

Botka. Zie Klein.

Boucard, Iets over den tunnel onder het Kanaal. U. 58/59: 185.

Boucaumont Sr., Proefnemingen aan de gegoten ijzeren brug over de Loire te Nevers. U. 55/56: 11.

Boucherie (Dr. A.), Bereidingswijze van - ter beveiliging van hout voor telegraafpalen en andere doeleinden. U. 1848 11: 17. V. 52/53. 33. U. 55/56: 7. V. 57/58: 65. M. 57/58: 61. U. 59/60: 175. U. 60/61: 63. U. 67/68: 91, 92. Verslag van de uitkomst der door gedane proeven ter bewaring van hout. Door Avril, Didion en Mary. (Vertaling van G. van Diesen.) U. 51/52: 50. Vgl * Kluppel (J.A.), Noyon, Vinchent (J.)

Boudin, Lid eener internationale commissie over de afdamming der Oosterschelde. Rapport. N. 66/67: 126. Vgl. N. 67/68: 235.

Boudousquié. Zie Kuhlmann (F.).

Bouillet (H), Vereenigd gebruik van galvanoplastic en gietwerk in de werkplaatsen van Christofle. U. 54/55: 73.

Boulange (G.), Aanteekeningen bijeenverzameld bij een bezoek van eenige spoorwegen in Duitschland. U. 54/55: 22. Over de overstroomingen van de Loire in 1846 en den invloed der dijken. V. 62/63: 66.

* Boumeester (H.G.) Wordt lid. N. 54/55: 40.

Bouniceau (M.), Over den wederstand van verschillende houtsoorten tegen wringing. U. 61/62: 66. Proefnemingen van omtrent de uitzetting van metselwerk. U. 63/64: 43. Etude sur la navigation des rivières a marées. U. 60/61: 46. Etudes et notions sur les constructions à la mer. N. 66/67: 118. N. 67/68: 190. U. 66/67: 106.

Bourdaloue (P.A.), Waterpassingen in het departement van de Cher. U. 55/56: 50. Algemeene waterpassing van Frankrijk. U. 55/56: 50. N. 64/65: 147, 154, 155. Waterpassing van de landstreek tusschen de Roode Zee en den Nijl. U. 56/57: 179. Pantosymmêtre van -. N. 64/65: 152.

Bourdin, Compensatieslinger van -. U. 51/52 : 6.

Bourdon (H.), Middelen (er beveiliging van hout, touw en lijnwaad tegen bederf. U 1848 II : 17. U. 55/56 : 9.

Bourdon, Proeven met stoomketting-sleepvaart in 1824. U. 66/67 : 88.

Bourdon, Manometer van -. N. 57/58: 70. Dynamometer van -. U. 61/62 : 52.

Bourgeois, Proeven van - met schroeven voor stoomschepen. U. 55/56: 83. Vgl. Isherwood (B.F.)

* Bouricius (L.G.B.) Wordt lid. N. 63/64: 266.

Bourla, Lid eener Belgische Scheldecommissie. N. 66/67 : 160.

Bourseul, Over den kopernederslag op diaphragmen. U. 57/58: 157.

* Bousquet Sr. (H.A.L.) Wordt lid. N. 52/53: 73. Overlijdt Verslag 53/54: 17.

* Bousquet Jr. (H.A.L.) Wordt lid. N. 51/52: 170. Overlijdt. Verslag 54/55: 22.

Boutigny van Evreux (P.H.),

Proeve over de aanwending van warmte als beweegmiddel. U. 1849 IV : 103.

Over de physische gesteldheid van ligchamen in spheroïdaleri toestand. U. 1850 IX : 88.

Nouvelle branche de physique ou études sur les corps a l'état sphéroidal. U. 1850 IX : 88.

Zie Hutin (B.)

* Bouwensch (K.E.W.) Wordt lid. N. 51/52: 183.

Bowditch (W.R.), Over gaszuivering. U. 54/55: 73.

Bower (G.), Gastoestel van -. U. 59/60: 28.

Braacx (Th.), Prijslijst van -. N. 57/58: 90.

* Brade (W.J.) Wordt lid. N. 62/63: 226.

Braidwood (J.), Brand en brandvrije gebouwen (Vertaling van * J.G. van Gendt Jr.) U. 56/57: 147. Over de sterkte van verhit ijzer. U. 67/68: 40.

Braithwaite, Duikerklok van -. U. 56/57: 31.

* Brakell (Jhr. H.G.B. de Vaynes van). Zie * Vaynes.

Brame (E.) Over den staat der wegen van den Chemin du Nord. M. 61/62: 1.

Bramwell, Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 36.

* Brand (F.) Wordt lid N. 62/63: 123.

* Brandis (W.J. Brender a). Zie * Brender.

Brandt (E.), Lehrbuch der Eisen-Konstruktionen. N. 66/67: 282.

Brandt (J.J.) Zie Machielse (A.)

* Brants (J.I.) Wordt lid. N. 64/65: 213.

Brassey (Th.), Over een spoorweg in Abyssinie. U. 68/69: 26.

Brassey, Fell en Cie., Concessionarissen voor de lijn over den Mont-Cénis. U. 65/66: 109. U. 68/69: 1.

Brassey, Peto en Betts. Zie Stephenson (R.) en A. M. Ross.

Bréant, Toestel tot bewaring van hout. U. 55/56: 5.

* Breda (W.H.) Wordt lid. N. 54/55: 75. Overlijdt. Verslag 56/57: 19.

* Brederode (K.H. van). Oprigter. N. 47/48: 16, 123.

Ontwerp van een yachtclubhuis. N. 49/50: 93.

Beschrijving van de brug over den spoorweg in het gedeelte van Meppel naar Heerenveen van den staatsspoorweg van Amsterdam naar Leeuwarden. N. 68/69: 242, 256.

* Breebaart (J.N.) Wordt lid. N. 62/63: 81. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Breguet (L), Middel ter beveiliging van telegrafen tegen den bliksem, U. 54/55: 96.

Breymann (G.A.), Allgemeine Bau-Constructïons-Lehre. N. 66/67: 282.

Breithaupt (F.W.), Mechanicus te Kassel. N. 63/64:197.

Breithaupt, Bevestiging van spoorstaven van -. U. 62/63: 58.

Bremer, Elektrisch klokwerk op den Brunswijkschen spoorweg. U 58/59: 35.

Bremontier (N.T.),

Beplanting van duinen door-. U. 60/61: 74, Vgl. N. 65/66: 202.

Mémoire sur les dunes et particulièrerment sur celles qui se trouvent a l'embouchure de la Gironde. N. 65/66: 201.

* Brender a Brandis (W.J.) Wordt lid. N. 67/68: 329.

Bresse, Over het molentje van Woltman. U. 61/62: 26.

Methode ter berekening van het moment van doorbuiging in een ligger. N. 61/62: 46.

Over bewegende lasten op balken. U. 62/63: 72. Cours de mécanique appliquée. N. 62/63: 120, 177, 202. N. 65/66: 28. Vgl. Delprat (Dr. I.P.)

Recherches analytiques sur la flexion et la résistance des pièces courbes. U. 54/55: 127.

Bression. Zie Aymar.

Brett (Gebr. J. en J.), Over eene telegraafverbinding tusschen Engeland en Amerika. U. 54/55: 172.

Brett (J. Watkins), Over den telegraaf door de Middellandsche Zee. U. 56/57: 124.

* Bretz (I.S.) Wordt lid. N. 52/53: 180. Overlijdt. Verslag 59/60: 13.

Breuclin (F.) Over het turf stoken bij stoomwerktuigen. U. 1848 II: 20.

* Breukel (S.J.H.) Wordt lid. N. 62/63: 81.

* Breunissen Troost (C.H.) Zie * Troost.

* Brevet (A.J.) Wordt lid. N. 51/52: 32.

Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 126.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 61/62: 62; mederedacteur. N. 63/64: 40.

Over het bereiden van hout voor de rijkstelegraafpalen en schoren. N. 56/57: 3.

Opstellen van kistingen. N. 61/62: 103. V. 62/63: 10.

Opgave van dijkbreuken en overstroomingen in Nederland. N. 62/63: 219, 228. Vgl. Conrad (F.W.), Ferrand (J.H.), Olivier Dz. (E.), Sypesteyn (Jhr. J.W. van), Staring (Dr. W.C.H.), Toorn, (J. van der), Wencker (J.C.)

Nota over het kanaal van Apeldoorn naar Dieren. N. 64/65: 211, 218. N. 65/66: 45. Vgl. Stieltjes (T. J.) Uittreksel uit eene memorie, behoorende bij het ontwerp tot het maken van eene haven te Harderwijk. N. 65/66:131,152.

* Brevet (I.J.) Wordt lid. N. 66/67: 75.

Brewer (F.W.J.). Zie Rhemen van Rhemenshuizen (Mr. C.H. baron van)

Brewster (D.), Over den vooruitgang der sterrekunde. U. 1850 IX: 259.

Brialmont (A.), Over de opbewaring van het buskruid en de inrigting der buskruidmagazijnen. (Vertaling van J.C. Verheye van Sonsbeeck.) U. 51/52: 44.

Bryce (Th.D.), Nieuwe wijze om straatwegen te leggen. M. 57/58 : 18.

Bridges Adams (W.) Zie Adams.

* Brienen van de Grootelindt (W.D.A.M. baron). Wordt lid. N. 59/60:197. Overlijdt. Verslag 62/63:10.

Bright (Ch), Elektrische log van -. U. 57/58: 207. Verslag van het leggen van den telegraafkabel tusschen Europa en Amerika in 1857. U. 57/58: 208.

Bright (E.B.), Verbeterd peillood van -. U. 52/53 : 57.

Brink (J.F. van den), Hydraulische kalk van -. N. 60/61 : 83, 101. Vgl. Hartwich.

Over den zandsteen van Nievelstein bij Herzogenrath, trachiet, enz. N. 61/62: 27, 185, 232, 234.

Bristow (J.) en H. Attwood, Octrooi voor rookvertering van-. U. 54/55: 6.

Brix (A.F.W.), Over draaijende wrijving. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 50/51 : 42. Vgl. Delprat (Dr. I.P.)

Ueber die Reibung und den Widerstand der Fuhrwerke auf Strassen von verschiedener Beschaffenheit. U. 50/51 : 42.

Brix (Dr. W.),

Redacteur van het tijdschrift der Duitsch-Oostenrijksche telegrafen-vereeniging. N. 53/54: 23.

Aanteekening op eene mededeeling van C. Nielsen omtrent bewaring van telegraafpalen. U. 59/60: 175.

Waarnemingen omtrent de werkingen van het noorderlicht op telegraaflijnen. U. 59/60: 176.

Broc (W.), Verbeterde verwarming van vertrekken. U. 52/53: 94.

Brock (de), hoofdingenieur, Bijzonderheden omtrent-. N. 63/64: 145, 146.

Brockmann, Mededeeling omtrent het stoken van steenkolen in locomotieven. U. 61/62: 97.

* Brocx (W.L.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Afgevoerd. Verslag 64/65:12.

* Broedelet (J.S.) Wordt lid. N 62/63: 123.

Broeke (J.H.C. van den), Brief ten geleide van monsters machinaal gevormden steen. N. 64/65 : 5, 71.

* Broekman (A.G.) Wordt lid. N. 59/60: 71.

* Broese van Groenou (H.) Wordt lid. N. 61/62: 169.

Broms (J.F.) Zie Santhagens (J.J.A.)

Brongniart (A.), De kunst om voorwerpen van gebakken aarde te maken en de inrigting der ovens daarvoor. U. 51/52: 111.

Bronzac, Schoorsteen van -. U. 64/65: 50.

Brooke, Kalefateren met caoutchouc. U. 54/55: 74.

Brooman (A.), Octrooi voor verbeteringen in windmolens. U. 52/53: 57.

Brouwer (D.J.), Handleiding tot de theoretische en praktische zeevaar t kunde. N. 66/67: 69.

* Brouwer (J.J.) Wordt lid. N. 60/61: 191. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

* Brouwer (L.A.) Wordt lid. N. 63/64: 85. Bedankt. Verslag 67/68: 13. Hersteld. Verslag 68/69: 13.

* Brouwer van Hogendorp (F. de). Wordt lid. N. 57/58: 186.

* Brouwer Starck (J.G.) Zie * Starck.

* Brown (G.) Wordt lid. N. 67/68: 10.

Brown en Cie (J.), IJzeren platen van -. V. 63/64: 60.

Fabriek van pantserplaten van -. U. 64/65: 19.

Brown, Ventilator-inrigting van -. U. 57/58: 255.

Bruce (G.B.), Het bouwen van bruggen op steenen cilinders in Indie. U. 58/59: 155.

Bruyin, Toestel voor het ijken van glaswerk. N. 49/50: 25.

* Bruyn (C. de). Wordt lid. N. 66/67: 75.

* Bruyn Jzn. (G.) Oprigter. N. 47/48: 16, 123. Afgevoerd. Verslag 55/56: 15.

* Bruyn (H. de). Wordt lid. N. 52/53: 6.

President der afdeeling Oostelijk Java. N. 54/55: 85. N. 56/57: 14. N. 57/58: 29.

Raadslid. N. 67/68: 339.

Betonstorting met cement van Goenong Sahari. N. 53/54: 66.

Over het gebruik van schroefpalen in Nederlandsch Indie N. 53/54: 68. N. 54/55:17. N. 55/56: 7, 29.

Over den Porrongschen overlaat. N. 55/56: 7, 13, 29, 40, 105, 122.

Nota over den waterstaat der afdeelingen Soerabaia en Modjokerto en over de kanalisatie der Porrongrivier. N. 56/57: 36, 56. Vgl. U. 67/68: 30. Vgl. Buysing (D.J. Storm.)

Aanteekeningen omtrent de Welirangsche tras. N. 56/57:38,62.

Over de stuw in de Porrongrivier, bij Lenkong. N. 57/58: 92, 121. Vgl. N. 56/57: 24, 36.

Verslag van eene reis naar Frankrijk en Noord-Italie. N. 61/62: 184, 206. V. 62/63: 60.

Los- en laadhoofd te Makassar. N. 64/65: 79. V. 64/65: 57. N. 65/66: 131.

Verslag over den bouw eener brug over de rivier de Begaloe, residentie Bagelen. N. 66/67: 324. V. 67/68:13.

Aanteekeningen van - en W. Smith omtrent twee soorten van kunstwaterkalken in de residentie Soerabaia. N. 56/57 :12, 135, 158.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 54/55: 17, 19, 20, 88. Zie Bianchi (E.), Comoy.

* Bruyn (H. E. de). Wordt lid. N 60/61: 139. Afgevoerd. Verslag 65/60: 12.

Bruyn (P.A.); Lid eener commissie voor het droog dok te Willemsoord. V. 65/66 I:1. Rapport V. 66/67. I:95.

* Bruyn (P.H.) Wordt lid. N. 67/68 : 66.

* Bruyn (P.H. de). Wordt lid. N. 68/69: 29.

* Bruyn Kops (de). Zie * Kops.

Bruinier (W.F.), Over een équerre à miroirs van A. F. Huese. N. 61/62: 89, 127.

Brüll (A.), Kromme lijn om het gewigt en den prijs van ijzeren bruggen te berekenen. U. 63/64: 38.

Brunel (I.Kingdom),

Gemengd spoor van-. N. 49/50:138.

Bouwt de brug over de Wye bij Chepstow, in den spoorweg van Zuid-Wales. (Aannemers Finch en Willey.) U.51/52:208. U. 52/53: 2, 17. U. 53/54: 17. U. 56/57: 73. U. 63/64: 107.

Over creosotering van hout. V. 52/53: 23, 25. IJzeren monsterstoomschip the Great Eastern van -. U. 53/54, 62. U. 54/55:, 85.

Rolwagen voor spoorwegen van -. U. 53/54: 84.

Bouwt de spoorwegbrug over de Saltash. (Aannemer M. Mare.) U. 55/56: 61. U. 63/64: 105.

Spoorstaven van -. U. 61/62: 96.

Bouwt de brug bij Windsor in den Great-Western spoorweg. U. 63/64: 109

Hungerford-hangbrug van -. U. 65/66: 30. Zie Rühlmann (M.), Stephenson (R.)

Brunings (Chr.) Inspecteur-generaal van den waterstaat.

Prijsverhandeling van F. W. Conrad, de vader, over -. N. 48/49: 143.

Aanmerkingen omtrent de methode, waarvan men zich bij de jaarlijksche peilingen der boven-rivieren bediend heeft en hoe die voortaan behoorden te geschieden, N. 51/52: 30, 59.

Het Bylandsch kanaal doorgegraven onder de leiding van -. V. 66/67 II: 2.

Waarnemingen in den Rijn, de Waal, den Nederrijn, de Lek, den IJssel. U. 68/69: 83, 84, 85. Vgl. Delprat (Dr. I. P.) Zie Engelman (J.)

* Brunings (C.) Oprigter, N. 47/48: 116.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 61/62: 62.

Mededeeling betreffende de waterpassing in de provincie Groningen. N. 61/62:5, 15.

Rapporten wegens proefnemingen met te Ostende gecreosoteerd hout. N. 65/66:126, 147. N. 66/67:226, 235.

Rapporten omtrent het bestand zijn van sommige West-indische houtsoorten tegen den paalworm. N. 67/68: 75, 141, 144.

Advies van en A.R. Blommendal over het rapport der Belgische commissie betreffende de afdamming der Ooster-Schelde, N. 66/67:50, 82. Vgl. U. 68/69: 53 en Beijerinck (J. A.), Caland (P.), Maas, Pycke (Chev. Ed.), Wolters. Brunings Jr. (C.)

Maakt een ontwerp van een kanaal tusschen Apeldoorn en Dieren. N. 65/66: 12.

Doet de opmeting der Nieuwkoopsche en Zevenbergsche plassen. N. 66/67: 46.

Brunings (C. L.) Zie Twent (A. P.)

Brunlees (J.), Nieuwe spoorwegbrug over de Leven. (Vertaling van F. W. van Gendt Jr.) U. 55/56 : 52.

Nieuwe wijze om palen in den grond te drijven. U. 57/58 : 77.

Brunner, Reiniging van glazen en schalen volgens -. M. 58/59:22.

Brunton (J.) Proefbelasting voor hangbruggen. U. 52/53:96.

Brunton, Spoorwegwagen van -, 1813. U. 62/63: 48.

Brussaut, Circonverteur voor assen van werktuigen. M. 57/58: 25.

Buat (Du). Zie Dubuat.

Buchanan (G.), Over de sterkte van gegoten en gesmeed ijzer, enz. U. 1848 II: 142. U. 1848 III: 110. U. 1849 V: 107.

Mededeeling omtrent den schoorsteen der gasfabriek te Edinburg. (Vertaling van J. A. Feith.) U. 51/52: 131.

* Büchler (D.D.) Oprigter. N. 47/48: 116. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Buck (G. Watson). Zie Lacy.

Buck, Over scheve bogen. U. 53/54: 115.

Buckland (Dr.), Over middelen tegen den paalworm. V. 52/53: 23, 25.

Bucklin (F.G.), Over het bekleeden van telegraafdraden. U. 54/55: 43.

Budd (J.P.), Aanwending der gassen, welke uit de blaas-ovens ontsnappen. U. 1848 III: 81. U. 1850 IX: 273.

Büdde GJzn. (D.), Over den rooden bouwsteen van den Main. N. 51/52: 166, 172.

Budde Gzn. (H.), Over den bouwsteen van den Main en den Neckar. N. 48/49: 306, 317.

* Budde (B. Cost). Wordt lid. N. 61/62: 201.

* Buddingh (J.J.) Wordt lid. N. 58/59: 62.

Bühler, Over het gebruik van waterglas, U. 58/59: 102.

* Buys Ballot (Dr. C.H.D.) Zie * Ballot.

* Buys (Jhr. P.H.A. Martini). Wordt lid. N. 57/58: 7. Zie * Waldorp (J.A.A.).

* Buysing (C. Storm). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Buysing (D.J. Storm). Oprigter. N. 47/48: 6, 119.

Raadslid. N. 47/48: 6, 36. N. 48/49: 15. N. 49/50: 11. N. 51/52: 183. N. 54/55: 202. N. 57/58: 186. N. 60/61: 192.

Verlangt niet meer voor het lidmaatschap van den raad van bestuur in aanmerking te komen. N. 63/64: 267.

Bibliothekaris. N. 47/48: 143. N. 48/49:355. Verslag: 49/50: 51, 50/51:41. 51/52:45. 52/53:43, 53/54:47. 54/55 : 53. 55/56 :45. 56/57 : 53. 57/58 : 63. 58/59: 49. 59/60 : 39.

Vice-president. Verslag: 60/61: 13. 61/62: 49.

Lid eener commissie ter beoordeeling van de antwoorden op de prijsvraag omtrent de vlugt-heuvels. V. 61/62: 79.

Bedankt.Verslag 68/69:13.

Bijzondere constructie van eene raveling. N. 48/49:261, 277.

Opmerkingen over ontworpen stuwen op de Vecht en de Regge. N. 49/50: 151.

Over de bemaling der polders Cool, Schoonderloo en Beukelsdijk. N. 50/51: 6, 24, 127. Vgl. Piepers (M.C.J.), Scholten (P.)

Over eene prijsvraag voor een ontwerp van eene zeer krachtige locomotief. N. 50/51: 6, 26.

Over schroefpalen. N. 51/52: 27.

Over eiken en dennen zwalpen. N. 51/52: 99.

Proeven ter bepaling van de minste hoogte, aan de kuip van een vijzelmolen te geven. N. 51/52: 179, 185.

Over het teekenonderwijs der gebroeders Dupuis. N. 51/52:181.

Nota aangaande de sluisvloeren. N. 52/53:6,56.

Mededeeling, namens den raad van bestuur, over de verbetering van de Poorongrivier en de Soerabaiarivier. N. 53/54:68.

Over den steenworm. N. 54/55: 193, 207.

Over de centrifugaalpomp van Gwynne. N. 57/58: 63.

Over het Jaarboekje. N. 61/62: 62.

Memorie van -, L.J.A. van der Kun en J.A. Scholten, over de verbetering van Delflands waterstaat. V. 52/53: 41.

Nota van - en J.W.L. van Oordt over ijzeren ophaalbruggen. N 57/58: 67. V. 58/59: 22.

Handleiding tot de kennis der waterbouwkunde, op verschillende plaatsen vermeld.

Kleine mededeelingen en opmerkingen. N. 48/49: 65,196. N. 52/53: 68, 69. N. 53/54: 130, 131. N. 54/55: 74, 153. N. 55/56: 37, 103. N. 56/57: 37, 81, 87. N. 58/59: 24. N. 59/60: 69, 70. N. 60/61: 170, 189. N. 61/62: 9, 50.

Zie * Conrad (F.W.), * Ferrand (J.H..), * Kun (L.J.A. van der).

Buyskes (A.A.), Kaart van de Texelsche zeegaten, 1796. N. 62/63: 37, 97, 106, 107, 243, 245. Verbeterd door A. F. Goudriaan. N. 62/63: 93, 106, 107, 243, 245.

* Buyskes (G.C.) Wordt lid. N. 54/55:201.

Standvastig elektrisch licht. U. 58/59: 120.

Beveiliging van hout voor brand. U. 58/59: 121.

Opmerkingen omtrent het onderhoud van puinwegen. U. 59/60: 14.

Moeijelijkheden bij het doorvaren van de brug Saint-Esprit over den Rhône. U. 60/61: 4.

Zie Landrin (H.C.), Lauterburg (K.), Marqfoy, Scheffler (Dr. H.), Tellkampf (H).

Bukowski, Lid eener Oostenrijksche commissie voor de bepaling van de uiterste belasting van ijzer bij bruggen. U. 66/67:107.

* Bungenberg (J.H.) Wordt lid. N. 55/56 : 97. Overlijdt. Verslag 60/61 : 14.

Burden, Over schepen, die onder water kunnen varen. (Mededeeling van J.J. van Kerkwijk.) U. 57/58: 123.

Burdon, IJzeren brug over de Wear van -. U, 56/57: 70.

Buresch (E), Iets over den London-Birmingham-spoorweg. U. 1850 IX: 108.

Burg (A. von), Mededeeling omtrent het werk van A.A. Humphreys en H.L. Abbott over den Mississippi. U. (68/69: 84.

* Burger (Dr. C.P.) Wordt lid. N. 59/60: 10.

* Burgersdijk (L.) Wordt lid. N. 64/65:96

Burgess (H.) Zie Watt (A.)

Burgess en Dodge, Verbeteringen in pomptoestellen voor dokken van -. U. 63/64: 3.

* Burine (F.H. de Veije de). Zie * Veije.

Burke, Wielband van -. U, 61/62: 86.

Bürkner. Zie Hartwich.

* Burn (Ch.) Wordt lid. N. 53/54: 7.

Voorgestelde constructie van breekwaters. N. 58/59: 87.

Vgl. Schneitter (J.L.) On the construction of horse railways for branch lines and for street traffic. U. 63/64: 65. Zie * Croker (B.W.)

Burnell (G.R),

Invloed van het gebruik van zuiver water, U. 53/54: 37.

Over het bewaren van hout tegen bederf. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 54/55: 86.

Opmerkingen over het heijen van palen. U. 55/56: 149.

Burnett (W.) bezigt zinkchloride ter beveiliging van hout.V. 52/53: 40. U 67/68: 91.

Burns, Behandeling van rioolstoffen van -. U 58/59: 168.

Burt (H. Potter), Over den aard en de eigenschappen van hout en middelen om het te beveiligen. V. 52/53: 40.

Busse (F.),

Over de verbetering van spoorwegliggers. U. 1848 I: 20, 31.

Zelfwerkende olie-smeer-toestel voor spoorwegrijtuigen van -. U. 53/54: 47.

Onderstellen van spoorwegwagens van -. U. 55/56: 119.

Spoorstaaf van -. U. 62/63: 60.

Butterley (0)., IJzeren platen van de -. V. 63/64: 60.

Büttner en Möring, Behandelingswijze van spoorwegliggers van -. U. 55/56: 123.

* Buuren (C. Boll van). Zie * Boll.

Buzzi (Dr. L.), Dilucidazioni sul porto-canale Rieter. N. 62/63: 112. Vgl. Rieter (H.)

Cable (S.), Nieuwe wijze van stoomvoortbrenging. U. 52/53: 96.

Cachin (baron), Belast met het herstellen van den dijk te Cherbourg. U. 62/63: 70.

Mémoire sur la digue de Cherbourg. U. 62/63: 70.

Cadiat (V.), Mémoire sur Ie régime des eaux dans Ie canal maritime de Suez. N. 64/65: 4, 46.

Cadiat ainé, Over den tegenstand tegen de zuigers eener loco-motief door den ontwijkenden stoom. (Vertaling van J. Lebret.) U. 51/52: 197.

Cadiat, Ventilator van -. U. 57/58: 234.

Cadiat. Zie Oudry.

Cadot, Proeven met het molentje van Woltman. U. 61/62:30.

* Cail (I.F.) Wordt lid. N. 57/58:7. Afgevoerd. Verslag 64/65:12.

Album industriel. N. 56/57: 135.

* Caland (A.) Wordt lid. N. 50/51:37. Overlijdt. Verslag 68/69:12.

Verhandeling over het nut der afgezaagde palenhoojden. N. 53/54: 34.

* Caland (P.) Oprigter. N. 47/48: 116.

Raadslid. N. 64/65: 214. N. 68/69: 246.

Medewerker aan het Nederlandsch) Woordenboek.N. 55/56: 126.

Lid van de commissie voor de technische benamingen. N. 63/64: 74; verslag 1863-1864. N. 63/64: 258, 269; verslag 1864-1865. N. 64/65: 211, 216.

Lid van de internationale commissie over de afdamming der Oosterschelde. Rapport. N. 66/67: 216. Vgl. 50, 198.

Verslag omtrent eene reis naar Frankrijk en Engeland tot het onderzoek van werken ter verbetering van het vaarwater in de monden van groote rivieren. N. 56/57: 46.

Overzigt van de geschiedenis der zeewerken op Goedereede. N. 56/57: 136. V. 57/58: 41.

Nota over de rivier de Elbe. N. 57/58: 90, 99.

Over den vloed en de eb op de benedenrivieren. N. 59/60: 176. V. 60/61: 29.

Opstellen van kistingen. N. 61/62: 103. V. 62/63: 8.

Over de afdamming der Oosterschelde. N. 66/67: 198,217, 220-223, 247.

Nota over de verdediging van het noorderstrand van Goedereede, tusschen het Flaauwe werk en de 25 besteende rijzen dammen. V. 67/68: 82.

Recapitulatietabel der waterhoogten langs den Bovenrijn, de Waal, de Merwede enz. waargenomen in de jaren 1854-1866. V. 67/68: 94. N. 67/68: 76.

Hoogste en laagste waterstanden langs den Bovenrijn, de Waal, de Merwede, enz. Waargenomen in de jaren 1854-1866. V. 67/68: 96.

Recapitulatietabel der waterhoogten langs den Nederrijn, de Lek en de Nieuwe Maas, Waargenomen in de jaren 1854- 1866. V. 67/68: 98. N. 67/68: 76.

Hoogste en laagste waterstanden langs den Nederrijn, de Lek en de Nieuwe Maas, Waargenomen in de jaren 1854- 1864. V. 67/68: 100.

Recapitulatietabel der waterhoogten langs de Amer, het Hollandsch Diep en de Zeeuwsche stroomen, waargenomen in de jaren 1862-1866. V. 67/68: 102. N. 67/68: 76.

Over de lengte en den afstand der dammen ter verdediging-van onze stranden. N. 67/68: 48-56.

Platte grond van den zuidelijken dam aan den Hoek van Holland. N. 67/68: 83.

Mededeeling over golfdrukmeters. N. 68/69: 152.

Vloed en eb op de benedenrivieren. Vertaling van een gedeelte van dat werk. N. 66/67: 149.

Etude sur l'effet des marées dans la partie maritime des fleuves. N. 66/67: 118, 212.

Kleine mededeelingen en opmerkingen. N. 65/66: 127. N. 66/67: 255. N. 68/69: 134, 146. Zie Mougel Bey.

Caly-Cazalat, De luchtpost. U. 54/55: 14.

Caligny, Ontwerp van - tot besparing van schutwater in kanalen. N. 60/61: 187. Vgl. Delprat (Dr. I. P.)

Calla, Locomobilen van -. U. 53/54: 125.

Callan (N.J.), Over het bekleeden van telegraafdraden. U. 54/55: 43.

Algemeen behoedmiddel voor ijzer. U. 54/55: 63.

Gallon, Rapport van de centrale commissie van toezigt op de stoomtuigen in Frankrijk. U. 56/57: 216.

Callum (Mac). Zie Mac Callum.

Calvert (G.), Proeven met gegoten ijzer. U. 63/64: 20.

Over de werking van carbolzuur. U. 67/68: 92.

Proeven van - en Johnson met gegoten ijzeren platen. U. 63/64: 42.

Cambuzat, Verbetering van een gedeelte van het kanaal van de Somme door middel van een baggervlot U. 52/53: 60.

Caminada (Gebr.), Waterpasinstrument van-.N. 63/64: 195, 217. Vgl. Stuart (dr. L. Cohen).

* Camp (H.F.G.N). Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Raadslid. N. 53/54: 137.N.56/57: 141. N. 59/60: 199. Bedankt als zoodanig. N. 62/63: 226, 244.

Over den bouw van den peristyle van den grooten schouwburg te Bordeaux. N. 48/49: 10, 35.

Over een octrooi van A. M. Perkins voor eene wijze van vereeniging van warmwaterbuizen. N. 48/49: 257. N. 51/52: 202.

Drooge dokken in de Vereenigde Staten. U. 1850 IX: 214. Zie Ansted (D.F.), Cowper (E.)

* Camp (del Campo, genaamd). Zie * Campo.

Campbell (W.), Herstellingsdok te Glosgow aan -. 0.51/52:173.

* Campen (F. van). Wordt lid. N. 52/53: 74. Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125. Overlijdt. Verslag 61/62: 13.

* Campo (C.P. del), genaamd Camp. Oprigter. N. 47/48: 16, 116.

Campo (J.W. del), genaamd Camp, Verslag omtrent de wereldtentoonstelling te Londen in 1862. N. 63/64: 80.

* Campo (W.F. del), genaamd Camp. Oprigter. N. 47/48: 116.

Nota betrekkelijk een verslag van J.P. de Bordes en dr. J.W. Gunning over den schelpkalk en de schelpkalkbrande-rijen in Nederland. N. 56/57: 115, 120.

Over den Clitographe Lefebvre. N. 60/61: 8.

Camusat, Plaatijzeren paalschoen en werktuig tot het aan punten van palen. U. 61/62: 123.

* Canneman (A.) Oprigter. N. 47/48: 116. Overlijdt. Verslag 66/67: 11.

* Canter Cremers (G.G.G.) Zie * Cremers.

* Capellen (Jhr. H. van). Wordt lid. N. 67/68: 339.

Capes (S.G.), Over het licht en zijnen invloed op de behoorlijke inrigting van ontwerpen van gebouwen. U. 60/61: 40.

Carez, Lid eener Belgische Schelde-commissie. N. 66/67: 161.

Overzigt van de kennis der hoedanigheden, keuze en onderlinge geschiktheid der bestanddeelen van mortels, enz. (Vertaling van Jhr. A.0. van den Santheuvel.) U. 51/52: 105.

Carlé (L.), Concessionaris voor den aanleg eener haven aan den mond van de Sond. N. 65/66: 187.

* Carlier (J.G.M.A.) Wordt lid. N. 56/57: 88. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

* Carlsen (G.) Wordt lid. N. 68/69: 154.

Carmichaël (P.), Waarnemingen omtrent schoorsteenen. U. 68/69: 63.

* Carnbee (P. baron Melvill van). Zie * Melvill.

Caron (H.) Zie Sainte-Claire-Deville (H.)

Carpenter, Octrooi van - voor verbeteringen in den bouw van schepen, enz. U. 51/52: 207.

* Carpreau (C.A.) Wordt lid. N. 62/63: 123.

Carstens Waltjen. Zie Waltjen.

Cartier, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U 59/60: 182-184, 186, 189.

Cartier (A. de), IJzermenie van-. N. 63/64: 205, 247. Vgl. Chevallier, L.J.A. van der Kun, Mouthaan (P.J.)

Cartier (P. de), IJzermenie van-. N. 65/66: 244. N. 67/68: 9.

Carus (J.V.). Zie Lewes (G. H.)

Carvalho (T. de), Verbeterde drijvende boei van -. U. 58/59 : 94.

Carvalho de Medeiras (J.), Over het bekleeden van telegraafdraden. U. 54/55: 43.

Caselli (G.), Elektrische afdrukken van -. M. 57/58: 9.

* Casembroot (Jhr. E.A.0. de). Wordt lid. N. 59/60: 197. Bedankt. Verslag 65/66: 13.

* Casembroot (Jhr. F. de). Wordt lid. N. 66/67:327.

* Caspersz (I.P.) Wordt lid. N. 52/53: 71 Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

* Caspersz (K.F.) Wordt lid. N. 53/54: 108. Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

Casterman (A.), Broodbakovens van -. N. 55/56: 62, 71, 96.

Castigneau (?), Dok van te Toulon. U. 62/63: 68. Vgl. de opgaven V. 60/61: 178.

Cateaux-Wattel, Lid eener Belgische Schelde-commissic. U. 68/69: 52, waar verkeerdelijk Catteau-Wattel wordt vermeld. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

Catelineau, Wijze van grondboren van -. N. 67/68: 357.

Cathry. Zie Congedi. .

Catteau-Wattel. Zie Cateaux-Wattel.

Cattenburch (van), Scheikundig onderzoek van patent portland- en medina-cement. N. 57/58: 139. Vgl. Lohe (Dr. van).

*Catwijck (0. baron van Wassenaer). Zie * Wassenaer.

Cavé, Proefnemingen omtrent het verwarmingsvermogen van brandstoffen, U. 58/59: 13, 17.

Cazalat (Caly-). Zie Caly.

*Celliée Muller (L.J. du). Zie * Muller.

* Celosse (D.R.) Wordt lid. N. 61/62: 99. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

Cessart (de), Havenwerken van - te Cherbourg. U. 62/63: 70

Getto. Zie Philippi.

* Ceulen (J.A.). Wordt lid. N. 68/69: 83.

Chabot. Zie Touet-Chabot.

Chadwich (J.), Over bestrating. U. 51/52: 73.

Chadwick, Over de Londensche brandweer. U. 56/57: 151.

Chambrelent (J.), Beplanting van duinen. U. 60/61: 74.

Drooglegging en vruchtbaarmaking der Landes van Gascogne. (Vertaling van W.H. Hubrecht.) U. 64/65: 1.

Chameroy, Gasbuizen van -. N. 51/52: 119,168,189,203. Vgl. Chavannes (F.G.).

Champy, Bewaring van hout. U. 55/56: 4.

Champion (T. en S.), Geoctroijeerde wijze om bruggen te bouwen en te vervoeren. U. 54/55: 44.

Chanoine, Aanteekening omtrent de wassen van de Yonne, de Marne en de Seine. U. 59/60: 95.

Chapelle, Getande raderwerken van -. U. 52/53: 11.

Chapman, Spoorwegtoestel van -. U. 62/63: 48.

Chapuis vervaardigt de platen voor de Recherches hydrauliques van H. Darcy en H. Bazin. U. 66/67: 93.

Charault en Bescroix, Over storingen der telegrafische correspondentie door het onweder. U. 59/60: 187.

Charié-Marsaines, Over de onderlinge vergelijking van straat-en puinwegen en over de trekkracht van de paarden. U. 58/59:166.

Aanteekeningen over de verandering van straatwegen in gruiswegen. U. 59/60: 145,

Charles, Octrooi van - voor een vrijen-valtoestel. N. 67/68 : 357.

Chasles, Theorie van het molentje van Woltman. U. 61/62: 26, 28.

Chassang, Parquetvloeren van -. U. 55/56: 34.

Chatelier (le), Bewaring van hout. U. 55/56: 11.

Chatterton (J.), Overtrekken van telegraafdraden met lood door middel van gutta-percha. (Vertaling van A. Baud.) U. 52/53: 24.

Chaubart, Zelfwerkende schutdeur van -. U. 57/58: 133. Vgl. Couturier, Schloesing.

Chaveau en d'Epinois, Parachoc of veiligheidstoestel op spoorwegen van -. U. 55/56.- 90.

Chauveau des Roches (A.) Zie Koelies.

Chauvin (F.), Gebruik van levende boomen, ter bevestiging van telegraafdraden. U. 59/60: 165.

* Chavannes (F.G.) Wordt lid. N. 51/52: 171. Bedankt. 54/55: 40.

Memorie over gegalvaniseerd of verzinkt ijzer. N. 51/52: 98, 130.

Over de gasbuizen van Chameroy. N. 51/52:168,188,203.

Over de bereiding van bloem van meekrap en meekrapalkohol. N. 52/53: 133, 156.

Over een nieuw middel om het hout tegen verrotting en den schadelijken invloed van insecten te beveiligen. N. 52/53:178, 189.

Chellingworth (T.T.), Verplaatsbare enkel werkende stoommachine van Cox en Wilson. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 53/54: 44.

Chenot, Nieuwe wijze van behandeling der ijzerertsen van - . U. 1850 IX: 85.

Cheronnet, Ventilatie-toestel in de vergaderzaal van het Instituut te Parijs, U. 53/54: 112.

Chesterman. Zie Fox.

Chevalier (M.),

Voorzitter eener commissie van enquête omtrent den aanleg en het beheer der spoorwegen. U. 65/66: 69. Vgl. Roorda van Eysinga (S.E.W.)

Vergelijking tusschen de spoorwegen en de kanalen. U.51/52: 185.

Histoire et description des voies de communication aux Etats-Unis. U. 51/52: 187.

Chevallier (C.), Telegrafische toestel van - . U. 51/52: 165.

Chevallier (V.),

Over de rigting der spuideuren in spuisluizen. U. 55/56: 124.

Onderzoek omtrent de gesteldheid der Engelsche kusten.U. 64/65: 66, 67.

Geschiedenis van de haven van Dover. U. 64/65: 68.

Du mode d'exploitation du canal de l'isthme de Suez avec ou sans écluses. N. 64/65: 46. Vgl. Conrad (F.W.)

Chevallier (Dr.) Zie Claudet.

Chevallier, Steenzaag van. U. 58/59: 77. M. 58/59: 17.

Chevallier, Over de ijzermenie van A. de Cartier. N. 63/64: 247.

Chevreul, Over het verwen met olieverw. U. 57/58: 128.

Chézy, Formule van voor de snelheid van het water in openkanalen. N. 66/67: 260. Vgl. U. 68/69: 83.

Chibon, Over het ijzer in gebouwen. U. 57/58: 57.

Chiewitz (C.J.), Buitenverblijf ontworpen door - . U. 51/52:160.

Chowne (Dr.), Wijze van ventileren van - . U. 57/58: 253.

Christensen (Gebr.), Ontwerp van een kanaal van Büttel naar Eckernförde in Holstein. V. 64/65: 6. N. 65/66: 80.

* Christie (D.C.) Wordt lid. N. 49/50: 246

Christofle. Zie Bouillet (H.)

Chrobrczynski, Over het gebruik van steenkolen in plaats van cokes tot het stoken van locomotieven. U. 57/58: 178.

Chubb (J.), Over de inrigting van sloten en sleutels, U. 1850 IX: 190.

Cialdi (A.), Sul moto ondoso del mare e su Ie correnti di esso, specialmente su quelle littorali. U. 66/67; 106. Vgl. Tessan (de).

* Citters (Jhr. A. van). Wordt lid. N. 59/60: 10. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12. [Als ten onregte afgevoerd hersteld, blijkens Verslag 69/70: V.]

Claassen (P.C.), Metaalverw van - , ook als middel tegen den paalworm. N. 56/57: 35, 87, 106. N. 67/68: 328, 342, 346, 347. Zie * Hoeven (G.G. van der), * Pierson (A.C.)

* Claeys (J.A.F.) Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Clay, Over een groot drijfrad in eene smederij. U. 55/56: 13.

Clayton (J.), Bruggen en viaducten van den tegenwoordigen tijd. U. 56/57: 69.

Clayton (T.) en B. Harrop, Geoctroijeerde verbeteringen in het versieren van hout. U. 55/56: 83.

Claparide (H.), Atmospherische kraan van - . U. 57/58: 184.

Clapeyron (E. ?). Methode voor brugliggers van - . V. 60/61:102.

Clapeyron. Lid eener commissie tot onderzoek der memorie van F. de Lesseps over het ontworpen Suez-kanaal. U. 56/57:177. N. 59/60: 119.Zie Dupin.

Clara, Oven van - . U. 1849 IV: 67. N. 49/50: 109.

Clarine (Ch.), Nieuwe wijze om riemschijven op drijfassen tebevestigen. U. 55/56: 53.

Clarinval (E.), Proefnemingen omtrent boorwerktuigen. U. 61/62: 23.

Clark (D.K.), Over torbiet, een nieuw preparaat uit turf. (Vertaling van S. E. W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 61.

Clark (E.),

Elektrische tijdbol van - . U. 52/53: 52.

Verbeterde isolators voor telegraafdraden van - . U. 56/57:122.

Hydraulische dokken van - U. 58/59: 29. U. 61/62: 70. U. 63/64: 2, 5.

The Britannia and Conway tubular bridges. U. 53/54: 25.

Clark (H.), Spoorwegen in Australië en de koloniën. U. 53/54:124.

Clark (M.E.) bouwt de brug hij Newark voor den spoorweg over het Newark-kanaal, de brug over de Mersey en het Irwell-kanaal en de brug over den IJssel te Westervoort. U. 63/64: 108, 110.

Clark (W.T.) bouwt de Pest-Ofener kettingbrug. U. 66/67: 113.

Clarke (D.K.), Proeven met locomotieven. U. 52/53: 73.

Claubry (H. Gaultier de). Zie Gaultier.

Claudet en dr. Chevallier, Stereomonoskopen van - . M. 58/59: 7.

Clausius (R.) behandelt de theorie der warmte wiskunstig. U. 64/65: 31.

Clavé (J.), Over den invloed van de bosschen. V. 62/63: 98.

Clean. Zie Mac Clean.

Clegg Jr. (S.),

Invloed van den paalworm op het hout en de beste behoedmiddelen daartegen. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 51/52: 184.

De schipdeur van de Keyhamdokken in Devon. (Vertalingvan J. G. van Gendt Jr.) U. 54/55 : 89.

Clercq (G.A. de), Over het vruchtbaar maken van duinen. U. 60/61 : 72. N. 65/66: 208, 218, 220.

Verslag omtrent de verhandeling van de minst kostbare hellingen van de Freycinet. U 63/64: 94.

* Clercq (H.W.A. le). Wordt lid. N. 54/55: 171. Bedankt Verslag 64/65: 12.

* Clercq (J.A. le). Wordt lid. N. 57/58: 143.

Verklaart het werktuig van Navez tot het meten van snelheden. N. 58/59: 28.

Clerk (H.), Proeven omtrent smeedijzeren cilinders en platen, U. 67/68 : 33.

* Clermont (A.C.N.). Wordt lid. N. 56/57: 118. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Groote ijzeren brug te Crumlin in Engeland. U. 59/60: 70. Zie Valin (O.)

Clift, Bewaring van timmerhout door naphtaline. U. 51/52: 183.

Clinton Page, Octrooi voor het verharden van steen. U. 57/58: 144.

Clot Bey,

Over de afdamming van den Nijl. N. 50/51: 33.

Lijst der gedenkteekenen en bezienswaardigheden van Cairo en omstreken. N. 50/51 : 33, 59.

Extrait d'une note sur le barrage du Nil. V. 1851 VII: 34. Zie * Diggelen (B.P.G. van).

* Cluysenaer (J.L.) Wordt lid. N. 62/63: 123.

* Cnopius (G. van Davelaar). Wordt lid. N. 49/50: 9. Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

Cochrane (J.), Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 36.

Cochrane en Cie. Zie * Hawkshaw (J.).

Cock (A. de), Lid eener Belgische Schelde-commissie. U. 68/69 : 52. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

Cockerill (J.), Etablissement van - te Seraing. U. 1848 III: 41. M. 57/58: 29.

* Coeverden (J.J. van). Wordt lid. N. 61/62: 169.

* Cohen (Dr. J.) Wordt lid. N. 61/62: 200.

Cohen (S.), Over de tras uit de groeve te Winningen aan de Moezel. N. 60/61: 135, 145.

Cohen, Proeven met het molentje van Woltman. U. 61/62: 30.

* Cohen Stuart (Dr. L.) Zie * Stuart.

Coignet, Gegotene, zamengeperste beton van - . U. 56/57: 191. U. 67/68: 94. N. 65/66: 25, 88, 132, 187. N. 68/69: 82. Vgl. Boileau (L.A.), Pallu en Rose (W.N.)

Colburn (Z.), Over lasschen of wellen, U. 64/65: 41.

Over bederf van smeedijzer. U. 67/68: 34.

Coles (O.P.), Over gepantserde, zeebouwende schildschepen U. 63/64: 27.

Colladon , Eerste ontwerper van den tunnel door den Mont-Cénis. M. 57/58 : 3.

Drijvende waterraderen van - . U. 58/59 : 103.

* Collard (G.J.) Wordt lid. N. 67/68: 10.

Collet-Meygret en Desplaces, Proeven bij het in ontvang nemen van den ijzeren viaduct tusschen Tarascon en Beau-caire, waarnemingen van weersgesteldheid, belastingen en wederstand van gegoten ijzer. U. 54/55 : 110. Vgl. Baumgarten.

Collette (J.M.), Asphaltbuizen voor telegraafgeleidingen onder den grond. N. 65/66: 136, 165.

Collignon (Ch.), Over de mededinging van kanalen en spoorwegen. U. 51/52: 185.

Over eene stuw in de Loire. U. 57/58 : 32. V. 62/63 : 70.

Collin (A.), Over de afschuivingen van kleiachtige gronden.U. 1849 V: 38.

Colquhoun, Duiker in 1575. U. 56/57: 31.

Columella (A.), Over den veltijd der boomen. U. 64/65: 23.

Combes (Ch),

Anemometer van - . U. 53/54: 110. U. 57/58 : 216.

Zuigerventilator met gebogen vleugels van - . U. 57/58 : 233, 236.

Rapport over de middelen om den rook te verbranden. U. 58/59: 14.

Traite de l'exploitation des mines. N. 49/50: 27. Zie Dupin (Ch. baron), Poncelet (J.V.)

Comoy, Brief van - aan H. de Bruyn over de werken aan de Loire. V. 62/63: 85. Vgl. 78.

Zamendrukkende rollen voor aardwerken van - . U. 65/66 : 68.

Commelyn (J.), Frederick Hendrick van Nassauw zijn Leven en Bedrijf, 1651. N. 66/67 : 232.

Commines de Marsilly. Zie Marsilly.

Comte (P. le) beschrijft het drijvend droog dok te Amsterdam. V. 1849 II: 16.

Condie, Stoomhamer van - . N. 57/58: 93.

Congedi en Cathry, Aannemers der verbeteringswerken van het Plattenmeer. U. 68/69: 71.

* Coningh (H. van Assendelft de). Oprigter. N. 47/48: 116.

Connell. Zie Mac Connell.

Conrad (F.W.), de Vader,

Geschied- en waterbouwkundige beschrijving van de werken, uitgevoerd in de jaren 1781 tot 1798, tot het daarstellen eener veilige haven voor 's lands oorlog- en koopvaardijschepen aan het Nieuwediep. N 55/56: 68, 84. Vgl. Conrad (J.F.W.)

Heeft reeds het denkbeeld gehad om eene nieuwe rivier te vormen volgens den loop der Nieuwe Merwede. N. 67/68: 83, 197.

Prijsverhandeling betreffende het leven en de verdiensten van Christiaan Brunings met een voorberigt van J.H. van der Palm. N. 48/49: 142, 143.

Zie Engelman (J.)

* Conrad (F.W.)

Stichter van het Instituut met G. Simons en L.J.A. van der Kun. N. 47/48: 6, 16, 116. Vgl. 29, 36,

President. N. 47/48: 6, 15, 36, 143. N. 48/49: 355. Verslag 49/50: 51; 50/51: 41: 51/52: 45; 52/53: 43; 53/54: 47; 54/55: 53; 55/56: 45; 56/57: 53 (de vermelding ontbreekt) ; 57/58: 63; 58/59: 49; 59/60: 39.

Toespraak bij het nederleggen van het presidentschap. N. 59/60: 178, 179, 206.

Brief van den raad van bestuur in antwoord daarop. N. 60/61: 5, 11. Verslag 60/61: 12.

Op nieuw president. Verslag 66/67: 11 ; 67/68: 12; 68/69: 12.

Raadslid. N. 48/49: 15. N. 49/50: 246. N. 52/53: 181. N. 55/56: 110.

Benoemd tot raadslid voor zijn leven. N 57/58: 185.

Toespraak bij de officieele viering van het twintigjarig- bestaan van het Instituut. N. 68/69: 4, 28, 66.

Biedt zijn portret aan. N. 60/61 : 138. Vgl. 53. N. 67/68: 4.

Albums voor portretten, door hem aangeboden, N. 60/61 ; 138. N. 62/63: 91, 218.

Feestdronk op F. de Lesseps. N. 57/58: 12.

Huldigt dr. I.P. Delprat. N. 66/67: l Vgl. 41.

Eervol vermeld voor een ontwerp van een gebouw voor de Londensche tentoonstelling van 1851 N. 49/50: 245. N. 50/51 : 4, 132. N. 51/52: 26.

Beweegbare bruggen in den Hollandschen spoorweg. N. 47/48 : 53. V. 1848 I: 29.

Over het afzagen van palen enz onder water. N. 47/48: 53. V. 1848 I: 33.

Stoomwerktuig voor de bemaling van de polders Cool, Schoonderloo en Beukelsdijk. V. 1848 I: 37. Vgl N. 47/48: 53.

Nota over eene ontworpen houten kokerbrug over het IJ te Amsterdam. N. 48/49: 64.

Over het aanleggen van bedijkingen tot het droogmaken van land aan den zeekant, enz. N. 48/49: 194, 209.

Over de verdiensten van Nicolaas Cruquius betrekkelijk het opmaken van eene algemeene waterstaatkundige statistiek van ons land. N. 48/49: 195, 212.

Mededeeling over ijzeren schroefpalen. N. 48/49: 259.

Proef met eenen schroefpaal, genomen op het terrein van bet station van den Hollandschen spoorweg te Rotterdam. N. 48/49: 301, 315.

Ontwerp van eene brug over het IJ te Amsterdam. V. 1849 H: 97.

Over verzakkingen en doorkwellingen. U. 1849 V: 39.

Over een algemeen tarief. N. 49/50: 94.

Nota omtrent den stoomhamer van Nasmyth. N. 49/50: 94, 117.

Beschrijving van eene nieuwe sluiting van sluizen of dokken, enz. (trommeldeur.) N. 49/50: 195, 208. N. 53/54: 6. N. 62/63: 92. Vgl. Kros (A.C.)

Over paraffine, turfcoke, zinkwit en loodwit, N. 50/51: 34, 61.

Over de inrigtingen ter verwarming van het gesticht voor krankzinnigen te Meerenberg. N. 50/51: 130.

Ontwerp van eene brug over den Rijn tusschen Keulen en Deutz. N. 50/51: 132.

Kappen van Joseph Paxton. N. 50/51: 132, 152.

Nota omtrent het metselen met holle steenen. N. 51/52: 7, 14.

Nota betreffende de gewone percentsgewijze vergelijking der ontvangsten met de uitgaven van een spoorweg. N. 51/52: 32, 86.

Over dwarsliggers en stoelen bij engelsche spoorwegen N. 52/53: 94.

Lid en voorzitter eener internationale commissie tot onderzoek der ontwerpen voor de doorgraving der landengte van Suez. N. 55/56: 35. N. 56/57: 180.

Rapport van - , Renaud, von Negrelli, Mac Clean en Lieussou aan Saïd Pacha, onderkoning van Egypte, omtrent het vraagstuk der doorgraving van de landengte van Suez. N. 55/56: 68, 86.

Mededeeling betreffende de verschillende ontwerpen tot doorgraving der landengte van Suez. N. 55/56: 91.

Redevoering naar aanleiding van Lord Palmerstons oordeel over de doorgraving der landengte van Suez. N. 57/58:5,20.

Mededeelingen omtrent den stand der werken van het Suez-kanaal. N. 59/60: 7, 33, 100, 108, N. 60/61: 6, 43, 48, 123. N. 64/65: 81, 157. N. 65/66.-183. N. 67/68: 5,18.

Vertaling van de Question du canal de Suez van F. de Lesseps. N. 59/60: 103, 110.

Over het werkje van V. Chevallier, omtrent de wijze van exploitatie van het kanaal van Suez. N. 64/65: 81. Vgl. Chevallier (V.)

Nota omtrent de vervaardiging en het in zee brengen der kunstmatige steenblokken voor de havenhoofden te Saïdhaven. N. 66/67: 328, 333.

Over het kanaal van Nicaragua. N. 61/62: 11, 28.

Aanleg van draaibruggen over kanalen in schuine rigting. N. 61/62: 144.

Opgave van overstroomingen hier te lande N. 61/62: 162. Vgl. Brevet (A.J.), Ferrand (J.H.), Olivier Dz. (E.), Sype-steyn (Jhr. J.W. van), Staring (Dr. W.C.H.), Toorn (J. van der), Wencker (J.C.)

Over eene open doorgraving van Holland op zijn smalst. N. 62/63: 53, 59, 61- 65.

Over de verbetering en vergrooting der haven van Triest. N. 62/63: 111.

Over het Götakanaal, het Trolhatta-kanaal en de Göta Elf. N. 63/64: 29, 85, 130. V. 64/65: 31, enz.

Aanteekeningen op eene reis in de rigting van het ontworpen kanaal door Holstein, tot verbinding van de Noord- met de Oostzee en voorts naar Kopenhagen, Stockholm, enz. V. 64/65: 4. Vgl. N. 63/64: 29, 206 en Hansen (C.), Kröhnke, Poll (Jhr. W. van de), Stieltjes (T.J.)

Over proeven met creosoot, te Ostende door den belgischen ingenieur Crépin genomen. N. 64/65: 183.

Ontwerpen tot verbetering van de haven van Kopenhagen. N. 65/66: 73, 102.

Nota omtrent een kistdam en het aanbrengen van hevels, getrokken uit een verslag van J. Hawkshaw, N. 65/66: 73, 105.

Over de fransche uitgave der verzameling van signalen voor de handels-scheepvaart. N. 65/66: 137.

Over een weldadig fonds bij the Institution of Civil Engineers. N. 65/66: 243. Vgl. N. 66/67: 12.

Lid eener commissie voor het drooge dok te Willemsoord. V. 65/66 I: 2.

Over de tafel der normale breedte van de rivieren. N. 66/67: 5, 18.

Circulaire betreffende de commissie tot het opsporen, enz. van overblijfsels van vaderlandsche kunst. N. 66/67: 14, 34.

Levensberigt van J.H. Ferrand. N. 66/67: 46.

Over drijvende stoomgemalen tot droogmaking van meren en plassen. N. 66/67: 52.

Over de afdamming van de Oosterschelde. N. 66/67: 205, 221, 222.

Considérations sur les rapports des ingénieurs étrangers (Ch.A. Hartley, Gosselin en G. Hagen) chargés d'examiner les questions qui se rattachent au barrage de l'Escaut oriental, etc. N. 67/68: 82, 207, 286.

Mededeeling omtrent ontwerpen van vlugthavens en daarmede in verband staande kanalen in het noordelijk gedeelte van Jutland. N. 68/69: 76. Vgl Conrad (J.F.W.) en Poll (Jhr. W. van de).

Verklaring van het ontwerp voor een gebouw der tentoonstelling van voortbrengselen der nijverheid, te houden in Londen in 1851, door - en C. Outshoorn. V. 51/52: 39, 41. Vgl. N. 50/51 : 132 en Elven (M.G. Tétar van).

Verslag van - en L.P. Delprat omtrent de verzakkingen aan de Waalzijde te Nijmegen. N. 57/58 : 94.

Memorie van - , D.J. Storm Buysing en J.A. Beijerinck betreffende den aanleg van eene zeehaven te Scheveningen. N. 59/60: 75.

Vervaardigt met L.J.A. van der Kun en H.F. Fijnje het rapport over de middelen tot verbetering der rivieren, 1861. N. 63/64: 162.

Waterstaatskaart, onder zijn toezigt en dat van J.A. Besier uitgegeven. N. 65/66: 136. Vgl. Egmond (A. van).

Kleine opmerkingen en mededeelingen: N. 51/52: 169, 170. N. 52/53: 6. 62, 91, 93, 131, 176, 179. N 53/54: 3, 4, 5, 24, 72. N. 54/55: 10, 27, 197, 200. N. 57/58: 59. N. 60/61 : 48, 170. N. 63/64: 29, 39, 203. N. 64/65: 4. 46, 60, 93, 126, 153. N. 65/66: 74, 126, 141, 186. N. 66/67: 13, 48, 58, 61, 253, 255, 270. N. 67/68: 4, 5. 9, 52, 83. N. 68/69: 73, 82.

Verspreide Bijdragen. N. 68/69: 18, 78. Zie * Fynje van Salverda (H.F.)

* Conrad (F.W.), de Zoon. Wordt lid. N. 53/54: 108. Afgevoerd. Verslag 60/61: 14.

* Conrad (J.F.W.)

Oprigter. N. 47/48: 116.

Bekroond voor de beantwoording eener prijsvraag betreffende de Hondsbossche zeewering. N. 64/65: 211,

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 65/66: 18.

Bezoekt met F.W. Conrad en Jhr. W. van de Poll Jutland met een wetenschappelijk doel. N. 68/69: 76.

Beschrijving van de wijze, waarop de derde waterkeering der Rijks hulp-schutsluis te Vreeswijk in 1850 is afgedamd. N. 50/51: 157, 165.

Onderhoud der wegen op Zuidbeveland, zonder tolheffing. N. 54/55: 193, 208.

Brief ten geleide van eene beschrijving der havenwerken te Nieuwediep door F. W. Conrad (de vader). N. 55/56: 68, 84

Over de beveiliging van hout tegen de vernieling door den paalworm. N. 59/60: 42, 48. N. 62/63: 80, 83. N. 64/65: 144, 162. N. 65/66: 126, 148. N. 66/67: 254, 276.

Graphische voorstelling van waterstanden, winddruk en windrigting in Februarij en Mei 1860 aan den Helder. N. 60/61 8, 36, 46.

Over den toestand der Texelsche zeegaten. N. 62/63: 35- 39, 71, 77, 225, 242, 245.

Mededeelingen betreffende te Nieuwediep door de Texelsche zeegaten binnengevallen schepen met meer dan 50 dM. diepgang;

in 1863: N. 63/64: 5, 12, 186, tegenover 210;

in 1864: N. 63/64: 261, tegenover 272, N. 64/65: 144, tegenover 160;

in 1865: N. 65/66: 131, 158 en tegenover 158;

in 1866: N. 66/67: 253, 254, 275 en tegenover 276;

in 1867: N. 67/68: 208 en tegenover 308.

Over de Willemsluis aan den mond van het Noordhollandsch kanaal. N. 63/64: 258.

Kaart van Zuidbeveland. N. 64/65: 212.

Over het zelfregistrerend getijwerktuig bij de schutsluis Willem III. N. 67/68: 78. V. 67/68: 87.

Over strandverdediging. N. 67/68: 50, 51, 52, 54.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 65/66: 127, 140 N. 66/67: 217, 222, 256. N. 68/69: 74.Vgl. * Insinger (H.A.)

* Conrad (J.W.) Oprigter. N. 47/48: 116. Overlijdt. N. 52/53: 135, 173.

* Conrad (J.W.H.) Wordt lid. N. 49/50: 10.

* Conrad (M.H.) Oprigter. N. 47/48: 16, 116. Overlijdt. Verslag 54/55: 22

Tabellen van waterstanden op de Nederlandsche rivieren: gedurende 1850. V. 1850 VI: 107, N. 50/51 : 126, V. 51/52: 5. Vgl. N. 66/67: 226; gedurende 1851. V. 51/52: 96 gedurende 1852, N. 51/52: 169, N. 52/53: 133, V. 52/53: 52, N. 53/54: 106.

Verrigt triangulatien en berekeningen ten behoeve van de algemeene kaart der hoofdrivieren. N. 63/64: 150.

Ontwerpt een spoorweg van Harlingen over Leeuwarden naar Groningen met een zijtak naar Meppel. N. 63/64: 158. Zie * Fijnje van Salverda (H.F.)

* Constant Rebecque (V.C. baron de). Wordt lid. N. 54/55: 9. Overlijdt. Verslag 59/60: 13.

* Cook (J.G.) Wordt lid. N. 66/67: 16.

Coraï. Zie Theil (Laporte du).

Cordes (J.W.H.?), Memorie betreffende den toestand der duinen en van het strand langs de kust der Noordzee in Noord-holland. V. 55/56: 138.

Cordier, Lid eener commissie tot onderzoek der memorie van F. de Lesseps over het ontworpen Suez-kanaal. U. 56/57:177, N. 59/60: 119.

* Cores de Vries (W.) Zie * Vries.

Cort, Uitvinder van den puddeloven en het pletten van plaat- en staafijzer. U. 66/67 : 13. U. 68/69: 27.

* Cost Budde (B.) Zie * Budde.

 Coste (H.), Filtreertoestel van -. U.59/60: 191.

* Coster (C.G. H.) Wordt lid. N. 59/60: 10. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

Cotton, Werktuig om gouden munt te wegen van-. U. 1849 V: 69. Vgl. Miller (W.)

Couche (Ch..), Over een maximum-manometer. U. 60/61 : 6.

Verslag over het stoken van de locomotieven met steenkolen in Frankrijk. U. 62/63: 44.

Coulier (M.), Des tuyaux servant a conduire le gaz et l'eau dans la ville de Paris. N. 51/52: 97, 117.

Coulomb (C.A. de), Recherches sur les moyens d'exécuter sous l'eau toutes sortes de travaux hydrauliques, 1788. U. 55/56 : 153.

Coulomb , Coëfficiënten voor wrijving in de tappannen. U. 50/51 : 42, 43.

Coulvier-Gravier, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 182, 183.

Courbebaisse, Over het uitbijten van mijngaten in rotsen door zuren. U. 55/56: 146.

Courteaut. Zie Tourasse.

Cousté, Middel tegen het ontstaan van ketelsteen in stoomketels, U. 55/56: 67, Vgl. Rathen (A.B. von).

Couturier, Over de zelfwerkende schutdeur van Chaubart. (Vertaling van J. van der Vegt.) U: 57/58 :135. Vgl. Schloesing.

Covlet, Oven van -. N. 49/50: 113.

Cowper (E.), Over werktuigen om te drukken, voornamelijk die van the Times. (Vertaling van H.F.G.N. Camp.) U. 1850 IX: 211.

Cowper, Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 37.

Cox (H.), De hyperbolische wet der veerkracht van gegoten ijzer. U. 1850 IX: 266.

Over den Atlantischen telegraafkabel. U. 57/58: 211.

Cox, Zwemkousen van -. U. 51/52: 35.

Cox en Wilson, Verplaatsbare enkel werkende stoommachine van -. U. 53/54: 44. Vgl. Chellingworth.

Coxwell. Zie Glaisher.

* Craan Stork (C.) Zie * Stork.

* Cramer (J.W.N.) Wordt lid. N. 67/68: .10.

* Craijesteyn (Mr. J.E.B.L. Maritz van). Zie * Maritz.

Crampton (Th. Russell), Trapvormige roosters voor locomotieven en andere stoomketels van . U. 57/58: 177.

Locomotief van -. U. 62/63: 95.

Crampton en Engerth, Locomotieven van -. U. 59/60: 109.

* Crawfurt (J.S.) Wordt lid. N. 56/57: 47. Afgevoerd. N. 58/59: 111. Verslag 59/60: 13.

* Cremers (G.G.G. Canter). Wordt lid. N. 58/59: 62.

Crepin (L.),

Proeven van - met creosoot ter beveiliging van hout. V. 64/65: 183. Vgl. Conrad (F.W.)

Over loodregte heffende werktuigen bij aardewerken. U. 67/68: 78.

Croizette-Desnoyers, Memorie over den aanleg van werken in de slappe gronden van Bretagne. (Vertaling van S.E. W. Roorda van Eysinga.) U. 65/66: 16, 38, Zie Baudemoulin.

Croix (la), Bewaring van hout. U. 55/56: 4.

* Croker (Bland W.) Wordt lid. N. 53/54: 7. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

Over kunststeen. N. 55/56: 108.

Model van een werktuig, waarmede de hoofdketting van de hangbrug te Pesth is opgebragt. N. 57/58: 56, 72.

Mededeeling van - en C. Burn over de vraag: wat leert theorie en praktijk omtrent de noodzakelijkheid, om een havenhoofd aan eene vlakke kust met een zeebreker te beschermen ? N. 54/55: 194, 197, 217. Vgl. Overduyn (Dr. W.L.)

Brief van dezelfden over een voorstel van P.J. de Quartel. N. 55/56: 67, 83.

* Crommelin (A.J.) Wordt lid. N. 62/63: 123.

Crowder. Zie Rose.

Cruquius (N.), Verdiensten van - betrekkelijk het opmaken van eene algemeene waterstaatkundige statistiek van ons land. N. 48/49: 195, 212. Vgl. Conrad (F.W.)

Crutwell en Allies, Spoorregels met goede eindverbindingen van -. U. 52/53: 70.

Cubitt (Th.), Verschil in sterkte van gegoten ijzeren liggers van verschillende gedaante. U. 1849 V: 77.

Cubitt (W.) Nekrologie. M. 61/62: 9.

Redevoering bij de opening der jaarlijksche vergadering van the Institution of Civil Engineers, te Londen. U. 1850 VIII: 83.

Gebruikt gegoten ijzeren palen in zeewater. U. 63/64: 18.

Cubitt, IJzeren spoorstaaf van -. V. 63/64: 22.

Cubitt bouwt de brug over de Trent bij Newark. U. 63/64: 108.

Cugnot (N.J.), Proeve van stoomwagen van - in 1769. U. 59/60: 109.

Stoomtuig voor gewone wegen van - in 1770. U. 66/67 :105.

Maker van de eerste locomotief in 1778. U. 62/63: 48.

* Cuylenburgh Jr. (A. van). Wordt lid. N. 63/64: 11

Cuyper (Ch. de), Revue de l'exposition de 1867, publiée par la Revue universelle des mines, de la métallurgie, etc. sous la direction de -. N. 67/68: 322.

* Cuypers (P.J.H.) Wordt lid. N. 59/60: 10.

Restauratie der O.L.V. Munsterkerk te Roermond door -. N. 63/64: 224. Vgl. Bock (Dr. F.), Statz (V.), Violet-le-Duc., Weale (J.)

Cullen (Dr.), Plan van een scheepvaartkanaal door de landengte van Panama, U. 53/54: 126.

Culloch (Mac). Zie Mac.

Culmann (C.), Berigt van - aan de regering van het kanton Zurich over straatspoorwegen. U. 63/64 : 59.

Culmann (R.), Over de houten bruggen naar het stelsel van Town en Remington. (Vertaling met aanteekeningen van G.G. van der Hoeven.) U. 51/52: 167.

Cunningham (H.D.P.), Verbeteringen in het reven der zeilen. U. 56/57 : 79.

Cureindeau behandelt het vraagstuk der schoorsteenen. U. 64/65: 49.

Currey (Elliot S.), Engelsch civiel ingenieur, bezoekt Nederland met een wetenschappelijk doel. N. 68/69: 2, 31.

Curtis (W.J.), Ontwerp van goedkoope spoorwegen. U. 68/69: 24.

Curtis, Toestel van - tot het voorkomen van botsingen tusschen spoortreinen. M. 57/58: 2.

Curtius (B. Donker). Zie Donker.

Cuthill (W.), Condensor van -. M. 57/58: 19.

 * Daalen Wetters (M.C. van). Zie * Wetters.

Daft, Over den bouw en het bekleeden van ijzeren schepen. (Vertaling van S. E. W. Roorda van Eysinga.) U.66/67: 69.

Day, Vaartuig onder water van -. U. 56/57: 31.

Daines (J.B.), Geoctroijeerde bedekking van - tot bewaring van steen. U. 57/58: 47, 144.

Dakin en Moody, Platform basin and marine railway van -. U. 63/64: 3.

Dam, Middel tot wegneming van den ketelsteen. N. 51/52:30.

* Dam van Isselt (E.W. van). Wordt lid. N. 49/50: 10, Bedankt. N. 53/54: 109.

* Dambenoy (Forstner van). Zie * Forstner.

Danduran, Duikertoestel, onderzeesche hevel genaamd, van -. U. 56/57: 202.

Daniell, Batterij van -, U. 57/58: 156. Vgl. Place (F.)

* Dansdorp (W.C.) Wordt lid. N. 53/54: 7. Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125. Verslag 55/56: 12.

Darcel, Opmerkingen naar aanleiding van de verhandeling van Marchal over de aanslibbingen in den mond der stroomen , die zich in het Kanaal ontlasten, U. 58/59: 181. Vgl. Marchal.

Over de besproeijing van openbare wegen en wandelingen, U. 59/60: 152.

Darcet (J.) behandelt het vraagstuk der schoorsteenen. U. 64/65 : 49.

Darcy (H.), Proefnemingen omtrent de snelheid van water met de buis van -. U 61/62: 31.

Recherches hydrauliques entreprises par - continuêes par H. Bazin. N. 66/67: 259. U. 68/69 : 90.

Verslag van de Fransche akademie over dit werk. Zie Dupin (Ch. baron). Vgl. Barre de Saint-Venant, Baumgarten. Chapuis, Eytelwein (J.A.), Eland (K.), Pitot (H.), Prony (G.C.F.M. baron de), Ritter, Stieltjes (T.J.) Darcy, Berigt over de klei- en Mac-Adam-bekleedingen der straten van Londen en Parijs. U. 51/52 : 58.

Darius I, Kanaal van -. V. 63/64: 14.

Darwin (Dr.), Bewaring van hout. U. 55/56: 4.

Dausse,

Over de ongenoegzaamheid en de gevaren van het indijken van rivieren. U. 57/58 : 24.

Over den standvastigen of evenwigtsvorm der stroombeddingen. U. 58/59: 172.

Over onoverstroombare dijken. V. 62/63: 68.

Solution du problème des inondations. V. 62/63: 77.

Davaux, Hydraulische sluitklep van -. U. 57/58: 244.

* Davelaar Cnopius (G. van). Zie * Cnopius.

Daveu, Oven van -. N. 49/50: 115.

Davy (H.), Bewaring van hout. U. 55/56: 4.

Over het behoud van scheepskoper. N. 64/65: 7.

Proef betreffende den warmtegraad van het water van de Nicaragua op verschillende hoogten. U. 64/65: 29.

Zie Rumford (B. Thomson graaf van).

Davy, Veiligheidslamp van -. U 51/52: 36.

David (L.F.F.) Zie Johnson (J.H.)

Davies (Th.), Iets over gesmeed ijzeren balken. U. 56/57:205.

Davis en Ramsay, Oscillerende machine -. U. 54/55: 87.

Dealey, Verbeteringen aan hoogovens van -. U. 57/58: 163.

Deane, Duikerwerkzaamheden van -. U. 56/57: 32, 33.

Debette, Beschrijving van den spoorweg naar Marveley bij Epinac. U. 65/66: 103. Vgl. Delvaux.

Debette, Over de middelen om den rook te verbranden. U. 58/59: 14.

Dechamps (A.), President eener vereeniging tot afdamming van de Oosterschelde. N. 66/67: 105.

Dechesnes. Zie Gevers van Endegeest (Mr. D.T.)

Decoster, Ventilator met vetdoozen van -. U. 57/58: 240

Decroizille, Schoorsteen van -. U. 64/65: 51.

* Dedem (C.W. baron van). Wordt lid. N. 57/58: 7.

Deeleman Pz. (C.T.), Beschrijving eener centrifugaalpomp. N. 51/52: 167.

Nota omtrent het ontwerpen en den bouw van den vuurtoren op de vierde punt in straat Sunda nabij Anjer. N. 51/52 : 167, 173.

Ontwerp van een gebouw voor eene tentoonstelling te Batavia. N. 52/53: 132, 149.

* Deeleman (L.H.) Wordt lid. N. 59/60: 106. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

* Deenik (B.A.A.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

* Degens (P.J.) Wordt lid. N. 66/67: 271. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Dégousée (J.) en Ch. Laurent, Stelsel van grondboringen van -. N. 67/68: 209-212, 323, 358. Vgl Zuylen (G.E.V.L. van).

Degrand (E.), De vuurschepen van Engeland. U. 61/62: 1.

Dehargne, Gegalvaniseerd ijzer. (Vertaling van J. Lebret.) U. 52/53: 13. Vgl. N 51/52: 138.

* Deinse (E. van). Wordt lid. N. 52/53: 95. Overlijdt. Verslag 64/65: 10.

Dejaer, Lid eener Belgische Schelde-commissie. N. 66/67:161.

* Deketh (G.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118.

Over riolen van portland-cement van Ph. Lindo & Cie. N. 65/66: 136, 159.

Delbrück, Over hetgeen van 1848 tot 1853 in Frankrijk ten opzigte van de verwarming en luchtverversching van openbare gebouwen is gedaan. U. 53/54 : 86.

Delorenzi (P.), Hydraulische spoorweg van -. M. 57/58: 8.

Delperdange. Zie Gobert (A.)

* Delprat (Dr. I P.) . Wordt lid. N. 47/48: 147. N. 48/49 :13.

Raadslid. N. 53/54 : 136. N. 56/57: 140. M, 59/60: 199. N. 62/63: 226.

Vice-president. Verslag 54/55: 53; 55/56: 45; 56/57: 53; 57/58: 63; 58/59: 49; 59/60: 39.

President. Verslag 60/61: 13; 61/62 : 49.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 65/66 : 18.

Honoris causa tot doctor in de wis- en natuurkundige wetenschappen benoemd. N.60/61: 190.

Door F.W. Conrad gehuldigd. N. 66/67: 1, 41.

Tot honorair lid benoemd. N. 66/67: 325, 326.

Herdenkt den overleden oprigter L.J.A. van der Kun. N. 63/64: 69.

Aanmerkingen op eene mededeeling over verdeeling van druk, bijdrage tot de statica der bouwkunst. N. 50/51 : 457. U. 51/52: 127. Vgl. Schubert (J.A.)

Aanmerkingen op eene mededeeling over draaijende wrijving. N. 50/51 : 157. U. 51/52: 128. Vgl. Brix (A.F.W.)

Over den afvoer van uitwaterende sluizen. N. 51/52: 98, 166.

Over den afstand der steunpunten voor de metaaldraden bij elektrische telegrafen. N. 51/52: 169. V. 52/53: 47.

Verslag omtrent eenige proefnemingen met Javaansche houtsoorten. N. 54/55: 163.

Opmerkingen naar aanleiding van de bedenkingen van A. Greve, omtrent de beoordeeling der prijsantwoorden over de doorgraving van Holland op het, smalst. N. 54/55: 166.

Over formulen, die men bij het berekenen der afmetingen van de traliebruggen heeft te gebruiken. Naar aanleiding van een artikel van G.G. van der Hoeven. V. 56/57: 34. Vgl V. 59/60: 24.

Over den wederstand van staven volgens W.H. Barlow U. 56/57: 88.

Over de spanning tusschen de deelen van een zwaar touw of kabel , vertikaal in het water nedergelaten. U. 57/58: 215.

Over de berekening van de afmetingen van traliebruggen naar aanleiding van een artikel van von Kaven. N. 59/60: 7. V. 59/60: 24.

Bijvoegsel op eene mededeeling van T.A. Blakely over het vervaardigen van geschut. U. 59/60: 134.

Over een ontwerp van Caligny tot besparing van schut-water bij het schutten van vaartuigen in kanalen. N. 60/61: 187.

Over eene formule van J.G. Schwedler, ter berekening van den wederstand van ijzeren staven, volgens de lengte gedrukt. N. 62/63: 116. N. 64/65: 178.

Onderzoek, in hoeverre brugliggers, over meer dan ééne opening doorloopende, te verkiezen zijn boven afzonderlijke liggers voor elke opening. N. 62/63: 174, 202.

Over ijzeren rollen bij bruggen. N. 62/63: 223.

Over het zien door kijkers. N 63/64: 83.

Over het in rekening brengen van den wederstand der palen onder de sluisfunderingen tegen het oppersen; naar aanleiding van eene verhandeling van J. Strootman. N. 63/64: 186.

Over het bepalen der middelbare snelheid in groote water- stroomen, naar aanleiding van het Report upon the Physics and Hydraulics of the Mississippi River, etc. by A.A. Hum-phreys and H.L. Abbott. N. 64/65: 87. N. 67/68: 218. V. 64/65: 60. Aldaar wordt verkeerdelijk H.L. Talbot vermeld. Vgl. N. 62/63: 50. N. 67/68: 218.

Over de chemische werking, welke koperen bouten op het hout uitoefenen. N. 64/65: 95.

Over Bresse's berekening van brugliggers. N. 65/66: 28.

Beschouwingen over het door E.A. Haitink medegedeelde betreffende het vervoermiddel centrifere. N. 66/67: 64.

Over het berekenen der dikte van cilindrieke wanden aan uitwendige loodregte drukkingen onderworpen. N. 66/67: 271, 314.

Lid eener commissie ter beoordeeling van het wets-ontwerp tot herstel van het dok te Willemsoord. V. 66/67 I: 77. Rapport. 116,

Over de werking van het stoomgemaal te Steenenhoek. N. 67/68: 76, 149.

Over de werking van stoomgemalen in het algemeen. N. 67/68: 216.

Over het berekenen van de werking der golfslagen. N. 68/69: 205, 223. Vgl. 153.

Over de betrekking tusschen de gemiddelde snelheid van het water in rivieren en de werkelijke snelheid, naar aanleiding van de waarnemingen van Chr. Brunings. U. 68/69: 86.

Aanmerking naar aanleiding van eene verhandeling van G. Hagen over de beweging van het water in rivieren. U. 68/69: 93.

Verslag van -, jhr. J. Ortt van Schonauwen en W. W. van Doorninck over de proeven, genomen te Honswijk, tot het bepalen van het vermogen van overlaten. V. 55/56: 5. Vgl N. 54/55: 73, '152.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 53/54: 20, 71. N. 55/56: 105. N. 58/59: 27, 54, 81. N. 60/61: 83, 169. N. 61/62: 46, 51, 61. N. 63/64: 183. N. 64/65: 79, 153, 176, 184, N. 65/66: 23, 24, 29-31, 69, 74, 75, 126, 130, 131, 172, 181, 182, 241, 242, 246, 247. N. 66/67: 42, 226, 256, 257, vgl. 340. N. 67/68: 55, 84.

Zie * Conrad (F. W.) , * Hoeven (G. G. van der) , Kaven (A. von) , * Kock (P.) , * Kun (L. J. A. van der) , Redten-bacher (F.) , Schwedler (J. G.), * Strootman (J.)

Delvaux, Legt den spoorweg naar Marveley, bij Epinac aan. V. 65/66: 103. Vgl. Debette.

Demanet, Beweegbare militaire bruggen van -. U. 53/54: 1.

Dempsey (G. Drysdale), Description of the mode adopted for repairing and supporting the western retaining wall of the London and Birmingham extension railway. N. 48/49: 288.

Denison (W.), Over de inrigting van kazernen en den zedelijken toestand van den soldaat in Engeland. U. 1850 IX: 38.

Dennett, Vloeren tegen brandgevaar volgens -, U. 67/68: 43.

Dent, Uurwerkmaker. U. 61/62: 122.

Dentzsch (C. G. von). Oprigter. N. 47/48: 16, 116. Benoemd tot president der afdeeling Oostelijk Java. N. 51/52: 4, 9.

Proeven met gebakken steenen, cement en hout. N. 51/52:176.

Proeven met Javaansche houtsoorten te Soerabaia. N. 54/55: 6, 7, 13, 19, 87. V. 54/55: 88. Aanteekeningen van - en W.J.A., Smith, omtrent proeven met op Java aanwezige delfstoffen. N. 52/53: 4,36. N. 53/54: 66, 76.

Aanteekeningen van dezelfden over proeven met de mastiek van P.J. Dumoulin. N. 53/54: 141.Zie * Steuerwald (C.H.G.)

* Dentzsch (J.G.C. von). Wordt lid. N. 62/63 : 123.

* Derx (H.G.) Wordt lid. N. 60/61: 96. Afgevoerd. Verslag- 65/66: 12. [Als ten onregte afgevoerd hersteld, blijkens Verslag. 69/70:V.]

Desbrière,

Vertegenwoordiger van de maatschappij van den spoorweg over den Mont-Cénis. U. 68/69: 1

Verslag omtrent proefnemingen met Fell's machine. U. 68/69: 2. Descroix. Zie Charault.

Desfourneaux Dubuat (J.L.) Zie Dubuat.

Desgrange (H.), Nieuwe stoomschuif zonder drukking. (Vertaling van J.G. van Gendt jr.) U. 52/53: 92.

Locomotief van -. U. 62/63: 97.

Desnoyers(Croizette-). Zie Croizette.

Desormeaux (R), Over parquetvloeren. U. 55/56: 32.

Desplaces. Zie Collet-Meygret, Talabot.

* Deutekom (M.) Wordt lid. N. 53/54 : 7.

* Deventer (A.M.E. van). Wordt lid. N. 52/53: 95. Afgevoerd. Verslag 65/66: 12. [Als ten onregte afgevoerd hersteld blijkens Verslag 69/70: V.]

Belast met spoorwegaanleg op Java. N. 64/65: 125. N, 65/66: 6-

* Deventer (F.D.N. van). Wordt lid. N. 52/53: 136.

Deville (H. Sainte-Claire). Zie Sainte-Claire-Deville.

Devilliers, Nota omtrent de mededeelingen van Malezieux over de openbare werken van Egypte. U. 51/52: 194.

* Dibbetz (H.M.) Wordt lid. N. 57/58: 7.

Dyckerhoff & Söhne, Portlandcement van -. N. 68/69:154.

Didion. Zie Boucherie (Dr. A.)

Didot (F.), Middel om aan eene gegraveerde plaat een relief te geven. M. 61/62: 8.

* Die (J.P. de). Wordt lid. N. 68/69: 154.

* Diepenheim (J.H.) Wordt lid. N. 52/53: 96. Overlijdt. Verslag 53/54: 17.

Diert (N.), Kaert vertoonende den loop van de Maeze en Merwede, mitsgaders van den grooten Zuid-Hollandschen Waerd vóór 1421, aen die van Gouda overgegeven 26 July 1565. N. 64/65: 61.

* Diesen (G. van). Wordt lid. N. 49/50: 10.

Bewerkt een register op de Notulen. N. 51/52: 97.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 60/61: 54. N. 61/62: 62.

Administratieve bescheiden betrekkelijk bet ministerie van openbare werken in België. Naar het fransch. U. 1850 IX: 285.

Grondregelen voor de ontwikkeling der spoorwegen in Duitschland. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 25.

Voorstel om de elektrische telegrafen-liniën over geheel Frankrijk uit te breiden. Naar het fransch. U. 51/52: 170.

Reglement op de spoorwegdienst in de Oostenrijksche kroon-landen. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 199.

Voorstel omtrent de medewerking van het Instituut aan het Nederlandsch woordenboek. N. 54/55: 75. Vgl. 162, 173. N. 55/56: 107, 124.

Herstelling van metselwerk beneden den waterspiegel aan de Willemsluis. N. 54/55: 76, 156.

Over de fabriek van F. Hilliar tot het bereiden van hout tegen bederf. N. 56/57: 6, 20.

Over de maatschappij tot houtbereiding tegen bederf te Amsterdam, directeur P. van Hoogstraten. N. 59/60: 5, 18.

Over eene paalfundering te Halfweg. N. 59/60: 6, 81.

Over het funderen der pijlers voor de spoorwegbrug bij Straatsburg. N. 59/60:U.

Over de brug te Mainz, gebouwd volgens bet stelsel van von Pauli, en over andere bruggen over den Rijn. N. 61/62: 83.

Bepaling van het vermogen van den Bovenrijn bij hoogen waterstand. V. 63/64: 1.

Mededeeling omtrent de steigerwerken aan de brug te Kuilenburg. N. 67/68: 56.

Mededeeling omtrent eene memorie van C.H.D. Buys Ballot betrekkelijk de waterstanden op de Nederlandsche rivieren. N. 68/69: 130, 133.

Verslag omtrent den uitslag der beproeving van de brug over de Lek te Kuilenburg. N. 68/69: 135.

Verhandeling van - en W.F. Leemans over de bepaling van het vermogen van den Boven-Rijn bij hoogen waterstand. N. 62/63: 122, 167. V. 63/64: 1. Vgl. N. 67/68: 199.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 54/55: 75. N. 55/56-9, 35. N. 56/57: 117. N. 63/64: 41. N. 67/68: 65, 66. N. 68/69: 211, 212, 243, 261.

Zie Boucherie (Dr. A.), Fairbairn (W.), * Fijnje (J.G.W.), Kramer (Dr. A.), Lindley (W.), * Schneitter (J. L.) , *Staring (W.C.A.) , * Wenckebach (E.)

Diets (J.D.), Drijvend droog dok van -. V. 1849 H: 17.

Dietz (Gh.), Stoomsleepschip van -. U. 66/67: 89.

* Dieu Fontein Verschuir van Heilo (Jhr. D.C. de). Zie * Verschuir

Digby Wyatt (M.) Zie Wyatt.

* Diggelen (B.P.G. van). Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Overlijdt. Verslag 68/69: 12.

Nota omtrent eene algemeene statistiek van Nederland. N. 48/49: 56, 71.

Brief ten geleide van nota's van Clot Bey, hem door den heer L.W. Beijerinck geschonken en door hem aan het Instituut aangeboden. N. 50/51: 33, 59.

Over molens met horizontale wieken. N. 50/51 : 159.

Wijziging in de spoordeuren van J.G. Singels. N. 53/54; 6, 14.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 53/54: 128,129. N. 54/55: 195, 199.

De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerzee. N. 64/65: 227. N. 66/67: 59.

Een woord betreffende het bedijken van de Zuiderzee. N. 66/67: 59.

Een woord over de vraag: Wat zijn rijpe gronden ? N. 66/67: 208.

Diggelen (P. van), Hoofdingenieur en daarna inspecteur van den waterstaat. N. 64/65: 189.

* Dijk (P. van). Wordt lid. N. 67/68: 85.

Over een onderdeel der werktuigen in gebruik bij diepe of artesische boringen. N. 67/68: 208, 308. Vgl. 321 en Zuylen (G.E.V.L. van).

Over de artesische putboring te Goes. N. 68/69: 26.

Beschrijving van een nieuw werktuig voor het opvoeren van groote hoeveelheden water tot groote hoogten en tot vervoer van menschen in mijnputten of schaften. N. 68/69: 71, 116. V. 68/69: 13.

* Dijserinck (J.H.) Wordt lid. N. 50/51: 163. Bedankt. Verslag 58/59: 14.

Over houten treknagels. N. 51/52: 26.

Proeven omtrent het verbindingsvermogen van onderscheidene metselspeciën. N. 56/57: 39. N. 58/59: 4, 11.

* Dik Cz. (S.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Overlijdt. Verslag 59/60: 13.

Dincq, Cirkelvormige draaijende schuiven voor sluizen. N. 53/54: 7, 15.

* Dingemans (L.V.) Wordt lid. N. 65/66: 141.

Diodorus Siculus, De Bibliotheca historica van in het fransch vertaald. V. 63/64: 14.

Dirichlet (G? Lejeune) vertaalt op verzoek van Prony eene verhandeling van J. A. Eytelwein over de snelheid van water in rivieren. U. 68/69: 83.

* Dirks (J.) Wordt lid. N. 49/50: 246.

Voorstel omtrent de zamenstelling van prijslijsten of tarieven van bouwstoffen. N. 56/57: 44, 83

Over eene sluis te Antwerpen. N. 56/57: 45.

De haven van Antwerpen. N. 59/60: 99. V. 60/61: 147.

Opstellen van kistingen N. 61/62: 103. V. 62/63: 8.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 56/57: 43, 45.

* Dirks (J.C.) Wordt lid. N. 64/65.- 158. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

* Dissel (Dr. E.F. van). Wordt lid. N. 60/61 : 55.

* Dixon Sr. (J.) Oprigter. N. 47,48: 16, 117. Bedankt. N. 48/49: 305.

Over stoomsleepvaart op kanalen. N. 47/48: 63.

Hefwerktuig van zijne vinding. N. 47/48: 68.

Over het leggen van gasbuizen. N. 48/49: 104, 107, enz.

* Dixon Jr. (J.) Oprigter. N. 47/48: 117. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

Over een nieuw stelsel van vertakkingen voor spoorwegen. N. 47/48: 67. V. 1848 I: 119.

Over ijzer- en koperdraadtouw. N. 49/50: 95, 120.

Dockray, Over creosoteren van hout. V. 52/53: 23, 24.

* Docters van Leeuwen (J.H.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Bedankt. Verslag 59/60: 13.

Dodge. Zie Burgess.

Doebereiner (J.W.), Ontdekking van omtrent de werking van het zonlicht op oxalzuur-ijzeroxyde. U. 59/60: 162.

Doehl, Handbuch der Münz-, Maass- und Gewichtskunde des Preussischen Staates. N. 66/67: 71.

* Does de Bye (Jhr. S.H. van der). * Zie Bye.

* Doesburgh (Dr. Th. van). Wordt lid. N. 57/58: 185.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 60/61: 45, 78.

* Doyne (W.T.) en W. Bindom Blood, Over de werking der belasting op de diagonalen van ijzeren liggers, enz. U. 53/54:13.

Doley, Vrijval-stelsel van - bij grondboringen. N. 67/68: 358.

Dollfus, Proefventilator van -. U. 57/58: 238.

Donaldson, De St. Isaacs-kerk te St. Petersburg. U. 1849 V: 18.

Dondeine, Waterdigte verw van -. U. 59/60: 149.

Donker Curtius (B.) en P.F.L. Blussé, Avis des jurisconsultes concernant les droits des tiers (afdamming van de Oosterschelde). N. 66/67 : 208.

* Donnadieu (C.F.)Oprigter. N. 47/48: 16. 121. Bedankt. Verslag 50/51 : 13.

Over den kunststeen van F. Ransome. N. 47/48: 52.

Donnet, Lid van Belgische Scheldecommissiën. N. 66/67:160, 161. U. 68/69: 52. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

* Doorn (C.J. van). Wordt lid. N. 59/60: 71.

* Doorninck (W.W. van). Wordt lid. N. 54/55: 9. Overlijdt. Verslag 56/57: 19. Zie * Delprat (Dr. I.P.)

* Dorth (J. A. van). Oprigter. N. 47/48: 117. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Doswell, Proefnemingen met hout. V. 52/53: 26.

Doual (J. Eden Mac). Zie Mac

Dougall (Mac). Zie Mac.

Dover (R.), Behandeling van rioolstoffen van-.U.58/59:161.

Dowling (C.H.), Series of metric tables. N. 66/67: 71.

Downie (J.), Verbeterde toepassing van ijzer in de zamenstelling der ijzergieterij van. U. 58/59: 152.

* Dozy (I.C.) Wordt lid. N. 60/61 : 191. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

* Drabbe (J.) Wordt lid. N. 64/65: 185.

Dransart, Proefnemingen met het molentje van Woltman. U. 61/62: 31.

Draper (Dr. J.W.), Waarnemingen van - omtrent de chemische werking van het licht. U. 59/60: 162.

Drebbel (C.), Vaartuig onder water van -. U. 56/57: 30.

Dredge (W.), Over wederstand van bekleedingsmuren. N. 48/49: 287.

Dresselhuis (J. ab Utrecht), Brief van een vriend over de afdamming van het Sloe. N. 66/67: 207.

Drew (J), Over de bij meteorologische waarnemingen gebruikelijke werktuigen. (Vertaling van J.A. Feith.) U. 1850 IX: 175.

Over gevolgtrekkingen uit meteorologische waarnemingen af te leiden (Vertaling van J.A. Feith.) U. 51/52: 1.

Drysdale Dempsey (G.) Zie Dempsey.

* Droeze (F.J. Haver). Wordt lid. N. 67/68: 219. Bedankt. Verslag 68/69:13.

* Droinet (F.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Afgevoerd. Verslag 60/61: 14.

Over den invloed van gas op planten. N. 48/49: 59.

Over gas uit afval van beenzwartfabrieken. N. 48/49: 181, 258.

Toepassing van gekleurde teekeningen op porselein. N. 49/50: 91, 101.

Over den werkkring van het Instituut. N. 49/50: 198.

Over eene gaskraan. N. 49/50: 244, 265.

Voorstel betreffende l'Institut de l'industrie de Paris, N. 50/51: 131, 151.

Zie * Simons (Dr. G.)

Dronkers (D.), Eenige beschouwingen over het doelmatige lot het daarstellen van een spoorweg uit de hoofdstad van Zeeland door Noordbrabant en Limburg. N. 66/77: 207.

De afdamming van de Oosterschelde. N. 66/67: 207.

Dronkers & Cie., Concessionarissen voor een spoorweg in Noordbrabant , Zeeland en Limburg. N. 66/67: 207.

* Drossaers (I.B.) Wordt lid. N. 53/54: 135.

Dru (L), Stelsel van grondboringen van -. N. 67/68: 212, 356, 362.

Druynen (H.J. van) en H.H. Rochell, Over de door stoom gevormde gebakken steenen van R.E Stadnitski. N. 59/60: 5, 12.

Dubied. Zie Ducommun.

Dubois (P.), Spoorwegen in Egypte. U. 57/58: 115.

Dubuat (J.L. Desfourneaux),

Waarnemingen omtrent waterafvoer van -. U. 67/68: 64. U. 68/69: 91.

Formule van -. U. 68/69: 83.

Principes d'hydraulique et de pyrodynamique. U. 68/69:91.

Duc (Viollet-le-). Zie Viollet.

Ducommun en Dubied, Ventilator van -. U. 57/58: 242.

Dudgeon, Geoctroijeerde hydraulische pers van -. U. 53/54: 123.

Dudok van Heel. Zie * Vlissingen (P. van).

Duff, Hydrostatische veiligheidsklep voor stoomketels van -. U.51/52 : l45.

Dufrénoy, Lid eener commissie tot onderzoek der memorie van F. de Lesseps omtrent het ontworpen Suez-kanaal. U. 56/57: 177. N. 59/60: 119.

Duhamel du Monceau (H.L.), Over bewaring van hout. U. 55/56: 3.

* Duyl (M.J. van). Wordt lid. N. 55/56: 97. Medewerker aan het Jaarboekje. N. 61/62 : 62.

* Duymaer van Twist (Mr. A.J.) Zie Twist.

* Duyvené (J.E.) Oprigter. N. 47/48: 117. Afgevoerd. Verslag 51/52: 15.

Nota omtrent eene doorgraving van Holland op zijn Smalst zonder sluizen. N. 67/68 : 65, 72, 92.

Onderzoek over de afsluiting van het geprojecteerde kanaal door Holland op zijn Smalst. N. 67/68: 112.

Dulong, Over koolstof. U. 58/59: 13.

Dumas (J?), Over den afvoer van de Seine en de hoedanigheid van het Seine-water. U. 68/69: 94, 95.

Dumesnil, Kunstmatige steen van -. M. 58/59: 17.

Du Moncel (Th.) Zie Moncel.

Dumoulin (P.J), Nota over den op het maritiem etablissement te Soerabaia aangewenden mastiek. N. 53/54: 128, 140. Vgl. N. 54/55 : 19, 22 en Dentzsch (C.G. von).

* Dumoulin (P.L.) Wordt lid. N. 62/63: 123.

Dumoulin, Profilograaf van -. U. 57/58 : 181. Vgl. With (E.)

Duncan (A.), De inrigting en de uitkomsten van de werking der groote stoombaggermolens op de Clyde. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 63.

Dundonald (Lord), Waterverdamping door langzame verbranding. U. 58/59: 17.

Dunn, Rolwagen van -. U. 53/54: 84.

Dunn, Heltersley en Cie. Zie Fairbairn (W.)

Dunod (Fr.), Jaarboekje van -. N. 67/68: 206.

Dupetit-Thouars. Zie Thouars.

Dupin (Ch. baron), Lid eener commissie tot onderzoek der memorie van F. de Lesseps over het ontworpen Suez-kanaal. U. 56/57: 177. N. 59/60: 119.

Verslag omtrent de memorie van F. de Lesseps over het ontwerp van een kanaal door de landengte van Suez. (Vertaling van J.L. Schneitter.) U. 56/57: 177.

Verslag van -, J.V. Poncelet, Ch. Combes, Clapeyron en A. Morin , aan de fransche akademie der wetenschappen over de Recherches hydrauliques van H. Darcy en H. Bazin. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 92.Vgl. N. 66/67:261. Duportail (A.C. Benoit-). Zie Benoit.

Du Pré (M.),

Zamenstelling der scheeve bruggen in den spoorweg van Charleroi naar de Fransche grenzen. (Vertaling van A, Baud.) U. 52/53: 19.

Bouwt bruggen over de Schelde, de Dendre en de Durme. U. 66/67: 113.

* Du Pui (M.S. du). Zie * Pui.

Dupuis, Meetinstrument van -. N. 51/52: 4.

Dupuis, Teekenonderwijs der gebroeders F. en A.-. N. 51/52:

Dupuit (J.), Over de beweging van water in poreuze gronden. U. 59/60: 77.

Etudes théoriques et pratiques des eaux courantes. V. 62/63: 72.

Des inondations; examen des moyens proposés pour en prévenir Ie retour. V. 62/63: 76.

Durocher (J.) Zie Malaguti (F.J.)

Duske, Inrigting van den oliebeproever van Mac Naught door .U. 62/63: 100.

Dussand en Rabattu, Over elektrische ontsteking van mijnen. U. 54/55: 75.

* Dusseldorp (W.K.) Wordt lid. N. 55/56: 97.

* Dussen (J.H. van der). Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt. Verslag 65/66: 12.

Duvis, Over het bedijken van rivieren. U. 57/58 : 35. Vgl. V. 62/63: 72.

Duvoir (L), Ventilatie-toestel van -. U. 57/58: 96, 230.

Duvoir-Leblanc, Verwarming- en ventilatie-stelsel van .U. 53/54: 96, 107, 112, 113.

Earnshaw (S), De theorie van het geluid. M. 58/59: 15.

Easton, Inwendige veiligheidsklep voor stoomketels van . U.1/52: 145.

* Eberson (L.H.) Wordt lid. N. 56/57: 88. Bedankt. Verslag 60/61: 14.

Ontwerp eener beschrijving van eene brug voor het huis te Eerde. N. 57/58: 57, 75.

Eble (M.), Toestellen van - ter bepaling van den tijd (Sextant en Horoskoop). N. 61/62: 148, 171. Vgl. Kaiser (Dr. F.), * Lebret (J.)

* Eck (F.M. baron van). Wordt lid. N. 62/63: 81.

Eckhardt (Gebr.), Hellend scheprad van -. N. 68/69: 73.

Eckstein, Practical treatise on chimneys. U. 52/53: 90.

Eden Mac Doual (J.) Zie Mac Doual.

Edwards (D.O.), Atmopyre van -. U. 51/52 : 36. Vgl. Palmer.

Edwards (H. Milne), De la génération spontanée. U. 67/68 : 90.

* Eekhout (C.W.) Wordt lid. N. 57/58: 186.

* Egeler (A.R.) Wordt lid. N. 47/48: 152. N. 48/49: 14.

Over den invloed van het gas op den plantengroei. N. 48/49: 104.

* Egmond (A. van). Wordt lid. N. 49/50: 10. Overlijdt. Verslag 66/67: 11.

Nota omtrent het wegmaaijen der planten op den bodem der kanaalpanden. N. 60/61 : 8, 37, 64, 59.

Voorstel betreffende het bewerken van eene waterstaatskaart van Nederland. N. 62/63: 219, 230. Zie Bauer (G.)

* Egmond (F.H. van). Wordt lid. N. 57/58: 70.

* Egter (W.K.T.) Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt, Verslag 66/67: 13.

Egter van Wissekerke (A.W.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12. [Als ten onregte afgevoerd hersteld blijkens Verslag 69/70: V.]

* Egter van Wissekerke (J.W.) Wordt lid. N. 65/66: 141.

* Eymer (L.J.) Wordt lid. N. 63/64: 266.

* Eysinga (S.E.W. Roorda van). Zie * Roorda.

* Eyssell (J.C.) Wordt lid. N. 47/48: 152. N. 48/49: 14.

Levensberigt van Leopold Johannes Antonius van der Kun. N. 63/64 : 142. Vgl. Verslag 63/64 : 13.

Eytelwein (J.A.), Formule van - voor de snelheid van stroomend water, minder naauwkeurig dan die van H. Darcy. U. 66/67: 95, 96. Vgl. U. 68/69: 83.

Beiträge zur allgemeinen Wasserbaukunst. U. 68/69 : 84.

lHandbuch der Statik fester Körper. N. 62/63: 177. Zie Dirichlet (G? Lejeune).

Eland (K), Staat tot vergelijking der formulen van Darcy en Bazin en van Prony met eenige waarnemingen, in de maanden Februarij en Maart 1867 gedaan in de Cothergrift. N. 66/67 : 259, 261, 307.

Elder en Cie (Randolph). Zie Randolph.

* Eldik (R.K. van) Wordt lid. N. 68/69: 83.

Elgg (P.O. Werdmüller von). Zie Werdmüller.

* Elias (P.) Oprigter. N. 47/48: 121. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

* Elias (J.W. Witsen). Wordt lid. N. 50/51: 37. Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125.

Ellet Jr. (Ch.), Amerikaansche bergspoorweg van -, U. 59/60: 22.

Elsasser, Telegraafpalen van steen en ijzer. U. 59/60: 162.

Elsner (Dr. L.), Over zinkgeel en zinkgroen. U. 1850 IX: 90.

*Elst (E. van der). Wordt lid. N. 51/52: 99.

Afdammingen, uitgevoerd in de domaniale steenkolenmijnen te Kerkrade. N 62/63 : 94, 156

*Elst (G.L. van der) Wordt lid N. 61/62 : 169. Overlijdt. Verslag 64/65: 10

Elst (van der ) en Smits, Geoctroijeerd voor houtbewerking. N. 65/66: 141

* Elven ( L. Tétar van). Wordt lid N. 53/54 : Bedankt. Verslag 56/57: 19

*Elven (M.G. Tétar van). Oprichter. N. 47/48: 16, 120

Eervol vermeld voor een ontwerp van een gebouw voor de Londensche tentoonstelling van 1851. N. 49/50 : 245. N. 51/52: 26

Over de bewaring van de gedenkstukken der bouwkunst. N. 51/52: 6, 12.

Beschrijving van een ontwerp voor het gebouw der tentoonstelling van nijverheid te Londen V. 51/52: 39, 40 Vgl. Conrad ( F.W.), Outshoorn (C.)

Zie Gailhabaud (J.), Remont (J. E.)

* Engelbronner (M.E. d'). Wordt lid. N. 65/66: 190.

Engelhard (J.D.W.E.), Polygonaal-architektuur. (Vertaling van F. W. van Gendt JGzn.) U. 52/53: 32.

* Engelhardt (J.L.B). Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. N. 54/55: 11.

Engelman (J.), Rapport wegens het voorgevallene op de rivieren in 1791, N. 49/50: 147.

Rapport wegens eene inspectie en reparatie aan rivierdijken en ijsgang op rivieren, onder directie van den inspecteur-generaal Brunings gedaan in 1795. V. 1850 V: 3.

Proeven en waarnemingen van - en F.W. Conrad (de vader) omtrent de snelheid van afvoer op de Rijntakken. V 66/67 II: 3. 17. 68/69: 85.

Engelmann (G.?), Over het gebruik van gebakken aarden buizen voor leidingen. U. 58/59: 176.

Engerth (W.), Getuigenis omtrent het gebruik van gegolfd plaatijzer voor spoorwegwagens. U. 64/65:.28.

Engerth. Zie Crampton.

* Enschedé Jz. (J.) Wordt lid. N. 51/52: 99.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 65/66: 244. N 66/67 : 2, 12, 31.

* Enthoven Lz. (K.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121.

Beschrijving van eene geoctroijeerde weegkraan. N. 48/49: 116, 132.

* Enthoven Lz. (L.) Oprigter. N. 47/48: 121.

Enthoven (L.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121. Bedankt. Verslag 55/56: 15.

Epinois (d'). Zie Chauveau.

Erbkam (G.), Zeitschrift fiir Bauwesen. N. 66/67: 282. N. 68/69: 7.

Ericsson,

Werktuig met verwarmde lucht van -. U. 53/54: 2, 3, 114. Vgl. Gendt JGzn. (F. W. van).

Ontwerp van spoorwegwet voor Zweden. M. 56/57 : 3. Zie Aymar-Bression, Ogden (F. B.)

* Erkel (A.W. van). Wordt lid. N. 65/66: 190.

* Erkel (F. van). Wordt lid. N. 54/55: 201. Bedankt. Verslag 58/59: 14.

* Ermeling (J.P.) Wordt lid. N. 50/51: 93.

Stelsel van grondboringen van -. N. 67/68: 209-211. Vgl. 321 , 363.

* Ermerins (F.) Wordt lid. K. 56/57: 88. Zie Beaulieu (E.)

* Errmerins (H.) Wordt lid. N. 64/65; 158. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

* Ernst de Seiwert (C.A.N.) Oprigter. N. 47/48: 121. Overlijdt. Verslag 65/66: 11.

Ernst (von), Mededeelingen omtrent twee forten van beton bij Kopenhagen. V. 64/65: 27.

Ertel (T.L.) Nekrologie. M. 57/58: 27.

Eschauzier (G.J.) Zie Quay (B.A. de).

* Eschauzier (J.A.C.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

Eschauzier (P.), Pogingen van om de lading van het wrak der Lutine te redden. N. 55/56: 109, 130.

* Escher (G.A.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

* Eskes (H.-P.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

Kaart van den Anna-Paulownapolder. N. 56/57: 19.

* Eskes (W.P.) Wordt lid. N. 61/62: 99

Espine (Dr. Marc d’) zie Marc

* Essen (J.A. van). Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Bedankt. Verslag 65/66: 12.

* Essenius Greeff (P:) Zie * Greeff.

Estaunié, Formule van - voor den arbeid van den uitzettenden stoom. M 60/61: 1.

* Estor (J.Chr.) Wordt lid. N. 60/61: 96.

* Etteger (F.H. van). Wordt lid. N. 62/63: 226.

Etzel (K.), Essais sur les grands chantiers de terrassement. U. 67/68: 73. Vgl. 77.

Etzel (C. von) bouwt de brug over de Aar bij Bern. (Aannemers Gebr. Benkiser.) U. 63/64: 108.

Evans (O.), Stoomwagen van - in 1804. U. 59/60: 109.

Evans, Aannemer van de brug over de Conway. U. 1848 I: 40.

Evans, Veiligheidsplaat voor stoomketels van-. U. 51/52: 144.

Evans. Zie Aitchison, Fothergill, Stephenson (R.)

* Evekink (P.) Wordt lid. N. 61/62: 99.

Over den registerwagen, in gebruik bij de staatsspoorwegen. N. 66/67: 11.

* Evers (J.D.) Wordt lid. N. 54/55: 75.

Over het droogleggen van gronden, naar aanleiding van oen stuk van Bellegarde. N. 58/59: 102, 119.

* Everts (E.J.) Wordt lid. N. 57/58: 7.

* Everts (J.J.M.) Wordt lid. N. 68/69: 245

* Everwijn (R.) Wordt lid. N. 61/62: 12.

* Exalto (L.) Wordt lid. N. 60/61 : 191.

Exter, Turfvervaardiging van -. U. 64/65: 21.

 * Fabius (J.) Wordt lid. N. 58/59: 8.

Fabry, Ventilator van -. U. 57/58: 242.

Faddegon (P.), De indijking en droogmaking van de Zuiderzee, enz. N. 66/67: 60.

* Fagel (A.) Oprigter. N. 47/48: 123.

Faye, Patent-peillood van -. U. 51/52: 160.

* Faille (P. Baart de la). Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Bedankt. Verslag 56/57: 11).

Over een put te Delft. N. 48/49: 101.

Fairbairn (H.), Over den staat der ijzer-manufactuur in de Vereenigde Staten, U. 1850 IX : 51.

Fairbairn (W.),

Over bruggen met kokervormige liggers. (Vertaling van G. van Diesen.) U. 52/53: 2.

Over het bouwen van ijzeren schepen en de duurzaamheid van ijzer. U 52/53: 66.

Over de sterkte van locomotiefketels en de oorzaken van het springen. U. 54/55 : 51.

De schipdeur in het dok te Keyham. U. 54/55: 57.

Liverpool-Canal-brug van -. U. 56/57: 71.

Beweegbare stoomkraanwagen van -, vervaardigd door Dunn, Heltersley en Cie. U. 57/58: 162.

Over de digtheid van den verzadigden stoom en de wet van uitzetting van oververwarmden stoom. U. 61/62 : 20.

De eigenschappen van het ijzer en zijn wederstand tegen projectielen met groote snelheden. U. 62/63 : 50.

Over warmte als beweging. U. 64/65: 30.

Onderzoekingen omtrent het draagvermogen van gesmeed ijzeren balken. U. 66/67 : 45, 47. Vgl. Reinhardt (P.)

Over de aanwending van ijzer in den scheepsbouw. (Vertaling van S. E. W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 13.

Proeven omtrent het wederstandsvermogen van verschillende staalsoorten. U. 68/69: 27.

Proefnemingen van - er) Th. Tate ter bepaling van de digtheid van stoom bij alle temperaturen. U. 59/60: 91. U. 63/64: 45.

Useful information for engineers. U. 64/65: 32.

Experimental researches, 1st Report of the special committee on iron. U. 66/67: 17.

On the application of iron to building purposes. U. 68/69: 28.

Zie Stephenson (B.)

Fairlie, Locomotieven van -. U. 68/69: 27.

Faivre, Over de middelen om spoorstaven te bevestigen volgens het stelsel van Barberot. U. 54/55: 16.

Falb (Dr. E.), Verslag wegens den toestand der telegrafie in Oostenrijk, einde 1849. V. 1850 V. 19.

Faraday (M. ?),

Over het voortbestaan van kracht. U. 57/58 :158.

Over magneto-elektrisch licht voor vuurtorens. M. 61/62: 2.

Over de werking van zeewater op stoomketels, U. 67/68 : 35.

Fardely, Middel ter beveiliging van telegrafen tegen den bliksem. U. 54/55: 96.

Faure, Over de drainage in Frankrijk, Engeland en België. U. 54/55: 58. Fearori. Zie Aitchison

* Feyfer (P.A. de). Wordt lid. N. (53/64: 266.

Zie Lommel (G.) Féburier, Over het gebruik van Dordsche tras bij de menging van mortels en over verschillende kunstwaterkalken. U. 52/53 : 57, 59.

Fehling, Mededeelingen over houtgas. U. 56/57: 10.

Fehse, Kunststeen van -. N. 56/57: 80, 97.

* Feith (J.A.) Oprigter. N. 47/48: 117.

Brug over den Shannon. Het indrijven van reuzenpalen. U. 51/52: 130. Zie Buchanan (G.), Drew (J.), Walker (W.)

Fell (J.B.), Spoorwegstelsel van op den Mont-Cénis, U. 65/66: 109. U. 66/67: 38, 41. U. 67/68: 7. U. 68/69: 1. Vgl. Brassey, Desbrière, Tyler.

Felten en Guilleaume, Vervaardiging van telegraafkabels onder water. U. 54/55: 40.

Fenn, Geoctroijeerde oliekannen van -. U. 57/58: 77.

Fergusson (J.),

Over de oude Buddhistiscbe bouwkunst in Indië. U. 1848 II: 138.

Over den grooten koepel op het graf van Sultan Muhammed te Beejapore, enz. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 55/56: 53.

Féron, Snijmachine van -. U. 55/56: 33.

* Ferrand (J.H.) Oprigter. N. 47/48: 117.

Lid eener commissie tot het ontwerpen van eene haven op de noordwestkust van Nederland. N. 55/56: 8, 41.

Lid eener commissie ter beoordeeling van de antwoorden op de prijsvraag omtrent de vlugtheuvels. V. 61/62: 79.

Benoemd tot inspecteur van den waterstaat. N. 63/64: 160.

Overlijdt. N. 66/67: 46.

Levensberigt door F.W. Conrad N. 66/67: 46.

Geschenk door zijne weduwe aangeboden. N. 66/67: 45.

Over den Lijmerschen overlaat. N. 53/54: 5. V. 53/54 : 11.

Nota omtrent besparing van schutwater en over een door wijlen A. F. Goudriaan in toepassing gebragt middel. N. 61/62: 45, 66.

Opgave van dijkbreuken en overstroomingen in Nederland. N. 62/63: 93, 125. Vgl. Brevet (A.J.), Conrad (F.W.), Olivier Dz. (E.), Sypesteyn (Jhr. J.W. van), Staring (Dr. W.C.H.), Toorn (J. van der), en Wencker (J.C.)

Tabel der waterstanden van de Westerschelde in Februarij 1825. N. 62/63: 221, 232.

Bewerkt met. L.J.A. van der Kun en H.F. Fijnje het rapport omtrent den toestand der rivieren enz. 1850. N. 63/64: 160. N. 66/67 : 47.

Memorie over de verdeeling van de wateren van den Boven Rijn, tusschen de Waal, den Neder-Rijn en den IJssel. N. 66/67: 48. V. 66/67 II: 4.

Ferrand, Oven van -. U. 1849 IV: 47, 69

Fèvre de Montigny (le), Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 99, 243, 245.

Field (J.), Over den band tusschen civiele en werktuigkundige ingenieurs. U. 1848 I: 47.

* Figée (H.) Wordt lid. N. 61/62: 169.

Figuier (L.), Over overstroomingen. U. 57/58: 20.

* Fijnje van Salverda (H.F.) Oprigter. U. 47/48: 16, 117.

Waarnemingen bij het stoomwerktuig voor de bemaling van de polders Cool, Schoonderloo en Beukelsdijk. N. 48/49: 53.

Over de wegneming der kwel. N. 48/49 : 90, 180.

Rapport over het ontwerp van een kanaal ter vereeniging van den Donau en de Theiss. N. 48/49: 115.

Toestel tot het afzagen van palen onder water. N. 54/55 : 164.

Nota betreffende de waterstanden op de hoofdrivieren in 1854. N. 54/55: 200. 232. V. 55/56: 27; in 1855. N. 56/57: 82. V. 56/57: 80; in 1857. N. 58/59: 22.

Over den toestand van de haven van het Nieuwediep. N, 62/63: 32,

Stelsel van perspompen van - voor droogmaking. U. 67/68: 48, 49, 52, 55.

Rapport van -, M.H. Conrad en F.W. Conrad over het ontwerp van een kanaal ter vereeniging van de rivieren den Donau en de Theiss, van Pesth naar Szegedin. N. 48/49: 115. V. 1849 II: 37.

Bewerkt met J.H. Ferrand en L.J.A. van der Kun het rapport omtrent den toestand der rivieren enz. 1850. N. 63/64: 160. N. 66/67: 47.

Verslag over het stoomwerktuig in den polder van Wamel, Dreumel en Alphen. N. 56/57: 86.

* Fijnje (J.G.W.) Oprigter. N. 47/48: 117. Raadslid. N. 65/66: 189. Bedankt. N. 65/66: 247. Op nieuw benoemd. N. 66/67: 327.

Bekroondvoor de beantwoording van eene prijsvraag, door het hoogheemraadschap van Delfland uitgeschreven. N. 48/49: 198.

Bezoekt met G. van Diesen de brug van von Pauli bij Mainz. N. 61/62: 83.

Neemt deel aan het onderzoek wegens het springen van eene locomotief te Harlingen. N. 68/69: 52.

Voorstel omtrent het bewerken van eene algemeene statistiek van den waterstaat van Nederland. N. 48/49: 11, 42.

Verhandeling over de uitwatering van Delfland. N. 48/49 : 300.

Nota over de haven van Middelharnis aan de noordzijde van het eiland Overflakkee. V. 54/55 : 80.

Beschrijving van de brug over de rivier de Mark. N. 55/56: 40, 51. V. 55/56 : 200.

Beschrijving der ijzeren draaibruggen over het verlengde der Lutterhoofdwijk, zijtak n°. VIII, der Dedemsvaart, enz. N. 60/61 : 7. V. 61/62: 15.

Uitslag der beproevingen van de weegbrug in den straatweg van Nijmegen naar Arnhem, naar aanleiding van eene mededeeling van jhr. J. Ortt van Schonauwen. N. 68/69 : 147.

Finch en Willey. Zie Brunel (I. Kingdom).

Findlay (G.A.), Over het indrijven van palen door atmospherischen druk. U. 51/52: 129.

Finlay (J.), Toestel tot ventilatie van -. U. 57/58: 254.

Firmin, Verbeterde ankers van -. U. 54/55: 88.

* Fisscher (L.F.) Wordt lid. N. 62/63: 226.

Fitzgibbon, Over de smalle spoorwegen in Australië. U. 65/66: 106.

Fizeau en E. Gonelle, Snelheid der elektriciteit. U. 1850. IX: 197.

Flachat (E.), Over het leggen van een spoorweg over de Alpen. U. 59/60: 158.

Voorstel van - ter bestijging van sterke hellingen met locomotieven. U. 66/67: 37.

Spoorwegontwerp van - en Thouvenot voor den Mont-Cénis. U. 66/67: 40.

Fletcher,

Zonderlinge aantasting van cilindrische ketels. U. 67/68: 34.

Beproeving van ketels. U, 67/68: 39.

Fleur-Saint-Denis. Zie Varignier.

Fokker (Mr. G.A.), Over kunstwegen in Zeeland. N. 57/58 : 58.

Le barrage de l'Escaut oriental. Observations sur Ie rapport de la commission internationale. N. 66/67: 215.

Folkers en Cie, Agenten voor de Londensche patent concrete stone company. N. 66/67 : 13.

Fondes, Baggermolen van -. U. 55/56: 18.

Fondet, Schoorsteen van -. U. 64/65: 51.

Fondu, Stelsel van - van loodregt heffende werktuigen bij aardewerken. U. 67/68: 78.

Fontanges (de), Bederf van het hout in funderingen. M.58/59: 9.

* Fontein Verschuir van Heilo (Jhr. D.C. de Dieu). Zie * Verschuir.

Fontenay (de), Bewaring van hout. U. 55/56: 9.

Forder (A.F.) en J. Letts, Engelsche ingenieurs, bezoeken Nederland. N. 48/49: 145.

Wateropvoerend werktuig van -. N. 48/49. 147, 258.

Forster (J.C.), Over de werking van zeewater op stoomketels. U. 67/68: 35.

Förster (L), Over de bad- en waschinrigtingen van den nieuweren tijd. U. 56/57: 153.

Forster, Compositie van - voor vloerbedekkingen. U. 54/55:16.

Forstner van Dambenoy (H.F.C. baron).

Oprigter. N. 47/48: 6, 16, 121.

Raadslid. N. 47/48: 6, 36. N. 48/49: 15. N. 49/50: 246. N. 52/53: 181.

Bedankt als zoodaning. N. 53/54: 137.

Lid der commissie voor den topographischen index. N. 51/52: 176.

Mededeeling omtrent de Société géographique impériale de Russie. N. 60/61 : 83, 99.

* Forstner van Dambenoy (W.M. baron). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Fothergill, Jacquard-doorslagmachine, gemaakt ten dienste van den heer Evans, aannemer der kokerbrug over de Conway. U. 1848 I: 40.

Berigt over locomotieven, waarin steenkolen en waarin cokes gestookt worden. Medegedeeld door den ingenieur Blenkinsop.U. 58/59: 41

Four (Masson-). Beoordeeling der parquetvloeren van Aniel. U. 55/56: 33.

Fournet, Over wellen of lasschen. (U 64/65: 41.

Fournié. Bevaarbaar maken van diep ingesneden bergstroomen. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 65/66:121.

Fournier (Gh.),Middel van - om lekken in gasleidingen te ontdekken. U. 61/62: 33.

Notice sur un procédé nouveau, pour révéler les fuites de gaz. U. 61/62: 33.

* Fowler (J.) Benoemd tot honorair lid. N. 66/67: 326.

Fox (Ch.), Wederstand van metaal. U. 59/60: 125.

Fox (W.), Proeven van - omtrent onderaardsche elektriciteit.U. 51/52: 147.

Fox en Chesterman, Verbeterd staal van -. M. 58/59: 20.

Franchot (L.), Luchtmachine van -. U. 53/54: 5.

Francis brothers and Pott, Medina-cement van -.V. 63/64: 45.

Franklin (Dr. B.), Pennsylvania-haard van -. U. 56/57: 194.

Behandelt de schoorsteenen uit een natuurkundig oogpunt. U. 64/65: 49.

Franquoy, Over geperste brandstoffen. M. 61/62: 13.

* Frantzen (E.A.) Wordt lid. N. 57/58: 70. Overlijdt. Verslag 64/65: 10.

* Frederik Karel (Willem), Prins der Nederlanden.

Benoemd tot honorair lid. N. 47/48: 145. N. 48/49: 13.

Biedt het borstbeeld van Koning Willem III ten geschenke aan. N. 55/56: 89, 99.

Frederix (C.), Nota over eenige springingsproeven met gesmeed ijzeren kanons. U. 1850 IX: 281.

* Fredzess (G.W.) Wordt lid. N. 53/54: 108.

* Freem (G.) Wordt lid. N. 59/60: 71. Bedankt. Verslag 68/69: 13.       

* Freeman (S. Tate). Wordt lid. N. 66/67 : 327.

Freeman, Over bestrating. U. 51/52: 68.

Freycinet (Ch. de), Verbetering van den gezondheidstoestand in de steden. (Vertaling van J. Tideman.) U. 66/67: 43.

Freycinet (de). Zie Clercq (G.A. de).

Freiwald (M.), Duikertoestel van -. U. 56/57: 31.

Frémaux, ongunstige uitkomsten van inpersen van hout. U. 62/63: 11.

French, Geoctroijeerde as voor spoorwegwagens van -. U. 53/54: 65.

Frerk, Ordinatograaf van -. U. 58/59: 96.

Fries, De dam in den spoorweg door het meer van Constanz. U. 56/57: 43.

Frischen (C.), Over isoleerklokken van gegoten ijzer U. 57/58: 16.

Zelfwerkende inrigting voor het in-. en uitschakelen vanlusvormige zijtakken in telegraaflijnen. U. 59/60: 100.

Over glazen isolatoren. N. 60/61: 69.

Gebruik van elektrische seinen voor spoortreinen in nood. U. 62/63: 65.

* Froger (W.A.) Oprigter N. 47/48: 107.

Handboek bij het bepalen der afmetingen van de voornaamste deelen van bouwkundige zamenstellingen. V. 63/64 : 16 volgg.

Froment. Zie Bonelli.

Fuchs; Ontdekker van het waterglas. IJ. 58/59: 100.

Fuess Cie (C.), Asphalt-buizen van -. N. 65/66:166,167.

Fulton (R.), Duikerkist van -. U. 56/57: 31.

Funk, Over de ijzeren bruggen in de Hannoversche spoorwegen. U. 58/59: 187.

Funkler. Zie Logeman.

Gadolin (A,), Laatste verbeteringen in Amerika aangebragt in de vervaardiging van gegoten ijzeren kanonnen. (Naar eene fransche vertaling met aanteekeningen van E. Terssen.) U. 67/68: 1.

Gay, Over werktuigen voor grondboringen. N. 67/68: 357.

Gay-Lussac (N.F.), Over de gevolgen van het omkappen van bosschen. U. 57/58: 30 Vgl. Arago (D.F.J.)

Hygroskopische proefnemingen van -. U. 57/58: 225.

Gayffier (de), Over scheve bogen. U. 53/54: 115.

Gailhabaud (J.), Over dokken in Londen. (Vertaling van M.G. Tétar van Elven.) U. 1850 IX: 132.

Gaillard, Mededeelingen omtrent den locomotief-telegraaf van Bonelli. U. 55/56: 86.

Over glazen isolatoren. N. 60/61 : 68.

Gaine (W.E.), Uitvinder van het perkamentpapier. M. 57/58 : 12.

Galy-Cazalat, Reminrigtingen van -. N. 48/49: 84, 174.

Kwik-manometer voor locomotieven van -. U. 1850 VIII: 127.

Galle (L.) Over het beveiligen van telegraafdraden aan gebouwen. U. 59/60: 170.

Over de zamenstelling en werking van bliksem-afleiders. U. 61/62: 110.

Katechismus der elektrischen Telegraphie. N. 60/61 : 69.

Galloway (R.), Over het doorzweeten van overslagnaden van stoomketels. U. 67/68: 36.

Galman, Plannen van - betreffende de uitbreiding van Amsterdam. N. 57/58: 59.

Galton, Berigt omtrent het spoorwegwezen in Groot-Britannie in 1858. U. 59/60: 115.

Gamond (A. Thomé de). Zie Thomé.

Ganot (A.), Traite élémentaire de physique. U. 52/53: 87.

* Gansneb (N. baron), genaamd Tengnagel. Zie * Tengnagel.

Garling (H.B.), Over de toepassing der beeldhouwkunst in de bouwkunde. U. 1848 II: 40.

Gasparin (A. de), Over het nut van houtaanplanting, ter voorkoming van overstroomingen. U. 57/58: 30, 36.

Gaultier de Claubry (H.), De l'emploi du fer émaillé, sous Ie rapport de la salubrité et de l'hygiène. N. 51/52: 192.

Gaus, Aanteekeningen over den bouw van de draaibrug over het Papenburger kanaal. U. 59/60: 20.

Gavin (R. Mac). Zie Mac Gavin.

Gebel (C.), Gegalvaniseerd ijzer van -. N. 48/49 : 11, 40, 190.

Gedge, Geoctroijeerde scheepsbouten van -. N. 63/64 ; 184.

* Geesteranus (P. Maas). Zie * Maas.

* Gey van Pittius (C.F.) Wordt lid. N. 49/50: 246. Bedankt. Verslag 59/60: 13.

* Geykema (P.J.) Wordt lid. N. 58/59: 103. Overlijdt. Verslag 67/68: 12.

* Geil (W.G.C.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. Verslag. 53/54: 17.

Aanteekening omtrent de kosten van den hydraulischen kalk van Goenong Saharie. N. 52/53: 48.

Teekening van het verbeterde maritieme etablissement te Soerabaia. N. 53/54: 20.

* Geysbeek Molenaar (D.) Zie * Molenaar.

Geist, Uurwerkmaker. U. 61/62: 122.

* Gelder (J.A. de). Wordt lid. N. 68/69: 245.

Gempt (B. te), Rivierpolders in Nederland. N. 56/57: 86.

* Gendt (A.L. van). Wordt lid. N. 57/58: 186.

* Gendt JGzn. (F.W. van). Wordt lid. N. 52/53: 74.

Over het gebruik van caoutchouc-kleppen in pompen. Naar het hoogduitsch. U. 52/53: 94.

Togt met het kalorieke schip «Ericsson». Naar het engelsch. U. 53/54: 7.

IJzeren tolhuis met entrepot. Naar het engelsch. U. 54/55: 47 .

Geoctroijeerde verbeteringen van Green aan stoomketels en fornuizen. Naar het engelsch. U. 54/55: 76.

Werktuig tot het vervaardigen van grof en fijn aardewerk van d'Huart de Nothomb. Naar het fransch. U. 54/55: 81.

Verbeterde ankers van Firmin. Naar het engelsch. U. 54/55: 88.

Geoctroijeerd rookverterend fornuis van Manley. Naar het engelsch. U. 54/55: 88.

Het groot Ganges-kanaal. Naar het engelsch. U. 54/55: 92.

Geoctroijeerde amerikaansche machine van Noyes voor het, maken van spijkers. Naar het engelsch. U. 54/55: 151.

Geoctroijeerd rookverterend fornuis van Parker. Naar het engelsch. U. 54/55: 152.

Harman's geoctroijeerde verbeteringen in stoomwerktuigen. Naar het engelsch. U. 54/55: 153.

De verbranding van koolstof en de inrigting van fornuizen. Naar het engelsch. U. 54/55: 166.

Verbeterde wrijvingshamer van J. Kitson. Naar het engelsch. U. 55/56: 56.

Verwarming van kerkgebouwen. Naar het engelsch. U. 55/56: 69.

Verbeterde banden voor kantoorboeken. Naar het engelsch. U. 55/56: 124.

Kleine mededeeling. N. 60/61: 122.

Zie Allen (E.E.), Austin (W), Baddeley (W.), Brunlees (J.), Burnell (G.R.), Chellingworth (T.T.), Engelhard (J.D.W.E.), Fergusson (J.), Grundy, Kohn (K.) , Lea (J.), Noël (Ch.) , Sorrell.

* Gendt (J.G. van). Oprigter. N. 47/48: 16, 117.

Lid eener commissie voor het drooge dok te Willemsoord. V. 65/66 I: 2. Rapport, V. 66/67, I: 105.

Memorie betreffende de droogmaking van de Legmeerplassen V. 51/52: 43. Vgl. N. 51/52: 98.

Aanteekening omtrent de meting van het strand langs de kust van de Noordzee. N. 60/61: 50.

Waarnemingen aan het provinciaal observatorium te Helder. N. 60/61: 91.

Verslag wegens proefnemingen met te Ostende gecreosoteerd hout. N. 65/66: 126, 145.

Nota over de getijen te Wijk aan Zee. N. 66/67: 225,233. Peilboek van 's Rijks zeehaven Nieuwediep. N. 66/67: 324,

Uittreksel uit mededeelingen betreffende den toestand van de haven het Nieuwediep. V. 67/68: 72.

Rapport omtrent het bestand zijn van sommige Westindische houtsoorten tegen den paalworm. N. 67/68: 75, 147.

Verslag wegens proefnemingen met de metaalverw van P.C. Claassen als middel tegen den paalworm. N. 67/68: 347.

Rapport van - en I. Warnsinck aangaande de verbeteringen, welke in den laatsten tijd in Engeland en Schotland betrekkelijk den gevangenisbouw zijn ingevoerd. V. 1848 I: 45.

* Gendt Jr. (J.G. van). Wordt lid. N. 56/57: 141.

Twee merkwaardige bouwvallen in Babylonie. Naar het hoogduitsch. U. 52/53: 35.

Wederopbouw des oostelijken oevermuurs van het groote scheepvaartkanaal della Madonna te Venetië. Naar het hoogduitsch. U. 52/53: 36.

Nieuw stelsel ter verbetering van rivieren. Naar het engelsch. . U. 53/54: 38.

Geoctroijeerde oscillerende machine van Davis en Ramsay. Naar het engelsch. U. 54/55: 87.

Schaeffer's patent stoommeter Naar het engelsch. U. 54/55:155.

Geoctroijeerde stoomhamers van W. Rigby. Naar het engelsch. U. 54/55: 156.

Nieuwe wijze om riemschijven op drijfassen te bevestigen van Ch. Clarine. Naar het engelsch. U. 55/56: 53.

Toestel van Howell en Jamieson tot het vervaardigen van zagen. Naar het engelsch. U. 55/56: 66.

Over de vorming van ketelsteen in stoomketels. Naar het fransch en engelsch. U. 55/56: 67.

De droogmaking van het meer van Fucino. Naar het engelsch. U. 55/56: 69.

Zamengestelde stoommachines van du Tremblay. Naar het engelsch. U. 55/56: 79.

Rader- en schroefbooten. Naar het engelsch. U. 55/56: 81.

Clayton en Harrop's geoctroijeerde verbeteringen in het versieren van hout. Naar het engelsch. U. 55/56: 83.

Over de slip van schroeven voor stoomschepen. Naar het engelsch. U. 55/56: 83.

Peile's geoctroijeerd hefwerktuig. Naar het engelsch. U. 55/56: 84.

Harman's geoctroijeerde windassen, kaapstanders, enz. Naar het engelsch. U. 55/56: 85.

De opening van de groote spoorweg-kettingbrug bij den Niagara. Naar het engelsch. U. 55/56: 86.

Over de verschillende toepassingen van den turf, Turfgas. Naar het engelsch. U. 55/56: 147.

Bestrating met gegoten ijzeren blokken. Naar het engelsch. U. 55/56: 154.

Het vervaardigen en kleuren van kunststeen. Naar het engelsch.U. 55/56: 155.

Masten en stengen voor schepen. Naar het engelsch. U. 55/56: 156.

Eindelooze spoorweg van Boydell. Naar het engelsch. U. 56/57: 15.

Kooktoestel voor troepen van Grant. Naar het engelsch. U. 56/57: 23.

Vereeniging ter voorkoming van het springen van stoomketels. (Manchester boiler association). Naar het engelsch. U. 56/57: 24.

Peters' machine tot het vervaardigen van holle projectilen. Naar het engelsch. U. 56/57: 25.

Morton en Hunt's direct werkend stoomtuig voor schepen. Naar hel engelsch. U. 56/57: 116.

Werktuig voor het doen van waterpassingen van -. N. 64/65: 154, 155, 156.

Aarden dammen door ravijnen, een voorstel tot het overtrekken van ravijnen voor de spoorwegen in het binnenland van Java. N. 66/67: 63. V. 67/68: 1.

Over de werking van den wind op grootere kapconstructiën. N. 66/67: 256, 280, 328, 340.

Zie Adams (W. Bridges), Aymar-Bression, Arnott (Dr. N.) Blackwell (S.H.), Braidwood (J.), Burnell (G.E.), Clegg Jr. (S.), Desgrange (H.), Hartin (J.), Herbert (G.), Yoy (D.), Lothes (G.), Payne (E.I.), Redtenbacher (F.), Rigby (W.) , Rosser (S.E.), Smith (C.H.), Tappe (H.A.), Whitley(N.)

* Gendt (Jhr. J.G.W. Merkes van). Zie * Merkes.

Genouilly (Rigault de).Zie Rigault.

Geoffroy en Cie (A.), Prijscourant van spijkers. N. 48/49: 309, 323.

George (A.), Rookverterende haard van -. U. 58/59: 60.

Gerber (H.), Das Pauli'sche Trägersystem und seine Anwendung auf Briickenbauten. N. 61/62: 83.

Gerber. Zie Kramer.

Gerke (Fr.C.), Der praktische Telegraphist. N. 60/61: 69.

* Gerkens (J.H.H. d'Arnaud). Wordt lid. N. 65/66: 248.

Germaine (G.). Zie Aston (E. Onslow).

Gerstner (F.J. von), Handbuch der Mechanik. V. 56/57: 39. Gerwig. Zie Beckh, Klein.

* Geuns (C.S. van). Wordt lid. N. 59/60: 198.

* Geuns Jzn. (M. van). Wordt lid. N. 56/57: 88.

Geuns (van), Over gevulcaniseerde of gemetalloiseerde veerkrachtige gom. N. 47/48: 40, 51, 97.

Geuns (van). Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56; 125. Verslag 55/56: 12.

* Geus (A.G. de). Wordt lid. N. 63/64: 266.

* Geus (C.K. de). Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Overlijdt. N. 63/64: 71.

Over de hoofdoorzaak der knippen en kuilen in de bestratingen der sleden. N. 49/50: 149, 170.

* Geus (G.A. de). Wordt lid. N. 49/50: 246.

Nieuw stelsel van stempelen van sluisdeuren. N. 49/50:24.

Verplaatsing van een steenen gebouw door middel van verrolling. N. 49/50: 194, 201.

Nota's omtrent het inschroeven van palen in den grond. N. 50/51: 33, 50. N. 51/52: 27, 99, 158. N. 52/53: 3. Vgl. Scholten (P.)

Glazen peilschaal en inrigting van drijvende peilschalen. N 50/51: 92, 97. N. 51/52: 99, 159. N. 57/58: 6, 35.

Nota over de sluiting van vloedsluisdeuren door middel van vlotten. N. 53/54: 23, 55, 128, 143.

Rolbruggen voor spoorwegen. N. 56/57: 82. N. 57/58:182. N. 58/59: 31.

Gevers van Endegeest (Mr. D.T.),

Denkbeelden en plannen van - omtrent het beplanten van duinen, N. 65/66: 212. Vgl. Mentz (D.)

Rapport van - en Dechesnes over bevestiging en ontginning van duinen. N. 65/66: 200, 201, 208, 209.

Verhandeling over het toegangbaar maken van de duin-valleijen. N. 65/66: 201.

* Gevers (Jhr. T.J.H.) Wordt lid. N. 53/54: 74. Bedankt. Verslag 61/62: 13.

* Ghega, Over den Noord-Amerikaanschen bruggenbouw. U. 53/54:24.

Gheldorff (A.E.G.), Carte topographique des rives de l'Escaut occidental et du canal de Gand a Terneuse. N. 66/67: 106.

* Ghijben (Badon).- Zie * Badon.

* Giesbers (J.M.) Wordt lid. N. 53/54: 25.

* Giessenburg (J.D.C.W. baron d'Ablaing van). Zie * Ablaing.

Giffard. Zie Bleckmann (Th.)

Gilbert (J.S.),

Drijvend dok van -. V. 1849 II: 16. Vgl N. 48/49: 182.

Balance-dock van -. M. 57/58: 26.

Past de scheepskameelen toe. U. 63/64: 3.

* Gildemeester (A.) Wordt lid. N. 47/48: 154. N. 48/49: 14. Bedankt. Verslag 54/55: 22.

Beschrijving van een werktuig, waarbij de middelpunt-vliedende kracht wordt aangewend ter afscheiding van de kristalliseer-bare en niet-kristalliseerbare suiker. N. 49/50: 153, 185.

* Gille (B.N. Reuvekamp). Zie * Reuvekamp.

Gintl (Dr. W.), Elektro-magnetische schrijftoestel voor telegrafen N. 53/54: 22, 47. Vgl. Wenckebach (E.)

* Gips Cz. (C.) Wordt lid. N. 66/67: 16. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Girard (P.S.), Plannen van - om het water van de Ourcq naar Parijs te brengen. U. 68/69: 94.

Mémoire sur Ie canal de l'Ourcq U. 49/50 V: 42.

Glaisher en Coxwell, Luchtreis van -. U. 62/63: 41.

* Glavimans (C.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Overlijdt. Verslag 57/58: 23.

Over verschillende houtsoorten, afkomstig uit de kolonie Suriname. N. 47/48: 42, 52. V. 1848 1: 1.

Glépin, Waarnemingen met ventilatie-toestellen. U. 57/58: 225.

* Glinderman (J.J.) Wordt lid. N. 67/68: 85.

Glynn (J.), Over stoombemaling. U. 1849 IV: 95.

Glower (W.), Vergunning voor eene telegrafische lijn tusschen Frankrijk en Amerika. M. 57/58: 26.

Gobert (A.), Berigt omtrent eene nieuwe wijze van samenstelling en verbinding van pijpen of buizen. (Stelsel van Delperdange.) U. 63/64: 36.

Godwin, Onderligger van -. U. 52/53: 69.

* Goedkoop (D.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

* Goedkoop (P.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

Goekoop (A.) Treedt af als inspecteur van den waterstaat. N. 63/64: 160.

* Goekoop (A.) Wordt lid. N. 57/58: 7.

* Goens (C.J. van) Wordt lid. N. 51/52 : 32.

Golbourne beproeft de Clyde bevaarbaar te maken. U. 63/64: 22.

Goldsmid (N.D.), J.F. Gregory en J. Marmont, Concessionarissen van den paardenspoorweg tusschen 's Gravenhage en Scheveningen. N. 64/65: 98.

Gompertz (E.), Over pijpen van asphalt. N. 61/62: 185,229.

Gonelle (E.). Zie Fizeau.

Goodch (D.), Over de tegenstanden van spoorwegtreinen bij verschillende snelheden. U. 1840 III: 103.

Goodfellow, Peilschalen (verklikkers) van mica van -. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 51/52: 209.

Goos (P.), Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 107, 243, 245.

De lichtende Colomme ofte Zeespiegel. N. 62/63: 254.

Gordon (A), IJzeren vuurtorens van -. U. 53/54: 35.

* Gordon (G.) Wordt lid. N. 56/57: 47.

Gordon bouwt de spoorwegbrug over de Wye. U. 63/64: 111. Zie Liddell.

Göring, Over de brug van Saint-Louis, te Parijs. U. 66/67: 73.,

* Gorter (J.) Wordt lid, N. 66/67: 16.

* Gosschalk (I.) Wordt lid. N. 63/64: 185.

Over het openbaarmaken van beschrijvingen van groote werken. N. 65/66:. 246.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N, 65/66: 245. N 66/67; 272

Gosselin (P.F.J.) Zie Theil (Laporte du).

Gosselin, Rapport omtrent de afdamming van de Oosterschelde. N. 67/68: 82, 208, 225, 298. Vgl. U. 68/69: 61 en Conrad (F.W.)

Goudriaan (A.F.) Inspecteur-generaal van den waterstaat. N. 64/65: 188.

Middel om de levendige kracht van het schut water te doen dienen tot gedeeltelijke terugbrenging van het schutwater. N 61/62: 45,

66. Vgl. Ferrand (J.H), Karsten (J.W.), Ommeren (W. van). Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 37, 98, 104, 106, 107.

* Goudriaan (A.F.) Wordt lid. N. 52/53: 180. Bedankt. Verslag 65/66: 12.

* Goudriaan (A.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Afgevoerd. Verslag 56/57: 19.

Goudriaan (B.H.) Hoofdingenieur van den waterstaat. Overlijdt. N. 63/64: 148, 153.

Rapport omtrent het gebruik van sommige in Duitschland voorhandene steensoorten. V. 1849 II: 109.

Belast met waterpassingen en opnemingen ten behoeve van een algemeen stelsel van peilschalen langs de hoofdrivieren. N. 63/64: 147.

Belast met de directie der werken van de Zuidwillemsvaart. N. 64/65: 188.

Gouin (E.), Over den drijvenden zeebreker op de reede van la Ciotat, beoosten Marseille. N. 55/56: 47.

Bouwt de spoorwegbrug bij Langon over de Garonne. U. 63/64: 108.

Gouin en Gie (E.) bouwen de brug bij Warschau over den Weichsel. M. 59/60: 9.

Maken funderingen met zamengeperste lucht te Lorient en Nantes. U. 65/66: 57, 58.

Baggermolens van -. U. 68/69: 46.

Gourlier, Brikken van -. U. 64/65: 49.

Gournerie (de la), Iets over scheve bogen, naar aanleiding van eene memorie van Graeff. U. 53/54: 115. Vgl. Graeff.

Graeff. Hoofdingenieur in het departement Maine et Loire. V. 62/63: 85, 86, 88.

Over de scheve gewelven. Opmerkingen over de vraagstukken, die in het geschrift van de la Gournerie zijn ter sprake gebragt. U. 54/55: 45. Vgl. Gournerie (de la).

Gray, Spherisch stoomtuig van -. U. 58/59: 77.

Grandis, Gratton en Sommeiller vervaardigen de werktuigen tot doorboring van den Mont-Cénis. U. 66/67: 36.

Granier, Bakovens volgens -. N. 49/50: 18, 31, 106.

Grant, Kooktoestel voor troepen, enz. van - U. 56/57: 23.

Gras (S.), Over de bergstroomen der Alpen. U. 65/66: 115.

Gras (Le). Zie Le Gras.

Grassi, Proefnemingen van - betrekkelijk ventilatie. N.61/62: 60.

Gratton. Zie Grandis.

Gravatt, Dumpy-Level's van -. N. 57/58: 142. N. 63/64:6, 200.

* 's Gravesande (Jhr. G.M. Storm van). Zie *Storm.

Gravier. Zie Coulvier.

Greave, Onderliggers van -. U. 62/63: 60.

Grebenau (H.), Theorie der Bewegung des Wassers in Flüssen und Canalen, vertaling van het werk van A.A. Humphreys en H. L. Abbott. U. 67/68: 59. Vgl. Humphreys (A.A.)

* Greeff (P. Essenius). Wordt lid. N. 59/60: 10. Overlijdt. Verslag. 62/63: 10.

Green, Verbeteringen aan stoomketels en fornuizen. U. 54/55: 76.

Gregor (Mac). Zie Mac.

Gregory (J.F.) Zie Goldsmid (N.D.)

* Greve (A.) Oprigter. N. 47/48: 6, 16, 117.

Raadslid. N. 47/48: 6, 36. N. 48/49: 15. N. 49/50: 11. N. 51/52: 183.

Penningmeester. Verslag 49/50: 51; 60/51: 41; 51/52: 45; 52/53: 43; 53/54: 47; 54/55: 53.

Lid eener commissie voor het drooge dok te Willemsoord. V. 65/66 I:1. Rapport. V. 66/67 I: 95.

Door het Bataafsch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte bekroond. N. 50/51: 39. Beantwoordt eene prijsvraag over de doorgraving van Holland op zijn smalst. N. 53/54: 65. N. 54/55: 37, 47, 58, 70, 76, 166, 179, 194. Overlijdt. Verslag. 57/58: 23.

Over een put aan den Helder. N. 48/49: 95.

Beschrijving van de middelen, welke zijn aangewend tot het digt en onschadelijk maken van de lekkingen aan de Mallegat- en Donkere sluizen te Gouda. N. 51/52: 30, 51.

Uittreksel uit een rapport van - over de sluiswerken te Bremerhaven. N. 50/51: 94. V. 51/52: 1.

Over een zeebreker op eene vlakke kust en eene haven op de noordwestkust van Noordholland. N. 55/56: 63-67.

Rapport over de afdamming der Oosterschelde. N. 66/67: 208.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 52/53: 64, 93. N. 54/55: 194. Zie Delprat (Dr. I.P.), Kun (L.J.A. van der).

* Greve (W.H. de). Wordt lid. N. 61/62: 200.

Grimaldi (Dr), Draaijende stoomketel van -. M. 61/62: 15.

* Grinwis (Dr. C.H.C.) Wordt lid. N. 64/65: 96 Neemt deel aan een onderzoek wegens het springen van eene locomotief te Harlingen. N. 68/69: 52. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

* Grinwis (J.J.R.) Wordt lid. N. 55/56: 97.

* Groenemeijer (A.D.J.) Wordt lid. N. 67/68: 66.

* Groenou (H. Broese van). Zie * Broese. Groetaers.Lid van eene Belgische Scheldecommissie. N. 66/67. 161.

Groignard (A.), Dokken van - te Toulon. V. 1849 II: 19. U. 56/57: 164.

Uitvinder der schipdeuren. 1775. U. 56/57: 177.

* Groll (J.) Wordt lid, N, 52/53: 73,

Verslag omtrent het leggen van den onderzeeschen telegraafkabel tusschen Batavia en Singapore. N. 59/60: 176. V. 59/60: 41. Vgl. Wenckebach (E.)

Verslag van hetgeen verrigt is tot opsporen en herstellen van het gebrek in den telegraafkabel bij Batavia. N. 59/60: 176. V. 59/60: 47.

Mededeelingen omtrent den aanleg, de kosten en den tijd van voltooijing van de spoorwegen op Java. N. 67/68: 330- 338.

* Groneman (H.J.H.) Wordt lid. N. 63,64: 85. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

* Groot (A. de). Wordt lid. N. 66/67: 271

* Groot (Corns. de). Oprigter. N. 47/48: 123.

Over veiligheidslampen en lonten en over draadkabel en koord van R. S. Newall en Cie. N. 49/50: 27, 73, 95.

* Groote Lindt (W.D.A.M. baron van Brienen van de). Zie * Brienen.

Grosjean (J.), Herstelling van den onderzeeschen kabel tusschen Calais en Dover. M. 58/59: 20.

* Grothe (D) Wordt lid. N. 64/65: 213. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Grothe en van Maanen, Zwart ijzerlak van -. N. 61/62: 185, 231. N. 62/63: 80, 83.

Grouvelle, Verwarming- en ventilatie-stelsel van -. U. 53/54: 96, 101, 104. U. 57/58: 264. Vgl. Thomas.

Grouvelle. Zie Mouchot.

Grove (W.R.), Over warmte als beweging. U. 64/65: 31.

The correlation of physical forces. U. 64/65: 31.

Grubissich. Italiaansch hoofdingenieur. V. 62/63: 107.

Grundy, Bootkraan van -. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 53/54: 12.

Guerin en Simyan, Octrooi voor verbeteringen in grondboringen. N. 67/68: 356

Guettier, Over het wederstandsvermogen van gegoten ijzeren balken. U. 57/58: 171.

Guyard, Telegraaf om ongevallen op spoorwegen te voorkomen. U. 55/56: 89.

Guibal (Th.), IJzeren bovenbouw voor spoorwegen van -. U. 62/63: 61.

Guiette. Lid van Belgische Scheldecommissien. N. 66/67:16 0, U. 68/69: 52. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

Guilbert (A.), Histoire des villes de France. U. 62/63: 70.

Guillery (H.), Sur la question du halage. N. 54/55: 71, 89.

Guyoth. Lid van Belgische Scheldecommissien. N. 66/67: 160.

* Gulden (A.M.A.) Wordt lid. N. 65/66: 33. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Gunning (Dr.J.W), Over ventilatie. N. 60/61: 169. N. 61/62: 53. Zie Bordes (J.P. de), Campo (W. F. del).

Gurney (G.), Middel van - ter blussching van onderaardschen brand. U. 54/55: 60. Vgl. Jottrand.

* Gutteling (H.P.) Wordt lid. N. 67/68: 339.

Gutton, Nieuw stelsel van dakbedekking met zink en voegen van caoutchouc. M. 61/62: 8.

Gwynne, Centrifugaalpomp van -. N. 57/58: 63. 142, 159. Vgl. Bosscha (H.C.), Buysing (D.J. Storm), Overduyn (Dr. W.L.)

Haages en Cie, Turfcoke van -. N. 49/50:146. N. 50/51: 34.

Paraffine-vernis van -. N. 50/51: 34. N. 56/57: 35, 49.

* Haartsen (A.C.) Wordt lid. N. 67/68: 219.

Haas (J. de), Over het aanleggen van dokken. N. 62/63: 121.

Haas J.A. de). Zie Boelen JRzn. (J.)

* Haastert (A.F. van). Wordt lid. N. 57/58: 95.

Haddon, Ontwerp van goedkoope spoorwegen. U. 68/69: 25.

* Haeften (G.H.W. van). Wordt lid. N. 62/63: 123.

Haeyen (A.), Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 97, 242, 245

Amstelredamsche Zee caerten, 1585. N. 62/63: 251.

Hagedorn, Waterdigt teekenpapier van -. N. 56/57: 39, 73.

* Hageman (A.J.M.) Wordt lid. N. 55/56: 10. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

* Hageman (G.) Wordt lid. N. 61/62: 201.

* Hageman (J.M.) Wordt lid. N. 49/50: 10. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

* Hagen (Dr. G.) Benoemd tot honorair lid. N. 66/67: 326.

Brief van den Raad van bestuur van het Instituut aan over eene plaats in zijn Handbuch der Wasserbaukunst. N. 54/55: 74, 153, 154.

Over vloed en ebbe in de Oostzee. M. 60/61: 1.

Over de theorie en de praktijk in de waterbouwkunst. U. 64/65: 32.

Proefnemingen omtrent de drukking van grond. U. 66/67: 9.

De nieuwe theoriën der beweging van stroomend water [van A.A. Humphreys en H.L. Abbott. (Vertaling van E. Olivier Dz.) U. 67/68: 59. Vgl. N. 67/68: 218.

Rapport omtrent de afdamming van de Oosterschelde. N. 67/68: 82, 208, 273, 301. Vgl. U. 68/69: 61.

Over de beweging van het water in rivieren. (Vertaling van E. Olivier Dz.) U. 68/69: 83.

Ueber Fluth und Ebbe in der Ostsee. M. 60/61: 1.

Grundzüge der Wahrscheinlichkeits-Rechnung. U. 68/69: 84. Zie Conrad (F.W.), Delprat (Dr. I.P.)

Haig, Ventilering-toestel van -. U. 57/58: 241.

Hays (W. Bennett), Havenhoofd en zeebreker te Glenelg, gebouwd door -. U. 57/58: 92.

Hayter (H.), De Charing-Crossbrug. U. 65/66: 30.

Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Crossbrug. U. 65/66: 37.

Hayter Lewis (T.) Zie Lewis.

* Haitink (E.A.) Wordt lid. N. 52/53: 136. Raadslid. N. 68/69: 246.

Iets over de bouwkunst op Banka, en beschrijving van het bouwen met pisé-cement op dat eiland. N. 53/54: 24, 56.

Over de houtsoorten van Banka en Bintang. N. 53/54: 105, 111.

Over linialen van geharden caoutchouc. N. 63/64: 38.

Gedachtenwisseling over den aanleg van spoorwegen op Java. N. 64/65: 128. N. 65/66: 8.

Brief in antwoord op een schrijven van B.E.W. Roorda van Eysinga daarover. N. 65/66: 119, 143.

Over een goedkoop middel van goederen-vervoer (centrifère). N. 66/67: 6, 67. Vgl. Delprat (Dr. I.P.), Lebret (J.), Stieltjes (T.J.)

Over de stelsels van grondboringen van Kind, Degousée en J.P. Ermeling. N. 67/68: 209-211, 323-325. Vgl. Zuylen (G.E.V.L. van).

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 61/62: 151. N. 63/64: 83. N. 66/67: 193. Zie Bordes (J.P. de).

* Haitsma Mulier (F.G.N.) Zie * Mulier. .

* Hayward (P.J.H.) Oprigter. N. 47/48: 117.

Beschrijving van de zelfregistrerende peilschaal, bij de woning van den opzigter C. van der Sterr, aan den Helder. N. 52/53: 135. V. 52/53: 51.

Beschrijving van den zelfregistrerenden windwijzer en wind-drukmeter, bij de woning van den opzigter C. van der Sterr, aan den Helder. N. 53/54: 21, 44. V. 53/54: 19. Vgl. V. 52/53: 51. N. 53/54: 35.

Herbouw der dubbele draaibrug over het groot Noordhollandsch kanaal, te Alkmaar, in 1853. N. 54/55:11. V. 54/55 :

 

Verslag over den toestand van de haven van het Nieuwediep. N. 54/55: 12. V. 54/55: 14.

Over de kistingen langs den Bovenrijn in 1861. N. 61/62: 103. V. 62/63: 5.

Rapport omtrent het bestand zijn van sommige Westindische houtsoorten tegen den paalworm. N. 67/68: 75; 145.

Haywood (W.), Over bestrating. U. 51/52: 66, 78.

Hale (J.L.), Proeven over waterontlasting door pijpen. U. 1850 IX: 106.

Hall (G.), Duikerwerkzaamheden van -. U. 56/57: 32.

* Hall (C.G. van). Oprigter. N. 47/48: 117. Bedankt, Verslag 68/69: 13.

Halley (Dr.), Duikerkleeding van -. U. 56/57; 31.

Halske. (G.G.) Zie Siemens (Wr.)

* Halske (J.G.) Wordt lid. N. 57/58: 70. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

* Ham (Mr. W.J. Royaards van den). Zie * Royaards.

Hammer (H.), Dubbelwerkende pomp. U. 61/62: 51.

* Hamming (H.G.C.M.) Wordt lid. N. 66/67: 271.

Hancock (Th.), Uitvinder van het vulcaniseren van veerkrachtige gom. N. 47/48: 97.

Hancock, Bewaring van hout. U. 55/56: 4.

Handley, Kunstmatig graniet en marmer van -.M. 58/59:9.

Handsen (W.), Elektromagnetische graveermachine van -.U. 54/55: 19.

Hanel (A.), Over de inwendige krachten der loodregt belaste balken en berekening van de ijzeren I-balken. U. 61/62: 39.

Haniel. Zie Jacobi.

Hansen (C.)

Concessionaris voor een verbindingskanaal van de Noordzee met de Oostzee. Bezoekt met F. W. Conrad het Holsteinsche. V. 64/65: 4, 33.

Canal Holstinois de Brunsbötel a la baie de Neustadt, V. 64/65: 5. Vgl. N. 65/66: 82.

* Hardes (H.) Oprigter. N. 47/48: l21. Bedankt. Verslag 65/66; 12.

Mededeeling omtrent metselsteenen en dakpannen, op Decima gebakken. N. 60/61: 7, 28.

Hardy, Bouwen van een keermuur aan zee nabij Algiers. U. 62/63: 101.

Harding. Zie Hawksworth

Hargen (J.), J. Wonder Muller en M. den Berger, Verslag over den toestand der Texelsche zeegaten, in 1747. N. 62/63: 261.

Harkort (J.C.) Mede-aannemer van den bovenbouw der brug te Kuilenburg. N. 67/68: 59.

Harman (H.W.), Verbeteringen in stoomwerktuigen van -.U. 54/55: 153.

Geoctroijeerde windassen, kaapstanden , enz. van -. U. 55/56: 85.

Harry (M.) bouwt den Malahide-viaduct in den spoorweg van Dublin naar Drogheda. U. 62/63: 46.

Harris. Lid eener internationale Suëz commissie. U. 56/57: 180.

Harrison (J.), Uurwerkmaker. U. 61/62: 121.

Harrison, Patent-watermeter van -. N. 53/54: 24.

Harrison, Zie Hughfleld.

* Harst (J. van der). Wordt lid. N. 62/63: 212.

Hart (Dr,), Wederstand van metaal. U. 59/60: 125.

Hart, Gaz-OEconomiser van -. N. 58/59: 84. Vgl. Bleekrode (Dr. S.)

Hart Beek (W.S. van der). Zie Beek.

Hartin (J.), Geoctroijeerde cilinder-watermeter van -. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 54/55: 44.

Hartley (Ch.A.), Rapport omtrent de afdamming van de Oosterschelde. N. 67/68: 82, 183, 208, 230, 286. Vgl. U. 68/69; 61 en Conrad (F. W.)

Hartley (I.) en Cie, Glas van -. N. 53/54: 21, 45, 71, 87. Vgl. Hoven (W.), Overduyn (Dr. W.L.)

* Hartog Jr. (G. de). Wordt lid. N. 51/52: 99. Overlijdt. Verslag 62/63: 10.

Over de oorzaak der scheuren en verzakkingen in muurwerken in Nederlandsch Indië N. 63/64: 27

* Hartog (W.A.) Wordt lid. N. 51/52: 99. Mederedacteur van het Jaarboekje. N. 63/64 : 40.

* Hartogh (L.A.H.) Wordt lid. N. 60/61: 139.

Over het aantasten van scheepskoper door zeewater. N. 63/64 : 29, 180 N. 64/65: 7.

Over kopervastmaking voor schepen. N. 63/64: 183.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 63/64: 263. N. 65/66: 126, 130.

Hartsinck (J.J.) verbetert de zoogenaamde schepschijf van Wehler. N. 68/69: 73.

Hartwich,

De brug over de Warthe bij Wronke in den spoorweg van Stargard naar Posen, ontworpen door -, en uitgevoerd door Bürkner. U. 52/53: 76.

Over den hydraulischen kalk van J.F. van den Brink. N. 60/61: 102.

Beschrijving van den overtogt in de Rheinische Eisenbahn bij Elten. (Vertaling van J. Tideman.) N. 65/66: 23, 48.

* Hartz (G.C.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Bedankt. N. 52/53:136.

Over drijfriemen van gutta-percha. N. 47/48: 40.

Inventaris eener verzameling van verschillende houtsoorten. V. 1848 I: 23, Vgl. N. 47/48: 52.

Over antifriction-metal. N. 48/49: 194.

Over machinale brandstof. N. 49/50: 23.

Harvey, Boormachine van -. U. 54/55: 84.

* Hasselt (A.K.P.F.R. van). Wordt lid. N. 60/61: 9.

Mededeeling omtrent den bouw der spoorwegbrug over den Maas nabij Dordrecht. N. 68/69: 244, 277,

* Hasselt (J.A.W.D. van) Wordt lid. N. 56/57: 47. Bedankt. Verslag 65/66: 12.

Haswell, Over de duurzaamheid van gietstalen locomotieven. U. 67/68: 35.

Hauchecorne, Statistiek der spoorwegen. M. 61/62: 5.

Haussmann, Jordan, Hirn en Cie, Werkplaats van - te Colmar. U. 59/60: 103.

* Havelaar (J.P.) Wordt lid. N. 61/6i: 12.

* Havelaar (P.A.T.) Wordt lid. N. 56/57: 88.

* Haver Droeze (F.J.) Zie * Droeze

* Hawkshaw (J.) Wordt lid. N. 66/67: 271

Ontwerpt de Charing-Cross-brug te Londen. (Aannemers G. Wythes en Cochrane en Cie.) U. 65/66: 30.

Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 37. Vgl. Bramwell, Cochrane (J.), Cowper, Hayter (H.), Hemans, Heppel, Mallet (R.), Nash, Phipps, Russell (J. Scott), Shields.

Legt de forten te Plymouth en Portsmouth aan. U. 66/67:49. Zie Conrad (F.W.) Vgl. Hayter (H.)

Hawksworth en Harding, Fabriek van stalen buizen van -. U. 64/65: 40.

Hawliczek. Zie Stampfer (S.)

Hawthorne en Cie., Locomotief van -. U. 65/66: 105.

Hecke (van), Stelsel van ventilatie en verwarming van -. N. 57/58: 96.

* Heel (Dudok van). Zie Vlissingen (P. van).

* Heemskerck (W.F.K. Bischoff van). Zie * Bischoff.

* Heemskerk Az. (Mr. J.) Benoemd tot honorair lid. N. 66/67: 326.

* Hees (A.N.J. van). Wordt lid. N. 66/67: 75

Heider (E.F.), Over pouzzolaan. U. 62/63: 33.

* Heyligers (E.J.G.) Wordt lid. N. 61/62: 169.

* Heim (Jhr. mr. H.J. van der). Wordt lid. N. 67/68: 219.

* Heynincx Mz. (E.S.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Overlijdt. Verslag 48/49: XV.

Heinke (E.), Verbeteringen van - in de duikertoestellen. U. 56/57: 32.

Heinke (W.), Over verbeteringen in de kleeding der duikers en in andere toestellen om onder water te werken. U. 56/57 : 30.

Heinzerling (Dr. F.), Theorie en berekening der ondersteunde en opgehangen scharnierbrug-balken. U 68/69: 6.

* Hellendoorn (J.J.) Wordt lid. N. 66/67: 227.

Helmholtz (H.) behandelt de theorie der warmte wiskunstig. U. 64/65: 31. Hellersley. Zie Dunn.

Hemans (G.W.), Over het creosoteren van hout. V. 52/53: 22, 26

Hemans, Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 36.

* Hemert tot Dingshoff (G.V.W. baron van). Oprigter. N. 47/48: 117. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Henderson (J.), Over het voorzien van steden met water. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 51/52: 181.

* Hendrik, Prins der Nederlanden. Benoemd tot honorair lid. N. 47/48: 145. N. 48/49: 13.

Hendriks (G.), Nota van aanmerkingen op een uittreksel uit de rivier-rapporten 1849-1850. V. 51/52: 38.

* Henket (N.H.) Wordt lid. N. 52/53: 6.

Over het kanaal van Apeldoorn naar Dieren. N. 65/66: 16, 17 Zie Sterr (P. van der).

* Hennequin (J.F.) Wordt lid. N. 53/54: 135.

Hennesy (H.), Over overstroomingen van rivieren. U. 56/57: 56,

Henry (Dr.), Over akoustiek. U. 57/58: 39.

Henry. Zie Bessas-Lamégie.

Henschel, Bevestiging van spoorstaven van -. U. 62/63: 69.

Hentsch (H.), Statistieke onderzoekingen omtrent de spoorwegen in Frankrijk over 1850. U. 51/52: 190.

Henz, Proeven omtrent het draagvermogen van brugliggers uit. gesmeed ijzer. U. 1848 II: 1.

Heppel, Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 36.

Herapath, Behandeling van rioolstoffen van -. U. 58/59: 160.

Herbert (G.), Over de zamenstelling van zeebrekers, boeijen, enz. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.) U. 56/57: 16, 17.

Hercewanoff. Zie Hoeven (G.G. van der).

Hercules Saxonus of Saxo, Altaren van - in het Bohldal ontdekt. V. 63/64: 92.

Héricourt (A.F. d'), Les inondations et Ie livre de M. Vallés. U. 62/63: 77.

Hermann. Lid eener Oostenrijksche commissie ter bepaling van de uiterste belasting van ijzer bij bruggen. U. 66/67: 107.

Hernessy (H.), Toepassing der eigenschappen van de wig, voorgesteld door Minotto, ten einde het overbrengen der beweging in de werktuigen te verbeteren. U. 54/55: 49.

Herr (Dr. J.) Zie Schubert (J.A.)

Herschell (F.W.), Aktinometer van -. U. 59/60: 162,163.

Herschell (J.), Over akoustiek. U. 57/58: 45.

Hervé Mangon. Zie Mangon (H.)

* Heshuysen (W.F.) Wordt lid. N. 64/65: 10. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

* Heukelom (H.P. van) Wordt lid. N. 56/57: 88.

Over den manometer van Rival. N. 58/59: 61, 84, 92.

* Heurn (F. van). Oprigter. N. 47/48: 117.

* Heus (W.H. de). Wordt lid. N. 65/66: 33.

* Heusden (F.J. van). Wordt lid. N. 59/60: 198.

* Heusden (J.W. van). Wordt lid. N. 63/64: 266.

* Heusch (F. baron van Scherpenzeel) Zie * Scherpenzeel Heusch.

Heusinger von Waldegg (E.),

Gebruik van ijzer en steen voor telegraafpalen. M. 61/62: 15.

Over pogingen om de houten liggers bij den bovenbouw der spoorwegen achterwege te laten. U. 62/63: 58, 63, 64.

Zamenstelling en hoofdafmetingen der grootere ijzeren spoorwegbruggen. U. 63/64: 105.

Hewson, Bereidingswijze van hout van -. U. 67/68: 91, 92.

Hyde Clark. Zie Clark (H.)

Highton, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 177.

Hill (L.) Zie Robb.

Hilliar (F.), Fabriek van - tot bereiding van hout. N. 56/57: . 6, 20. Vgl. Diesen (G. van).

* Hioolen (L.J.) Wordt lid. N. 66/67: 227.

Hipp (M.),

Chronoskoop van tot meting van den valtijd der ligchamen, enz. U. 1850 IX: 72. Vgl. Oelschläger.

Nieuwe schrijftelegraaf van -. U. 51/52: 188.

Over eene nieuwe toepassing der elektriciteit. U. 57/58:100.

Over verscheidenheid der werking van even sterke stroomen op elektro-magneten. U. 57/58: 155.

Nieuwe telegraaftoestellen van -. M. 58/59: 11.

Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 186 Zie Morse.

Hirn (G.A.), Invloed van een waterstraal op eene ketelplaat. U. 67/68: 36.

Hirn, Overbrenging van beweging op groote afstanden door kabels en koorden volgens -. U. 59/60: 103. M. 61/62: 1. N. 61/62: 159. Zie Haussmann.

Hirzel (Dr.), Over aluminium. U. 59/60: 99.

Hodgkinson (E.),

Proeven van - met ijzeren kokers. N. 48/49: 165. Vgl. N. 62/63: 209, 210. V. 63/64: 21.

Proeven betreffende den druk van ligchamen in rust en in botsing. U, 1850 VIII: 96.

Over de sterkte van verhit ijzer. U. 67/68: 41.

Hodson, Toestel tot verzameling van uit coke-ovens ontsnappend gas. N. 48/49: 258.

Hoecke (Van) bouwt eene brug over de Beneden-Schelde. U. 66/67: 113.

* Hoekwater (C.). Wordt lid, N. 49/50: 10. Bedankt. Verslag 54/55: 22.

* Hoeufft (Jhr. J.P.E.) Wordt lid. N. 63/64: 266

* Hoeufft (Jhr. W.) Wordt lid. N. 60/61: 55.

* Hoeven (G.G. van der). Oprigter N. 47/48: 117.

Over de prijs-ontwerpen tot het bouwen van eene brug te Weenen. Naar het hoogduitsch. U. 1850 IX: 186.

Over de bereiding en het gebruik van zinkgeel. N. 50/51: 158, 169.

Over den vorm van pijlers en kolommen. V. 51/52: 84.

Beschrijving van de Croton-waterleiding der stad New-York. V. 51/52: 85.

Toestel om het springen van stoomketels te voorkomen. Naar het engelsch. U. 51/52: 6.

Beschrijving van een nieuwen compensatie-slinger van Bourdin. Naar het hoogduitsch, met aanteekening. U. 51/52: 6.

Beschrijving van een toestel tot luchtverversching. Naar het engelsch, met aanteekening. U. 51/52: 17.

Toestellen om stoom- en andere werktuigen spoedig te doen stilstaan. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 36.

Over het verkoperen van voorwerpen van plaat- en van gesmeed ijzer. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 37.

Over de dakleijen. Naar het fransch, met bijvoegsel. U. 51/52: 57.

Over de schoorsteenen. U. 51/52: 126.

Over de klinkbouten. Naar het engelsch. U. 51/52: 152.

Aanteekeningen over den Amerikaanschen bruggenbouw. U. 51/52: 168.

Het havenlicht op den oostenlijken havendam te Neufahr-wasser, bij Dantzig. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 211

Over de kosten van elektrisch licht. Naar het fransch. U. 53/54: 125.

Over het wegnemen der korsten van ijzeroxyde-hydraat in ijzeren waterleidingbuizen. Naar het hoogduitsch. U. 55/56:1.

Nieuw mastiek of cement. Naar het fransch en hoogduitsch. U. 55/56: 115.

Over het luiden van torenklokken. Naar het engelsch met bijvoegsel. U. 55/56: 115.

Voorloopig verslag omtrent proeven, genomen met de metaal-verw van P.C. Claassen. N. 56/57: 35.

De bruggen over de Weichsel bij Dirschau en over de Nogat bij Marienburg. (Met bijvoegsel van dr. I.P. Delprat. Vgl. V. 59/60: 24.) V. 56/57: 29 . Vertaling van dat stuk door den russischen luitenant der genie Hercewanoff. N. 59/60: 59, 70.

De nieuwe Roomsch-Katholijke kerk te Padang op Sumatra's westkust. N. 59/60:.63. V. 59/60: 51.

Over de duifsteen van den Rijn. N. 63/64: 76, 195. V. 63/64: 81.

Kleine mededeelingen. N. 56/57: 39, 73.

Zie Barre de Saint-Venant, Culmann (R.) , Delprat (Dr. I.P.) Jaspar (J.), Malaguti (F.J.), Moncel (Th. du), Perreaux, Porro (I.), Rennes, Verdu (G.), Vicat (L.J.).

Hoffmann (Fr.), Ring-ovens van -. N. 67/68: 8, 40. Vgl. Pietersen (C.G.J.)

* Hofman (W.P.) Wordt lid. N. 68/69: 245.

Hofmann, Middel tot verduurzaming van steen. U. 61/62: 22.

* Hofstra (S.S.) . Wordt lid. N. 64/65: 185.

* Hogendorp (Jhr. K.C.A. van). Wordt lid. N. 50/51: 93. Overlijdt. Verslag 56/57: 19.

* Hogendorp (F. de Brouwer van). Zie * Brouwer.

* Hogerwaard (M.B.G.) Wordt lid. N. 62/63: 43.

* Hoijer (C.W.J.) Wordt lid. N. 56/57: 47. Overlijdt Verslag 62/63 : 10.

* Hoijer (J.H.) Oprigter. N. 47/48: 123. N. 50/51: 38. Overljjdt. N. 58/54; 17.

Hoys (W. Bennett), De zeebreker te Port-Elliot. U.56/57:68.

Holcomb (H.P.), Onderzeesche rijweg van -. U. 57/58: 101.

Holker Potts (Dr. L.) Zie Potts.

* Holm (P.A.) Wordt lid. N. 54/55: 9. Overlijdt. Verslag 56/57: 19.

Holst en Kooy, Monsters van ijzeren en koperen touwwerk. N. 49/50: 146.

Holtzapffel (C.), Elliptisch snijwerktuig van -. N. 48/49: 56, 77.

Turning and mechanical manipulation. N. 47/48: 54. U. 51/52: 138.

* Holtzman (A.) Wordt lid. N. 64/65.- 158.

Telegraafgeleidingen volgens -. N. 63/64: 263, 274.

* Holtzman (P.H.) Wordt lid. N. 59/60: 71. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

Holtzmann (G.) behandelt de theorie der warmte wiskunstig. U. 64/65: 31.

* Hooff (A. van). Wordt lid. N. 60/61: 9.

* Hooff (C.C. van). Wordt lid. N. 53/54: 135.

* Hooff (W.F.G.L. van). Oprigter N. 47/48: 123. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

* Hoogenboom (B.) Wordt lid. N. 66/66: 33.

Hoogendijk (S.) Stichter van het Bataafsch genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte te Rotterdam. N. 56/57: 117. N.57/58: 83.

Bemoeijingen van - omtrent stoommachines in 1757 en later. N. 57/58 : 83.

* Hoogeveen (K.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121. Bedankt. Verslag 49/50: 15.

* Hoogstraten (P. van). Wordt lid. N. 55/56: 43.

Hoofd der fabriek tot het bereiden van hout te Amsterdam. N. 58/59: 6. Zie Diesen (G. van), Kerkwijk (G.A. van).

Hoorn (G.H.), Siccatief van -. N. 58/59: 7, 71, 89. Vgl. Jansen (H.G.)

* Hora Siccama. Zie * Siccama.

Horn (J.G.), Korte geschiedenis der spoorwegen in Frankrijk. (In het nederduitsch bewerkt door J. J. van Kerkwijk.) U. 57/58. 60.

Hornbostel. Lid eener Oostenrjjksche commissie ter bepaling van de uiterste belasting van ijzer bij bruggen. U. 66/67: 107.

Horsky (F.) en J.C. Kraft, Planimeter van -. (Vertalingen van J. van Stralen.) U. 51/52: 38, 39. Vgl. Stampfer (Dr. S.)

* Horst (J.J.H.) Wordt lid. N. 49/50: 10. Overlijdt. Verslag 49/50: 15. N 50/51: 33.

Hosking, Proef van - met dubbele ijzeren kolommen tegen brandgevaar. U. 67/68: 42.

* Hotz (H.P.) Oprigter. N. 47/48: 121 , alwaar de voornamen verkeerdeljjk luiden A.P. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

* Hotz (J.G.P.) Wordt lid. N. 60/61: 9.

Over eene in de fabriek «de Prins van Oranje» vervaardigde loskraan N. 61/62: 51, 70.

Afbeeldingen van de werken, in die fabriek vervaardigd. N. 68/69: 244.

Houbotte (J.) Zie Pycke (Chev. Ed.)

* Houten (G. van). Wordt lid. N. 62/63: 226.

* Hoven (J.G.N.) Wordt lid. N. 65/66: 96.

Hoven (W.), Over monsters glas uit de fabriek van I. Hartley en Cie. N. 53/54: 21, 45.

Fer malléable van -. N. 67/68: 9.

How, Scheepstelegraaf van -. U. 54/55: 83.

Salinometer van -. N. 55/56: 37, 38.

Howard, Ophangschakels van -. U. 65/66: 32.

Howe, Stelsel van bruggenbouw van -. U. 51/52: 146.

Howell (J.B.) en W. Jamieson, Toestel van - tot bet vervaardigen van zagen. U. 55/56: 66.

Howson, Differentiaal-toestel van -. U. 51/52: 35.

Huart de Nothomb (d'), Werktuig tot het vervaardigen van grof en fijn aardewerk. U. 54/55: 81.

Hübbe (H.), Over de deuren van de groote sluis te Great-Grimsby en de aanwending van waterdruk tot het bewegen van groote lasten. U. 57/58: 95.

Aanteekeningen aangaande de dijksverdediging bij den hoogen waterstand der Elbe in 1862. U. 64/65: 46. Vgl. Tolle (H.)

* Hubrecht (W.H.) Wordt lid. N. 59/60: 106.

Algemeene beschouwingen over de schoorsteenen in woonkamers. Naar het fransch. U. 64/65: 48 Zie Chambrelent (J.)

* Hubrecht (G.L.van Lanschot). Wordt lid. N. 53/54: 108. Overlijdt. N. 68/69: 12.

Huese (F.A.), Gewijzigde équerre à miroirs van A. Lipkens. N. 61/62: 89, 127. N. 63/64: 82,120. Vgl. Stuart (Dr. L. Cohen).

* Huët (A.) Wordt lid. N. 60/61: 96. Zegt het lidmaatschap op. N. 62/63 : 103.

Over het overspannen van brugopeningen. N. 61/62: 87.

Over het vraagstuk van de verbinding van Amsterdam met de Noordzee. N. 61/62: 97, 137, 187, 198, 242, N. 62/63; 6-42. 46, 51-78, 102 . Brief, ten geleide van zijn geschrift: De Noordzee voor Amsterdam, eene beantwoording van vragen, gesteld in het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. N. 66/67: 329, 343. Vgl. Insinger (H.A.)

Hughes (J.), Atmospherische druk toegepast bij het leggen der grondslagen van de nieuwe brug over de Medway bij Rochester. U. 51/52: 161.

Hughfield en Harrison , Geoctroijeerde bewegelijke cirkelvormige zaag van -. U. 57/58: 143.

* Huguenin (G.F.S. van). Oprigter. N. 47/48: 121. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

* Huguenin (J.A.). Wordt lid. N. 58/59: 8. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

* Huguenin (O.F.U.J.). Wordt lid. N. 53/54: 108. Bedankt. Verslag 61/62: 13.

* Huygens (J.H.). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Huish (M.), Over onbereide en gecreosoteerde liggers. V. 52/53:24.

Huissen. Zie Jacobi.

* Huyssen van Kattendijke (W.J.C. ridder van). Wordt lid. N. 56/57: 118. Overlijdt. Verslag 65/66: 11.

* Huizer (S.L). Wordt lid. N. 68/69: 83.

Hulot, Over de plaats van aluminium in de elektrische spanningreeks. U. 56/57: 124.

Hülsse (J.A.), Allgemeine Maschinen-Encyclopädie. U. 57/58: 217. Zie Woltman (R.)

Humphreys (A.A.) en H.L. Abbott, Report upon the Physics and Hydraulics of the Mississippi river; upon the protection of the alluvial region against overflow. N. 62/63: 50. N. 64/65: 87. V. 64/65: 60 (waar verkeerdelijk H.L. Talbot wordt gelezen). U. 67/68: 59, 84, 218. Vgl. Burg (A. van), Delprat (Dr. I.P.) Grebenau (H.), Hagen (G).

Hunt (E.B.), Zelfregistrerende getijdemeter van J. Saxton.U. 55/56: 117.

Hunt Zie Morton.

Huntsman rigt in 1740 de eerste fabriek van gegoten staal te Sheffield op. U. 64/65: 12.

* Husband (W.) Oprigter. N. 47/48: 16, 117. Afgevoerd. Verslag 55/56: 15.

Over het leggen van gasbuizen in de nabijheid van boomen. N. 48/49: 63.

Husquin de Rheville, Over het gebruik van aarden buizen voor gas- en waterleidingen. U. 58/59: 175.

Hutchison (W.),

Octrooi van - voor het vervaardigen en kleuren van kunststeen U. 55/56: 155. U. 56/57: 55.

Octrooi voor het duurzaam maken van steen. U. 57/58:144.

Proeven met pleister tegen brandgevaar. U. 67/68: 41.

Hutin (B.) en P. H. Boutigny van Evreux, over de bewaring van hout, inzonderheid dwarsliggers van spoorwegen. U. 1849 V: 85.

* Idsinga (M.A. van). Wordt lid. N. 58/59: 31.

IJserman (J.M.), Brandsignaal van -. N. 60/61: 88.

* IJzerman (J.W.) Wordt lid. N. 68/69: 30.

* Immink (L.J.) Wordt lid. N. 49/50: 246. Medewerker aan het Jaarboekje. N. 65/66: 18.

Over de Hondsbossche sluis te Zaandam. N. 57/58: 57, 74.

Ingen (J.O.L. van) en F.A. Vaillant, Over het gebruik van zeewier. N. 52/53: 134, 159.

Beschrijving van het reduit in het fort Kijkduin. V. 53/54:1.

Inglis (A. en J.), Krachtige baggermolen van -. U.66/67:66.

* Insinger (H.A.) Wordt lid N 53/54: 7.

Over de plannen tot verbinding van Amsterdam met de Noordzee. N. 62/63: 7-39.

Over de verzanding der Texelsche zeegaten. N. 62/63: 94.

Memorie ten betooge dat de Texelsche zeegaten verzanden. N. 62/63: 38, 95.

De stelling dat de Texelsche zeegaten verzanden verdedigd. N. 62/63: 95, 109. Zie Conrad (J.F.W.), Huët (A.), Page (Th.)

Intosh (Mac). Zie Mac Intosh.

Iochet (d'), Vereeniging van beitel en baggerbuis bij grondboringen. N. 67/68: 357.

Yoy (D.), Over eene verbeterende zuigerpakking. (Vertaling van J. G. van Gendt Jr.) U. 56/57: 119,

Yolland, Over ongelukken op spoorwegen. U. 61/62: 85.

York (W), Heiwerktuigen van -. U. 66/67: 52.

York (W. en J.), Aannemers van de Alberthaven te Greenock. U. 66/67: 53.

York, Over bestrating. U. 51/52: 66.

Young (L.), Gasregulators van -. U. 57/58: 76.

Isherwood (B.F.). Over de proeven van Bourgeois met schroeven voor stoomschepen. U. 55/56: 83

Ismaël-pacha, Onderkoning van Egypte. Zie Lesseps (F. de).

* Ittersum (A.M.K.W. baron van). Wordt lid. N. 55/56: 43.

Over de artesische putboring te Goes. N. 68/69: 23.

* Itz (G.N.) Oprigter N. 47/48: 16, 117. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Jackson, Over de waterstaatswerken van den Rijn en de Moezel. U. 1848 III: 100.

Jacobi, Haniel en Huissen, Mede-aannemers van den bovenbouw van de brug te Kuilenburg. N. 67/68: 59.

Jacquard (J.M.), Weefgetouw van -. U. 1848 I: 40.

Doorslagmachine van -. U. 1848 I: 40.

Jacquemin, Spoorwegontwerp van - voor den Mont-Cénis. U. 66/67: 40.

* Jäger (J.G.) Wordt lid. N. 64/65: 185.

Jaloureau (M.), Asphaltbuizen van - voor water-, gas- en telegraafleidingen en voor drainage. N. 61/62: 185, 229. N. 65/66: 136, 165. Vgl. Collette (J.M.)

James, Photographie, toegepast op militaire kaarten. M. 57/58: 19.

Jametel en Lemare, Oven van -. U. 1849 IV: 62.

Jamieson (W.) Zie Howell (J.B.)

* Jansen (H.A.) Oprigter. N. 47/48: 117. Bedankt. N. 51/52: 171.

* Jansen (H.G.) Wordt lid. N. 53/54: 7.

Raadslid. N. 53/54: 137. Bedankt als zoodanig. N. 55/56: 43.

Mededeeling van eenige bijzonderheden betreffende de licht-torens op het eiland Schiermonnikoog. N. 54/55 : 10: V. 54/55: 41.

Proeven met het siccatief van G.H. Hoorn. N. 58/59: 71, 89.

* Jansen (J.C.) Wordt lid. N. 59/60: 106. Verslag 61/62: 13.

Janssen (H.), Over machinale brandstof-fabricatie. N. 49/50: 9, 23.

Janssen (H.L.),

Over het telegraafwezen in Nederlandsch-Indië. N. 56/57: 82, 101.

Janssen (Dr. L.J.F),

Over het belang der bewaring van overblijfselen der bouwkunst in ons land. N 49/50: 243, 258. N. 51/52: 93.

Jansz (A.), Onderzoekingen van - naar de meest doelmatige soort van spuisluizen in de XVlIde eeuw. N. 65/66: 230.

Jaski (F.C.) Zie Boelen JRzn. (J.)

Jaspar (J.), Elektrische lichttoestel van -. (Vertaling met aanteekening van G.G. van der Hoeven.) U. 53/54: 60, 125.

Jaurès. Lid eener internationale Suëz-commissie. U. 56/57: 180.

Jeanneney, Bereiding van waterstofgas. U. 55/56: 126.

Jenken, Fabriek van landbouwwerktuigen van -, te Utrecht. N. 66/67: 30.

Jenkins (W.), Stookinrigting voor locomotieven van -.U. 61/62: 98.

* Jentink (A.) Wordt lid. N. 59/60: 106.

Jessop. Zie Resnie.

Joannes (de), Draaijende seinpalen op spoorwegen. U. 54/55:165.

Jobard,

Over de wetgeving op de octrooijen. U. 54/55: 64.

Over watergas. U. 54/55: 85.

Over hydraulischen druk bij stoomketels. U. 67/68: 40.

Jobin, Schuif van -. U. 62/63: 95.

Johanny (R.), Nieuwe stookinrigting van -. U. 59/60: 151.

Johnson (F.), Over (A.) Mitchell's verbeterde schroefpalen. U. 62/63: 32.

Johnson (J.H.) en L.F.F. David, Kaapstander van -.U. 62/63: 102.

Johnson. Zie Calvert (G.)

Jong (A. de) verbetert de zoogenaamde schepschijf van Wehler. N. 68/69: 73.

* Jong (W. de). Wordt lid. N. 61/62: 99.

* Jong van Beek en Donk (Jhr. B. de). Wordt lid. N. 51/52: 8.

* Jong (A. Schram de). Wordt lid. N. 64/65: 213.

* Jongh (G.J. de). Wordt lid. N. 64/65: 158.

* Jongh (G.J.W. de). Wordt lid. N. 62/63: 226.

* Jongh (R. de). Wordt lid. N. 66/67: 227. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Jordan, De sluis van de stationshaven te Leer. U. 65/66: 1.

Jordan. Zie Haussmann.

* Jordens (D.J.) Oprigter. N. 47/48: 117

* Jordens (J.H.G.) Wordt lid. N. 55/56: 110. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

Jottrand (L.), Solidarité politique de la Belgique et de la Hollande (betreffende de afdamming der Oosterschelde.) N. 67/68: 82, 192.

Jottrand, Over de middelen om onderzeeschen brand te bestrijden. U. 54/55: 60. Vgl. Gurney (G.)

Joule (J.P.), Over de warmte als beweging, U. 64/65: 31.

Wijze van beproeving van stoomketels. U. 67/68: 40.

Jousselin (P.), Geschiedkundige en theoretische beschouwingen over de bewaring van hout. U. 55/56: 1.

Jouvin (J.P.), Behoedmiddel van - voor gepantserde en andere schepen. U.63/64: 41

Julien, Remtoestel (frein-lévier) van -. U. 54/55: 83.

Jüngst (W.), Verlakt teekenpapier van -. N. 52/53: 5.

Junker (K.), Rapport over waterverzorging van groote steden. U. 68/69: 93.

Justi. Zie Lorentzen (Dr.)

Kageneck (Von). Zie Varignier.

* Kaiser (A.) Oprigter. N. 47/48 : 121.

Kaiser (Dr. F.), Over den sextant van M. Eble. N. 61/62: 148.

* Kalff (J.) Wordt lid. N. 50/51.133.

Over riolen van portland-cement van Ph. Lindo en Cie. N. 65/66: 136, 163.

De registerwagen, werktuig om spoorwijdteri te meten. V. 66/67 II: 12

Kallenbach (G.G.), Dogmatisch-liturgisch-symbolische Auffassung der Kirchlichen Baukunst im Allgemeinen und insbeson-dere der Rund-Bogen-StyIe. N. 63/64: 230.

* Kallenberg van den Bosch (R.J.A.) Oprigter N. 47/48: 117. Bedankt, Verslag 56/57: 19.

* Kam (S.J.J.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

* Kamerling (A.W.C.G.) Wordt lid. N. 53/54: 135.

* Kamperdijk (N.J.) Wordt lid. N. 59/60: 71

* Kampf (R.) Wordt lid. N. 58/59: 31

* Kannemans (J.Th.) Wordt lid. N. 65/66: 33.

* Kannemans (N.A.) Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12.

* Kappen (A.J.H. van). Wordt lid. N. 53/54: 108

Karmarsch (K.),

Amarilvijlen ten gebruike op glas en metaal. U. 53/54: 115.

Volstrekte vastheid van metalen draden. M. 61/62:. 8. Geharde caoutchouc van -. N. 63/64: 38.

* Karnebeek (Jhr. H.A. van). Oprigter. N. 47/48: 118.

Karsten (J.W.) Hoofdingenieur van den waterstaat, 1817. Over het middel van A.F. Goudriaan ter besparing van schutwater. N. 61/62: 67.

Karsten, Handbuch der Eisenhüttenkunde. N. 50/51: 148,

* Kasteele (L. van de). Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. Verslag 55/56: 15.

Vergelijking van de kosten van stoomkracht met die van andere beweegkrachten in toepassing bij het droogmaken en drooghouden van funderingsputten. N. 48/49: 195, 238. Vgl. Strootman (J.)

Opgave der vereischte afmetingen voor de verschillende deelen der waterkeering van de geprojecteerde stuw in de rivier de Vecht bij Loozenschans, Overijssel. N. 48/49: 257, 268.

Over beweegbare stuwen. N. 49/50: 151, 174.

Over verwarming van gebouwen, N. 49/50: 153.

Verslag van - en T.J. Stieltjes omtrent eene reis naar Frankrijk tot het onderzoeken van beweegbare stuwen. N. 52/53: 135. V. 52/53: 53.

* Kat (F.) Wordt lid. N 53/54: 108. Overljjdt. Verslag. 57/58: 23.

* Kat (J.) Wordt lid. N. 57/58: 95. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

* Kater Pz. (G.) Wordt lid. N. 60/61: 191. Overlijdt. Verslag 67/68: 12.

* Kater Tz. (J). Wordt lid. N. 53/54: 8

* Kats (D. Akamats Nori). Zie * Akamats

* Kattendijke (W.J.C. ridder van Huyssen van). Zie * Huyssen.

Kaumann, Toestel ter beproeving van spoorwagen-assen. U. 57/58.176.

Kaven (A. von),

Over den wederstand van brugliggers en den afstand van pijlers in bruggen met verscheidene openingen. U. 53/54: 20.

Over funderingen met gemetselde blokken van gebakken steen. U. 57/58: 190.

Aanteekeningen omtrent de afmetingen van schroeven en nagels en over het wederstandsvermogen van deze. U. 58/59: 62.

Over I.P. Delprat's theorie der traliebruggen. V. 59/60: 24. Vgl. Delprat (Dr. I.P.)

Keelhoff (G.), Traite pratique de l'irrigation des prairies. U. 68/69: 36.

* Key (C.G.) Wordt lid. N. 68/69: 83.

Keller (F.A.E.), Exposé du régime des courants observés depuis le seizième siècle jusqu'a nos jours dans la Manche et la mer d'Allemagne. U. 64/65: 53. Vgl. U. 64/65: 62. U. 67/68: 84.

* Keller (P.) Wordt lid. N. 60/61: 96. Afgevoerd, N. 64/65: 12.

Keller, Küppers en Cie, Over zandsteengroeven te Nievelstein bij Herzogenrath. N. 61/62: 10, 24, 27.

Kellner (C.), Orthoskopisch oculair van -. N. 51/52: 25.

Kelsey (R.), Over bestrating. U. 51/52: 68.

* Kempees (J.G.A.) Wordt lid. N. 52j53: 74. Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

* Kempees (J.K.) Wordt lid. N. 65/66: 141. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

* Kempen (S.L.) Wordt lid. N. 57/58: 186

* Kempen (G.F.G.A. van). Wordt lid. N. 65/66: 190.

* Kempenaer (Jhr. W. van Andringa de). Wordt lid. N. 63/64: 266

* Kemper (P.H.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

* Kempers (W.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121. Bedankt. Verslag 49/50: 15.

Over gebruik van gutta percha. N. 48/49: 103.

Kennedy (Dr.A.L.), Over steigers. U. 53/54: 66.

Kennedy, Watermeters van -. U. 56/57: 89.

* Kennis (J.W.P.) Wordt lid. N. 66/67: 16.

* Kepper (G.L.) Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt, Verslag 66/67: 12.

* Kerchem (J.J.J. Wiggers van). Wordt lid. N. 54/55: 75. Overlijdt. Verslag 56/56: 15.

Kerckoirle (J.van), Dubbele gasbuizen van -. N. 48/49: 106.

* Kerkwijk (A.van). Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

* Kerkwijk (G.A.van). Oprigter. N. 47/48: 118.

Lid eener commissie ter beoordeeling van de antwoorden op de prijsvraag omtrent de vlugt-heuvels. V. 61/62: 79. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Over de maatschappij tot houtbereiding tegen bederf, te Amsterdam, directeur P.van Hoogstraten. N. 59/60: 5, 23.

Handleiding tot de kunst van den vestingbouw. U. 52/53: 87.

* Kerkwijk (J.J.van). Wordt lid. N. 52/53: 96.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 60/61: 54.

Over het gebruik van elektrisch licht bij het stellen van de brug over de Mark. N. 55/56: 40, 51. V. 55/56: 205.

Uittreksel van aanteekeningen over de inrigting en bediening van telegrafen, bijzonder van die naar het stelsel van Morse, verzameld op eene reis door Duitschland in 1856. N. 56/57: 139. V. 57/58: 58.

Het bereiden van hout volgens het stelsel van dr. Boucherie. V. 57/58: 65.

De telegrafische verbinding tusschen Europa en Amerika. U. 56/57: 128. U. 57/58: 206. U. 58/59: 78. N. 58/59: 30.

Nieuwe telegraafkabel door de Middellandsche zee. M. 57/58: 8.

Gegroefde schroef. M. 58/59: 5.

Mededeeling betreffende het leggen van den telegraafkabel tusschen Zandvoort en Dunwich. N. 58/59: 29, 41.

Over eene in Engeland gebruikelijke wijze van beproeving van isolatoren langs den galvanischen weg. N. 58/59: 30,47.

Beschrijving van eenige wijzigingen in de tegenwoordige stoomwerktuigen en van den gas-toestel van Lenoir. U. 60/61 : l.

Over het verslag van den heer J.W. del Campo, gen. Camp, omtrent de wereldtentoonstelling te Londen in 1862. N. 63/64:80.

Beschrijving van eenige verschijnselen, die zich voordoen in de telegraafdraden door den invloed van atmospherische elektriciteit en van het noorderlicht. N. 63/64: 76. V. 64/65: 38,

De doorbraak van den grooten Zuidhollandschen waard op den 18den November 1421. N. 64/65: 4, 61.

De paardenspoorweg tusschen 's Gravenhage en Scheveningen. N. 64/65: 87, 98.

Voorstel van - en anderen betreffende een bezoek aan de Parijsche tentoonstelling. N. 66/67: 226, 245, 250, 274.

Een woord over buurtspoorwegen. N. 68/69 : 207 , 228.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 56/57: 44. M. 57/58: 8, 25. N. 57/58: 178. N. 58/59: 24. N. 59/60: 42. N. 59/60: 42. N. 61/62: 166. N. 63/64: 71. N. 64/65: 5, 86, 142. N. 65/66: 10, 28-32, 68-70, 136, 242. N. 66/67: 225. N. 67/68: 9. Zie Burden, Horn (J.C,), Kun (L.J.A. van der).

* Kerkwijk (LC.van). Wordt lid. N. 60/61 : 139.

* Kervel (W.E.van). Wordt lid. N. 64/65: 10.

* Kesper (L.J.) Wordt lid. N. 59/60: 71. Ketelaar (H.) verbetert de zoogenaamde schepschijf van Wehler. N, 68/69: 73.

* Ketwich (H. van). Wordt lid. N. 53/54: 108.

* Keulemans (W.) Wordt lid. N. 50/51: 93. Overlijdt. N. 52/53: 136.

* Keurenaer (A.) Wordt lid. N. 67/68: 339.

* Keurenaer (J.A.) Oprigter. N. 47/48: 118.

Over de bouwmiddelen en de wijze van uitvoering bij de geniewerken in de vallei van Ambarawa op Java, enz. N. 51/52: 98, 150, 179. V. 51/52: 54.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 59/60: 73. N. 63/64: 193. N. 67/68: 209.

Kyan (Mac). Zie Mac Kyan.

Kieffer (A.), Telegraafdraden van -. N. 61/62:164. N. 62/63: 5.

* Kielstra (E.B.) Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12. Als ten onregte afgevoerd, hersteld. Verslag 67/68: 13.

Kievit (J.) Zwager van Cornelis Tromp. M. 57/58: 10.

Kind,

Stelsel van grondboringen en toestellen van-. U. 54/55: 153. N. 67/68: 209-212, 323, 358.Vgl. Zuylen (G.E.V.L. van).

Boort den artesischen put te Passy. M. 61/62: 18.

Kingdom Brunel (I.) Zie Brunel

* Kipp (P.J.) Oprigter. N. 47/48: 121.

Medeverslaggever omtrent een onderzoek naar den invloed van het lichtgas op den planten-groei. N. 51/52: 179, 188. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

Over ondoordringbaar maken van papier en karton door middel van gutta percha. N. 47/48: 51.

Over de middelen ter bepaling van hooge hittegraden. N. 48/49: 181.

Over den viaduct over het Göltzschdal in den Saksisch-Beijerschen spoorweg. N. 48/49: 259, 274.

Over de bepaling van het smeltpunt van metalen, aarden en hunne verbindingen, voorgesteld door K.F. Plattner. V. 1849 III: 29.

Over geperst leder en gegoten ivoor. N. 49/50: 91.

* Kips (J.J.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

Kirchhoff (G.) behandelt de theorie der warmte wiskunstig. U. 64/65: 31.

Kirchweger,

Condensatie-toestel aan locomotieven van -.U. 52/53: 18.

Over het beproeven van staafijzer. U. 55/56: 18.

Nieuwe druk- en zuigpomp van -. U. 55/56: 122.

Kirkaldy (D.),

Uitkomsten van een proefondervindelijk onderzoek naar de betrekkelijke sterkte, enz. van verschillende soorten van gesmeed ijzer en staal. U. 63/64: 74.

Proeven tot het bepalen van de betrekkelijke sterkte van lasschen. U. 64/65: 41.

Inrigting van om den wederstand van metalen en andere bouwstoffen te beproeven. N. 68/69: 210. Vgl. U. 67/68: 33.

Kirkham, Watergas van -. U. 54/55: 85.

Kitson (J.), Verbeterde wrijvingshamer van -. U. 55/56: 56.

Klein (G.), Over de rivierverbetering van den Rijn. (Vertaling van E.Olivier Dz.) U. 67/68: 65,

Klein (L.), Over het turfstoken bij locomotieven. U. 1848 II: 27.

Klein en Botka, Ontwerpen van tot verbetering van het Plattenmeer. U. 68/69: 71.

Klein en Gerwig, Spoorweg-ontwerp van voor den Mont-Cenis. U. 66/67: 41, 42.

Klerck (Jhr.A.), Over Aberdeensch graniet. N. 52/53 :133, 154.

* Klerck (Jhr.G.J.G.) Wordt lid. N. 56/57: 118.

Raadslid. N. 66/67: 327.

Vice-president. Verslag 67/68: 12; 68/69; 12.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 69/60: 43.

Benoemd tot ridder der orde van den nederlandschen leeuw. N. 68/69; 139.

Herdenkt den oprigter G.Simons. N. 68/69: 125..

* Klerk JCz. (J.D.M. de). Wordt lid. N. 68/69: 213.

Klett en Cie. Zie Kramer en Gerber.

* Klijn (C.W.M.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Overlijdt. Verslag 60/61: 14.

* Kloesmeijer (F.D.) Wordt lid. N. 66/67: 227.

* Kluit (J.) Wordt lid. N. 63/64: 266.

* Kluppel (Mr.J.A.) Wordt lid. N. 56/57: 47. Overlijdt. N. 62/63: 4.

Mededeelingen omtrent de Hondsbossche zeewering. N. 56/57: 4, 79, 90. N. 58/59: 99, 108. N. 60/61: 26. N. 61/62: 11

Afdamming der Hondsbossche sluis te Zaandam. N. 57/58: 57, 73.

Onderzoek naar den paalworm in sluisdeuren te Zaandam. N. 60/61: 6, 26.

Over de palen, bereid volgens het stelsel van dr.Boucherie of op andere wijze. N. 60/61: 50, 71. N. 61/62: 186, 241.

Knab, Bewaring van hout. U. 55/56: 6.

Kneller,

Passer van -. (Nullenzirkel.) U. 1849 V. 104.

Vervaardigd door E. Wenckebach. N. 49/50: 9.

Knight, Bevan en Sturge, Portland-cement van -. N. 68/69: 72, 121.

Knoop (J.H.), Jongmans Onderwijzer, 1775. N. 63/64: 7.

* Kock (A.W.T.) Wordt lid. N. 61/62: 201 . :

* Kock (P.) Oprigter. N. 47/48: 6, 118. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Proeve van beschouwing wegens de verbetering van het Katwijksche kanaal. N. 48/49: 299.

Proeven eener beschouwing omtrent de verbetering van de Katwijksche uitwatering. V. 1850 V: 80.

Waarnemingen en berekeningen van - en I.P.Delprat wegens het vermogen der uitwatrende sluizen te Katwijk. V. 53/54: 21.

* Koenen (Mr.H.J.) Wordt lid. N. 50/51: 133. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Over het bewaren van gedenkstukken van vaderlandsche bouwkunst. N. 51/52: 95.

Over de overbrenging van het Amsterdamsche peil te Amsterdam. N. 51/52: 100, 161.

Koesfeit (C. Zumbag de). Zie Zumbag

Kohl (E.H.), Straatspoorweg te Birkenhead. M. 61/62: 13.

* Kohlbrugge (J.) Wordt lid. N. 56/57: 47. Overlijdt. N. 58/59: 111. Verslag 58/59: 14.

Kohn (K),

Over uitzetting van stoomketels.. U. 51/52: 152. U. 67/68: 33.

Het nut van veiligheidskleppen van buitengewone grootte op stoomketels. (Vertaling van F. W.van Gendt JGz.) U. 53/54: 12.

Engelsche scheepspomp. U. 55/56: 48.

* Kok (M.P.) Wordt lid. N. 53/54: 108. Afgevoerd. Verslag 60/61: 14.

* Kok (W.) Wordt lid. N. 65/66: 33.

Kolb. Zie Kuhlmann (F.)

* Kommers Pz. (A.) Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. Verslag 49/50: 15.

König, Onderzoekingen omtrent beveiliging van hout. U. 67/68; 90.

Koning (J.), Historisch berigt wegens Joost Jansz. Beeldsnijder en de door hem vervaardigde stukken. N. 62/63: 96, 246.

* Koning (D.A.Wittop). Wordt lid. N. 66/67: 75,

Kooy Jz. (B.) Zie Santhagens (J.J.A.), Boelen. JRzn. (J.)

Kool (F.), Toestel om palen onder water af te zagen. V. 55/56: 17.

* Kool (J.A.) Oprigter. N. 47/48: 118.

Lid der commissie voor de technische benamingen. N. 63/64: 74.

Verslag daarover 1863-1864. N. 63/64: 258, 269;

Verslag 1864-1865. N. 64/65: 211, 216.

Nota over de spoorstaven en hare onderlinge verbinding op den Maastricht-Hasseltschen spoorweg. N. 57/58: 8, 36.

IJzeren traliebrug over de Maas bij Maastricht. N. 57/58: 11. V. 58/59: 1.

Draaibruggen over het kanaal van Luik naar Maastricht, door - en Jhr. JRT. Ortt. N. 48/49: 55. V. 1849 II: 4. Zie Waldorp (J.A.A.)

Koopman (J.F.), Beschrijving van een ijzeren mast- of ketelbok. N. 67/68: 47, 68. Vgl. 76.

Köpke, Over dragers van gelijken wederstand. U. 63/64: 111.

Kops (J.), Rapport over het onderzoek der duinen van het voormalig Hollandsch gewest. N. 65/66: 200.

* Kops (A.L.de Bruyn). Oprigter. N. 47/48: 123.

Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125.

Over eene inrigting, ten doel hebbende om het verschil aan te geven tusschen de aanwijzing van den tijd op de spoorweg-uurwerken en den middelbaren tijd der plaatsen, aan den spoorweg gelegen. N. 64/65: 157, 170.

* Kops (C.J.de Bruyn). Wordt lid. N. 50/51: 133.

Over ijzeren lichttorens. N. 52/53: 68, 75.

Over een gasmeter à niveau invariable van Scholefield en Cie. N. 59/60: 64. Zie Swift (W.H.)

* Kops (C.M de Bruyn). Wordt lid. N. 53/54: 108.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 59/60: 43. N. 60/61: 54. N. 61/62: 62

Fabriek van stoom- en andere werktuigen, ijzer- en kopergieterij van -. N. 62/63: 80, 87.

Korber (Baron). Ontwerper van de haven van Fiume. U. 65/66: 67.

Körber (von). Over het bouwen met Santorin-mortel. U. 1848 II: 85.

* Korevaar (P.A.) Wordt lid. N. 61/62: 12.

De stoom-scheprad-watermolen in den Zuidpolder van Delfgaauw. N. 60/61: 189, 199.

Over het beneden-stoomgemaal in den Berkelschen polder. N. 66/67: 13, 33. Wijziging in de schoepen van schepraderen als middel tot wateropvoering. N. 68/69: 72, 122, 140, 189.

* Korff (P.K.Bakker). Zie * Bakker Korff.

* Kortz (F.A.) Wordt lid. N. 55/56: 69. Bedankt. Verslag 58/59: 14.

Kossak, Over den vorm van het onderste gedeelte der palen. U. 54/55: 14.

* Koster (W.T.) Wordt lid. N. 53/54: 74, Raadslid. N. 65/66: 248.

Wateropzuigend vermogen van metselsteenen. N. 58/59: 100, 109. Vgl. Linde (B.van de), Reimers (C.J.H.)

Verslag omtrent eene proefneming met het ijzerlak uit de fabriek van Grothe en van Maanen. N. 62/63: 80, 85.

Opmerkingen over geverwd gecreosoteerd hout. N. 63/64: 78.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 64/65: 175. N. 65/66: 24, 28.

Köszegh (de). Zie Martony.

* Kraat (T.K.J.) Wordt lid. N. 58/59: 31. Bedankt Verslag 59/60: 13.

Kraft (J.C.). Zie Horsky (F.)

Kraft (W.),

Plaat, bestemd om door eenvoudige meting op de figuur de boven- en beneden-dikte van een bekleedingsmuur te bepalen, N. 60/61: 83, 104.

Artesische putboring te Rembang. N. 60/61: 137, 159.

Artesische putboring te Grissee. N. 60/61: 137, 162.

* Krajenbrink (J.A.) Wordt lid. N. 51/52: 32.

Over een chineesch rekenwerktuig (soeampang). N. 52/53: 92, 97. Vgl. N. 54/55: 74.

Bepaling van den druk eener belaste lijn op meer dan twee steunpunten. N. 52/53: 92.

De l'irrigation, de son influence sur l'agriculture et des moyens d'y parvenir. N. 54/55: 7, 14.

Kraijenhoff (C.R.T. baron),

Waterpassing langs den IJssel in 1799. N. 65/66: 122.

Waarnemingen op de Rijntakken. V. 66/67 II: 3.

Hydrographische waarnemingen. N. 65/66: 123, 124. Zie Quarles van Ufford (Jhr.J.J.)

* Kraijenhoff (Jhr.J.) Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. Verslag 57/58: 23.

Kramer (Dr.A.), Over het leggen van den draad voor elektrische telegrafen in en boven den grond. (Vertaling van G.van Diesen.) U. 51/52: 142.

* Kramer (D.) Wordt lid. N. 64/65: 185. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Kramer en Gerber bouwen de Rijnbrug bij Mainz. (Aannemers Klett en Cie.) U. 63/64: 106.

Krancke, Houten dek der Leine-brug bij Herrenhausen. U. 52/53: 46.

Krauss, Locomobile voor draaischijven. (Vertaling van S.E.W, Roorda van Eysinga.) U. 65/66: 129.

Kreglinger en Cie.Houtleveranciers te Amsterdam. V. 63/64: 56.

* Krepp (F.C.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

* Krieken (A.G. van). Wordt lid. N. 52/53: 6. Overlijdt. Verslag 53/54: 17.

* Krippendorff (W.A.J. von). Wordt lid. N. 56/57: 118.

Artesische put op het eiland Onrust. N. 57/58: 91, 115. N. 59/60: 177.

* Kroef (A.L.) Wordt lid. N. 57/58: 7. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Kröhnke Ontwerpt een verbindingskanaal met de Noord- en de Oostzee door Holstein en bezoekt met F.W. Conrad het Holsteinsche. V. 64/65: 4, 17, 18, 20, 23. Vgl. N. 65/66: 82.

* Krom (L.) Wordt lid. N. 62/63: 81. .

* Kromhout (J.H.) Wordt lid. N. 53/54: 108.

* Kroon (R.) Wordt lid, N. 52/53: 180. Bedankt. Verslag 56/57: 19. Wordt weder lid. N. 61/62: 99. Medewerker aan het Jaarboekje. N. 65/66: 18.

* Kros (A.C.) Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. Verslag. N. 54/55: 22.

Over de vergrooting der zeehaven te Harlingen. N. 51/52: 482, 215.

Over de eilanden Ameland en Schiermonnikoog en het Reit-diep. N. 52/53: 92, 401.

Over de in Friesland gebruikelijke werktuigen tot verdieping door het losmaken van den bodem en de werking van den stroom. N. 52/53: 93, 109.

Bedenkingen omtrent de trommeldeuren van F.W. Conrad en de spoordeuren van J.C. Singels. N. 53/54: 6, 44, 73, 97.

* Kros (J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118.

Krüger. Regerings- en bouwraad te Dusseldorp, bezoekt Nederland. N. 56/57: l, 5, 47.

* Kruyff (E.de). Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Lid van twee commissiën voor het drooge dok te Willemsoord. V. 65/66 I: l, 2. Rapporten. V. 66/67 I: 99, 105. Bedankt. Verslag 56/57: 19.

* Kruyff (H.P.L.C.de). Wordt lid. N. 58/59: 62.

* Kruyff (J. de). Oprigter. N. 47/48: 16, 118.

Opstellen van kistingen. N. 61/62: 403. V. 62/63: 40.

* Kruyff (W.Ph.de). Wordt lid. N. 66/67: 16.

Krupp (F.), Stoomboot van - . U. 61/62: 102.

Gegoten staal van - . U. 64/65: 13, 15.

Kruseman (J.Nieuwenhuizen) en M.Logeman, Lichtmetingen in Teyler's laboratorium. N. 63/64: 204, 219.

Kuhlmann (F.) Over hydraulischen kalk, kunstmatige steenbereiding, enz. U. 58/59: 100.

Verslag van Kolb, Boudousquié en Bossey, omtrent de wijze van silicatiseren van - . U. 59/60: 119.

* Kuinders (E.J.J.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

Kuyper (C.P.) Zie Boelen JRz.(J.)

Kuyper (J.) Gemeente-Atlas van Nederland. N. 65/66: 4, 34. Vgl. Suringar (H.)

Kullmann, Beschrijving van een toestel tot het uittrekken van palen. U. 54/55: 100.

Kümmer (U.) Lid van Belgische Schelde-commissiën. N. 66/67: 160, 161. U. 68/69: 52. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

Notice sur le port d'Anvers et son avenir nautique a l'époque de 1859. N. 66/67: 100, 143, 209, 212. Vgl. 107.

Projet d'amelioration du régime de la Meuse. N. 49/50 : 176.

Kümmer (U.N.), Proeven om ingeheide palen te ligten. V. 63/64: 17, 18.

Polders du Bas Escaut en Belgique. N. 66/67: 215.

* Kun (H.P.M.G. van der). Wordt lid. N. 63/64: 266.

* Kun (L.J.A. van der).

Stichter van het Instituut met F.W. Conrad en G.Simons. N. 47/48: 6, 118. Vgl. 29.

Raadslid. N. 48/49: 15. N. 50/51: 163.

Bedankt als zoodanig. N. 53/54:136.

Secretaris. N. 47/48: 6, 36, 143. N. 48/49: 355.

Verslag 49/50: 51; 50/51: 41.

Benoemd tot raadslid voor zijn leven. N. 57/58; 185.

Bezoekt met H. A. van den Wall Bake spoorwegwerken in Engeland. V. 52/53: 29.

Lid eener commissie tot het ontwerpen van eene haven op de Noordzeekust. N. 55/56: 8, 41.

Lid eener commissie voor het drooge dok te Willemsoord. V 65/66 I: l, 6.

Rapport V. 66/67 I: 95.

Overlijdt. N. 63/64: 69.

Door I.P. Delprat en J.J. van Kerkwijk herdacht. N. 63/64: 69, 71.

Levensberigt door J.C. Eyssell, met portret N. 63/64: 142.

Nota en verslag omtrent de houtbereiding met creosoot en brandig houtzuur-ijzer bij den Rhijnspoorweg. V. 52/53 : 29, 32.

Over modellen van spoorstaven, N. 52/53: 66.

Verslag over den toestand van de haven van het Nieuwediep. N. 54/55: 6, 12. V. 54/55: 13.

Over ijzermenie van Anderghem. N. 55/56 : 38.

Rapport van - , A. Grove en D.J. Storm Buysing over de stuwdeuren van Mougel Bey. N, 55/56: 42, 52.

Bewerkt met J.H. Ferrand en H.F.Fijnje het rapport omtrent den toestand der rivieren, enz. 1850. N. 63/64: 160. N. 66/67: 47. Zie Beijerinck (J.A.), Ferrand (J.H.), Leemans (Dr.C.), Rijsterborgh (L.)

* Kun (P.G.G. van der) Oprigter. N. 47/48: 121. Bedankt.Verslag 49/50: 15.

Kupffer (A.T.),

Onderzoekingen met betrekking tot de veerkracht der metalen. N. 60/61 : 171.

Recherches expérimentales sur l'élasticité des métaux. N. 60/61 : 172. Zie Stuart (Dr.L. Cohen).

Küppers. Zie Keller.

Laar (A.M van de), Geoctroijeerde dakpannen van N. 51/52: 98, 149.

Labouriau Zie Bernheim.

* Labrijn (P.N.) Wordt lid. N. 64/65 : 185.

* Labrijn Dzn. (P.) Wordt lid. N. 53/54: 135.

Lacarrière, Onderzoekingen omtrent waterstofgas. U. 55/56: 126.

Lacassagne en Thiers, Verbeterde elektrische lamp van U. 58/59: 34. Vgl. N. 56/57: 46.

Lacy (C.) en G.Watson Buck, Stelsels van onderliggers van spoorstaven. U. 62/63: 60.

* Lacroix (E.) Wordt lid. N. 67/68: 66. Annales du génie civil van - . U. 67/68 : 219.

Laer (Von). Zie Michaëlis

Lagerhjelm, Invloed der spanningen op het soortelijk gewigt van ijzer. U. 67/68 : 33.

Lagrené (De), Over het wegnemen van formeelen. (Vertaling van Jhr.A.O. van den Santheuvel.) U. 52/53: 88. Vgl. U. 54/55 : 99.

Lahmeijer (Fr.), Vloed en ebbe in de Oostzee. M. 60/61: 1.

Lahmeijer, Waarnemingen omtrent waterafvoer- .U. 67/68: 64.

Lahure. Lid eener Belgische Scheldecommissie. N. 66/67: 160.

Laignel, Stelsel van voor het berijden van bogten met kleinen straal in spoorwegen. U. 57/58 : 126.

Laird (J. en Mc, Gregor), Proeven met ijzeren schepen. U. 66/67: 14.

Laissle (F.) en A. Schübler, der Bau der Brückenträger. N. 64/65: 178.

* Lakerveld (A. van). Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. Verslag 61/62: l3

Proeven met materialen voor vloerbedekkingen. N. 54/55:16.

Steenfabrikaat in Indië. N. 54/55: 22, 84.

Over den werkkring van den ingenieur in Nederlandsch Indië. N. 54/55: 22, 87.

* Lakerveld (J.F.van) Wordt lid. N. 62/63: 226

* Lakerveld (L.G.van). Wordt lid. N. 62/63: 43.

* Lakerveld Blanken (J.van). Zie * Blanken.

Lamarle, Onderzoek van eenige vraagstukken betrekkelijk het vervoer. U. 60/61: 10.

Lambert, Teregtwijzing ten aanzien van het stuk van Malezieux over de openbare werken in Egypte. U. 51/52: 195.

Lambert (Graaf de), Vastlegging van zandgronden. M. 61/62: 7.

Lambert en Cie, Vloersteenen en muurplaten van- .N. 60/61: 6, 25, 43, 57.

Lambot-Miraval,

Over het met gras beplanten der bergen en het voorkomen van overstroomingen. U. 57/58: 31.

Observations sur les moyens de reverdir les montagnes et de prévenir les inondations. U. 57/58: 31.

Lame (G.), Over de dikte en bogten van ijzer van stoomketels. (Vertaling van J.van Stralen.) U. 1850 IX: 195.

Lamégie. Zie Bessas

Lamy (A.), Middel tot voortbrenging van krachtige galvanische stroomen. M. 57/58: 30.

Lamornaix (Sallandrouse de). Zie Sallandrouse.

Lan, Rapport omtrent de spoorwegen in Schotland. U.65/66:69.

Landrin (H.C.), Het ontstaan van kristalvormen en het daardoor ontaarden van het ijzer, invloed van het magnetismus. (Vertaling van G.C.Buyskes.) U. 59/60: 71.

Landstraat (J.) Zie Blanken Jz. (J).

Lang bouwt de spoorwegbrug over den Donau bij Regensburg, de brug over de Inn bij Passau en de brug over de Isar bij Plattling (aannemer J.A.von Maffei). U. 63/64: 112, 113.

Lange, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 185, 187.

* Lange (B.F. de). Wordt lid. N. 61/62: 64. Afgevoerd. Verslag 64/65: 12.

Langer (J.), Vervolg op eene mededeeling van G.Rebhann, over de wijze van het nemen van belastingsproeven op een behoorlijk zamengesteld model. U. 63/64: 92.

* Langerhuizen Lz. (P.) Wordt lid. N. 62/63: 43.

* Langeveld Kz. (P.) Wordt lid. N. 49/50: 10. Overlijdt. Verslag 50/51: 13.

Langlois. Zie Moreau.

Langren (F. van), Ontwerp van het Marianne-kanaal bij Duinkerken. U. 64/65: 72.

* Lannée de Bétrancourt (J.L.A. de). Wordt lid. N. 60/61: 139.

* Lannée de Bétrancourt (L.Ph. de). Wordt lid. N. 50/51: 133.

* Lans (W.H.) Wordt lid. N. 47/48: 152. N. 48/49: 14. Overlijdt. Verslag 51/52: 15.

Over beproeven en verbinden van gasbuizen. N. 48/49: 107, 108.

Modellen van ankers. N. 49/50: 145, 196.

Over turfcoke. N. 49/50: 146.

Lansberge (Mr. J.W. van), A propos du barrage de l'Escaut. N. 66/67: 215.

* Lanschot Hubrecht (G. L. van). Zie * Hubrecht.

Laporte du Theil. Zie Theil.

Lapparent (de), Beschutting van hout tegen bederf volgens- .U. 63/64: 17. Vgl. Strootman (J.)

Larkins en Sallandrouse de Lamornaix bewerken het Seinboek voor alle natiën. N. 65/66: 137.

Lartigue (H.), Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 182.

* Lastdrager (H.J.) Wordt lid. N. 57/58: 186. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Laterrade,

Verhandeling over de stadia en over wijzigingen in de opnemingen van het terrein. (Vertaling van J.van der Vegt.) U. 57/58: 102.

Over het berekenen van snelheden met het molentje van Woltman. U. 59/60: 18. U. 61/62: 26.

Latrobe, Spoorstaven van - . U. 62/63: 60.

Laurens. Zie Thomas.

Laurent (Ch.) Zie Dégousée (J.)

Lauterburg (R.), Zak-instrument voor ingenieurs en architekten van - . (Vertaling van U. C Buyskes.) U. 59/60:92.

Laveleye (A. de) Redacteur van den Moniteur des interets materiels. N 66/67 : 100.

De aanslibbing van de Schelde. (Vertaling van J. Tideman.) U. 60/61: 44. Vgl. N. 66/67: 209.

Over de afdamming van de Schelde. N. 66/67: 100, 105, 138, 141, 209 volgg. L'affaissement du sol et l'envasement des fleuves, survenus

dans les temps historiques. N. 59/60: 7. Zie Quartel (P. J. de).

Laves, Stelsel van spoorwegbruggen van - . N. 61/62: 83. U. 63/64: 111. Vgl Pauli (Von).

Lawrence, Geoctroijeerde schuif van - voor riolen in sluismuren. N. 63/64: 5, 13. Vgl. Strootman (J.)

Lea (J.), Nieuw smeersel voor werktuigen. (Vertaling van F. W. van Gendt JGz) U. 53/54: 43.

Leather (G.en J.) bouwen het brugkanaal over de Calder en de brug over de Aire in Engeland. U, 59/60: 135.

* Leau (C.A.de) Wordt lid. N. 61/62: 12.

Leblanc. Zie Duvoir-Leblanc.

* Lebret (G.) Wordt lid. N. 61/62: 64.

* Lebret (J.) Oprigter N. 47/48: 118. Raadslid. N. 60/61: 193. N. 63/64: 267.

Nota omtrent eene gedane waterpassing over het Volkerak nabij Willemstad. N. 49/50: 197, 218.

Nota betrekkelijk een nieuw patent-peillood. N. 50/51 : 33, 52. N. 51/52: 29.

Toepassingen van het elektro-magnetisme. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 188.

Nieuwe schrijftelegraaf van Hipp. Naar het hoogduitsch. U. 51/52: 188.

Over toestellen van M. Eble tot bepaling van den tijd. N. 61/62: 148, 171.

Beschouwingen over het door E.A.Haitink medegedeelde betreffende het vervoermiddel centrifère. N. 66/67: 63.

Over de afdamming van de Oosterschelde. N. 66/67: 218, 220, 221, 222', 223.

Over de elodea canadensis. N. 67/68: 63.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 61/62: 89, 154. N. 65/66: 74 N. 66/67: 55, 62. N. 67/68: 6, 53, 54 Zie Cadiat ainé, Dehargne, Schnirch.

Lecebi (A.), Piano della separazione de tre torrenti etc. Racolto d'autori che trattano nel moto dell' acqua.- 1770. U. 64/65: 33.

Lechalas, Algemeene theorie van den waterafvoer in de benedenrivieren. (Vertaling van E. Olivier Dz.) U. 67/68: 23.

Leclaire, Ovens van - tot het vervaardigen van zinkwit. U. 1850 VII: 80.

* Le Clercq. Zie * Clercq (Le).

Lecocq (A.), Het etablissement van John Cockerill te Seraing. U. 1848 III: 41.

Lecouteux, Fabriek van werktuigen van - te Parijs. U. 63/64: 58.

* Ledeboer (A.A.T.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Bedankt. Verslag 58/59: 14.

Lee Steven (J.) Zie Steven.

* Lee (N.J.) van der). Oprigter. N. 47/48: 118.

Leeghwater Az. (J.), Watermolens door- gebezigd. N. 49/50: 154. Vgl. Merkes van Gendt (Jhr. J. G. W.)

Middel om onder water te verblijven van - . U. 56/57: 31.

Leemans (Dr. C.), Prof. W. Moll, W.N. Rose en L.J.A. van der Kun.

Leden eener Commissie tot behoud van overblijfselen van Nederlandsche kunst en beschaving. N. 60/61: 48,62, 63.

* Leemans (W.F.) Wordt lid. N. 61/62: 99. Zie Diesen (G.van).

* Leembruggen Gz. (J.) Wordt lid. N. 64/65: 185.

Lees, Stookinrigting voor locomotieven van - . U. 61/62: 98.

* Leeuw (J.C. de). Oprigter N. 47/48: 118.

Verslag omtrent den toestand van den Anna-Paulowna-polder. N. 56/57 : 6.

* Leeuw (P.de). Bekroond voor de beantwoording van eene prijsvraag, door het hoogheemraadschap van Delfland uitgeschreven. N. 48/49: 199. Wordt lid. N. 55/56: 97.

* Leeuw (A.van der). Oprigter. N. 47/48: 16, 121. Afgevoerd. Verslag 55/56: 15.

* Leeuwen (J.H. Docters van). Zie * Docters.

Lefebvre, Waterpas-instrument (Clitographe) van- . N. 60/61: 8. Vgl. Campo (W.F. del).

Leferme, Berigt over het strijken van deuren in eene sluis te Saint-Nazaire. U. 62/63: 29.

Le Gras, Middel van ter beveiliging van hout. U. 67/68 : 92.

Lehaître. Zie Mondésir.

Leyds (J.) Landmeter, werkt mede aan de algemeene kaart der hoofdrivieren. N. 63(64: 150.

* Leyds (J.) Wordt lid. N. 60/61: 96.

Lejeune Dirichlet (G.?) Zie Dirichlet.

* Lely (H.L. van der). Oprigter. N. 47/48: 123.

* Leliman (J.H.) Wordt lid. N. 60/61: 55. Bedankt. Verslag 60/61: 14.

Album van bouwkundige schetsen en ontwerpen. N. 65/66: 241.

* Lelyveld (C.R. van). Oprigter. N. 47/48: 118. Overlijdt. Verslag 54/55: 22.

Leloutre en E. Zuber, Proefnemingen omtrent de overbrenging van beweging door koorden zonder eind. U. 61/62: 114.

Lemaire (Dr. J.), Over de werking van carbolzuur U 67/68:92.

Lemare. Zie Jametel.

Lemoyne (C.?), Bepaling van den dooden last, met betrekking tot de doorbuiging van een veerkrachtig ligchaam. U. 59/60: 155.

Lemonnier en Vallée, Veiligheidsklep voor locomotiefketels van - U. 53/54: 33.

* Lennep (A. van). Wordt lid. N. 65/66: 189

* Lennep (G.L. van). Wordt lid. N. 66/67: 271

* Lennep (Mr. H.J. van). Wordt lid. N. 66/67: 271.

* Lennep (C. Roeters van). Wordt lid. N. 59/60: 10. Bedankt. Verslag 62/63: 11.

Lenoir, Gasmachine van - . N. 60./61 : 95, 117. U. 60/61:1.

Lentze.

Aangewezen als beoordeelaar der afdamming van de Oosterschelde, doch verhinderd die taak te aanvaarden. U. 68/69:91.

Bouwt de Weichselbrug bij Dirschau en de Nogatbrug bij Marienburg. U. 63/64: 106. Vgl. V. 56/57: 29.

Ontwerp van een kanaal door Holstein. N. 65/66: 82.

Die im Bau begriffenen Brücken über die Weichsel bei Dirschan und über die Nogat bei Marienburg. V. 56/57. 29.

Leo (W.), Over het in Litthauen gebruikelijke winnen, drukken en zamenpersen van turf. U. 61/62: 51.

Leonhardi, Alizarin-inkt van - . M. 58/59: 15.

Lepere, Mémoire sur la communication de Ia mer des Indes a la Méditerranée, par la mer Rouge et l'Isthme de Suez. N. 57/58: 24.

Leprince (H.), Gas van - . N. 60/61: 7, 44, 76, 135, 146. Vgl. Bleekrode (Dr. S.), Verver (Dr. B).

Leras, Schoorsteen van - . U. 64/65: 51.

Leseur, Beschrijving van den stoomhamer van Türck. U.58/59:98.

Leseurre (J.), Zon-telegraaf van - . U. 56/57: 127.

Leslie (J.), Hellend vlak op het Blackhill-kanaal. U. 52/53:25.

Leslie, Gasbek volgens -. N. 52/53: 93.

Lesoinne, Ventilator van - . U. 57/58: 235.

Lesoinne. Zie Nagelmaekers.

Lespinasse, Ovens van - . U. 1849 IV: 68. N. 49/50: 111.

* Lesseps (F. de). Benoemd tot honorair lid. N. 57/58: 178- 181, 195. Vgl. N. 67/68: 5.

Plan tot doorgraving der landengte van Suez. U. 55/56: 56, 59.

Memorie over het ontwerp van een kanaal door de landengte van Suëz. U. 55/56: 57. Verslag van eene commissie daarover. U. 56/67: 177.

Brief aan Lord Palmerston. M. 57/58: 3. Vgl. N. 57/58: 5, 20.

Brief van Negus, keizer van Abyssinie aan - . N. 59/60: 102.

Overeenkomst tusschen Z. H. Ismael-pacha en betreffende het Suez-kanaal. N. 65/66: 184

Mededeelingen omtrent den stand der werken aan het kanaal. N. 67/68: 81. 167, 212, 317, 328, 350. N. 68/69:27,57, 70, 88- 113, 137, 178, 181, 207, 236, 242, 257.

Percement de l'Isthme de Suez. Exposé et documents officiels. U. 55/56: 57,

Question du canal de Suez, N. 59/60: 103. Zie Beaumont (E.de), Clapeyron, Conrad (P,W.), Cordier, Dufrénoy, Dupin (Ch. baron), Niguse (Nikas), Thouars (Dupetit).

Letheby (H.), Over de beschuttende eigenschappen van teeroliën. U. 64/65: 16.

Over carbolzuur. U. 67/68: 92.

Letoret, Zuigende ventilator met platte schoepen van - ,U. 57/58: 233.

Letronne (J.A.) . Zie Theil (Laporte du).

Letts (J.) Zie Porder (A.F.)

Leube (Gebr.), Cementfabriek van - . N. 67/68: 328, 341. Vgl. Panhuys (Jhr. G.E.A. van).

Leupold (J.), Theatrum machinarum hydraulicarum. U. 61/62: 94 N. 68/69: 73.

* Levert (H.G.) Wordt lid. N. 67/68: 339.

* Levyssohn (V.) Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12.

Lewes (G.H.) en J.V. Carus, Over luchtverversching in gesloten ruimten. U. 61/62: 75.

Lewis (H.W.), Het voorkomen van bederf in hout, dat aan vocht is blootgesteld. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 67/68: 88.

Lewis (J.W.P.) bouwt Sand-Key Lighthouse. N. 52/53; 75.

Lewis (T. Hayter), Vuurproef-bouwstoffen en vuurproef-bouw. (Vertaling van S. E. W. Roorda van Eysinga.) U. 67/68: 40.

Lewold en Robert, Waterlinzen voor verlichting bij nacht van -. M. 58/59: 16. .

Lhomond, Schoorsteen van - . U. 64/65: 50.

Liddell en Gordon bouwen den viaduct bij Crumlin. U. 56/57 : 71. U. 63/64: 110.

* Liernur (Ch. T.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

Geoctroijeerde gesplitste spoorwegstaven van - . N. 57/58: 92, 129.

Snelheidsmeter van - . N. 65/66: 172, 186.

Reukelooze afvoering van sekreetstoffen. N. 65/66: 186, 245.

Liersch, Nuttig gebruik van wagensmeer. M. 61/62: 7.

Lieussou (A.) Lid eener nationale Suez-commissie. N. 55/56: 87. U. 56/57: 180. Nekrologie. M. 57/58: 27. Zie Conrad (F.W.), Roche-Poncie (de la).

Lill (E.), Eenvoudige handelwijze tot het overbrengen van uitgewerkte plans op eene andere schaal. D. 68/69: 62.

* Limborch van der Meersch (G.F. van). Zie * Meerach.

* Limburg Stirum (M.D. graaf van). Zie * Stirum

* Limburgh (G. van). Wordt lid. N. 67/68: 338.

Linant-Bey.

Lid eener internationale Suez-commissie. U. 56/57: 180.

Waterpassing der landstreek tusschen de Roode en de Middellandsche Zee. U. 55/56: 57.

Plan van - en Anderson om een scheepvaart-kanaal door de landengte van Suez te doen graven, in 1841. U. 56/57 :179.

Ontwerp van - en Mougel-Bey, tot verbinding van de Roode met de Middellandsche Zee. U. 56/57: 181.

Linari (S.), Berigt omtrent - . M. 58/59: 7.

Lind. Zie Viervant.

* Linde (B. van de). Wordt lid. N. 61/62: 99.

Proeven omtrent het wateropzuigend vermogen van gebakken steenen. N. 58/59: 6, 19. Vgl .Koster (W.T.), Reimers (C.J.H.).

* Linden, Dz. (H. van der). Wordt lid. N. 64/65: 185.

Lindley (W.), Nieuwe gaswerken te Hamburg. (Vertaling van G. van Diesen.) U. 52/53: 8.

Lindner (A.), Over de ontlasting van stoomschuiven met betrekking tot locomotieven. U. 62/63: 94.

* Lindo (I.A.). Wordt lid. N. 67/68: 219.

* Lindo (Ph,). Wordt lid. N. 65/66: 189.

* Lindo en Cie (Ph.), Over portland- en romeinsche cementen. N. 61/62: 95, 136.

Riolen van portland-cement van - . N. 65/66: 136, 159, 160, 161, 162. Zie Waldorp (J.A.A.)

* Lindwurm (J.L.).Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. N. 53/54: 109,

Lynen (V.). Zie Pycke (Chev. Ed.)

Lingeler, Toestel tot meerdere veiligheid op spoorwegen. N. 50/51: 89, 90, 126.

* Linse (H). Oprigter. N. 47/48: 123.

Over vervaardiging van houtazijn en rozijn-azijn. N. 51/52 : 30, 65. N. 52/53: 4, 24.

Over onderhond van wegen zonder tolheffing, N. 54/55: 193.

Bedekken van platte daken met gecement bordpapier. N. 55/56: 108, 126.

De pompmolen op den West-Merwede-polder volgens het stelsel van H. Overmars Jr. N. 68/69: 244, 283.

De proeve van een ontwerp tot indijken en droogmaken van een gedeelte der Zuiderzee beschouwd. N. 66/67: 58. Zie Samuel (J.)

Lipkens (A.), Model van een schip, om onder water te varen. N. 57/58: 67, 143.

Spiegelkruis van - , N. 61/62: 90. Vgl, Huese (F.A), Stuart (Dr. L. Cohen).

Lipowitz (A.), De aktinometer (lichtstraalmeter) van - . U. 59/60: 162.

Lloyd (F.), Vervaardiging van holle steenen. U. 56/57: 28.

Lloyd (W), Spoorweg van Santiago naar Valparaiso in Chili. U. 66/67: 26.

Lloyd, Zuigventilators van - . U. 57/58: 240.

* Lobatto (Dr. R.) Oprigter. N. 47/48: 121. Overlijdt. N. 65/66: 119.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 61/62: 168. N. 64/65: 180.

Locke legt een getijdok te Greenock aan. U. 66/67 : 51.

* Loeff (A. Schim van der). Zie * Schim.

Logan (D.) verbetert de Clyde en de haven van Glasgow. U. 63/64: 22.

* Logeman (C.) Oprigter. N. 47/48: 121.

Logeman (M.). Zie Kruseman (J. Nieuwenhuizen).

Logeman en Funkler, Staalmagneet van -. M. 57/58: 26.

Lohe (Dr. van), Scheikundig onderzoek van portland- en median-cement. M. 57/58: 40. Vgl. N. 57/58: 68 en Cattenburch (van).

* Lohman (Jhr. E.J.de Savornin). Wordt lid. N. 59/60: 71.

Lohse en Weidtmann bouwen de Rijnbrug bij Keulen. U. 63/64: 107.

* Loke (P.). Wordt lid. N. 55/56: 111.

Lomax, Over bestrating. U. 51/52: 65.

Over den waterstand van den Po en de Etsch. U. 64/62: 57, 59.

Sul regime delle acque del progrettato canale maritimo di Suez, enz. N 59/60: 103.

Essai sur l'hydrologie du Nil. N. 66/67: 74.

Lommel (G.), Zwitsersche Alpen-spoorweg. (Bewerking van P. A. de Feyfer). U. 66/67: 36.

Long, Draagbaar hefwerktuig van den fabrikant- . U. 52/53: 28.

Long, Overste - , Description of bridges together with a series of directions to bridge builders. U. 53/54: 24, 25.

Longridge (J.), Octrooi voor het zamenstellen van hydraulische persen. U. 59/60: 427.

* Loo (H.E.W. Rodi de). Zie * Rodi.

Loo (P. van der), Geluidgevende ijzeren baak en reddingboei van - . N. 60/61: 89.

Loos. Lid van Belgische Schelde-commissiën. N. 66/67: 160, 161.

Loradoux Belford (A.E). Zie Belford

* Lorch (H.G.) Wordt lid. N. 65/66: 248.

* Lorentz (A.G.) Wordt lid. N. 50/51: 133. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Lorentzen (Dr.) en Justi. Bekroond voor een ontwerp van een kanaal van de Alster naar de Trave. T. 64/65: 5.

Lorenz (A.), Over de sneeuwverstuivingen en de schutsmuren tegen de sneeuw in den spoorweg over het Karst-gebergte. U. 59/60: 167.

Lothes (G.), Het uitbaggeren van het kanaal Mahmoudieh. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.). U 56,57: 53.

De Roode Zee. (Vertaling van J.G. van Gendt Jr.). U. 56/57 :54.

Loubat, Spoorstaven van - . U. 63/64: 63

Louis (J.V.) Fransen bouwmeester. N. 48/49: 10, 35.

Love, Onderzoekingen van - omtrent den wederstand van staal. U. 68/69: 34.

Lowe (E.J.?), Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 182.

* Lucas (E.). Benoemd tot honorair lid. N. 47/48: 145. N. 48/49: 13. Biedt een geschenk aan. N. 48/49: 259.

Lucas (F.), Over de voordeeligste wijze van besproeijings- en droogleggings-kanalen aan te leggen. U. 66/67: 27

* Luckerhof (G.J.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

* Lugt (J.) Wordt lid. N. 61/62: 169.

* Luiscius (G.J. Stipriaan). Zie * Stipriaan.

* Lunteren (S.A. van). Wordt lid. N. 55/56: 97.

Lussac (N.F. Gay). Zie Gay.

* Lutjens (H.J.) Wordt lid. N. 48/49: 265. Vgl. 256. N. 49/50: 10. Bedankt. N. 50/51: 33.

* Lutjens (H.J.C.W.) Wordt lid. N. 57/58: 143. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

Luzarche, Verwarmings-toestellen van - . U. 55/50: 127.

* Maanen (J.F. van). Wordt lid. N. 54/55: 40. Overlijdt. Verslag 55/56: 15.

Maanen (Van). Zie Grothe.

* Maarschalk (D.) Wordt lid. N. 49/50: 246.

* Maas Geesteranus (P.) Wordt lid. N, 49/50: 246. Bedankt. Verslag 57/58: 23.

Over de tentoonstelling te New-York. N. 53/54: 73.

* Maat Jr. (H. Pander). Wordt lid. N. 66/67: 75

* Maaten (H.A.van der) Wordt lid. N. 63/64: 266.

Mac Adam, Bestrating van. - . U. 51/52: 58. Vgl. Darcy.

Mac Callum past het gebruik van spoorwegen in den oorlog toe. U. 68/69: 65

Maccaud, Lekkenzoeker van - . U. 54/55: 72. U. 57/58: 174. N. 60/61: 121, 141, 194. N. 61/62: 83, 104.

Mac Clean. Lid eener internationale Suez-commissie. N. 55/56: 87. U. 56/57: 180 . Vgl. Conrad (F.W.)

Mac Connell (J.E.), Over holle spoorweg-assen. U. 53/54: 63.

Mac Culloch (J.R.), A dictionary of commerce and commercial navigation. N. 66/67: 71.

Mac Douall (J. Eden), Drilboor met vliegwiel van - . N. 50/51: 89, 90.

Mac Dougall. Zie Smith (A.)

Mac Gavin (R.), Geoctroijeerde masten en raas van - . U. 53/54:121.

Mac Gregor, Over bekleedingsmuren. N. 48/49: 287.

Machen (F.F.J.) Medewerker aan de algemeene kaart der hoofdrivieren. N. 63/64: 150.

Machielse (A.) en J.J. Brandt, Kaart van Zeeland van- . N. 64/65: 212.

Mac Intosh, Windzakken van - . U. 51/52: 35.

Mackelcan (G.J.), Geoctroijeerd drijvend dok van - . U. 63/64: 6.

Mac Kyan bezigt kwikchloride tot beveiliging van het hout. V. 52/53: 20, 27, 40. U. 55/56: 4. U. 67/68: 91, 93.

Mac Laine (A.), Over de vereeniging van hout en metaal in den bouw van oorlogschepen. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 68.

* Maclaine Pont (A.) Zie * Pont.

Mac Naught, Indicator van -. U. 58/59: 13.

Oliebeproever van - . U. 61/62: 118. U. 62/63: 100. Vgl. Duske.

Mac Neill (J.) Hoofdingenieur van de Boyne-brug in den Dublin- en Belfast-spoorweg, ingenieurs J. Barton en Burdon. U. 56/57: 74.

Spoorwegliggers van - . U. 52/53: 69, 70.

Ontwerp van goedkoope spoorwegen. U. 68/69: 24.

Macquorn Rankine (W.J.) Zie Rankine.

Mac Rea (C.), Veiligheidsklep voor draaibruggen en spoorverzettingen van - . U. 54/55: 10.

* Made (J.M. van der). Wordt lid. N. 52/53 : 180.

* Made (P.R. van der). Wordt lid. N. 52/53: 136.

* Maelen (P.H. van der). Wordt lid. N. 49/50: 246. Bedankt. N. 50/51: 33.

* Macre (Jhr. C. C. A. de). Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Bedankt. Verslag 57/58: 23.

Maffei (J.A. von). Zie Lang.

Magdelaine, Nieuwe wijze om formeelen uit bruggen en viaducts weg te nemen. U, 54/55: 99.

* Mager (P.) Wordt lid. N. 53/64: 135.

Magne, Rapport van den franschen minister - over het weder bewouden der bergen. V. 62/63: 78.

Magrini (Dr. L.), Over de beschadiging van telegraaflijnen door den bliksem en over beveiligingsmiddelen daartegen. U. 54/55: 94, 99.

* Mahieu (F.P.J.) Wordt lid. N. 59/60: 106.

Mayer (J.), Stichter der staalfabriek te Bochum. U. 64/65:.13, 15.

Mayer, Over de warmte als beweging. U. 64/65: 31.

Maillefert, Uitvinding om rotsen onder water te doen springen. N. 55/56: 7, 28.

Mayniel, Proefnemingen omtrent de drukking van grond. U. 66/67: 8.

* Makkers (C.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Bedankt. Verslag 65/66: 12.

Malaguti (F.J.) en J. Durocher, Over den wederstand van waterkalk en cement tegen zeewater. U. 54/55: 48, 70.

Antwoord op de bedenkingen van Vicat over den wederstand der mortels tegen zeewater. (Vertaling van G.G. van der Hoeven.) U. 54/55: .71. Vgl. Vicat (L.)

Malaure, Beplanting van duinen. U. 60/61: 74.

Malecot (L.), Stelsel van beweegkracht door stoomwagens, toepasselijk op hellende vlakken. (Vertaling van A. Baud.) U. 52/53: 23.

Malepeyre (L.), Over parquetvloeren. U. 55/56: 33.

Malezieux ,

Aanteekeningen gedurende eene reis in Engeland. U. 1850 IX: 56, 136.

Aanteekeningen over de openbare werken in Egypte, verzameld gedurende eene reize in 1849- 1850. U. 51/52: 154. Vgl. Devilliers, Lambert.

Verhandeling over de werken, van 1847 tot 1855 in het departement der Maas uitgevoerd voor de waterdigte bekleeding van het kanaal van de Marne naar den Rijn. U. 57/58: 1.

Sluisdeuren van plaatijzer in het kanaal Saint-Maurice. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 65/66: 118.

Mallet (R.),

Oxydering van spoorwegstaven, die buiten gebruik zijn. U. 1850 VIII: 93.

Proeven omtrent de duurzaamheid van verschillende ijzer-soorten, U. 57/58: 97.

Mortieren van - . U. 59/60: 130.

Dok van - tot het ligten van schepen. U. 63/64: 2.

Over de beproeving van plaatijzer bij de Charing-Cross-brug. U. 65/66: 37.

Nieuwe coëfficiënt van sterkte bij proefnemingen omtrent uitrekking van ijzer. U. 66/67: 16.

Over de chemische zamenstelling van smeedijzer en staal. U. 67/68: 35.

On the co-efficients of elasticity and of rupture in wrought iron (and steel), enz. U. 64/65: 11.

Maloin (J.), Over de overeenkomst tusschen zink en tin. U. 52/53: U.

Malouin, Broodbakovens, U. 1849 IV : 3.

* Manby (Ch.) Lid eener internationale Suez-commissie. U. 56/57: 180.

Benoemd tot honorair lid. N. 66/67 : 326.

Manby, Toestel van - tot redding bij schipbreuk. U. 51/52: 35.

* Manen (R.O. van). Wordt lid. N. 64/65: 10

Over den Mahovos van G. von Schuberszky. N. 67/68: 6, 24.

Mangon (H.), Toestel om ophoopingen in drooglegging-buizen te voorkomen. M 57/58: 18.

Manley, Rookverterend fornuis van - . U. 54/55: 88.

Mannhardt. Uurwerkmaker. U. 61/62: 122.

Manning, Behandeling van rioolstofien van - . U. 58/59:161.

* Mansfeldt (H.A.) Wordt lid. N. 68/69: 83.

* Mansvelt (J.P.) Wordt lid. N. 57/58: 186.

Marc d'Espine (Dr.), Onderzoek omtrent de bewoonbaarheid van een nieuw opgerigt gebouw. U. 56/57: 21.

Marcelin, Parquetvloeren van - . U. 55/56: 34 * Marcella (G.Z. Ph.) Wordt lid. N. 62/63: 43.

Marchaed, Over drinkbaar water in het algemeen. U. 52/53: 65.

Marchal, Over den aard en den oorsprong der aanslibbingen in den mond der stroomen, die zich in het Kanaal ontlasten. U. 54/55: 27.

Antwoord op opmerkingen van Darcel. U. 58/59: 84. Vgl. Darcel.

Marchall (O.), Stuw van de Habra in Algerie. (Vertaling van E. Olivier Dz.). U. 68/69: 36.

Marchant (R.M.), Over gegoten en gesmeed ijzeren en houten balken enz. U. 53/54: 8.

Mardigny (de) en Poincaré, Mededeeling omtrent de riviercorrespondentie bij het wassen van de Maas. (Vertaling van J. Tideman.) U. 65/66: 114.

Mare (M.). Zie Brunel (I. Kingdom.)

Mare en Cie, Fabriek van pantserplaten van - . U. 64/65 : 19.

Margary, Middelen van - ter beveiliging van hout. V. 52/53: 40. U. 67/68: 92.

Mary. Zie Boucherie (Dr. A.) Mariotte, Over de buurtspoorwegen in den Elzas. U. 65/66:102.

Marius (Gebr.), Waterglas van - . N. 56/57: 6, 26, 117, 130.

* Maritz van Craijesteyn (Mr. J. E. B..L.) Wordt lid. N. 54/55: 171.

Proeven met den kunststeen van Hansome. N. 66/67: 225, 229.

* Marie (P.C.B. van). Wordt lid. N. 65/66: 33. Bedankt. Verslag 68/69: 13.

Marmont (J.). Zie Goldsmid (N.D.)

Marozeau, Proefnemingen omtrent besparing van brandstof. U. 58/59: 17. Zie Poncelet.

Marqfoy, Memorie over het beproeven van bruggen van geslagen ijzer door middel van de elektriciteit. (Vertaling van G.C. Buyskcs.) U. 61/62: 17. U. 62/63: 85.

Marrable, Bewerking van wigvormige ijzeren balken. U. 67/68: 42.

Marsaines. Zie Charié-Marsaines.

Marsilly (de Commines de), Over den invloed van de sterkte van den trek op de verbranding. U, 62/63: 91.

Martens. Zie Pistor.

Martin (B.), Duikertoestel van -. U. 56/57: 31.

Martin giet den ijzeren boog van de brug van Saint-Louis te Parijs. U. 66/67: 70.

* Martini Buys (Jhr. P.H.A.) Zie * Buys.

Martony de Köszegh, Proefnemingen omtrent de drukking van grond. U. 66/67: 8, 18.

Mascheck (P.F.H.), Geschiedenis van het korps Nederlandsche mineurs en sapeurs. U. 52/53: 87. N. 65/66: 193.

Mason. Zie Merryweather

Masson. Zie Sanges (de).

* Masson-Four. Zie Four.

Mathieu (H.), Over de verdamping en het trekvermogen bij. locomotieven. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 51/52: 146'

Matteucci (C.), Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 184-186. Brief aan D. F. J. Arago daarover. U. 59/60: 177.

Matthieu. Ontwerp van -, ter verbinding van Groot-Britannie met het vaste land, 1802. U. 58/59: 185. Vgl. Thomé de Gamond (A.)

Matthys, Waarnemingen op de Schelde. N. 66/67: 127.

* Matthysen (C.H.) Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. N. 51/52: 99.

* Maurik (J. van) Oprigter. N. 47/48: 118.

Rapport over het sterven der boomen ten gevolge van het leggen der gasbuizen. N. 48/49: 104.

Over de kuilen in de bestrating te Amsterdam. N. 49/50: 8, 18, 40.

Rapport over de onderscheidene middelen, waardoor men de stad Amsterdam van versch drinkwater kan voorzien. N. 50/51: 4. V. 1850 VI: 42. Vgl. Bleekrode (Dr. S.)

Maus, Verslag omtrent den spoorweg over den Mont-Cenis. U. 52/53: 37.

Maus. (Dezelfde?) Lid der internationale oommissie over de afdamming der Ooster-Schelde. Rapport. N. 66/67: 126. Vgl. N. 67/68: 235.

* Maxwils (J.B.) Wordt lid. N. 47/48: 152. N. 48/49: 14. Bedankt Verslag 57/58: 23.

May. Zie Ransome.

* Mazel (L.H.J.J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 118. Raadslid. N. 66/67: 327.

Opstellen van kistingen. N. 61/62: 103. V. 62/63: 14.

Mazeline, Luchtververschings-machine van -. U. 57/58:239.

Medeiros (J. Carvalho de). Zie Carvalho.

Medhurst, Patent-watermeter van -. (Vertaling van Jhr. A.O. van den Santheuvel.) U. 52/53: 95.

Medley (J.G.), Eigenaardigheden van het ingenieurs-vak in Indië. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67 : 58.

* Meersch (G.F. van Limborch van der). Oprigter. N. 47/48: 118. Overlijdt. Verslag 61/62 : 13.

Meeteren (Westeroüen van) en W.J. van Vloten , Utrechtsche terra-cotta-fabriek van -. N. 60/61: 157, 159.

* Meeuwen (Jhr. E. van). Wordt lid. N. 60/61: 139. Overlijdt. Verslag 63/64: 14.

Meggenhofen (E.), Veerbalans van -. U. 52/53: 74.

* Mey (J. van der). Oprigter. N. 47/48: 16, 118.

Meygret (Collet-). Zie Collet.

Meigs (M.C.), De Amerikaansche kraan. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 53/54: 11.

Over akoustiek en ventilatie in betrekking tot de nieuwe zalen van het kapitool te Washington. U. 57/58: 36, 39.

* Meihuizen (S.) Wordt lid. N. 59/60: 106. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

Meijer (C.)

Nederlandsch ingenieur der XVIIe eeuw, uitvinder der drijvende dokken. V. 1849 II: 18, 19. U. 63/64: 3.

L'arte de restituir a Roma Ia tralasciata navigazione desue tevere. N. 47/48: 49. V. 1849 II: 19.

Meijer (G.), Ontlastingsschuif voor stoomtuigen. U. 62/63; 99.

* Meijer (R.) Wordt lid. N. 52/53: 180. Bedankt. Verslag 60/61: 14.

Meijer (Veit). Zie Veit.

* Meylink (Mr. A.A.J.) Wordt lid. N. 60/61: 55. Overlijdt. Verslag 63/64: 14

Over kap-constructiën. N. 60/61 : 182. Vgl. Rose (W. N.)

* Meis (A.) Wordt lid. N. 52/53: 73. Overlijdt. Verslag 61/62: 13.

Meissner (D.M.), De verbetering van het Plattenmeer. (Vertaling van E. Olivier Dz.) U. 68/69: 68.

Meissner (P.F.), Verwarming en ventilatie van spoorweg-rijtuigen en andere afgesloten ruimten. (Vertaling van J. van Stralen.) U. 51/52: 138.

Mellet. Zie Tourasse.

* Melvill (F.) Wordt lid. N. 47/48: 153. N. 48/49: 14. Bedankt. Verslag 58/59: 14.

* Melvill van Carnbée (P. baron). Wordt lid. N. 53/54: 74. Overlijdt. Verslag 56/57: 19.

Melsens, Verslag ontrent een stuk van Rottier over den graad van deugdelijkheid van verschillende oliën. U 64/65: 19.

Mennyalle, Werktuig van - tot het vinden van de middellijn van groote cirkels. U. 59/60: 27.

Mengy, Over lasschen van gegoten ijzer. U. 61/62: 124.

* Mensch (C. van). Wordt lid. N. 62/63: 123.

* Menten (J.H). Wordt lid. N. 64/65: 185.

* Mention (H. Tilkin-) Zie * Tilkin.

* Mentz (A.B.) Oprigter. N. 47/48: 118. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Mentz (D.), Over de denkbeelden en plannen van Mr. D.T. Gevers van Endegeest, betref-fende het beplanten van duinen, N. 65/66: 214.

* Mentz (J.K. Pluim). Wordt lid. N. 53/54: 108. Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

Menzies. Zie Betts.

Mercier, Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 181.

* Merghart Jr. (J.) Wordt lid. N. 61/62: 169.

Merian (P.), Mittel- und Hauptresultate aus den meteorologischen Beobachtungen in Basel von 1826 bis 1836. U. 65/66: 29.

* Merkes van Gendt (Jhr. J.G.W.) Wordt lid. N. 47/48: 149. N. 48/49: 13.

Door het Utrechtsch genootschap bekroond. U. 51/52: 44. Overlijdt. Verslag 59/60:13.

Over afmetingen en gedaante van bekleedingsmuren. N. 48/49: 192, 282.

Over kleine stoompompen, voor den opbouw van de stoomtuigen aan het Spaarne gebezigd. N. 48/49: 196.

Over artesische putten. N. 49/50: 19, 20, 21, 96.

Een woord over stoomgemaal in polders en uitgeveende gronden. N. 49/50: 22, 53.

Wijze hoedanig platte waterdigte daken met inlandsche wel verglaasde vloertegels kunnen vervaardigd worden. N. 49/50: 96, 124.

Over watermolens, door Leeghwater gebruikt. N. 49/50:154.

Over bomvrije en niet bomvrije magazijnen. U. 51/52: 44.

Iets over de hoedanigheid, de menging en het gebruik der metselspecie en steenen bij kelders en andere waterdigte werken. N. 52/53: 132, 138.

Nota betrekkelijk bliksemafleiders. N. 58/59: 26, 34.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 48/49: 256. N. 51/52: 95. Zie Riemsdijk (AWG. van.)

Merryweather en Mason, Stoombrandspuiten van -. N.64/65: 94.

* Mertens (W.) Wordt lid. N. 53/54: 108. Afgevoerd. Verslag 60/61: 14.

Merz (C.), Zak-diktepasser van -. U. 59/60: 27.

Messant (P.J.), Concrete-mixer van -. N. 68/69: 208.

Messmer. Zie Varignier.

* Methorst (W.A.J Oprigter. N. 47/48: 16, 123. Bedankt. N. 53/54: 109.

* Metzelaar (J.F.) Wordt lid. N. 60/61: 55. Lid der commissie voor de technische benamingen. N. 63/64 : 74; verslag daarover 1863-1864. N. 63/64: 258, 269; verslag 1864-1865. N. 64/65: 211, 216.

Meulemeester (J.en F.), Le régime de l'Escaut Le barrage de l'Escaut oriental et du Sloe. N. 67/68: 82.

* Meulen (D.W. van der). Wordt lid. N. 63/64: 266.

Meulen (Y. van der), Open brief over de afdamming der Zuiderzee. N. 66/67: 59, 75.

* Meulen (P.H. van der). Wordt lid. N. 59/60: 106. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

Verslag van het scheikundig onderzoek eener specie, onder den naam van gietzand ingevoerd.N. 57/58: 139, 152.

* Meurs (C.T. van). Oprigter. N. 47/48: 6, 16, 118.

Raadslid. N. 47/48: 6, 36. N. 48/49: 15. N. 50/51: 163.

Bedankt als zoodanig. N. 53/54: 136.

Medeverslaggever omtrent een onderzoek naar den invloed van het lichtgas op den planten-groei. N. 51/52: 168, 179, 188.

Tabellen van genomen proeven met West-Indisch hout. N. 47/48: 52.

Over beproeven van gasbuizen. N. 48/49: 108, 109.

Over fonte malléable. N. 50/51: 31, 130, 145. Zie Simons (Dr. G.)

Meurs (G.A. van), Iets over het zink en over het zinkwit. N. 49/50: 162.

* Meurs (H.J.P. van). Wordt lid. N. 55/56: 43. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

*Michaëlis (N.T.) Oprigter. N. 47/48:108.

Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125. Verslag 55/56: 12.

Beschrijving van de oorzaken der onder- en achterloopsheid van het stoompompgebouw de Lijnden en van de in het werk gestelde middelen tot herstelling. N. 56/57: 82. V. 57/58: 3.

De zon-telegrafie. Naar het fransch. U. 56/57: 127.

Over een stoomtuig tot het opvoeren van water te Rotterdam in 1776. N. 56/57: 117. N. 57/58: 61, 83.

De Hanepraaisluis te Gouda. V. 58/59: 26.

Bepaling der krachten, die op de zamenstellende deelen eener stuw werken en van de afmetingen, aan die deelen te geven. N. 60/61: 6. V. 61/62: 1.

Bijvoegsel tot de theoriën en beschouwingen over den bouw van ijzeren spoorwegbruggen. N. 61/62: 46. V. 62/63: 1. Vgl. Schneitter (J.L.)

Beschouwingen over de theorie der brugliggers volgens bet stelsel van von Pauli. N. 61/62: 83, 108.

Onderzoek naar de verdeeling der spanningen over de verschillende wanden van een zamengestelden brugbalk. N. 66/67: 226, 238.

Handelwijze tot het berekenen van de spanningen in de zamenstellende deelen van balken. N. 67/68: 8. V. 67/68: 104.

Onderzoek naar het verband tusschen de doorbuigingen van en de spanningen in de zamenstellende deelen van spoorwegbruggen. N. 68/69: 140, 187

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 56/57: 86. N. 57/58: 61. Zie Reuleaux (F.), Waldorp (J.A.A.)

Michaëlis (te München), Over het Rijn-Elbe-kanaal. U. 60/61: 60.

Het Rijn-Elbe-kanaal, naar mededeelingen van - en von Laer. U. 63/64: 83.

Midgley, Toestel van - ter bereiding van zinkwit. N. 49/50:164.

Mieg (W.), Verbinding der spoorstaven bij den Ferdinands-noorderspoorweg. U. 52/53: 89.

* Mieling, (C.W.P.) Wordt lid. N. 62/63: 226

* Mierop (P. Schenkenberg van). Wordt lid. N. 59/60: 71.

* Milders (J.J.J.) Wordt lid. N. 60/61: 190.

Mille, Over de verbetering van den gezondheidstoestand de steden in Engeland. U. 55/56: 127.

Miller (D.),

Toepassing van eene geoctroijeerde waterpers aan de sleephelling van Morton. U. 1850 IX: 115.

Funderingen, dok- en kaaimuren en andere zeewerken zonder kistdammen. (Vertaling van S. E. W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 48.

Legt met Bell de Albertshaven te Greenock aan. U. 66/67: 51.

Miller (W.), Over het werktuig om gouden munt te wegen van Cotton. U. 1849 V: 69.

Millet, Schoorsteen van -. U. 64/65: 50.

Milne-Edwards (H.) Zie Edwards.

Minard (G.J.),

Eerste beginselen der staathuishoudkunde, toegepast op de openbare werken. (Vertaling van J. Tideman.) U. 1850 IX: 146, 217.

Mededeeling omtrent den staat van behoud van vetten kalk, van ijzer en van hout in oude fun-deringen onder water. U. 54/55: 35.

Kalken en mortels in zeewater. U. 55/56: 29. Vgl. Noël (Ch.), Ravier, Vicat (L.J.)

Mortiers sous-marins de sous-carbonate de chaux. U. 55/56: 25.

Cours de construction des ouvrages hydrauliques, qui établissent la navigation des rivieres et canaux. N. 59/60: 99.

Minotto, Toepassing van de eigenschappen der wig tot verbetering van de overbrenging van beweging in werktuigen. U. 54/55: 49.

Miquel (F.A.W.), Verslagen omtrent den invloed van gasleidingen op de boomen. N. 48/49: 104. N. 51/52: 196.

* Mirandolle (Mr. C.) Wordt lid. N. 59/60: 46.

Over geverwd, gecreosoteerd hout, in zijne fabriek bereid. N. 61/62: 5, 18, 47, 70. N. 63/64: 27, 76. Vgl. Bleekrode (Dr. S.)

Over beveiliging van hout door creosoot. N. 64/65: 144. N. 68/69: 133.

Over bereiding van houten telegraafpalen. N. 65/66: 94.

Over het draagvermogen van hout met sulphas cupri of met creosoot bereid. N. 65/66: 128.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 65/66: 127, 128.

Miraval (Lambot -). Zie Lambot.

Mirecki, Strekhouten ter vervanging van dwarsliggers op spoorwegen. U. 54/55: 60.

Mitchell (A.),

Over funderingen onder water. U. 1848 II: 128. U. 1849 V: 3.

Verbeterde schroefpalen van -. U. 55/56: 37. U.62/63:32. Vgl. N. 48/49: 259 en Johnson (F.)

Mitscherlich, Oven van -. N. 60/61: 86.

* Modderman (W.F.) Wordt lid. N. 61/62: 64. Afgevoerd. Verslag 65/66: 12.

* Moele (G.) Wordt lid. N. 50/51: 37. Overlijdt. Verslag 57/58: 23.

* Moet (J.F.F.) Wordt lid. N. 55/56: 110.

Moffat (J.), Eene nieuwe wijze van onder water te bouwen. (Vertaling van S.E.W. Roorda van Eysinga.) U. 66/67: 25.

Mohn, De bruggen in de nieuwe spoorwegen in Hannover. U. 53/54: 26.

Moigno (Abt), Over de storing der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 177.

* Molenaar (D. Geysbeek). Wordt lid. N. 65/66: 248.

* Molijn (D.J.W.). Wordt lid. N. 58/59: 8.

Molineaux en Nichols, Zuigers van stoomwerktuigen. M. 61/62: 2.

Molinos, Bewaring van hout. U. 55/56: 10.

Moll (Fr.), Bewaring van hout. U. 55/56: 9.

Moll (Dr. G.).

Vermaakt zijne kaartenverzameling aan de boekerij der Utrechtsche hoogeschool. N. 48/49: 255.

Uitkomsten van waarnemingen aan de kusten. V. 63/64: 6. Vgl. Rees (Dr. R. van).

Moll (Prof. W.). Zie Leemans (Dr. C.)

Moll, Metal-Pappe, metaalverwen en mastik van -. N. 61/62 : 185, 236.

Moll en F. Reuleaux, IJzeren spoorstaaf van -. V. 63/64: 22.

Die Festigkeit der Materialien, namentlich des Gass- und Schmiedeisens. V. 63/64: 21

* Mollerus (H.M. baron). Wordt lid. N. 50/51: 93. Bedankt. Verslag 64/65: 12. Monceau (H.L. Duhamel du). Zie Duhamel.

Moncel (Th. du), Over de ontsteking van mijnovens door elektriciteit. (Vertaling van G. G. van der Hoeven.) U. 54/55: 75.

Exposé des applications de l'électricité. U. 54/55: 96.

Mondésir, Over aardverplaatsing. U. 67/68: 78, 83.

Mondésir en Lehaitre, Spoorweg-ontwerp van - voor den Mont-Cénis. U. 66/67: 40.

* Mondriaan (F.W.). Wordt lid. N. 68/69: 245.

Monestier Savignat (A.) Zie Savignat.

Monnier, Mémoire sur les courants de la Manche, de la mer d'Allemagne et du canal Saint-Georges. U. 64/65: 52. Supplément, ald. Vgl. 62.

Mons raadt het gebruik van telegraafpalen van steen en ijzer aan. U. 59/60: 162.

* Montauban van Swijndrecht (G.). Wordt lid. N. 55/56: 69.

Montaut (L.), Over de natuurlijke pouzzolaan van Santorin. U. 62/63: 32.

Montesino (G.S.) Lid eener internationale Suez-commissie. U. 56/57: 180.

Montferrand (A. Ricard de) bouwt de St. Isaacs-kerk te St. Petersburg. U. 1849 V: 18.

Montgolfier (J.M.), Over warmte als beweging. U. 64/65: 31.

Montgomery, Kaart van Kasjmier van -. U. 66/67: 61.

Monte (P), Over storingen der telegrafische correspondentie door het noorderlicht. U. 59/60: 183.

Montigny (Le Fèvre de). Zie Fèvre.

* Moock (R.J. van). Wordt lid. N. 62/63: 123. Bedankt. Verslag 66/67: 12.

Moody. Zie Dakin

Moor (De). Lid eener Belgische Scheldecommissie. U. 68/69: 52. Vgl. Pycke (Chev. Ed.)

Moreau (J.), Le barrage de l'Escaut. Moyens d'améliorer Ie régime de ce fleuve. N. 67/68: 82, 171.

Moreau bouwt bruggen in de lijn Napoléon-Vendée. U. 65/66 : 58.

Moreau en Langlois, Stelsel van destillatie van -. U 55/56: 126.

Morewood en Cie, Octrooi van - om ijzer tegen roest te beschermen. U. 64/65: 24,

Morin (A.), Anemometer van -. U. 53/54: 107, 110, U. 57/58: 223.

Résistance des matériaux. N. 66/67: 281. Zie Dupin (Ch. baron).

Morin, Proeven van - omtrent de trekkracht van paarden. U. 67/68: 73.

Möring. Zie Büttner.

* Morre (G.J.) Wordt lid. N. 63/64: 266.

Over de oorzaken van togt in de woningen. N. 66/67: 60.

Morrison, Stoomhamer van -. U. 61/62: 102.

Morse (S.F.B.).

Elektrische telegraaf van -. U. 51/52:165. N. 53/54: 47, 51, 53. U. 56/57: 127. V. 57/58: 38. U. 62/63: 65.

Telegrafische toestel van - gewijzigd door M. Hipp. U. 55/56: 63, 88.

De telegraaf van - voor geinduceerde stroomen ingerigt door Siemens en Halske, N. 56/57: 122. Vgl. Wenckebach (E.) Zie Halske (G.G.), Kerkwjjk (J.J. van), Siemens (Wr.)

Morton, Verbeterde sleephelling van -. U. 1850 IX: 115. Vgl. Miller (D.)

Morton en Hunt, Direct werkend stoomtuig voor schepen met Z-vormigc kruk, van -. U. 56/57: 116.

* Mossel (S.H.) Wordt lid. N. 50/51: 93.

Mosselman, Zink van -. N. 62/63: 166.

Motte, Pneumatische zuigmachine van -. U. 57/58: 232.

Motte (La) en J. Whitman, Veiligheids-waggons. U. 54/55: 73.

* Motz (J.B.E. von). Oprigter. N. 47/48: 123. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

* Motz (L.J. von). Wordt lid. N. 47/48: 154. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

Mouchot en Grouvelle, Ovens van -. U. 1849 IV: 62, 63. N. 49/50: 109.

Mougel-Bey. Lid eener internationale Suez-commissie. U. 56/57 : 180.

Sur les bateaux plongeurs. V. 1851 VII: 22.

Notice sur le barrage du Nil. V. 1851 VII: 30. Vgl. N. 55/56: 42, 55 en Kun (L.J.A. van der).

Over de afdamming en opstuwing van den Nijl. N. 50/51: 5. N. 55/56: 42, 53. Vgl. U. 51/52: 155.

Memorie over de verzanding der kusten, en in het bijzonder van de kust van Bayonne, vergeleken met den toestand van het strand te Peluse. (Vertaling van P. Caland.) U. 60/61: 65. Zie Linant-Bey.

Mourier en Vallent, Nieuw metaal, oreïd , van -. M. 58/59:10.

* Mourik (G. van). Wordt lid. N. 58/59: 86.

Mouron, Bebouwing van zandgronden door -. U. 60/61: 78.

* Mouthaan (P.J.) Oprigter. N. 47/48: 123.

Benoemd tot officier der orde van de eiken-kroon. N. 68/69: 139.

Toepassing der elektriciteit tot verzekering van het verkeer op spoorwegen. U. 53/54: 85.

Over de ijzermenie van A. de Cartier, N. 63/64: 205.

Kleine opmerking. N. 63/64: 194.

* Mouton (P.F.W.) Wordt lid. N. 64/65: 158.

Mühlemann. Zie Seiler.

Muys (C. Dz.) Stadtmeester van Delft in het begin der XVIIe eeuw. V. 63/64: 47. N. 65/66: 183, 230.

Spuisluizen, dusgenaamde Donkere Sluizen van -. ald.

* Mulder (Dr. G.) Oprigter. N. 47/48: 121. Verslag van -, W.N. Rose en W.A. Scholten over den Ratinger steenkalk. N. 59/60: 44, 51.

* Mulder (J.) Wordt lid. N. 66/67: 327.

* Mulder (J.A.) Wordt lid. N. 68/69: 29.

* Mulder (L.J.) Wordt lid. N. 53/54: 74. Afgevoerd. Verslag 61/62: 13.

* Muller (M.J.) Wordt lid. N. 55/56: 69.

* Mulier (F.G.N. Haitsma) Wordt lid N. 67/68: 339

* Mullemeister (J.) Wordt lid. N. 58/59: 86. Bedankt. Verslag 63/64: 15.

Muller (D. G.), Memorie over de elektriciteit. N. 48/49: 66.

* Muller (F.). Wordt lid. N. 67/68: 338. Beschrijving van den opzettoestel aan de draaibrug over het kanaal door Zuid-Beveland. N. 67/68: 82, 170.

Muller (Fred.), Catalogus van werken betreffende den waterstaat. N. 55/56: 10.

Voorstel omtrent cartographische verzamelingen. N. 65/66: 5, 34.

Müller (F.), De brug over de Heurach in den k. Beijerschen zuid-noorderspoorweg. U, 56/57: 94,

Müller (Dr. J.), Over warmte als beweging. U. 64/65: 30.

* Muller (J.H.) Oprigter. N. 47/48: 119. Afgevoerd. Verslag 63/64: 15.

Over het remmen of freinen der raderen van rijtuigen op spoorwegen. N. 48/49: 67, 84, 146, 174.

Over de middelen om een wagentrein zonder brug over eene rivier te brengen. N. 48/49: 182.

Berigt omtrent het maken van een dijk in zee te Kings Lynn in Norfolk door Nederlandsche werklieden. N. 60/61: 85.

Mededeeling over hollandsche rijswerken in de werken van the Institution of civil Engineers. N. 65/66: 186.

Toestel ter bewaring van resultaten van grondboringen. N. 67/68: 329.

Muller (M.), Over de toepassing der drooglegging op de openbare werken. U. 56/57: 160.

* Muller (L.J. du Celliée) Oprigter. N. 47/48: 116.

Over telegraafgeleidingen volgens A. Holtzman. N. 63/64: 263, 274.

Over het paleis voor Volksvlijt. N. 64/65: 9.

Verslag wegens proefnemingen met de metaalverw van P.G. Claassen als middel tegen den paalworm. N. 67/68: 346.

Muller (J. Wonder),

Kaart van de Texelsche zeegaten. N. 62/63: 107, 243, 245, 264.

Verbaal van - en M. den Berger omtrent de verandering der Texelsche zeegaten, 1750. N. 62/63: 264. Zie Hargen (J.)

Muller en Weil, Nieuwe toepassing der steendrukkunst van-. U. 54/55: 84.

* Mulock van der Vlies (W.G.) Zie * Vlies.

* Munnich (J.F.). Oprigter. N. 47/48: 121. Bedankt. Verslag 51/52: 15.

Over een metaalmengsel ter vervanging van den lithographischen steen. N. 48/49: 149.

Over windmolens en de rigting van wieken. N. 50/51; 94, 124. Vgl. 125.

* Munster (A. N. van). Wordt lid. N. 65/66: 33.

Müntz (C.L), Slijtaadje van wielvellingen. U. 57/58: 167.

Invloed van het tijdstip van het vellen op de eigenschappen van het hout. U. 60/61 : 3.

Muntz (C.L.V.) ,

Middelen , in Duitschland gebezigd om de spoorwegen voor ophooping van sneeuw te bewaren. U. 54/55 : 13.

Proefnemingen omtrent de sterkte en den vorm van spoorstaven. U. 55/56: 13.

Müntz, Funderingen in de rivieren met bewegelijken bodem. U. 58/59: 180.

Muntz, Geoctroijeerde scheepsbouten van - . N. 63/64: 184. N. 64/65: 8

Muntz, Hydraulische proef voor stoomketels door verpligtend verklaard. U. 67/68: 39.

* Murman (R.C.) Wordt lid. N. 66/67: 75.

Murphi en Boot, Scheikundige onderzoekingen van gietijzer. N. 66/67: 75.

Murray (J.), Verkruijing van den vuurtoren van Sunderland. U. 57/58: 164.

Prijzen , door - aangenomen voor een zeebreker. U. 66/67 : 56.

* Muschart (I.) Wordt lid. N. 52/53: 95. Bedankt. Verslag 56/57: 19.

* Musquetier (R.) Oprigter. N. 47/48: 16, 119.

Lid der commissie voor den topographischen index. N. 51/52 : 176.

Bedankt. Verslag 63/64 : 15.

Verrigt triangulation en berekeningen ten behoeve van de algemeene kaart der hoofdrivieren. N. 63/64: 150                                    

* Musquetier (J.A.E.) Wordt lid. N. 63/64 : 266.

* Muurling (S. Westerbaan). Wordt lid. N. 57/58: 95.

* Nabbe (J.M.). Wordt lid. N. 63/64: 42.

* Nachenius (H.W.). Wordt lid. N. 68/69: 213.

Nagel (L.), Over het breken van assen bij spoorwegwagens. U. 1848 I: 33.

* Nagell (A.J.H.M.A. baron van) Wordt lid. N. 58/59: 8.

Nagelmaekers Lesoinne en Cie, Fonte malléable van -. N. 50/51: 18, 146. Vgl. Bake (J. W.), Meurs (C.T. van).

Napier. (J.R.), Proefondervindelijke gegevens omtrent den wederstand van het water tegen de beweging van schepen. U. 61/62: 89, 90, 91.

Napoleon III, Brief van over de middelen om overstroomingen te voorkomen. U. 57/58: 31.

Nash, Maximum-levende belasting op vloeren. U. 65/66: 37.

Nasmyth (J.),

Stoomhei van -. U. 1848 III: 25. U. 55/56 : 151.

Stoomhamer van -. N. 49/50: 94, 117. Vgl. Conrad (F. W.)

Verbeteringen in het smeden van ijzer. U. 1850 IX: 264.

Nieuwe inrigting van spiegelkijker of teleskoop. U. 1850 . IX: 277.

Verbeterde veiligheidsklep van -. U. 51/52: 189.

Aaneenwelling van smeedijzer. M. 61/62: 17.

Naught (Mac). Zie Mac.

Navez, Werktuig tot het meten van snelheden. N. 58/59: 28.

Navier (C.L.M.H.),

Theorie van - voor brugliggers. U. 53/54: 24, 25. V. 60/61: 101.

Theorie der veerkrachtige ligchamen. U. 61/62: 69.

Formule voor den wederstand van staven ten onregte toegeschreven aan -. N. 62/63: 205, 211.

* Nederburgh (H.S.) Wordt lid. N. 58/59: 86.

* Nederlanden. Zie * Frederik, * Hendrik.

Negrelli (L. ridder von).

Lid eener internationale Suez-commissie. N. 55/56: 87. U. 56/57: 180. Vgl. N. 57/58: 23 en Conrad (P.W,)

Levensberigt van M. 58/59: 8.

Ausflug nach Frankreich, Engeland und Belgien zur Beobachtung der dortigen Eisenbahnen. M. 58/59: 8.

Die Eisenbahnen mit Anwendung der gewönlichen Dampfwagen als bewegende Kraft über Anhöhen und Wasserscheiden. M. 58/59: 8.

Neill (J. Mac). Zie Mac. Neyt (A).

Zie Pycko (Chev. Ed.)

* Neyt (P.J.) Wordt lid. N. 61/62: 99.

Mededeelingen nopens de oeverafschuiving, den 10den Maart 1864 aan den Vlietepolder ontstaan. V. 65/66 II: 4.

* Nelemans (D.G.) Wordt lid. N. 66/67: 227. Bedankt. Verslag 67/68: 13.

* Nering Bögel (J.L.) Zie * Bögel.

Nes (Mr. J.F.W. van). Zie Rhemen van Rhemenshuizen (Mr. C.H. baron van).

* Netscher (G.J.). Wordt lid. N. 58/59: 31, Bedankt. Verslag 59/60: 13.

* Netscher (P.M.). Wordt lid. N. 55/56: 97. Bedankt. Verslag 56/57: 19.

Bewerkt de 4e-6e aflevering van den Répertoire de Cartes. N. 57/58: 192.

* Neufville (H. de). Wordt lid. N. 49/50: 11.

Neuman, Bewaring van hout. U. 55/56: 10.

Neville, Bruggen volgens het stelsel van -. U. 53/54: 17. Vgl. 73. U. 66/67: 112. Vgl. Zuber.

Newall & Cie. (R.S.) leggen telegraafkabels in den Griekschen archipel en de Middelland-sche zee. M. 58/59: 13. Zie Groot (Corns. de).

Newman (J.) en W. Whittle, Geoctroijeerde holle assen van U. 56/57: 78.

Newton (J.), Wet van beweging van -. U. 64/65: 29.

Newton (W.), Verkopering van gietijzer, U. 54/55: 165.

Newton (W.E.), Toestel om onder water onderzoekingen te doen van -. U. 56/57: 204.

Over een baggertoestel in de Vereenigde Staten U. 66/67 : 67. Nichols. Zie Molineaux.

* Nicola (W.A.) Wordt lid. N. 65/66: 33.

* Nicolson (J.A.) Oprigter. N. 47/48: 119. Bedankt. Verslag 55/56: 15.

Nielsen (C.),

Proefnemingen ter bewaring van de telegraafpalen in Noorwegen, U. 59/60: 17

Waarnemingen omtrent de werking van het noorderlicht op telegraaflijnen in Noorwegen. U. 59/60: 176. Vgl. Brix (Dr. W.)

Nyenhuis (Mr. J.T. Bodel). Zie Bodel

* Nierstrasz (N.H.) Wordt lid. N. 53/54: 74.

Mededeeling betreffende het inheijen van houten palen met waterdruk. N. 68/69: 243, 272.

* Nieuwenhuisen (W.J.A.) Oprigter. N. 47/48: 16, 123.

Nieuwenhuizen Kruseman (J.) Zie Kruseman.

* Nievelt (Mr. G.W. baron van Zuylen van). Zie * Zuylen.

* Nyevelt (Mr. H.F. baron van Zuylen van).Zie *Zuylen,

* Niftrik (J. G. van). Wordt lid. N. 55/56: 97

Niguse (Nikas). Koning van Ethiopië. N. 59/60: 102.

Brief aan F. de Lesseps over de doorgraving van de landengte van Suez, volgens eene vertaling van Abbadie. N. 59/60: 102.

Nijhoff (I.A.), Bijdragen voor de vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. N. 66/67: 24.

* Nivel (J.H.) Wordt lid. N. 64/65: 96.

Nixon, Eerste gebruik van getrokken ijzeren spoorregels. U. 52/53: 69.

Noël (Ch.),

Over de onderkoolzure mortels en de mortels in zeewater gebezigd. U. 55/56: 26. Vgl. Minard (C.J.).

Beschrijving van den aanleg van drie drooge dokken te Toulon. (Vertaling van F.W. van Gendt JGz.) U. 56/57:463. Vgl. U. 66/67: 49.

Over ontleding van kalkmelk. U. 62/63: 36.

Noyes, Machine voor het maken van spijkers van-. U. 54/55:151.

Noyon, Over het onvoldoende van het middel van Boucherie ter bewaring van hout in zee. U. 59/60: 101.

Nolet, Ontwikkeling van gas uit water volgens-. U. 54/55: 85. Vgl. Boocks (F.)

* Nolthenius (A. Tutein). Wordt lid. N. 54/55: 40

* Noordendorp (J.S.) Wordt lid. N. 60/61: 191

* Nori Kats (D. Akamats). Zie * Akamats.

Nothomb (D'Huart de). Zie Huart.

Nottebohm, Over ijzeren telegraafpalen. U. 55/56: 113.

Spaninrigtingen en isolatoren op de Pruissische telegraaflijnen. U. 55/56: 114.

Nowak (A), Over het gelijktijdig bestaan van twee stroomen die eene geleiding in tegen-overgestelde rigtingen doorloopen.

Uit de nagelaten papieren van F. Petrina. U 56/57: 203.

Nowotny (F.), Uitkomstem omtrent het stoken van steenkolen op den Saksisch-Beijerschen spoorweg. U. 58/59: 59.

* Numans (A.) Wordt lid. N. 53/54: 136. Bedankt. Verslag 64/65: 12.

* Numans (S.J.) Wordt lid. N. 65/66: 33.

* Obreen (A.L.H.) Wordt lid. N. 66/67: 16.

Obreen (H.A. van der Speek), Memorie over een houten drijvend dok. U. 63/64: 3, 4.

Oelschläger, Chronoskoop van Hipp, tot meting van den valtijd der ligchamen enz. U. 1850 IX: 72.

Ogden (F.B.) en Ericsson, Peilwerktuig van-. U. 52/53: 50.

Ohm (G. S.), Wet omtrent de kracht en de voorwaarden van voortbrenging van een galva-nischen stroom. U. 56/57: 1. Vgl. Beetz (Dr. W.)

Oldenzeel, Adresboek van fabrikanten, handelaars, leveranciers en depóthouders van alle materialen , de burgerlijke en de waterbouwkunde betreffende N. 62/63: 122.

* Olivier (A.W.) Wordt lid. N. 53/54: 136.

* Olivier Dz. (E.) Wordt lid. N. 56/57: 141.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 59/60: 44. N. 64/65: 88. N. 65/66: 18.

Mederedacteur. N. 63/64: 40.

Verrigt triangulatiën, oevermetingen en berekeningen ton behoeve van en werkt mede aan de algemeene kaart der hoofdrivieren. N. 63/64: 150.

Nota betreffende het. verhang van den waterspiegel van den Gelderschen IJssel. N. 51/52: 169. V. 52/53: 18

Over het verhang en het vermogen van de Boven-Maas. N. 52/53: 178. N. 53/54: 8. N. 56/57: 86. V. 57/58: 15.

Over de stroomsnelheid en den waterafvoer der rivieren bij ebbe en vloed, N. 57/58: 89. V. 58/59: 48,

Over de maatregelen in het departement van de Loiret genomen ter bevordering van de drooglegging. Naar het fransch. U. 58/59: 177.

Opgaven van dijkbreuken en overstroomingen hier te lande. N. 61/62: 162. N. 63/64: 262, 273. N. 66/67: 225, 231. Vgl. Brevet (A.J.), Conrad (F.W.), Ferrand (J.H.), Sypesteyn (Jhr. J. W. van), Staring (Dr. W.C.H.), Toorn (J. van der), Wencker (J.C.)

Over den wederkeerigen invloed der rivieren de Waal en de Maas. N. 62/63: 5. V 62/63: 21.

Mededeelingen over de getijen in de Nederlandsche rivieren. N. 62/63: 221, 234. V. 63/64: 6. Vgl. N. 67/68: 212, 318.

Nota betrekkelijk de overbrenging van het Amsterdamsche peil naar de Oude Willemsluis te Buiksloot. N. 63/64:28,46.

Nota over de getijen aan de kusten der Zuiderzee. N. 63/64: 262, V. 64/65: 51.

De waterverdeeling van de rivier de Boven-Rijn. N. 65/66: 173. V. 66/67 II: 1.

Bijdrage tot de kennis van het vermogen van den Boven-Rijn, bij hoogen waterstand. N. 67/68: 83, 199.

De goedkoope spoorwegen van Noorwegen en Indie als voorbeelden voor legerspoorwegen, zonder aardewerken noch aankoop van gronden, voor den veldtogt in Abyssinië. Naar het fransch. U. 68/69: 24.

Aanteekeningen nopens de rivier de Noord. N. 68/69:140,188.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 57/58: 97, N. 66/67: 75. Zie Hagen (G.), Klein (C.), Lechalas, Marchal (O.) Meissner (D.M.), Oppermann (C.A.), Stessels (A.)

Ommeren (W. van), Over het middel van A.F. Goudriaan ter besparing van schutwater. N. 61/62: 66.

* Onnen (H.) Wordt lid. N. 60/61: 55. Bedankt. Verslag 61/62: 13.

Onslow Aston (E.) Zie Aston.

* Oordt (G.H.L. van). Wordt lid. N. 59/60: 10.

* Oordt (J.W.L. van). Oprigter. N. 47/48: 6, 16, 119. Vgl. 29, 36.

Raadslid. N. 47/48: 6, 36; N. 48/49: 15; N. 49/50: 246; N. 52/53: 181.

Bedankt als zoodanig. N. 53/54: 137.

Over drijvende drooge dokken. N. 48/49: 182, 199. V. 1848 II: 15.

Over ijzerdraadtouw. N. 49/50: 95. Proeven tot wegneming van den ketelsteen. N. 51/52: 30.

Mededeling omtrent verschillende door de afdeeling Oostelijk Java ingezonden stukken. N. 53/54: 66.

Ontwerp van een ijzeren drijvend dok van - en C. Scheffer. U. 63/64: 4. Zie Buysing (D.J. Storm).

* Oorschot (W.P.H. van).Wordt lid. N. 61/62: 169. Afgevoerd. Verslag 66/67: 12.

* Oosting (G.) - Wordt lid. N. 67/68: 339.

Oppermann (C.A.), Bovenste spoorweg over den Mont-Cenis. (Vertaling van E. Olivier Dz.) U. 68/69: 1.

* Opstall (F.W.H van). Wordt lid. N. 49/50: 9.

Medewerker aan het Jaarboekje. N. 65/66: 18.

Opstellen van kistingen N. 61/62: 103. V. 62/63: 12.

Over het gebruik van elektrisch licht bij de uitvoering van werken aan de Zuid-Willemsvaart. N. 64/65: 93, 'Hl.

Levensberigt van Leendert Rijsterborgh. N. 64/65:181,187.

Over het gevaarlijke van halve geleerdheid op het gebied der waterloopkunde. N. 68/69: 244, 294.

Kleine mededeeling. N. 57/58: 8.

* Oranje. Zie * Willem.

Orynhansen, Glijraam van - bij grondboringen. N. 67/68: 358.

Ormerod, Rolwagen van -. U. 53/54: 84.

* Ortt van Schonauwen (Jhr. J.) Oprigter. N. 47/48: 16, 119.

Lid van twee commissiën voor het drooge dok te Willemsoord. V. 65/66 I: l , 2. Rapporten. V. 66/67 I: 95, 105.

Over de stutpalen en uithouders langs den havendijk te Nieuwediep. N. 48/49: 258, 272.

Beschrijving van eene dubbele ophaalbrug over de Koop-vaarders binnenhaven aan het Nieuwediep. N. 53/54: 4.. V. 53/54: 43.

Kaart van het Noordhollandsche zeestrand. N. 54/55: 200.

Over de opkistingen der rivieren in 1861. V. 62/63: 5.

Mededeeling omtrent den toestand der hoofdrivieren in Gelderland. N. 68/69: 242, 258.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 54/55: 198. N. 64/65: 212. N. 67/68: 53, 55, 79, 80. N. 68/69: 146. Zie Delprat (Dr. I.P.), Fijnje (J.G.W.)

* Ortt (Jhr. J.R.T.) Oprigter. N. 47/48: 119.

Over draaibruggen over het kanaal van Luik naar Maastricht. N. 48/49: 55.

Beschrijving van de windwerken der sluisdeuren van het kanaal van Luik naar Maastricht. N. 49/50: 244, 265.

Beschrijving van eene ijzeren ophaalbrug te Maastricht. N. 50/51: 5.V. 1851 VII: 17.

Beschrijving van eene brug met holle liggers van geslagen ijzer te Maastricht. N. 51/52: 97, 111.

Verslag omtrent het overbrengen van het AP. van Bergen-op-Zoom naar Bath. N. 54/55: 38, 60, 200.

Korte aanteekening omtrent den voorgestelden maatregel tot ontvolking van Schokland. N. 57/58: 181, 196.

Verslag wegens proefnemingen met te Ostende gecreosoteerd hout. N.68/69: 23, 40. Zie Kool (J. A.)

Otto (Dr.), Lehrbuch der Essigfabrikation. N. 51/52: 71.

Oudry ontwerpt met Cadiat de draai-brug bij Brest en bouwt die. M. 56/57: 8. U. 65/66: 132.

Schroefpalen van -. M. 57/58: 23.

Oud-Soldaat. Zie * Stieltjes (T.J.)

* Oudtshoorn (W.G.P. baron van Reede van). Zie * Reede.

Outshoorn (C.) Oprigter. N. 47/48: 16, 119.

Medewerker aan een ontwerp van een gebouw voor de Londensche tentoonstelling van 1851. N. 49/50: 245. N. 50/51: 4, 132. N. 51/52: 26. V. 51/52: 39, 41.

Medewerker aan een ontwerp van eene brug over den Rijn tusschen Keulen en Deutz. N. 50/51:132.

Bouwmeester van het Paleis voor Volksvlijt. N. 64/65: 9, 10.

* Overbeek (F.) Wordt lid. N. 66/67: 16.

* Overduyn (Dr. W.L.) Oprigter. N. 47/48: 16, 121.

Raadslid. N. 55/56: 1, 35. N. 57/58: 186.

Bedankt voor eene herbenoeming als zoodanig. N. 60/61: 192.

Overlijdt. Verslag 67/68: 12.

Over waargenomen verschijnselen bij het inslaan van het onweder in den toren te 's Gravenhage. N. 48/49: 309, 325.

Over ijzeren lichttorens. N. 52/53: 68, 83.

Over het vermogen van het patent-glas van Hartley, om warmtestralen door te laten. N. 53/54: 71, 86.

Over een nieuw werktuig tot het meten van de snelheid van schepen, lucht- en waterstroomen, enz. N. 54/55: 8.

Over hetgeen theorie en praktijk leeren over de noodzakelijkheid om eene haven aan eene vlakke kust door een zeebreker te beschermen. N. 54/55: 195. N. 55/56: 62, 65, 72. Vgl. Croker (Bland W.)

Over photographische afdrukken. N. 55/56: 106.

Over de centrifugaalpomp van Gwynne. N. 57/58: 65.

Over bliksemafleiders. N. 58/59: 53. Over waterstralen. N. 58/59: 60.

Over verwarming en ventilatie. N. 61/62: 53.

Kleine opmerkingen en mededeelingen. N. 53/54: 71. N. 54/55: 8, 170, 195. N. 55/56: 38, 39, 40, 62, 90, 91. N. 56/57: 46. N. 57/58: 70, 138, 140. N 58/59: 29, 61. N. 61/62: 50.

* Overgaauw Pennis (A.A.) Zie *Pennis.

* Overmars Jr. (H.) Wordt lid. N. 54/55: 40.

Over eene nieuwe inrigting voor waterbemaling door wind en stoom. N. 66/67: 258.

Het pomprad of nieuwe scheprad. N. 68/69: 205, 215.

Zie Linse (H.)

Overreith (F.W.J.B.). Medewerker aan het Nederlandsch Woordenboek. N. 55/56: 125, 126.

Oxley (Th.), Over de kenmerken en de eigenschappen van de gutta-percha. U. 1848 II: 74.

Ozann, Vervaardiging van koperen penningen door -. U. 64/65: 41.

* Paauw (S. van der). Wordt lid. N. 49/50: 9. Bedankt. Verslag 63/64: 15.

Pagan (W.), Voorstel tot afschaffing van tollen op de wegen. U. 1850 VII: 52.

Page (Th.),

Onderzoek naar den staat der riolen in Croydon. (Vertaling van H.A. Insinger.) U. 53/54: 49.

Bouwt de Victoria-brug bij Montreal (aannemers Peto, Brassey en Betts). U. 58/59: 192.

Over het gebruik van beton. U. 66/67: 52.

Page (Clinton). Zie Clinton.

Paget (F.A.), Slijting van stoomketels. (Vertaling van S. E W. Roorda van Eysinga.) U. 67/68: 33.

* Pahud (Ch.F.) Benoemd tot honorair lid. N. 66/57: 138, 139.

Payen (A.), Théorie de la conservation des bois. U. 55/56: 4.

Payeme, Ontwerp, van een spoorwegtunnel tusschen Dover en Calais. U. 55/56: 62.

Payn, Toestel van - tot bewaring van hout. U. 55/56: 5.

Payne (E.L), Over eene nieuwe soort van zamengestelde metalen staven. (Vertaling van JG. van Gendt Jr.) U. 55/56:81.

Payne, Middel van - ter beveiliging van hout. V. 52/53: 26, 40. U. 67/68: 92

Paleocapa (P.). Lid eener internationale Suez-commissie. U. 56/57: 180.

Verslag omtrent den spoorweg over den Mont-Cenis. U. 52/53: 43.

Palladio, Houten bruggen van,-. U. 56/57: 71.

Pallu past de beton van Coignet in het groot toe. U. 67/68:94.

Palm (J.H. van der). Zie Conrad (F.W.), de vader.

* Palm (M.G. van der) Wordt lid. K 68/69: 245.

* Palmer, Proeven met den atmopyre van D.O. Edwards. U. 54/52: 36.

Palmer, Spoorwegen a la -. U. 65/66: 103.

Palmerston (H.J. Temple, burggraaf) tegenover het plan der doorgraving van de landengte van Suez. N. 57/58: 5,20 M. 57/58: 3. Vgl. Conrad (F.W.), Lesseps (F.

* Paludanus (Mr. H.), Over een ouden weg of muur in den Wieringerwaard. N. 48/49: 9.

Pambour (F.M.G graaf de), Proefnemingen omtrent de wrijving van spoorwegwagens. U. 55/56: 119, 122.

* Pander Maat Jr. (H.). Zie *Maat.

* Panhuys (Jhr. C.A.E.A.van). Wordt lid. N. 68/69: 245.

* Panhuys (Jhr. G.E.A.van). Wordt lid. N. 49/50: 246.

Nota's over de middelen om in Amsterdam het benoodigde drinkwater te vinden. V. 1850 VI: 3. Vgl. N. 49/50: 96 en Bleekrode (Dr. S.)

Over het maken van eene geologische kaart van het koningrijk der Nederlanden. N. 50/51: 4, 92.

Over de voortbrengselen der cement-fabriek van Gebr. Leube, te Ulm. N. 67/68: 328 , 341.

Papillon (Dr.), Ventilatie van militaire hospitalen. U. 57/58: 262.

Papinus, Pomp van -. N. 63/64: 7.

Pareto (R.) Redacteur van het Giornale dell' ingegnere, architetto ed agro-nomo. U. 67/68: 26.

Verhandeling over hydraulische werken in Italië. U. 67/68: 26.

Parker, Rookverterend fornuis van -. U. 54/55: 152.

Partiot (L.),

Berekening van den afvoer van water. U. 67/68: 23.

Etude sur le mouvement des marées dans la partie maritime des fleuves. N. 64/65: 46.

Parvé (Dr. D.J. Steyn), Over het teekenonderwijs der gebr. F. en A. Dupuis. N. 51/52: 178, 181.

Pascal, Over den drijvenden zeebreker te la Ciotat. N. 55/56: 39, 48.

Pascal, Rekenwerktuig van -. U. 62/63: 14.

Pasley (Ch.W.), Middelen om mijnen onder water te ontsteken. U. 56/57: 32, 33, 34.

Pasquet, Ventilator van -. U. 57/58: 237.

Passa (J. de), Recherches sur les arrosages chez les peuples anciens. U. 51/52: 8, 14.

Pasteur (L), Over stofdeeltjes, rotting, enz. U. 67/68: 89,90.

* Pasteur (W.C.) Wordt lid. N. 47/48: 154. N. 48/49: 14. Bedankt. Verslag 60/61: 14.

Paton, Over den teredo navalis. V. 52/53: 25.

Paulding, Over een kanaal door de landengte van Panama. M. 57/58: 30.

Pauli (F.A. von), Over wrijving van assen. U. 1850 IX: 11.

Pauli (von),

Stelsel van spoorwegbruggen van -. N. 61/62: 83, 108, 126. U. 63/64:111. Vgl. Becker (M.), Diesen (G. van), Fijnje (J.G.W.), Gerber (H), Laves, Michaelis (N. T.)

Bouwt de brug over den Rijn bij Mainz. U. 66/67: 112.

Beproeving der brug. U. 62/63: 49.

Bouwt bruggen over de Isar en te Gross-Aachen. U. 66/67: 113.

Paulus (R.), Toestel om met een gedeelte van den tender het gewigt van de locomotief te versterken. U. 57/58: 175.

Pauvert, Vervaardiging van staal. M. 57/58: 17.

Pauw (De), Topographische kaart van -, 1811. U. 60/61: 55.

Pauwels bouwt eene brug over de Lys. U. 66/67: 113.

Paxton (J.), Kappen van -. N. 50/51: 132, 152.

Peacock (G.), Verbeterde boei van -. M. 57/58: 19, 25.

Péclet (E.),

Over verwarming en luchtverversching. U. 56/57: 194. U. 57/58: 263.

Verhandeling over de warmte. U. 64/65: 49. Schoorsteen van -. U. 64/65: 51.

Pedder (W.), Geoctroijeerde methode van - om gebouwen van metaal te versterken, U. 58/59: 133.

Peile (J.), Geoctroijeerd hefwerktuig van -. U. 55/56: 84.

Péligot (E.), Over het Seine- en Ourcqwater als drinkwater. U. 68/69: 94, 95.

Pelletan (Ph.), Gebruik van verbruikten stoom bij locomotieven. U. 62/63: 49.

Pellisov. Zie Schafhäutl (C.E.)

Pels. Zie Servaas.

Penn, Houten legeringen van -. U. 56/57: 120.

* Pennis (A.A. Overgaauw). Wordt lid. N. 55/56: 97.

Percy (Dr.), Over lasschen of wellen. U. 64/65: 41.

Perdonnet (A.),

Over de kosten, die het gevolg zijn van hellingen op spoorwegen. U. 56/57: 51.

Over de ruimte, welke de verschillende deelen der spoorwegen moeten innemen. U. 59/60: 30. Zie Valin (O).

Pere (le), Waterpassing van de landstreek tusschen de Roode Zee en den Nijl. U. 55/56: 57. U. 56/57: 178.

* Perez (P.J.B. de) Wordt lid. N. 50/51: 94. Overlijdt. Verslag 59/60: 13

Périers (Gebr.), Geoctroijeerd tot oprigting van werktuigen om het water uit de Seine op te brengen. U 68/69: 94.

Perk (P.C.), Over de brandwaarborg-maatschappij Archimedes. N. 48/49: 256.

Perkins (A.M.), Octrooi van - voor eene wijze van vereeniging van warmwaterbuizen. N. 51/52: 202, 203. Vgl. Camp (H.F.G.N.)

Perreaux,

Sphaerometer van -. (Vertaling van G.G. van der Hoeven.) U. 51/52: 38.

Dynamometer van -. N. 58/59: 29.

Proef met eene nieuwe soort van caoutchouc-kleppen van -. N. 58/59: 29. U. 58/59: 128.

Perrey, Herstellingen aan de brug de l'Hótel Dieu te Lyon. U. 53/54: 44.

Perry en Cie., India-rubber en gutta-percha van -. N. 66/67:14.

Perrin (Renard-). Zie Renard.

Perronet, Bewaring van hout -. U. 55/56: 9.

Perronnet (J.R.), Over afschuivingen van gronden. U. 49/50 V: 42.

* Pesch (A.J. van). Wordt lid. N. 64/65: 158.

Peschel, Manometer van -. U. 60/61: 6.

* Pet (G.A.). Wordt lid. N. 61/62: 169.

* Petel (W.J.G.L. van Polanen). Wordt lid. N. 56/57: 88. Overlijdt. Verslag 64/65: 10.

Petermann (Dr. A.), Geographische Mittheilungen. N. 57/58: 69.

Peters (R.), Machine tot het vervaardigen van holle projectielen. U. 56/57: 25.

Petersen, Ontwerp van een kanaal van Husum naar Bustorf, met dok en dokkanaal, beoor-deeld door M.G. en J.A. Beijerinck. N. 65/66: 81.

Petiet, Stoomtuig met vier cilinders van -. U. 68/69: 4.

Petit (H.), Caoutchouc-banden ter verbinding van gasbuizen. N.57/58: 8

Petit. Zie Pycke (Chev. Ed.)

Petit Thouars (Du). Zie Thouars. Peto, Over bereiding van hout. V. 52/53: 23, 25, 20

Peto Zie Brassey.

Peto, Brassey en Betts. Zie Page (Th.)

Petri (J.) Zie Pycke (Chev. Ed.)

Petrie (W.),